FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 21 October 2014 16:14

Geestverwanten aan God voorbij

Column Jan van Hooydonk Column Jan van Hooydonk

Wie van zijn geloof wil vallen, moet theologie gaan studeren. Bijna was mij dat ook overkomen. Halverwege de jaren zeventig studeerde ik aan de Agogisch-Theologische Opleiding (ATO). Het ging er op die ‘superlinkse’ opleiding rauw aan toe. “Zoals er mensen zijn die zingen, niet omdat zij dit willen, maar omdat er een stem in hen oprijst, zo zijn er ook mensen die geloven, niet uit angst en niet uit hoop op beloning, maar omdat zij krachtens hun wezen niet anders kunnen”, schreef de joodse wijze Abel Herzberg. Gezegend met een laten we zeggen onberedeneerde en spontane religiositeit die naar ik vermoed veel te maken heeft met mijn Brabantse kinderjaren, leken deze woorden wel voor mij geschreven. Nou, dat lag bij de meeste ATO’ers heel anders. Zij traden de religie juist met grote argwaan tegemoet, niet als een spontane menselijke aandrift, maar als een vorm van projectie, zelfbedrog en kleinburgerlijkheid. Spiritualiteit was voor hen een vies woord. Religiekritiek was wat de klok sloeg. Op een droevige dag stelde ik met tranen in mijn ogen vast dat ik niet langer in God kon geloven. Totdat ik mij het beeld voor ogen haalde van de oude, stokdove pater in het dominicanenklooster waar ik intussen als student was gaan wonen. En van zo veel andere, vaak eenvoudige mensen uit mijn omgeving, levenden en doden. Hun geloof en goedheid waren voor mij uiteindelijk overtuigender dan alle marxistische en freudiaanse godsdienstkritiek bij elkaar. Zij hadden God niet verlaten en God had hen niet verlaten. Zou ik dan God wel verlaten of zou Hij mij verlaten? Niet dus!

Elk mens heeft zo zijn of haar eigen ervaring met God of heeft die ervaring juist niet. Dit laatste kan natuurlijk ook. De special in deze aflevering van Volzin draagt de titel Geloven aan God voorbij. De special sluit aan op twee opmerkelijke ontwikkelingen in het huidige religieuze landschap. Enerzijds is er het gegeven dat binnen kerk en theologie ‘God’ door sommigen verregaand wordt gerelativeerd. God is ‘een werk van verbeelding’, zegt de theoloog Harry Kuitert. God ‘bestaat’ niet maar is de naam van een tussenmenselijk gebeuren, meent ‘atheïstisch dominee’ Klaas Hendrikse. Geloof is een vorm van spel, zegt antropoloog André Droogers. Anderzijds stellen juist seculiere denkers vast dat binnen de religie op geheel eigen wijze essentiële zaken aan de orde worden gesteld die elders niet zo aan de orde komen – aldus de Duitse filosoof Jürgen Habermas. In eigen land pleit filosoof Ger Groot al jaren voor een soort ‘cultuurkatholicisme’ zonder God. De humanistische denker Harry Kunneman ontwikkelde het idee van ‘horizontale transcendentie’. Godsdienstwetenschapper Koert van der Velde wil graag ‘flirten met God’ . En natuurlijk is er ook de invloedrijke Britse levenskunstfilosoof Alain de Botton die zelfs een ‘kerk voor atheïsten’ heeft opgericht, een initiatief dat intussen ook in Nederland navolging heeft gevonden. Of denk aan de talloze ‘alternatieve Allerzielenvieringen’ die komende week worden gehouden, waarin niet het eeuwige leven centraal staat, maar het leven van de nabestaanden.

Twee groepen dus: christelijke denkers die God relativeren en seculiere denkers die het belang van religie, spiritualiteit rituelen inzien. Van oorsprong christelijke denkers die niet zelden ook met de kerk afrekenen en van oorsprong seculiere mensen die juist op zoek zijn naar nieuwe vormen van gemeenschap om het leven te vieren. Als gelovige heb ik er geen moeite mee deze tweede groep als geestverwanten te beschouwen. Geestverwanten in een gemeenschappelijke zoektocht naar zinvol leven. Ik neem hun zoektocht volkomen serieus en meen dat ik daarvan kan leren. Dat is me trouwens als katholiek ook opgedragen. Het Tweede Vaticaans Concilie verklaarde in 1965 immers dat mijn kerk niets afwijst “van wat er aan waars en heiligs is” in andere godsdiensten. “Met oprechte eerbied beschouwt zij (de kerk) die vormen van handelen en leven, die normen en leerstelsels, die wel in vele opzichten afwijken van hetgeen zijzelf gelooft en voorhoudt, maar toch niet zelden een straal weerkaatsen van de Waarheid, die alle mensen verlicht.” Gezwollen en voorzichtige taal, maar voor mij toch tot op de dag van vandaag richtinggevend, zeker ook als redacteur van dit maandblad voor religie en samenleving.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

 

 

Agenda