FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 28 March 2018 07:27

Pasen op 1 april, dat is lachen

Tekst: Jan van Hooydonk Tekst: Jan van Hooydonk

Er was een tijd – nog niet eens zolang geleden – dat ‘nepnieuws’ vooral aanleiding was tot vrolijkheid. Dat was de tijd waarin het verspreiden van berichten met een dubieus waarheidsgehalte nog hoofdzakelijk beperkt bleef tot één dag in het jaar. Op die dag, 1 april, bracht de krant meestal een bericht dat bedoeld was om de lezers bij de neus te nemen. Menigeen bleek er in te trappen. ‘1 April ha ha!’ riepen we dan achteraf. Hilariteit alom!
De gewoonte om op 1 april mensen op het verkeerde been te zetten, heeft oude papieren en is internationaal wijd verbreid. Ook in het Verenigd Koninkrijk, de Scandinavische landen, Polen, Roemenië, ja zelf in India houden mensen elkaar op 1 april voor de gek. De oudste vermelding van 1 April Fools Day is te vinden in de Canterbury Tales uit 1392. Nederland kent een geheel eigen ontstaansmythe die verwijst naar het feit dat de watergeuzen op 1 april 1572 Brielle (= Den Briel) veroverden op de Spaanse troepen: ‘Op 1 april verloor Alva zijn bril.’ Ook al was dat een overwinning van ‘de protestanten’ op ‘de katholieken’, het heeft de laatsten nooit belet om op 1 april hartelijk mee te lachen.

Het gebeurt niet vaak – een keer of vier in een lang mensenleven – dat Pasen op 1 april valt. Dit jaar is dat het geval. Pasen op 1 april: het zou voor gelovigen een reden kunnen zijn om dubbel te lachen. Niet alleen om nepboodschappen in de media, maar ook en vooral natuurlijk om de ‘blijde boodschap’ die christenen met Pasen vieren: de overwinning van het licht op de duisternis, van het leven op de dood. ‘Vrolijk Pasen!’ zal menig voorganger de kerkgangers weer toeroepen, maar echt vrolijk zal het er toch weer wel niet aan toe gaan. Katholieke parochies beneden de rivieren willen nog wel eens een uitbundige carnavalsmis organiseren, maar met Pasen blijft ook bij hen de viering ingetogen.
Dat was ooit wel anders. In de Middeleeuwen maakte de zogeheten paaslach (risus paschalis) vooral in Duitstalige gebieden een vast onderdeel uit van de paasliturgie. Kerkgangers schuddebuikten van het lachen om wat priesters vanaf de preekstoel of op de trappen van het altaar aan grappen en grollen ten beste gaven. Ze vertelden moppen en voerden komische toneelstukjes op. Er was immers alle reden tot vrolijkheid. Had met Pasen God de duivel niet voor de gek gehouden door Christus uit de doden op te wekken? Kerkvaders als Augustinus, Gregorius van Nyssa en Johannes Chrysostomus hadden het al gezegd. De duivel trachtte de deuren van de hel gesloten te houden, maar de afdalende Christus bleek niet tegen te houden. Zegevierend trad hij de hel binnen en de duivel had het nakijken. Als dat geen reden tot algehele vrolijkheid was!

Maar, zoals eigenlijk ook wel te verwachten was, liep de gewijde grappenmakerij uit de hand. Er werden vanaf de preekstoel “dingen gezegd en gedaan die echtgenoten in hun slaapkamer zonder bijzijn van getuigen plegen te doen”, zo klaagde bijvoorbeeld de protestantse hervormer Johannes Ökalampad (1482-1531). Ook zijn tijdgenoot Maarten Luther hekelde het “kolderieke, hilarische gezwets” op de kansel. Het zou nog even duren eer de katholieken om waren, maar uiteindelijk werd de paaslach ook door hen in de ban gedaan. Paus Clemens X (paus van 1670-1676) verbood dit gebruik. Ondergronds bleef het in Beieren tot begin twintigste eeuw niettemin nog bestaan. Niet zo vreemd dus dat het juist een theoloog uit Beieren was die in 1984 schreef: “Tot de liturgie van de Barok behoorde ooit de risus paschalis, de paaslach. (…) Dat mag enigszins een oppervlakkige en banale vorm van christelijke vreugde zijn. Maar is het eigenlijk ook niet een mooie en gepaste zaak dat lachen een liturgisch symbool geworden was?” Aldus Joseph Ratzinger, thans paus emeritus Benedictus XVI.

“Wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen”, schrijft de apostel Paulus (1 Korintiërs 1, 27). Pasen is voor hem het feest van de omkering van alle bestaande verhoudingen. De risus paschalis zie ik niet terugkeren, maar een bevrijdende lach is zeker op zijn plaats. Vrolijk Pasen!

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda