FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 29 September 2016 14:25

Stoere taal politici bedenkelijk

Tekst: Jan van Hooydonk Tekst: Jan van Hooydonk

De Turkse president Erdogan heeft zonder enig bewijs de prediker Gülen aangewezen als het brein achter de poging tot staatsgreep die half juli in zijn land plaatsvond. De staatsgreep werd door de Turkse bevolking verijdeld en daarmee werd de democratie in Turkije gered. Om te voorkomen dat er in de toekomst nog eens een coup tegen de democratie kan plaatsvinden, heeft Erdogan een rigoureuze stap gezet. Hij heeft de democratie en de rechtsstaat afgeschaft. Vermeende aanhangers van Gülen worden nu in Turkije meedogenloos vervolgd.

Aanhangers van Erdogan (‘onze president’) bedreigen sinds de mislukte coup ook in Nederland de volgelingen van Gülen. ‘We dulden niet dat Turkse binnenlandse problemen naar Nederland worden geëxporteerd’, zo is de reactie van politici en bestuurders. ‘Pleur op’, zei premier Rutte in het programma Zomergasten tegen Neder-Turken die menen de vrijheid van anderen te mogen belemmeren. Later sprak hij over Turkse straatterroristen in Zaandam als ‘tuig van de richel’. Inderdaad, alle inwoners van Nederlanders moeten de grondrechten van anderen respecteren en zich aan de wet houden. Doet iemand dat niet, dan is krachtig optreden van politie en justitie vereist. Maar de stoere taal van politici en bestuurders heeft ook bedenkelijke en gevaarlijke kanten. Zo’n twintig procent van de mensen van Turkse komaf in Nederland heeft blijkens onderzoek weinig tot geen contact met andere Nederlanders; ze leven in een cultureel en sociaal getto. Ze zijn geen ‘Turkse Nederlanders’ maar ‘Turken in Nederland’. Het is naïef om de schuld voor deze situatie eenzijdig bij de Turkse bevolkingsgroep te leggen. Zij is ook het resultaat van achterstelling, discriminatie en onbegrip – onbegrip niet in de laatste plaats van de seculiere en liberale meerderheid voor het belang dat deze landgenoten hechten aan hun religie, de islam.

In het zicht van de komende verkiezingen en met de hete adem van islamofoob en xenofoob Wilders in hun nek spreken politici veel over de noodzaak om ‘onze normen en waarden’ te verdedigen. Tegenover het extremistische nationalisme van de PVV plaatsen zij – de ene partij wat sterker dan de andere – een gematigd nationalisme dat volgens hen karakteristiek is voor de ‘gewone’ en/of ‘hardwerkende Nederlander’. De komende verkiezingen komen daarmee in het teken te staan van de identiteit van Nederland. Maar, zoals koningin Máxima al zei: die identiteit bestaat niet. Of beter gezegd: mensen en bevolkingsgroepen kunnen, binnen de grenzen die de wet stelt, hun identiteit op zeer uiteenlopende wijze beleven. Wie meent dat identiteit van Nederland dezelfde is als die van de seculiere en liberale meerderheid, vervreemdt grote groepen van zich die er anders over denken en zich binnen de grenzen van de wet naar hun normen en waarden gedragen. Een democratische overheid moet ervoor hoeden om een staatsmoraal op te leggen. De wet handhaven? Zeker! Maar verder graag wat minder stoere taal en wat meer zelfreflectie. Democratie vraagt om dialoog en bruggen bouwen. Dat geldt voor het Turkije van Erdogan, maar evenzeer voor het Nederland van Rutte.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda