FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 24 September 2015 08:53

'Elke theoloog voor zich en God voor allen'

Redactioneel Jan van Hooydonk Redactioneel Jan van Hooydonk

Klaar om te wenden... luidt de titel van het recent verschenen rapport van de Verkenningscommissie Theologie en Religiestudies van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Onder de zes leden van de commissie zijn bekende namen als Birgit Meyer – een interview met haar leest u in deze aflevering van Volzin –  Ruard Ganzevoort en Peter Nissen.

Het rapport biedt een beeld van de huidige stand van zaken wat betreft de academische beoefening van de theologie en religiewetenschap en doet aanbevelingen voor de toekomst. Vanzelfsprekend zijn de auteurs hooggestemd over het belang van hun vakgebied – meermaals verwijzen zij naar de steeds grotere rol die religie in de wereldsamenleving speelt en natuurlijk ook naar het gewijzigde religieuze en spirituele landschap in Nederland. Het 'narratief' over dalende studententallen deugt niet, zegt de commissie. Er is sprake van een stabiele of zelfs lichtstijgende belangstelling van studenten. In 2013 werden 2054 studenten geteld, waarbij de Universiteit voor Humanistiek met 447 studenten koploper is. Maar: die 2054 studenten studeren aan maar liefst 11 academische instellingen. En ook het wetenschappelijk onderzoek waaiert in allerlei richtingen uiteen. 'De theoloog voor zich en God voor hen allen', is het beeld. De commissie is er uiterst kritisch over. Zij stelt als remedie de oprichting voor van 'een platform' dat naar goed academisch gebruik een Engelse naam krijgt: de Netherlands Academy of Religion.

In een wereld die vaak vijandig of onbenullig tegenover religie staat, is het voor de hand liggend dat theologen en religiewetenschappers van zeer uiteenlopende snit zich als eenheid presenteren. In zoverre is Klaar om te wenden... niet alleen een keurig, maar ook een politiek rapport. Theologen beoefenen vanouds hun vak vanuit 'een binnenperspectief'. Zij opereren vanuit een existentiële en normatieve verbondenheid met hun religieuze traditie, kennen een dubbele loyaliteit: aan de academie, hoedster van wetenschappelijke standaarden, en aan de geloofsgemeenschap, hoedster van de geloofsschat. Religiewetenschappers opereren vanuit 'een buitenperspectief',  poneren hun wetenschapsbeoefening als neutraal en objectief. De Verkenningscommissie die merkwaardigerwijs geen enkele systematisch ('dogmatisch') theoloog onder haar leden telde, besteedt – op politieke gronden, naar ik aanneem – weinig woorden aan dit verschil. Haar lid Birgit Meyer liet zich intussen in een interview op nieuwwij.nl niettemin duidelijk uit. "Voorwaarde voor productieve samenwerking is wat mij betreft wel de bereidheid om het eigen geloof tussen haakjes te zetten – gewoon een wetenschappelijke houding dus." En:  "denken over God is prima, maar met God – dan haak ik af. Dat kan beter in een andere setting."

Zou het kunnen zijn dat juist deze vermeende neutraliteit en objectiviteit zelf ook een vorm van religie zijn – niet minder dan het vermaledijde geloof die voor de klassieke 'godgeleerden' het uitgangspunt vormt? Welke belangen worden door deze neutrale religie gediend? En wat als het woord 'god' niet alleen staat voor een strikt subjectieve ervaring maar voor een ervaring die door de werkelijkheid zelf wordt opgeroepen? Volop discussiestof dus voor de Netherlands Academy of Religion.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda