FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 11 February 2015 10:07

Quarterlife crisis

Quarterlife crisis Beeld: Christiaan Krouwels

Als u dit leest lig ik waarschijnlijk nog op bed, brak van mijn vijfentwintigste verjaardagsfeestje. Een glimlach op mijn gezicht om de avonturen van de nacht ervoor, maar van binnen verscheurd door twijfel. Want zoals de vijftiger op zijn verjaardag de midlifecrisis betreedt, heb ik zojuist acuut last gekregen van mijn quarterlife crisis.

Het eerstvolgende weekend ga ik op zaterdagavond in plaats van stappen vroeg naar bed om op zondagochtend naar de kerk te kunnen. En als de antwoorden van de voorganger mij niet bevredigen, vul ik de rest van de zondag met dromen dat ik in de sixties was geboren, die prachtige tijd waarin de mensheid zich collectief met kilo’s psychedelica door de (toen nog niet bestaande) quarterlife crisis worstelde terwijl ze afstevende op blijvende wereldvrede. Of dat ik een Griekse held was die, ondanks zijn kleine kans van slagen, vastberaden op weg ging om zijn doel te bereiken.

Een doel, dat is het! Ik heb een doel nodig. Vijfentwintig jaren fladderde ik door het leven als een vlinder van bloem naar bloem, nu is de tijd gekomen om me te binden, om een bloem te kiezen en die te voeden en water te geven om er de mooiste bloem ooit van te maken. Maar welke bloem kies ik? De bloem van lezen en schrijven, eindeloos vol mooie verhalen? Of die van de zorg? Of toch die van muziek waarin ik mezelf zo lekker kan verliezen? Vrienden? Filosofie? Zintuiglijk genot? Telkens als ik denk dat ik het weet, kijk ik om me heen en zie de velden vol prachtige weidebloemen zover het oog reikt, allemaal even mooi. Waarom zou ik kiezen? Mag ik ze niet gewoon allemaal?

“Om te leven dacht ik, je zou een vlinder moeten zijn, om te vliegen heel ver weg van alle leven, alle pijn,” zong Boudewijn de Groot. In de psychedelische sixties inderdaad. Ik heb die tekst nooit zo goed begrepen, alsof leven en vlinder tegenovergestelden zijn. Voor mij is leven juist zijn als een vlinder, een vlinder die rondfladdert zonder te weten waarnaar hij op weg is, slechts gedreven door het nooit bevredigde verlangen naar de zoete smaak van nectar. Elke dag opnieuw, tot de dag komt dat zijn vleugels hem niet meer houden en hij neerstort in het water, waar Lennaert Nijgh hem dan ziet drijven en er een liedje over schrijft.

Voorlopig fladder ik rustig verder.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda