FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 24 March 2015 13:16

Paradiso

Paradiso met je palmenstrand
Ach die tijd vergeet ik niet
Paradiso met je palmenstrand
Wat geluk was werd verdriet.

Ik was acht toen dit liedje veertien weken lang op nummer één stond in de top-tien. Zangeres Anneke Grönloh bezong met een wat klaaglijke krontjongstem een idyllisch strand met paradijselijke trekjes. Het is mij niet bekend of de mensen die vijf jaar later voor een love-in de grote blokkendoos aan de Amsterdamse Weteringschans kraakten, dit liedje in hun hoofd hadden toen ze het Paradiso doopten. Het werd de officiële naam van het cosmisch ontspanningscentrum dat in maart 1968 zijn deuren opende. Een levende legende was geboren in magies sentrum Amsterdam.
Misschien waren de naam Paradiso en dat kosmische wel een knipoog naar de vorige bewoners van het pand, het – zeer vrijzinnige en keurige – gezelschap van de Vrije Gemeente, waar beschaafde liturgische vieringen, concerten, vergaderingen en andere bijeenkomsten werden georganiseerd. Hoe anders verliep het leven in Paradiso, dat vanwege zijn ruime programmering vol experiment en de gulle toegang die het bood aan beginnende pop- en jazzartiesten een geur van heiligheid begon te krijgen en de status van ‘poptempel’ verwierf. Dat verwees wellicht naar de oorsprong van het Latijnse woord templum – een afgescheiden ruimte van waaruit voorspellers de vlucht der vogels en de stand der sterren konden analyseren. Als tempel en onderdak voor hippe vogels en sterren afficheerde Paradiso zich allengs religieuzer dan de vorige huisbaas.
De groten der aarde op het gebied van pop en jazz hebben er opgetreden: Pink Floyd, Captain Beefheart, The Ramones, maar ook jazzsaxofonist Ben Webster en jodelkoningin Olga Lowina. Zij speelden in het paradijs, totdat zij te groot waren geworden en overstapten naar lucratiever podia met een groter bereik als Ahoy de Arena, de Ziggodome, de Heineken Music Hall of het Gelredome. Zonder uitzondering zijn ze daar rijker van geworden, maar ze spreken altijd nog vertederd over de adolescentie van hun muzikale ontwikkeling, daar vlak bij het Leidseplein in Amsterdam. Mooi zei Huub van der Lubbe het, zanger van De Dijk, die er meer dan honderd keer optrad, bij het veertigjarig bestaan, toen hij sprak over de talloze buitenlandse artiesten die er kwamen: “Ahoy of het Gelredome, dat zegt ze niet zoveel. Maar als je de naam Paradiso laat vallen, is het altijd: ‘Ja, Paradiso!’ Paradiso is toch specialer. Als je als band afscheid neemt van Paradiso, als je voor grotere zalen gaat spelen, laat je wel iets achter je. Ahoy is geen rock-‘n-roll meer. Paradiso is meer het echte werk. Als je Paradiso verlaat, is het bijna alsof je afscheid neemt van je jeugd.”
Ik was er, denk ik, drie keer. Ik zag er in elk geval een rood-aangelopen Van Morrison (in niet al te goeden doen), de fantastische dichter en reggaezanger Linton Kwesi Johnson en – guilty pleasure – punkvrouw Blondie optreden. Ik viel als een blok voor het interieur, dat gerust sober genoemd mag worden, met die gaanderijen bovenlangs, de bijna gewijde sfeer, een tempel inderdaad, waar ook de reukstoffen volop aanwezig waren en het spirituele wijwater rijkelijk stroomde. Bij het reggaeconcert stond het vol met rastafari-adepten die een gemeen wolkendek van marihuanadampen produceerden, waardoorheen de held zich nauwelijks zichtbaar kon maken. Maar hoorbaar des te beter. Mekkin Histri zong hij: Making history. En hij voegde de daad bij het woord.
Anneke Grönloh is in deze tempel nooit voorgegaan.

Willem van der Meiden belicht in de rubriek Ommegang nieuwe en oude 'heilige' plaatsen in Nederland.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda