FacebookTwitterLinkedIn
maandag, 04 June 2018 07:05

Breng de boel bij elkaar

Tekst: Bert Ummelen Tekst: Bert Ummelen Beeld: Hollandse Hoogte

“De PvdA heeft de behoefte aan sociale en culturele bescherming laten kapen door rechtse populisten. Onvergeeflijk”, meent Bert Ummelen. De PvdA heeft alleen nog toekomst als zij haar erfgoed productief weet te maken voor nu.

In het duister zoek je lichtpuntjes. Na de zoveelste electorale afdroging heerste in de rangen van de Partij van de Arbeid een manmoedig soort opgewektheid. Ja, de raadsverkiezingen waren uitgelopen op een nieuwe dreun. Maar een iets minder harde, toch? Als een naschok voelde het.
Kan de volkspartij van weleer terugkomen? Of Is het over en uit met de sociaaldemocratie, zoals de Duits-Britse socioloog Ralf Dahrendorf al in 1981 dacht te kunnen vaststellen? Met de op- en uitbouw van verzorgingsstaten had de Europese sociaaldemocratie zichzelf overbodig gemaakt, meende deze liberale denker. Een geval van mission completed.

Waan van de dag
‘Begeerte heeft ons aangeraakt’, schreef de rode dichter. Waar draaide dat begeren, dat de socialistische stroming in de vorige eeuw vleugels gaf, eigenlijk om? Goed werk, een behoorlijke woning, een verzorgde oude dag en bescherming tegen de wisselvalligheden van het lot. Drees was er in de naoorlogse jaren het vleesgeworden symbool van.
In het tijdschrift Socialisme & Democratie beschreef ik onlangs hoe in ons rode gezin de oude loyaliteiten sleten. Mensen die wat te winnen hadden, werden mensen die wat de verliezen hadden. En terwijl de PvdA het vanzelfsprekende vehikel was geweest voor de sociale klim, was ze niet vanzelfsprekend beschermer van wat verworven was.
De partij van ‘zwak, ziek en misselijk’ had, letterlijk, geen boodschap aan wie het mede door haar inspanningen beter hadden gekregen. Zo viel solidariteit niet te organiseren, waarschuwde partij-ideoloog Bart Tromp. Er kwam iets bij. Mensen als mijn ouders die hun entree in de burgerij hadden gemaakt, kregen nu van een nieuwe, luidruchtige generatie PvdA’ers te horen dat die burgerlijkheid maar niks was.
Met Dahrendorfs ‘vloek van het succes’ heeft dat niet meteen te maken. Wel met een hardnekkige neiging om zonder veel reflectie en historisch besef achter de waan van de dag aan te hollen.
Dahrendorf kwam met zijn theorie van de overbodig geworden sociaaldemocratie op het moment dat vanuit de Angelsaksische wereld de storm van het neoliberalisme opstak. Deregulering en privatisering werden de ijkpunten van gezonde economische politiek. De rem moest van de markten, de overheid wegwezen. De culturele pendant was een hyperindividualisme. “There is no such thing as society”, proclameerde in het Verenigd Koninkrijk Margaret Thatcher. “Greed is good”, klonk het in het Amerika van Reagan.
De sociaaldemocratische partijen in Europa bogen mee. De Derde Weg zou een sociale draai geven aan het turbokapitalisme: extra groei gebruiken voor mooie collectieve zaken als zorg en onderwijs. Bij ons trok Wim Kok veren uit de rode haan. Het werd zo wel een soepkip, schreef ik in Volzin. Onschuldige metafoor. In feite gaf de sociaaldemocratie haar raison d’être prijs, in de woorden van ‘rode dominee’ Willem Banning: het kapitalisme breidelen.
Sociaaldemocraten zijn, anders dan hun marxistische voorgangers, niet tegen het kapitalisme. Ze erkennen dat de kapitalistische productiewijze ongeëvenaard is in het voortbrengen van rijkdom. Het gaat erom haar kwade kanten te bestrijden: maatschappelijke ontwrichting en groeiende ongelijkheid, de neiging alle menselijke relaties te definiëren in termen van winst, efficiëntie en verkoopbaarheid.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda