FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 05 July 2018 14:03

Kunst tussen boer en bohemien

Tekst: Eric Corsius Tekst: Eric Corsius Beeld: Interieur Bohémien, 1925, Groninger Museum.

Een eeuw geleden ontstond in Groningen het kunstenaarscollectief De Ploeg. De leden van De Ploeg wilden zich ontworstelen aan het oude en vertrouwde om ruimte te scheppen voor hun scheppingsdrang. Ze wilden zich compromisloos ‘verdiepen in de zaak waarom het gaat’. Het Groninger Museum eert de honderdjarige met een overzichtstentoonstelling.

Na 1918 zou Europa nooit meer worden zoals het was geweest. Het continent had een grote oor-log achter de rug, die een spoor van vernieling had achtergelaten. De wapenstilstand en het on-evenwichtige vredesverdrag droegen de kiemen in zich van nieuwe conflicten. Een diepgeworteld ongenoegen, gevolgd door een hevige economische crisis, leidde tot revoluties en totalitaire en gewelddadige regimes, met als dieptepunten het nationaalsocialisme in Duitsland en het stalinis-me in de Sovjet-Unie. Een en ander droeg uiteindelijk bij tot de uitbarsting van de Tweede We-reldoorlog. Het broeide en rommelde in Europa. De vulkaan was na het uitwoeden van de Eerste Wereldoorlog even tot rust gekomen, maar kon ieder moment weer uitbarsten.

Historisch breukvlak
Het was in het zogenaamde interbellum echter niet allemaal kommer en kwel, zeker niet in de bruisende jaren twintig, waarin velen blaakten van levensvreugde. Er waren positieve en hoopge-vende ontwikkelingen in de techniek, de samenleving en de cultuur. De mobiliteit en de massa-communicatie maakten in een snel tempo de wereld tot een groot dorp. Emancipatiebewegingen hadden de wind in de zeilen, hetgeen zich in Nederland onder andere uitte in de in voering van het algemeen kiesrecht voor mannen (1917) en vrouwen (1919). Ook in de kunst was er sprake van een enorme energie, die haar uitweg zocht in nieuwe stromingen en bij vrijgevochten eenlingen – al was een en ander al op gang gekomen in het eerste decennium van de twintigste eeuw. De kunst zou bovendien dankbaar gebruik gaan maken van de nieuwe reproductietechnieken en mas-samedia – en daardoor grondig van aanschijn veranderen. Kortom: de vulkaan Europa kende ook kleine uitbarstingen van vriendelijke aard.Een van die vele kleine energie-explosies vond plaats in Groningen. Deze stad was al enige tijd een belangrijk regionaal centrum op het gebied van wetenschap en kunst. Ze was rijk aan podia en tentoonstellingsruimtes. Zo kon het gebeuren dat in 1918 een baanbrekende expositie plaats vond in de galerie van het Kunstlievend Genootschap Pictura, dat hierdoor de wieg werd van een nieuw kunstenaarscollectief. Deze groep voelde zichzelf geroepen de kunstwereld grondig om te woelen en gaf uitdrukking aan dit zelfverstaan door zichzelf te voorzien van de naam De Ploeg. Kunste-naars uit uiteenlopende disciplines en werkvormen waren lid van deze beweging, maar uiteindelijk zouden vooral schilders en grafici de boventoon voeren. Grote namen waren Jan Wiegers (1893-1959), Hendrik Werkman (1882-1945) en Jan Altink (1885-1971). De laatste was de bedenker van de naam van de beweging.
De leden van deze groep hadden vooral één ding met elkaar gemeen: ze wilden zich ontworstelen aan het oude en vertrouwde om ruimte te scheppen voor hun scheppingsdrang. Onderling waren ze zeer verschillend. Dat laatste blijkt alleen al als we de uitbundige expressionistische stijl van de schilder Wiegers plaatsen tegenover de speels-strenge aanpak van de drukker Werkman. Los van deze verschillen van aanpak, zouden er binnen De Ploeg ook botsingen van karakters aan de dag treden, alsmede meningsverschillen over de organisatie van het collectief. Ten slotte was er ook een kenmerkende spanning in de onderwerpkeuze. Enerzijds was het landschap, en dan met name het stugge agrarische landschap van Noord-Nederland, een geliefd onderwerp. Anderzijds zochten schilders ook het mondaine stadsleven van de roaring twenties op. Ze leefden tussen boer en bo-hemien, op het historische breukvlak van de voor-industriële samenleving enerzijds en de urbane samenleving van de nieuwe eeuw anderzijds. We hoeven, om dit te zien, alleen maar naar Wie-gers’ Interieur Bohémien en Altinks Rode Boerderij te kijken.

Verder lezen? Log in of lees het artikel in Volzin. "Hoewel De Ploeg geen religieuze kunstenaars in de strikte zin kende, kwam ze zodoende toch in zekere zin in een spiritueel vaarwater", omschrijft Eric Corsius. 

 

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda