FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 10 September 2018 10:00

'De boodschap van God, van vrede met elkaar, delen'

 Tekst: Herman Koetsveld Tekst: Herman Koetsveld Beeld: Ted van Aanholt

Vrienden Enis Odaci, voorzitter van de stichting Humanislam, en Herman Koetsveld, predikant van de Protestantse Kerk, gaan voor Volzin op ‘spiegelreis’. Moslim Odaci bezoekt christelijke gemeenschappen van zeer uiteenlopende snit, christen Koetsveld ontmoet moslims van verschillende signatuur. Deze maand aflevering 6: Herman Koetsveld en fotograaf Ted van Aanholt te gast bij de Sultan Ahmetmoskee in Zaandam. Een moskeebezoeker: “Het is goed hier. Iedereen mag hier komen. Er is één God toch?”

Het is 11 september 2001. Ik werk als gereformeerd predikant in Zaandam-Zuidoost, met daarin de roemruchte wijk Poelenburg. Minister Ella Vogelaar van Wonen, Wijken en Integratie zal dit stadsdeel later tot een ‘prachtwijk’ bestempelen, het eufemisme van het jaar voor verloederde buurten boordenvol sociale problematiek. Ik ben onderweg naar een vrouw die mij om een pastoraal gesprek heeft gevraagd. Ik heb nog net even tijd om langs een opticien te gaan om wat aan mijn bril te laten versleutelen. “Er is iets verschrikkelijks gebeurd, heeft u het al gehoord?”, vraagt de opticien. Even later zit ik bij mijn pastorant in haar flatje en samen kijken wij sprakeloos naar de herhaalde beelden van vliegtuigen die zich in de torens van het World Trade Centrum in New York boren.
Een ongekende terreurdaad van moslim-extremisten, zo luidt al rap de kortste samenvatting van het onbegrijpelijke. Het directe verband tussen ‘de islam’ en niets en niemand ontziende terreur is gelegd. Het nestelt zich in de angstige harten van tallozen en dus ook in die van de mensen in Poelenburg. Aan de buitenrand van deze wijk staat de grote Sultan Ahmetmoskee. Ik zit in de werkgroep kerk-moskee die er maandelijks vergadert. We bespreken er tal van onderwerpen. Dat gaat altijd in een prima sfeer, al is er bij ‘de Nederlanders’ en dus ook bij mezelf nog al eens de irritatie over het voortdurende tolken: de imam is het Nederlands niet machtig.
Een van de activiteiten van de werkgroep kerk-moskee is een jaarlijkse gezamenlijke gebedsdienst. Ik vind dat ik daar niet aan mee hoef te doen. Als ik al niet met allerlei protestantse zusterkerken samen kan bidden, waarom dan wel met de moslims met al hun in mijn ogen merkwaardige opvattingen over man-vrouwverhoudingen, theologie, homoseksualiteit enzovoorts? Later begrijp ik mezelf pas: het zijn bangige smoesjes om de restanten van het vermeende theologische eigen gelijk overeind te kunnen houden.

God van alle mensen
Het wordt de dagen na de aanslag voelbaar spannend in de wijk. Vlakbij het appartement van de imam in de moskee waar zijn kinderen liggen te slapen, wordt een brandbom gelegd. Alle vanzelfsprekendheid in het multiculturele samenleven, voor zover daar overigens sprake van was, is verdampt in de hitte van terreurdreiging. Wat te doen?
Enkele dagen later staat imam Faruk Gorgülü met een van zijn bestuursleden bij mij op de stoep. “Herman, wij moeten nu samen een gebedsdienst organiseren, bij voorkeur in jouw kerk.” Ik kan onmogelijk anders dan positief op dit initiatief van de imam in gaan. “Jij moet de teksten maken”, zegt hij. De gebedsdienst is snel georganiseerd. Ik leg mijn teksten voor. Hij dit stukje, ik dat stukje. “Nee”, zegt Gorgülü, “nee, we moeten de teksten tegelijkertijd samen uitspreken.” En zo gebeurt het, met overigens veel meer moslims dan kerkmensen in een volle kerk. Als uit één mond, als uit één hart klinkt dat gebed tot de Eeuwige om vrede, om menselijkheid, om verbondenheid hier in onze wijk, hier in onze wereld. Vanuit onze verschillende achtergronden, culturen en religies richten wij ons op die ene Bron van ons bestaan waarvan niemand weet, maar naar wie we zoeken, op wie we hopen en die we met vallen en opstaan soms vertrouwen. En dat in de diversiteit van taal en gewoonten die ons van huis uit zijn aangeleerd.
Het vertrouwen van de imam en dit gebed breken mijn krakkemikkige muurtjes van bangig groepsdenken af. Dit unieke moment op het scherpst van de tijden blijkt achteraf hét scharniermoment van mijn leven. Ik zal nooit meer over ‘onze God’, of ‘de God van Israël’; ‘de God van de Bijbel’ of alles wat maar zweemt richting een theologische annexatie van het mysterie van alle leven kunnen spreken. Het blijkt een bevrijding van jewelste. Sindsdien open ik mijn gebeden steevast met ‘God van alle mensen’.

Lees het volledige artikel in Volzin of door in te loggen op de website. "Als ik thuiskom kijk ik naar de gravure van de Sultan Ahmetmoskee die boven m’n bureau hangt. De gravure is hun cadeautje toen ik afscheid nam van Zaandam. Ze is me zeer dierbaar. Maar er schuurt ook iets. Want meer dan toen heb ik in deze ontmoeting gevoeld dat er een beweging naar binnen wordt gemaakt, naar de eigen groep en traditie."

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda