FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 2

    VOLZIN 2019: NUMMER 2

    Volzin-special: In de ban van Paulus ‘Paulus was een rusteloze religieuze zoeker’Selfmade theoloog
    30 januari 2019 - Lees meer
woensdag, 30 January 2019 13:28

Nashvilleverklaring beneden de maat

Nashvilleverklaring beneden de maat Tekst: Jan van Hooydonk

Nooit was de solidariteit met homoseksuele, lesbische en transgendermedeburgers in Nederland zo groot als afgelopen weken. Ook ik ontving afgelopen weken vele hartelijke vormen van medeleven. Steen des aanstoots was de zogeheten Nashvilleverklaring over ‘bijbelse seksualiteit’. Zo’n 250 voorgangers uit orthodox-protestantse hoek verspreidden begin januari deze uit de Verenigde Staten overgewaaide tekst in Nederland. De verklaring wil de ‘bijbelse leer’ over het huwelijk bevestigen. Homo- en transseksualiteit zijn daarmee in strijd, zo wordt gesteld.
De protestantse voorganger in mijn oecumenische kerk maakte op fijnzinnige maar niet mis te verstane wijze gehakt van de Nashvilleverklaring. Een bevriende predikant verontschuldigde zich tegenover mij voor wat haar orthodoxe collega’s met die verklaring hebben aangericht. “Ben je niet ontzettend boos?”, vroeg een lief gemeentelid me. Ach, wat moet ik daarop zeggen? Ik mag me al meer dan veertig jaar verheugen in de liefde van mijn vriend en partner. Dus raak ik niet meer zo gauw van slag van uitspraken van kerkleiders die menen dat homoseksualiteit niet beantwoordt aan wat zij zien als “Gods mooie plan” voor de mens. Bovendien, als rooms-katholiek ben ik op dit vlak wel wat gewend. Ook mijn kerk blijft, alle pastoraal bedoelde uitspraken ten spijt, de beleving van homoseksualiteit afwijzen.
“Niets is zo vernederend voor homoseksuelen als wanneer hun leefwijze zouden moeten laten goedkeuren door een commissie van bijbelgeleerden”, zei de Engelse dominicaanse theoloog Giles Hibbert, zelf openlijk homoseksueel, ooit. Volgens Hibbert is de christelijke vraag niet hoe we liefhebben (homo- of heteroseksueel) maar dat we liefhebben. “Hoe we liefhebben is afhankelijk van het feit dat we liefhebben, en niet omgekeerd”, aldus Hibbert. Ik vind dit citaat terug in mijn theologische afstudeerscriptie die ik in 1981 voltooide. Bijna veertig jaar later heeft het leven mij des te meer bevestigd in de juistheid van deze uitspraak.

Het spijt me, maar ik ga de aanhangers van de Nashvilleverklaring niet het genoegen doen dat ik boos op hen ben. Maar ik hoop wel dat zij zullen inzien dat hun verklaring intellectueel, moreel en pastoraal ver onder de maat is. Intellectueel onder de maat omdat deze verklaring gebaseerd is op een fundamentalistische lezing van de Bijbel waarbij geen recht wordt gedaan aan de context van de bijbelse geschriften. Moderne concepten als homo- of transseksualiteit waren de bijbelse auteurs onbekend. Dat de Nederlandse verspreiders bij de verklaring verwijzen naar een bijbelvers als Leviticus 20,13 roept de vraag hoe het met hun morele vermogens is gesteld. “Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad. Beiden moeten ter dood gebracht worden.” Hoe kun je zo’n bijbelvers nog citeren? De Nederlandse ondertekenaars voegden aan de oorspronkelijke verklaring een nawoord toe: mensen met homoseksuele en transseksuele gevoelens zijn bij hen welkom, ze hoeven die gevoelens niet verborgen te houden en de dominee zal zulke mensen niet naar de dokter sturen. Waarom dan toch een verklaring verspreiden die mensen zegt niet uit de kast te komen en de mogelijkheid van ‘genezing’ suggereert? Dat is het hoogst bedenkelijke pastorale aspect van deze verklaring.

Nee, ik zit niet te wachten op goedkeuring van mijn leven door ‘een commissie van bijbelgeleerden’. Maar waar ik eerlijk gezegd nog minder op zit te wachten is de goedkeuring van mijn leven door minister Ingrid van Engelshoven en burgemeester Femke Halsema. De heftige verontwaardiging van seculiere zijde riekt me net iets te veel naar morele zelfverheffing van mensen die ‘altijd al aan de goede kant stonden’. De aangifte van de Nashvillers bij de politie en het aangekondigde onderzoek door het Openbaar Ministerie helpen de zaak nul komma nul verder. Ik meen dat ‘wij christenen’ onze verschillen van inzicht best in onderling gesprek kunnen oplossen. De belangrijkste bijdrage die seculiere medeburgers – en seculiere politici op de eerste plaats – daaraan kunnen leveren, is een stoere verdediging van de grondwettelijke vrijheid van godsdienst, ook van minderheden die niet zo ‘moreel verlicht’ zijn als zijzelf menen te zijn.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda