FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 02 November 2017 09:00

Weinig hoopvolle start van Rutte-III

‘In Nederland gaan individuele vrijheden en een hecht collectief hand in hand. Hier kan iedereen de ambitie najagen om over de hoogste lat te springen, in de zekerheid dat er een vangnet is als dat nodig is. De zorgen die er ook zijn, delen we. Als het erop aankomt, lossen we in Nederland problemen samen op. Daarmee hebben we alles in huis om de grote vraagstukken van deze tijd aan te kunnen. We hebben vertrouwen in de toekomst”, aldus de eerste regels van het regeerakkoord van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.
‘Vertrouwen in de toekomst’ , het motto van het kabinet-Rutte III, lijkt gezien ook de duur van de formatie – de langste in onze parlementaire geschiedenis – nog niet zo eenvoudig te realiseren. ‘Vertrouwen komt te voet en gaat te paard’, zegt het spreekwoord. Het eerste deel van dit spreekwoord vat de formatie treffend samen: het akkoord van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie heeft veel weg van een gearrangeerd huwelijk, een verstandshuwelijk, waarin de liefde nog moet groeien – of wellicht nooit echt tot stand zal komen. De oppositie zorgde na de presentatie van het regeerakkoord meteen voor de gebruikelijke ketelmuziek– ja zelfs werd door nota bene tot voor kort regeringspartner PvdA de taal van de klassenstrijd aangeheven (‘een akkoord voor de multinationals’). En eenmanspartij PVV noemde de nieuwe premier ‘een politieke oplichter’. Toe maar! Maar ook elders vanuit de samenleving – de vakbeweging, milieubeweging, mensen die zich bekommeren om vluchtelingen – klonken bezorgde en afkeurende geluiden. Inderdaad, ‘vertrouwen gaat te paard’: vertrouwen is zo weer verspeeld. Dat klemt te meer nu de regeringspartijen in Tweede en Eerste Kamer over de kleinst mogelijke meerderheid beschikken. Nog een geluk dat premier Rutte is toegerust met een feilloos machtsinstinct en tegelijkertijd een broertje dood heeft aan visie en ideologie (het woord ‘visie’ herinnert hem naar eigen zeggen vooral aan de oogarts). Daarmee is Rutte ideaal geëquipeerd om zijn rol als grote verbinder en communicator te blijven spelen. Het zal mede van zijn reeds eerder gebleken stuurmanskunst afhangen of dit kabinet de rit uitzit.

Valt er wel wat goeds te zeggen over de voornemens van het nieuwe kabinet? Natuurlijk wel. De plannen op klimaatgebied mogen nog onvoldoende zijn, toch is ook waar dat dit kabinet ‘groener’ is dan ooit. Het Kinderpardon wordt helaas niet verruimd en Nederland blijft inzetten op meer ‘Turkijedeals’ maar ook wordt de integratie van asielzoekers versneld ter hand genomen: “Wie mag blijven, moet snel meedoen.” Het zal nog te weinig zijn, maar er wordt wel extra geld uitgetrokken voor ontwikkelingssamenwerking (1,75 miljard), achterstallig onderhoud bij defensie (1,5 miljard) en onderwijs. Aan het onzalige fenomeen van het raadgevend referendum, eens een paradepaardje van D66, komt een einde. Hulp bij zelfdoding in geval van ‘voltooid leven’, eveneens een D66-prioriteit, wordt in de ijskast gezet. Maar zal het allemaal voldoende zijn?

De retoriek van de oppositie bij de presentatie van het regeerakkoord was, zoals gezegd, nogal voorspelbaar. Die retoriek is per definitie tamelijk krachteloos, want de oppositie heeft het nu eenmaal niet voor het zeggen. Dubieuzer is de retoriek van regeringspartijen VVD en CDA, want zij beschikken over de macht om hun retoriek in daden om te zetten. Het regeerakkoord zou volgens hen vooral een feest zijn voor ‘de gewone, normale Nederlander’. Voor de VVD-achterban zijn dat geijkte termen, voor de CDA-achterban minder, zo bleek intussen. CDA-prominenten als oud-minister Ernst Hirsch Ballin verwijten partijleider Buma een knieval te maken voor de ‘boze burger’ – lees: de PVV-achterban – ten koste van migranten en vluchtelingen. Rabbijn Lody van de Kamp meent dat het beroep van Buma op de ‘joods-christelijke traditie’ vooral is ingegeven door afkeer van moslims en heeft daarom zijn CDA-lidmaatschap opgezegd.
“We zijn vóór verschillen, maar tegen tegenstellingen”, heet het in het regeerakkoord. Als men dat werkelijk meent, lijkt het CDA onder Buma niet op de goede weg te zijn. Het nieuwe kabinet is door zijn samenstelling ‘christelijker’ (lees: ‘protestantser’) dan zijn voorgangers. Helaas kunnen christenen die juist op grond van hun geloof voorstander zijn van een meer inclusieve samenleving, daaraan weinig hoop ontlenen.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda