FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2019: NUMMER 1

    VOLZIN 2019: NUMMER 1

      Volzin organiseerde in samenwerking met Tilburg University een schrijfwedstrijd. Thema was: ‘Kunst
    02 januari 2019 - Lees meer
donderdag, 26 May 2016 15:20

Ebru Umar is bepaald geen rolmodel

De vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Terecht dus dat zij verankerd is in onze grondwet. Vrijheid van meningsuiting is niet alleen van belang voor individuele burgers, zij vormt ook het fundament voor de democratie. Die kan immers alleen maar floreren wanneer zoveel mogelijk meningen in het maatschappelijke en politieke debat worden ingebracht. Deze vrijheid moet evenwel niet verward worden met aantasting van de goede naam van mensen,  belediging of een oproep tot geweld.

Neem het volgende citaat: “Het is waar: er zijn mensen die al jaren over de islam nadenken. Nooit heb ik ze begrepen, die hele fucking islam interesseert me geen ene reet. Mensen die oud papier nodig hebben om richting aan hun leven te geven, ze sporen niet. Mensen die in dat oude papier reden vinden om crimineel gedrag te uiten én rechtvaardigen, ze zijn rijp voor het gesticht. Maar mensen die toestaan dat die fucking islamieten de Nederlandse boel overnemen, die verdienen een standrechtelijke executie.” Een bijdrage aan het democratische debat? Vrijheid van meningsuiting? Niets van dat alles natuurlijk. Wél haatproza van de bovenste plank – haat jegens gelovigen die in ‘oud papier’ (Koran, Bijbel, enzovoort) levensoriëntatie vinden. Bovendien een oproep tot geweld – ‘standrechtelijke executie’ van andersdenkenden. Dat zulk proza tegenwoordig niet zeldzaam is, vervult me als burger van dit land met schaamte en walging. Openbaar Ministerie, doe toch je werk, zou ik zeggen.

Bovenstaand citaat is onderdeel van een column van Ebru Umar op de website Geen Stijl (15-10-2015). Dezelfde auteur dus die eind april tijdens haar vakantie in Turkije werd aangeklaagd wegens een beledigende tweet over het staatshoofd en vervolgens zeventien dagen lang het land niet mocht verlaten. President Erdogan is bepaald geen democraat, hij schendt op grove wijze de mensenrechten en voert een politiek van onderdrukking tegen de Koerden in zijn land. De Europese Unie heeft hem echter nodig om ‘het vluchtelingenprobleem op te lossen’. Erdogan maakt listig gebruik van het feit dat hij Europa in de tang heeft. Kritiek op zijn beleid – en op het mensonterende vluchtelingenakkoord – kan wat mij betreft niet hard genoeg zijn. Maar maakt dat Umar tot een martelaar voor de vrijheid van meningsuiting? Levert zij een bijdrage aan de strijd van de Turkse democratische oppositie tegen Erdogan? Helaas, dat doet zij op geen enkele wijze. Wat zij wél doet is in Nederland de polarisatie tussen ‘Neder-Turken’ en anderen aanwakkeren. Zo worden fatsoenlijke Nederlandse politici als Tunuhan Kuzu en Selcuk Özturk nu door collega’s in de Tweede Kamer en in de pers neergezet als ‘verlengstuk van Erdogan’.

Ook voor narcistische zelfexpressie is in onze samenleving een plaats, maar laten we die niet verwarren met het grondwettelijke recht op vrije meningsuiting. Anders dan de ‘Neder-Marokkaanse’ spreker tijdens de Dodenherdenking op de Dam en de veelkleurige jonge Amsterdammers – deels ‘Neder-Turks’ – die bij die gelegenheid bloemen bij het Nationaal Monument neerlegden, zijn mensen als Umar voor mij geen democratisch rolmodel.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda