FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 13 September 2018 10:00

'Zelfdiscipline is een vorm van vrijheid'

Tekst: Tom Engelshoven Tekst: Tom Engelshoven Beeld: Hollandse Hoogte

Aafke Romeijn is creatieve duizendpoot die niet bang is om het achterste van haar tong te laten zien. “Als ik ooit bij een kerk zou gaan, is dat niet vanwege een rotsvast geloof in een God, maar puur omdat ik heel erg geloof in een alternatieve vorm van gemeenschapszin.”

Jaarlijks kijkt Aafke Romeijn op tv gefascineerd ‘van voor naar achter’ naar de EO-jongerendag. “Vanwege de beleving van het collectieve die heerst in een deel van de samenleving, die ik persoonlijk niet ken. Ook vanwege de muziek. Die aapt eigenlijk alles na wat succes heeft in de seculiere muziekwereld en gooit dat schaamteloos door een blender heen, waardoor er een soort eenheidsworst uit komt rollen. Die wordt vervolgens dik met religieuze beleving besmeerd. Tekstueel hangt er een aura omheen van: wij zijn beter dan de rest, want wij geloven in God. In die groepen heerst een vals idee van nederigheid. Enerzijds zeggen ze: wij zijn maar mensen, maar anderzijds is het wel de bedoeling dat de artiest naleeft wat hij of zij zingt. Zeker de Amerikaanse sterren, als ze ‘ontmaskerd’ worden omdat ze naar de hoeren zijn gegaan of coke gebruiken, dan vallen ze van hun voetstuk. Een gek soort hypocrisie. Want je zingt dat je als mens niet perfect bent, dat je feilbaar bent en daarom in God gelooft en hem vergiffenis vraagt, maar tegelijkertijd mag je eigenlijk niet falen. Als christen mag je falen tot het moment dat je een voorbeeldfunctie hebt. Dan gelden er opeens andere regels. Maar wat voor voorbeeld krijg je, als dat voorbeeld al niet meer menselijk kan zijn? Ik ben juist benieuwd welke zonden Andries Knevel begaat in het weekend. Als kind vond ik EO-kinderprogramma’s altijd een beetje eng. Omdat ze zo ver weg stonden van hoe ik werd opgevoed. Als volwassene heb ik veel meer deemoed gekregen voor mensen die echt gelovig zijn en hun geloof oprecht proberen te praktiseren. Ze hebben een saamhorigheid en rotsvast vertrouwen iets. Meestal hebben ze dit als kind al meegekregen, op volwassen leeftijd kun je dat bijna niet meer inhalen. Als ik ooit bij een kerk zou gaan, is dat niet vanwege een rotsvast geloof in een God, maar puur omdat ik heel erg geloof in een alternatieve vorm van gemeenschapszin.”

Voorziet het christendom daarin?
“Lastig te zeggen. Ik heb vanuit twee tradities totaal verschillende religieuze beleving meegemaakt. Ik kom uit een heel katholiek dorp en ben zelf niet katholiek opgevoed, maar mijn moeder is wel katholiek. Mijn vader komt uit een doopsgezinde familie. De doopsgezinden gaan aan hun eigen succes ten onder. Je mag bij hen pas gedoopt worden als je achttien bent, dan doe je een belijdenis. Hierbij schrijf je eigenlijk een brief aan God waarom jij denkt dat Hij bestaat en dat je je bij de kerk wil aansluiten. Samen met de baptisten en de lutheranen geloven ze in een intellectuele benadering van de Bijbel. Je moet overal over kunnen discussiëren. Ze vechten elkaar dus van oudsher de tent uit en er blijven er steeds minder over. Mijn vaders familie is ook heel links. Mijn opa en oma geloofden eveneens heilig in het communisme, totdat Stalin niet zo aardig bleek te zijn. Ze hebben altijd geloofd in een zorgende kerk die bijdraagt aan een betere gemeenschap.
Mijn ouders zijn allebei muzikant en speelden ook veel bij diensten en missen. Zo kwam ik veel in de kerk. Mijn zusje verveelde zich daar altijd heel erg, maar ik werd er vooral rustig van. Alsof ik een uur gemediteerd had. Voor mij had het in de kerk zijn geen nut, geen bedoeling, maar het gaf wel het gevoel er gewoon te kunnen zijn. Dat kende ik verder nergens van. Je was altijd met iets bezig of ergens naar op weg, behalve in de kerk. Dat vond ik heel bijzonder. Ik heb niet mijn eerste communie gedaan, ben niet gedoopt. Nou, door toedoen van mijn oma heb ik van de pastoor een nooddoop gekregen. Zij kon niet verkroppen dat ik niet gedoopt was. Achter de rug om van mijn ouders regelde oma dat. Zij waren daar heel boos over, maar ik vind het alleen maar schattig. Als ik bij mijn oma logeerde, leerde ze me altijd stiekem hoe ik weesgegroetjes moest bidden en de rozenkrans, omdat ze hoopte...”

Geloofde je als kind wel in God?
“Nee, ik heb het heel erg geprobeerd als kind, maar het lukte me niet. Toen ik heel jong was, speelde ik veel met knuffels, waarvan ik deed alsof het levende wezens waren, terwijl ik wist dat ze dat niet waren. Allebei waar, besloot ik. Zo zag ik het als puber ook. Oké, God bestaat niet, maar voor gelovigen is de gedachte dat Hij wel bestaat zo waar en zo waardevol, dat heeft ook iets onomstotelijks. Ik heb die paradox altijd geaccepteerd, ben ook nooit een mega-atheïst geworden, zoals bijvoorbeeld Arjan Lubach. Die vindt dat iedereen atheïst moet worden. Tegelijkertijd ben ik wel enorm woedend geworden over de verschrikkelijke dingen die gedaan zijn uit naam van de kerk. Juist omdat ik als kind in de kerk voelde dat religie een waardevolle functie had: om bij elkaar te komen en er te zijn, gewoon er te zijn en om samen rituelen bij te wonen. Gevoelsmatig vond ik: dit heeft nut voor ons bestaan als mens en gemeenschap. Dan is het extra kwalijk dat zoiets wordt aangewend om oorlogen te voeren. Maar ik behoor niet tot de mensen die beweren dat er zonder religie minder oorlog zou zijn geweest. Oorlog voeren zit volgens mij zo in de natuur van de mens gebakken, dat het afschaffen van religie daar weinig verandering in zou brengen. Ik geloof nog steeds dat religie in wezen een goed idee is. Het wil goed doen, alleen faalt het daar de hele tijd in.”

Lees het volledige interview in Volzin of door in te loggen op de website. Aafke Romeijn vertelt over het christelijke erfgoed en haar vrije opvoeding. "Vrijheid is óók heel eng. Ik was als kind altijd bang dat ik ergens verslaafd aan zou raken."

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda