FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 02 February 2017 09:58

In Trumpstan is het 'wij' tegenover 'zij'

Tekst: Jan van Hooydonk Tekst: Jan van Hooydonk

"We hoeven geen angst te hebben. We zijn beschermd en we zullen altijd beschermd worden. De prachtige mannen en vrouwen van ons leger en onze politie zullen ons beschermen. En het allerbelangrijkste: God zal ons beschermen.” De Amerikaanse cultuur is een geheel andere dan de onze. Dat bleek maar weer eens bij de inauguratie van de nieuwe Amerikaanse president. ‘One nation under God’, zo zien de Verenigde Staten zichzelf. “De Verenigde Staten zijn Uw geschenk”, zo heette het in een van de gebeden die werden uitgesproken alvorens Donald J. Trump op 20 januari de eed aflegde. De president beleed vervolgens in zijn inaugurele rede zijn vertrouwen in God als opperste beschermer van de natie – na leger en politie, de volgorde geeft zwaar te denken... De nationale eredienst werd afgesloten met nog eens drie geestelijken die elk een zegenbede uitspraken en met het zingen van het volkslied. “Dit zij ons motto: Op God stellen we ons vertrouwen”, heet het in de nationale hymne.
“Wij vieren vandaag geen overwinning maar de democratie”, zo opende de voorzitter van het Presidential Inauguration Committee de ceremonie op Capitol Hill. Gebruikelijk is dat een nieuwe president zich in zijn eerste rede tot de natie nederig opstelt en de hand reikt naar de tegenstander. Aangezien Trump tot president is gekozen door een minderheid van de kiezers, was daar deze keer extra reden voor. Zijn aanhangers in de VS en daarbuiten hebben het vast en zeker prachtig gevonden, maar anderen moesten tandenknarsend vaststellen dat Trump allerminst verbindende en verzoenende woorden sprak. Zijn inaugurele rede was niet de speech die een president bij zijn ambtsaanvaarding hoort te houden, maar een verkiezingstoespraak. De president sprak niet als staatshoofd maar als campagnevoerder. Hij ging voluit op het populistische orgel. “Vandaag geven we de macht terug aan u, het volk. (…) De elite heet zichzelf beschermd, maar niet de burgers van ons land.” Vanaf nu draait alles om ‘America first’, aldus Trump. “We zullen Amerika weer sterk maken, welvarend, trots en veilig. En ja, samen zullen we Amerika weer groot maken.”

Een kwart eeuw na het einde van de Koude Oorlog is de wereld het toneel van nieuwe politieke ideologieën, het populisme enerzijds en gewelddadig islamitisch radicalisme anderzijds. (Trump kondigde aan het laatste geheel van de aarde te zullen wegvagen). Wat beide gemeen hebben, is een geloof in de superioriteit van eigen land, cultuur of religie. Islamisten verwerpen de democratie, populisten gebruiken en manipuleren haar om aan de macht te komen of te blijven. Trumpestan en Islamitische Staat leven van de tegenstelling tussen ‘wij’ en ‘zij’. Populisten leven van de tegenstelling tussen ‘ons land’ en andere landen, tussen ‘elite’ en ‘gewone mensen’. Het eigene is altijd goed, het andere altijd fout en angstaanjagend. De problemen die populisten aan de orde stellen, zijn in veel gevallen reëel – democraten zouden zich die problemen eens moeten aantrekken – maar hun oplossingen deugen niet. 
Over zes weken gaat Nederland naar de stembus. Ook hier roeren populisten zich. Ook al maken ze geen kans om de meerderheid in de Tweede Kamer te veroveren, hun invloed doet zich wel gelden. De stelling valt te verdedigen dat alle partijen, ook die van links, sinds het einde van de Koude Oorlog naar rechts zijn opgeschoven. Zullen zij nu op dezelfde wijze opschuiven in populistische richting? Die vraag kan opkomen na lezing van de special in deze aflevering van Volzin over de nationale identiteit. De zoektocht naar ‘onze’ identiteit is een glibberig en niet ongevaarlijk pad, zo moeten we concluderen. De grote vraag is of er ook een ‘identiteit’ denkbaar is die vreemdelingen en het vreemde niet uitsluit maar juist insluit.

De eerste christenen zagen zichzelf als ‘vreemdelingen en bijwoners’ op deze aarde. “Zij bewonen landen en steden als bijwoners. Bij alles tonen zij zich als burgers betrokken en verdragen alles als vreemdelingen. (…) Zij leven op aarde maar in de hemel ligt hun vaderland”, heet het in een christelijk document uit de tweede eeuw, de Brief aan Diognetus. De eerste christenen verachtten de natie niet, maar verafgoodden haar evenmin. Liever zagen uit “naar een ander vaderland dan dit”. Hoe mooi was het geweest als op Capitol Hill deze tekst had geklonken.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda