FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 03 October 2018 10:00

Onopgeefbaar verbonden met wie?

Tekst: Jan van Hooydonk Tekst: Jan van Hooydonk Beeld: Christiaan Krouwels

De term ‘joods-christelijke traditie’ klinkt de meeste gelovigen tegenwoordig vertrouwd in de oren. In feite gaat het echter om een vrij recente ‘uitvinding’, product van theologische herbronning na de Tweede Wereldoorlog. Het intellectuele inzicht dat het christendom uit het jodendom is voortgekomen – Jezus was een jood, geen christen – was natuurlijk ook een politieke en morele reactie op de eeuwenlang ‘catechese der verguizing’ waarin christenen joden hebben neergezet als ‘Godsmoordenaars’. Dit kerkelijke antijudaïsme vormde een voedingsbodem voor het antisemitisme dat onder de nazi’s leidde tot een zesmiljoenvoudige moord op joden.

De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) legde bij haar ontstaan in 2004 in haar kerkorde vast dat zij ‘onopgeefbaar verbonden met het volk Israël’. De PKN zou er goed aan doen die bepaling te schrappen, zo meent predikant Jan Offringa, auteur van het manifest ‘De kerk kan prima zonder Israëltheologie’ (gepubliceerd op de site liberaalchristendom.nl). De term ‘volk Israël’ is in de ogen van Offringa en zijn medestanders verwarrend. Al was het maar omdat sommigen dit volk gelijk stellen aan de huidige staat Israël.  Voor een speciale ‘Israëltheologie’ is in hun opinie geen plaats. Het christendom is niet een soort jodendom-plus, het heeft een eigen ontwikkeling doorgemaakt – evenals trouwens ook het jodendom. Een “aparte plek voor Israël is theologisch gezien niet alleen onnodig, maar ook dubieus. Het suggereert een onderlinge afhankelijkheid die er niet (meer) is.”

Het manifest heeft binnen de PKN felle reacties opgeroepen. Die reacties hebben ongetwijfeld te maken met het feit dat de discussie over ‘Israël’ sinds de Holocaust historisch zwaar beladen is. Critici krijgen daardoor gemakkelijk het verwijt van antisemitisme. De afwijzende reactie van de PKN-leiding is daarnaast ongetwijfeld ook ingegeven door hun verlangen en belang om de rust binnen hun pluriforme – beter gezegd: binnen hun hevig verdeelde – kerk te bewaren. Het manifest “vliegt uit de bocht”, zo meent PKN-scriba (secretaris) ds. René de Reuver. Joden en christenen zijn volgens hem ‘broers’. “We zijn beiden onze eigen weg gegaan, maar de God van Israël is onze God en daarmee is onze relatie met het jodendom uniek.” De Reuver heeft hier een punt, maar dat neemt niet weg dat hij er verstandig aan zou doen het debat met de liberale theologen wél aan te gaan. Dat debat zou moeten gaan over overeenkomsten en verschillen – mag ik de stelling wagen dat de overeenkomsten tussen christendom en jodendom toch wat groter zijn dan Offringa suggereert? Dat debat zou vooral óók moeten gaan over de vraag hoe religies in onderlinge verbondenheid een bijdrage kunnen leveren aan een bewoonbare aarde voor alle mensen, gelovigen en ongelovigen. In de inzet voor een rechtvaardige samenleving is de kerk niet alleen onopgeefbaar verbonden met joden maar ook met moslims. Joden, christenen en moslims zijn immers in religieus opzicht allen ‘kinderen van Abraham’.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda