FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 17 July 2018 14:44

ChristenUnie flirt met Rome

Tekst: Willem Pekelder Tekst: Willem Pekelder Beeld: Christiaan Krouwels

Hij bekeerde zich van het atheïsme tot het christendom en werd van SP’er CU’er. Als directeur van het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie flirt Wouter Beekers openlijk met Rome. “Katholieken zijn een verrijking voor onze partij.”

Het begon in 2015 toen de ChristenUnie de Drie Formuleren van Enigheid uit haar grondslag schrapte. Daarmee verdween een voor katholieken pijnlijke verwijzing naar de ‘paapse mis’ als zijnde een ‘vervloekte afgoderij’. Ervoor in de plaats kwam de geloofsbelijdenis van Nicea uit het jaar 325, toen er nog één ongedeelde kerk was. Het veranderen van de grondslag maakte de CU tot een partij voor alle belijdende christenen, dus ook rooms-katholieken.
Nu is er een volgende stap gezet om meer katholieken aan de partij te binden: een door het wetenschappelijk instituut (WI) van de CU uitgegeven publicatie over katholiek sociaal denken. De goede gemeenschap heet dat boek. Het bevat twaalf essays, van onder anderen de theologen Erik Borgman en Frank Bosman. De schrijvers, op één na allen katholiek, behandelen onder meer een dikke eeuw aan sociale encyclieken, beginnend met Rerum Novarum (1891) van paus Leo XIII over het lot van de arbeiders en eindigend met Laudato Si (2015) van paus Franciscus I over het klimaatprobleem. Het ontsluiten van de katholieke sociale denktraditie was een persoonlijke wens van WI-directeur Wouter Beekers, die samen met Nederlands Dagblad-journalist Remco van Mulligen het boek redigeerde.

Waarom vindt u het belangrijk dat uw achterban de schoonheid van de Moederkerk herontdekt?
“Het is een verrijking voor onze partij. Persoonlijk vind ik de open houding van katholieken naar de wereld inspirerend, zoals bij Thomas van Aquino, die overal om zich heen tekenen van God zag, simpelweg omdat, zo ervoer hij, God het beeld van zichzelf in de hele schepping had gelegd. De rijkdom van verschillen. Dat is iets anders dan de antithese-gedachte van Kuyper, die vooral een strijd symboliseert tussen christenen en niet-christenen. Die katholieke openheid, gecombineerd met een grote trouw aan het Evangelie en aan de kerk van alle tijden en plaatsen, zie ik als een aanwinst.”

Een aanwinst naast protestantse denkers als Abraham Kuyper?
“Natuurlijk. De manier waarop Kuyper de samenleving zag, is nog altijd zeer waardevol voor onze partij. Met name het principe van soevereiniteit in eigen kring: elke levenskring heeft zijn eigen, onafhankelijke gezag. Maar ook protestantse denkers van de huidige tijd zijn inspirerend voor ons, zoals econoom Bob Goudzwaard met zijn economie van het genoeg.”

Centraal in het katholieke sociale denken staan menselijke waardigheid, zoals verwoord door onder anderen filosoof Jacques Maritain, en het geloof in het gemeenschappelijke goede, het bonum commune. Wat kan de CU leren van die begrippen?
“Nou, bijvoorbeeld dat het zoeken naar het goede voor de samenleving verder gaat dan louter het verkondigen van principes. De ChristenUnie is zich daar overigens al terdege van bewust. Het gaat niet alleen om dingen niet doen, maar ook, en misschien juist veel meer, om dingen wel doen. Zo spannen wij ons in voor waardig ouder worden, eenzaamheidsbestrijding en versterking van mantelzorg.”

Dus u ziet in het katholieke sociale denken goede aanknopingspunten voor een praktische CU-politiek?
“Zeker. Bijvoorbeeld in de discussie over voltooid leven. Daar trekken wij een principiële grens, maar we blijven wel, à la Thomas van Aquino, het goede in de ander zoeken. In de zorg vinden we mensen die ons standpunt delen. Dat hoeven niet per se christenen te zijn. Er zijn ook humanisten die op ons stemmen, juist omdat ze het liberale denken over voltooid leven veel te ver vinden gaan.”

Remco van Mulligen schrijft in De goede gemeenschap dat bonum commune geen utilisme betekent: maximaal geluk voor de hele gemeenschap. Hoezo niet?
“Hoe ik er zelf naar kijk, is als volgt: tegenwoordig geldt de dictatuur van de vitaliteit. De auteur Michel Houellebecq omschrijft fitness als de nieuwe religie. Ben je niet meer vitaal, dan zou er als vanzelf een hunkering naar de dood ontstaan. Voltooid leven is een uiting van dat denken. Het gemeenschappelijke goede impliceert niet dat je altijd vitaal moet zijn of vierentwintig uur per dag gelukkig. Nee, het betekent, in onze visie, dat er ruimte komt voor een besef van gebrokenheid. En dat ook door die gebrokenheid heen Gods licht kan schijnen. Zoals Leonard Cohen zo mooi zingt: there is a crack in everything, that’s how the light comes in.”

Zal de flirt van de CU met Rome zich ook vertalen in meer katholieken op verkiesbare plaatsen? Bij de Kamerverkiezingen van 2016 stond de eerste katholiek pas op nummer dertig.
“Wat mij betreft komt er bij de volgende Kamerverkiezingen zeker ruimte voor katholieken op verkiesbare plekken. Ons partijcongres heeft bijna unaniem voor een verbreding van de partij naar álle belijdende christenen gestemd. Er kloppen steeds meer katholieken aan als lid. Daar word ik erg blij van. We kunnen ook van het Bourgondische van katholieken nog veel leren: geloven met een glimlach. Na congressen met heftige debatten serveert de ChristenUnie koffie. Dat mag een wijntje worden.”

Wil de CU het zuiden veroveren en een nieuw soort CDA worden met orthodoxe katholieken?
“Het CDA heeft in het katholieke zuiden zijn eigen strijd te voeren. Ik gun het land een sterk CDA, het is een mooie partij. Maar toch zijn wij niet geheel met die partij te vergelijken. Het CDA is niet per se een partij van christenen, maar van mensen die de christendemocratische uitgangspunten onderschrijven. Wij willen wel een partij van christenen zijn, waarbij we, anders dan het CDA, niet streven naar een versmelting van verscheidene kerkelijke tradities. Laat de verschillen maar naast elkaar bestaan, en elkaar aanvullen. Dat laat onverlet dat de huidige paus ook voor protestanten een belangrijke christelijke leider is.”

Een van die verschillen lijkt, volgens het boek, nog steeds te liggen op het vlak van Kuypers soevereiniteit in eigen kring tegenover Schaepmans subsidiariteitsbeginsel. Kort samengevat: protestanten vinden dat er terreinen zijn waar de overheid als het even kan moet wegblijven (school en gezin bijvoorbeeld), terwijl katholieken wèl en eerder een rol zien weggelegd voor overheidsingrijpen.
“Persoonlijk geloof ik dat die tegenstelling zo goed als weg is. Of, om met Freud te spreken: het is het narcisme van de kleine verschillen. Het zijn elkaar aanvullende theorieën, waarbij de overeenkomst is dat de overheid niet te groot moet worden. Protestanten geven daarbij duidelijke grenzen aan, terwijl katholieken het meer zoeken in overheidssteun bij processen die toch al gaande zijn in de samenleving. Met andere woorden: het principiële en het pragmatische liggen in deze in elkaars verlengde.”

In het boek houdt de katholieke psychologe Lisette van Aken op basis van kerkelijke documenten een pleidooi voor het traditionele gezin, en royale regelingen voor ouderschaps- en zorgverlof. Maar we kennen tegenwoordig vele samenlevingsverbanden, zoals het regenbooggezin. Hoe staat de CU daar tegenover?
“Zoals ik pas in een column in Trouw heb geschreven: omarm de diversiteit in de samenleving, maar wees zuinig zijn op het traditionele gezin, waarin kinderen opgroeien met hun eigen biologische vader en moeder. D66-minister Ingrid van Engelshoven wil met haar beleid de samenleving een bepaalde kant op duwen, de stereotypering doorbreken, zoals ze zelf zegt. De CU is het daar niet mee eens. Wij koesteren het traditionele gezin, zonder onze ogen te sluiten voor ontwikkelingen in de maatschappij.”

In het boek wordt niets gezegd over de positie van homoseksuelen in de samenleving. Zou het voor de CU mogelijk zijn om een belijdend christen met een homohuwelijk op de lijst te zetten?
“Persoonlijk zou ik het mooi vinden als homo’s met hun verschillende keuzen beter zichtbaar werden in de partij. Ik zie dat daar ook meer ruimte voor komt in de CU, die een veelkleurige partij is geworden met verschillende opvattingen. Er zijn binnen het partijapparaat al vele homo’s actief, en een enkeling is dat ook als gekozene. U heeft het over het homohuwelijk. In ons beginselprogramma staat dat we het huwelijk tussen man en vrouw zien als een van God gegeven instituut. Tussen dat huwelijk en andere samenlevingsvormen kun je niet zomaar een isgelijkteken zetten. Wat niet wegneemt dat we een open oog hebben voor de keuzes die homoseksuelen maken.”

Dat klinkt niet als een duidelijk ‘nee’ tegen christenen met een homohuwelijk, maar ook niet als een duidelijk ‘ja’?
Lange stilte. “Het eerlijke antwoord is: het heeft iets ingewikkelds. We zijn aan het zoeken als ChristenUnie. Het is best een worsteling, kan ik u vertellen.”

Wouter Beekers komt uit een atheïstische, Nijmeegse SP-familie, die met Kerst, uit respect voor de (groot)ouders, wel altijd naar de nachtmis ging. In De goede gemeenschap schrijft Beekers dat hij steeds weer verrast was als verschillende van zijn tot het seculiere socialisme bekeerde ooms en tantes te communie gingen (onder wie zijn oom Jos Palm, auteur van het prachtige boek Moederkerk over het verval van de kerk aan de hand van de eigen familiegeschiedenis, WP). Beekers vermoedt nu dat hij tijdens die nachtmissen geraakt moet zijn door een godsbesef.
“Met dat aangeraakt zijn heb ik twintig jaar geworsteld. Ik was opgevoed met een materialistisch wereldbeeld: er is niet meer dan we kunnen zien, en geloof is opium van het volk. Rationeel had ik die visie aanvaard, maar diep van binnen knaagde het. Toen ik op het Marnix Gymnasium zat in Rotterdam, een christelijke school, merkte ik hoe geboeid ik luisterde wanneer medeleerlingen spraken over geloof en genade, en dat je bij God met alles terecht kon, zelfs met je duisterste kanten. Later op de VU promoveerde ik als historicus bij de hoogleraren James Kennedy en George Harinck, indrukwekkende mannen, die volop wetenschapper én volop gelovig zijn, zonder in marmer gebeitelde zekerheden. In hun geloof etaleren ze ook ontzag voor het mysterie. In die ruimte durfde ik mij over te geven aan een al twintig jaar trillende intuïtie in mijzelf. Of, om Kierkegaard te citeren, waagde ik de absurde sprong in het diepe. God heeft een bijzondere weg met mij bewandeld, zo ervaar ik dat wel, ja.”

Weet u nog het moment dat u die ‘sprong’ maakte?
“Ik was 27 en werd op een ochtend wakker met het diepe verlangen om me aan God toe te vertrouwen, me over te leveren aan Zijn liefde.”

En zo werd u, net als Kennedy en Harinck, gereformeerd vrijgemaakt?
“Dat is nog een hele zoektocht geweest. Met mijn vrouw, die uit de Gereformeerde Bond in de hervormde kerk komt, ben ik gaan kerkshoppen in Rotterdam. We hebben er veel mooie gesprekken over gehad en zijn uiteindelijk inderdaad terechtgekomen bij de gereformeerde kerk vrijgemaakt.”

Een inkoppertje: u ging van het ene dogmatisme, de SP, naar het andere, de vrijgemaakte kerk?
“Goeie vraag. Ik geloof dat onze kerk een plek is van twijfelende en zoekende mensen, die toch dicht bij Christus willen blijven en elkaar scherp houden, zonder te veroordelen. Zoals de Tsjechische priester Tomas Halik zegt: ‘Geloof heeft twijfel nodig, en twijfel geloof.’ Er blijft altijd het gevaar je te verliezen in absolute zekerheden.”

Wat vinden uw ouders van uw bekering?
“Ze moesten er eerst wel aan wennen, maar respecteren mijn keuze inmiddels zeer. Jazeker, ze zijn nog steeds actief in de SP. Dat ben ik zelf ook lange tijd geweest.” Relativerend: “Ik ging met mijn ouders naar demonstraties, maar ben, geloof ik, nooit veel verder gekomen dan dooplid van de linkse kerk. Maar een van de dingen die ik van mijn ouders heb geleerd, zet ik ook als belijdend christen voort: je moet de dingen blíjven bevragen.” 


Paspoort
Wouter Beekers (Nijmegen, 1979) is directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie.

● Studeerde in 2005 af als historicus aan de Vrije Universiteit op Mao in de polder (over maoïsme in Nederland) en promoveerde in 2012 aan diezelfde VU op de geschiedenis van de volkshuisvestingsbeweging in Nederland.
● Was van 2004 tot 2012 adjunct-directeur van het Historisch Documentatiecentrum Nederlands Protestantisme aan de VU.
● Is sinds 2013 directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie.
● Is samen met Remco van Mulligen redacteur van de recente uitgave van het WI: De goede gemeenschap. Katholiek-sociaal denken over politiek en samenleving (160 blz., € 22,50).

Wouter Beekers woont met zijn vrouw in Rotterdam, met wie hij twee zoons en een dochter heeft.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda