FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 12 September 2018 10:00

'En hup, daar komt de melodie'

Tekst: Bert van der Kruk Tekst: Bert van der Kruk Beeld: Sandra Haverman

Is een nieuw lied beter dan een oud lied? Je zou het haast denken als je de liturgievernieuwers over hun werk hoort praten. Ze weten van geen ophouden, ook al verscheen afgelopen jaren de ene na de andere nieuwe liedbundel. Stoppen? “Dan zou mijn leven afgelopen zijn.”

Afgelopen jaren verschenen er in korte tijd tal van nieuwe kerkelijke liedbundels. Eerst was er in 2013 het nieuwe liedboek voor protestants gebruik, twee jaar later kwam daar de oecumenische liedbundel Zangen van zoeken en zien bij. Er verscheen een evangelische bundel (Hemelhoog) en eentje met liederen op teksten van vrouwen (Als daar muziek voor is). Wie denkt dat de vernieuwers nu even op hun lauweren kunnen rusten, komt bedrogen uit. Ze gaan gewoon door. Maar waarom eigenlijk?
Wilna Wierenga, onder meer voorzitter van het Nieuw LiedFonds, vindt het een wat onzinnige vraag. “Je vraagt toch ook niet waarom de popmuziek almaar doorgaat met het maken van nieuwe liedjes over de liefde? Steeds weer zoek je naar nieuwe verwoordingen en verklankingen van iets wat eigenlijk niet te vangen is in taal. ”
Chris Fictoor, onder meer componist en tekstdichter, kan zich ook niet voorstellen dat hij er een keer mee ophoudt. “Dan zou mijn leven afgelopen zijn. Ik moet blijven componeren en schrijven, dat kan niet anders. Ik ben een gedreven mens.” Bovendien vraagt de veranderende tijd steeds nieuwe melodieën en woorden. “Wij veranderen. Daardoor staan wij op een andere manier in de traditie.”

Kwart eeuw
Het Nieuw LiedFonds viert op 17 november in Leeuwarden zijn 25-jarig bestaan. In die kwart eeuw bracht het fonds zeven cd’s en een liedboek uit. Wilna Wierenga: “Je kunt dan denken: mooi, onze taak zit erop. Maar er zijn zoveel ideeën en er is zoveel vraag dat we gewoon lekker doorgaan. Er is behoefte aan behapbare, makkelijk instudeerbare en uitvoerbare muziek, merk ik elke keer als ik het land in ga, maar wel degelijk liturgisch, omdat het taal en klank en dus gevoel geeft bij wat mensen zoeken in de kerk.” Het Nieuw LiedFonds richt zich daarbij sinds jaar en dag op vrouwelijke dichters en componisten. Hoewel er ook mannelijke liturgievernieuwers zoals Tom Löwenthal en Franck Ploum bij de club betrokken zijn, blijft dat “toch onze corebusiness”, legt de voorzitter uit. “Niet zozeer vanuit een feministisch oogpunt, maar omdat we ervanuit gaan dat vrouwentaal, naast de gedeelde woordenschat, een eigen vocabulaire heeft. Net als vrouwenmuziek.”
Dat betekent: inclusief taalgebruik, waarbij God niet alleen mannelijke eigenschappen worden toegeschreven, maar juist wordt omschreven in ‘vrouwelijke’ woorden die te maken hebben met moederschap en baarmoederschap. “Door patriarchale vertalingen van de Bijbel zijn veel van die termen – borst, schoot, baren – natuurlijk weggepoetst.” Het betekent ook een andere onderwerpkeuze, zegt Wierenga. Zo zal een man volgens haar niet zo snel een lied voor een gestorven kind schrijven, een vrouw wel.
En de muziek, hoe heeft die haar eigen vrouwelijke woordenschat? Wierenga wijst op een van ‘haar’ componisten, Teresa Takken. “Zij schrijft muziek die heel open is en ruimtelijk klinkt. Tegelijk geeft haar muziek je het gevoel dat ze je omarmt; niet verstikkend, maar juist warm, liefdevol. Ik herinner mij dat ik haar lied Vogel samen met Tom Löwenthal voor het eerst beluisterde en wij beiden ontroerd raakten. Tom zei: ‘Dit kan ik niet maken.’ Dat heeft te maken met de persoonlijkheid van Teresa Takken. Zij is op en top vrouw. Oer.”

Halve eeuw
Ook Chris Fictoor heeft dit jaar wat te vieren. Hij is vijftig jaar componist. In die halve eeuw componeerde hij 859 liederen (waarvan hij soms ook de tekst schreef) en 62 grotere werken, zoals oratoria, motetten, madrigalen, missen en kamermuziek. Van zijn liturgische liederen belandden er ruim zeventig in Zangen van zoeken en zien, de oecumenische liedbundel waarbij trouwens ook Wilna Wierenga nauw betrokken was.
Fictoor is in de loop der jaren anders gaan componeren, zeker sinds hij in 1996 ziek werd. “Totaal burnout, ik was echt ernstig ziek. Ik gooide mijn energie er helemaal in, niet alleen in het componeren en schrijven, maar ook in mijn managementwerk. Mooi, al die gedrevenheid, maar er zijn wel grenzen. Mijn muziek is sindsdien meer verstillend geworden, meditatief. Daarbij speelde ook mee dat ik rond die tijd mijn professie deed als geassocieerd lid van de kloosterorde van de karmelieten. Ik ben me daardoor veel meer bewust geworden van mijn mystieke kant.”
In zijn componeerwerk zijn twee lijnen zichtbaar. Aan de ene kant het vrije werk, waarin Fictoor helemaal los kan gaan. “Af en toe wil ik me helemaal uitschrijven: dat wat ik van binnen hoor aan de veelheid van klanken op papier zetten. En dan maar hopen dat het uitvoerbaar is.” Aan de andere kant is er de liturgische muziek. “Die muziek heeft altijd een functie in de kerk: het voltrekken van het ritueel door de gemeente.”
Die liturgische muziek moet vooral toegankelijk zijn, eenvoudig. Hoe kan het toch dat we het meteen kunnen meezingen, vragen mensen hem weleens. “Ja, dat is de kunst.” Hoe dat werkt bij hem? “Ik hoor het samen zingen van de gemeente al in mijn oor. Als ik dat niet hoor, wordt het niks. Dan ga ik iets zitten bedenken, construeren. Ik ken ook wel liturgische muziek waarbij ik meteen denk: te bedacht. Dan heeft iemand geprobeerd origineel te zijn, maar is dat niet gelukt. Jammer. Als je als deelnemer steeds moet bedenken hoe je een melodie moet zingen en na tien keer lukt het nog niet, dan draagt de muziek niet bij aan haar doel, de voltrekking van de liturgie.”

Muziek en tekst zijn daarbij “innig verbonden”, maar het creatief proces begint voor Fictoor bij de tekst. “Als ik een tekst lees, hoor ik hem. Ik loop ermee rond. Ik maak elke dag een wandeling van drie kwartier en dan neem ik de tekst mee en die gaat in mij zingen." Lees verder in Volzin of door in te loggen op de website. 

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda