FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 16 April 2014 14:49

Een goede 'poot' wijst op karakter

Column Willem van der Meiden Column Willem van der Meiden

Kilroy was here. Een Amerikaanse scheepswerfcontroleur, ene Kilroy, zette in de jaren veertig van de vorige eeuw deze ‘poot’ waar hij zijn controle had afgesloten. Amerikaanse militairen namen het in de Tweede Wereldoorlog bij wijze van grap over en zetten overal waar zij waren geweest deze kreet op muren. Naar verluidt stond deze krabbel decennia later op de top van de Mount Everest, op de fakkel van het Vrijheidsbeeld, op de Arc de Triomphe en zelfs op achtergebleven bagage op de maan. Kilroy is inmiddels uit de graffiti verdwenen.

Je poot zetten. Merkwaardige uitdrukking voor een handtekening zetten. Maar er zit wel iets in. Een pootafdruk – of een vingerafdruk – is uniek. Dus benadert je poot je eigenheid. Wie niet kan schrijven, mag een kruisje zetten op een formulier, biljet of contract. Geletterden zetten hun handtekening. Het ontwerpen van mijn handtekening was een proces van jaren, met honderden varianten die vooral niet kinderlijk mochten zijn, maar krachtig, volwassen en liefst onleesbaar. Ik moest haar vloeiend, zonder enig moment van aarzeling, kunnen zetten. Een goede ‘poot’ wees op karakter, als een Chinees schriftteken, abstract en zeker niet figuratief. Bij mij duurde het jaren voor ik tevreden was. De eerste keer dat ik haar zette onder een officieel document was een glorieus moment. Ik was ik geworden. Ik had een poot.

Het markeren van je bestaan en je eigenheid is zo oud als de wereld. In religieuze zin horen initiatieriten als tatoeëring, lichaamsversieringen, bijzondere kleding, besnijdenis en doop daartoe. In religieuze zin bijzonder is dan dat die individuatie – zoals het chique heet – juist bedoeld was als inlijving in een groep. Je werd apart gezet en ‘gemerkt’ om er daarna bij te mogen horen. Ik werd ik en daarna wij.

Graffitiverslaafden zijn voor dag en dauw en op de meest vreemde plaatsen bezig om met spuitbussen hun tag te zetten. Ze lopen daarbij flinke risico’s. Jaarlijks sneuvelen zulke kunstenaars omdat ze door treinen of trams worden gegrepen. Het zijn kunst, spanning, maar ook geldingsdrang die hen drijven. Want je presteert iets bijzonders als je ‘poot’ op zoveel mogelijk plekken in de stad zichtbaar is. Het opperste genot is als je erin slaagt all city te zijn: je hyperpersoonlijke ik alomtegenwoordig in de stad. Er blijkt een heftige concurrentiestrijd te zijn tussen de graffiteurs. Maar er is ook wederzijds respect. Toen we er in het blad waarvoor ik destijds werkte over schreven, was de wereld te klein: viezeriken, vuilspuiters. In elk geval werden de drive van de kunstenaars en het artistieke gehalte van deze ‘poten’ niet herkend.

Ik zet zelden nog mijn handtekening. Nog wel een vinkje of een stip met een rood potlood. De digitale wereld heeft de eigenheid van mensen anders, en meestal slecht, geregeld. Een kruisje zet ik niet, maar ik sla er zo af en toe wel een. Overmand door melancholie zet ik nog wel eens een paraaf of gez. op een gelezen tijdschrift. De handtekening die onze dochter twaalf jaar geleden onder haar einddiploma van het VWO heeft gezet, was zo ongeveer haar laatste. Ze had wel jarenlang een piercing en heeft drie tattoos. Ze mag er dus wezen. Maar dat wisten we al en daar tekenen we voor.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda