FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2018: NUMMER 5

    VOLZIN 2018: NUMMER 5

    Volzin-special: ‘De jaren zestig’ Pil, protest, popmuziek: ‘Weg van de autoriteit’Geschiedschrijver Geert Buelens:
    01 May 2018 - Lees meer
woensdag, 16 May 2018 08:11

Pil, protest, popmuziek: ‘Een beweging weg van de autoriteit’

Tekst: Jurgen Tiekstra Tekst: Jurgen Tiekstra Beeld: Hollandse Hoogte

De jaren zestig stonden wereldwijd in het teken van protest en massabewegingen – tegen de autoriteit, tegen achterhaalde structuren –  maar ook van een voortgaande individualisering, zo laat  geschiedschrijver Geert Buelens zien. “De erfenis van de jaren zestig wordt op dit moment hogelijk bediscussieerd, door allerlei politieke partijen en bewegingen.”

O tempora, o mores!’, riep de Romeinse politicus Cicero ooit uit, in de eerste eeuw voor Christus. ‘O tijden, o zeden!’ Dezelfde kreet slaakt ook de lezer na het openslaan van De jaren zestig, een cultuurgeschiedenis, het lijvige boek dat Geert Buelens schreef over een decennium dat even fabelachtig als verbijsterend was.
Wat is er in die dagen niet allemaal gebeurd? Neem alleen al het jaar 1961: Holocaust-bureaucraat Adolf Eichmann werd berecht in Jeruzalem, de Verenigde Staten probeerden de Cubaanse leider Fidel Castro af te zetten met de Varkensbaai-invasie, Joeri Gagarin was de eerste mens in de ruimte, de Berlijnse Muur werd gebouwd en John F. Kennedy werd de nieuwe Amerikaanse president.
En er volgde nog zoveel meer: de introductie van zowel de anticonceptiepil als de kleurentelevisie, de wereldwijde zegetocht van de Britse gitaarband The Beatles, de bioscooproulatie van Stanley Kubricks speelfilm 2001: A Space Odyssey. Maar ook de dekolonisatie van talloze Afrikaanse landen, de Vietnamoorlog, de Praagse Lente in 1968, evenals in dat jaar de tot legende uitgegroeide studentenprotesten.
Aan de ouders van Geert Buelens ging echter veel daarvan voorbij. Voor hen geen stormachtige seksuele vrijheid, geen protestliederen à la Bob Dylan, geen anti-Vietnamdemonstraties of hallucinante drugs. “Ik kom uit een heel katholiek gezin”, vertelt Buelens, geboren in 1971, die als Vlaming hoogleraar moderne letterkunde is aan de Universiteit Utrecht. “Mijn vader was zijn hele loopbaan actief in de katholieke arbeidersbeweging. Je ziet dat die hele jarenzestigbeweging toen voorbij is gegaan aan dat dorp in de provincie Antwerpen waar zij woonden. Het gros van die tegenculturele bewegingen uit de jaren zestig, zeker op het niveau van popmuziek, avant-gardefilm en kunst, stond helemaal los van hun wereld.”
“Toen ik zelf opgroeide in de jaren zeventig en tachtig was het enige uit de jaren zestig wat ik bij hen vond een derdewereldbewustzijn, en dan zeker voor die gebieden waar kerstening een rol speelde: dus Afrika en zeker ook Latijns-Amerika, waar allerlei katholieke verbanden bestonden. De katholieke kerk had eeuwenlang, zeker ook in België, aan de kant van de machthebbers gestaan. Na het Tweede Vaticaanse Concilie ontstonden daar openingen in en werd er vanuit de evangelische boodschap gesproken over opkomen voor de zwakkeren. Dat raakte aan de derdewereldbeweging die bij de jaren zestig hoorde. En zeker de jaren zestig zoals ik die schets in mijn boek, waarvan de dekolonisatie een belangrijk deel was.”

Maar grotendeels gingen de archetypische jaren zestig dus aan uw ouders voorbij. Kwam de erfenis van dat decennium later wel bij u en uw generatie terecht?
“Zeker. Onder meer omdat ik les kreeg van mensen die bij die beweging betrokken waren geweest, zoals mijn lerares geschiedenis en leraar Duits-Nederlands. Zij hadden in ’68 in Leuven gestudeerd op het moment dat de contestatie daar zijn toppunt bereikte en de studentenprotesten uiteindelijk zelfs de Belgische regering hebben doen vallen. Dit is niet meer dan een anekdote, maar: die lerares geschiedenis en leraar Duits-Nederlands woonden schuin tegenover ons. Hun kinderen spraken hun ouders bij de voornaam aan. Dat was voor ons echt onvoorstelbaar. Daar hing een heel andere sfeer.
De geest van ‘68 zat ook in de boeken die wij moesten lezen op school; daar zat een antiautoritaire tendens in. Jarenlang vaste prik op de Belgische leeslijst was Het Reservaat van Ward Ruyslinck. Dat boek ging tegen het Amerikaanse mensbeeld in, het beeld van de mens die vooral nuttig moet zijn: de ‘utipro-mens’, van utility en profit. In dat boek werd een humanistisch discours tegenover het kapitalistische discours gezet. Maar wij lazen ook een roman van Heinrich Böll die eigenlijk ging over de Rote Armee Fraktion in Duitsland. Godsdienst was ook een verplicht vak, en daar zag je de interesse voor de Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologie.”

Wat voor decennium waren de jaren zestig voor de rooms-katholieke kerk? Ze begonnen met het Tweede Vaticaanse Concilie, dat het doel had de kerk te moderniseren, maar ze eindigden met het verbod op de anticonceptiepil.
“Aanvankelijk waren het jaren van vernieuwd enthousiasme en hoop. Mensen beseften: er zijn dogma’s en manieren waarop wij het geloof beleven die je niet meer kunt laten voortbestaan in deze tijd. De katholieke kerk was bijvoorbeeld topdown op de meest extreme manier. Dat was in de kerk ook geënsceneerd doordat tijdens het grootste deel van de misviering de priester met zijn rug naar de gelovigen stond. Want hij was in communicatie met het hogere, in het Latijn, terwijl achter hem het gewone volk zat; clueless. Nadien is vaak gezegd: het Tweede Vaticaanse Concilie heeft het mysterie uit de katholieke kerk gehaald. En daar valt iets voor te zeggen, omdat inderdaad de metafysische hocuspocus is vervangen door diensten in de volkstaal. Het concilie heeft ook gezegd: er mag religieuze muziek in de volkstaal gebruikt worden. Ik heb dat zelf meegemaakt in de jaren zeventig en tachtig: pseudo-beatmissen waarin slecht vertaalde Bob Dylan-liederen werden gezongen. ‘Het antwoord, mijn vriend, is hoorbaar in de wind.’ Dat is ook zo’n moment waarop je ziet dat tien, vijftien jaar later die tegencultuur uit de jaren zestig ook is beland in een heel andere context: in een katholieke kerk in zo’n klein dorpje in de provincie Antwerpen.
Om op uw vraag terug te komen: de jaren zestig beginnen met die enorme veranderingen. Dan krijg je het dictaat in 1968 van de volgende paus, Paulus VI. Onder hem komen veel van die beloften van het Vaticaanse Concilie niet uit. Eén daarvan, en ik denk voor jonge gelovigen de meest cruciale, was anticonceptie. Het verbod daarop heeft gezorgd dat zeker in onze gewesten veel jongen mensen de kerk hebben verlaten. Die jarenzestigbeweging bewoog zich weg van autoriteit, maar hier bleef je zitten met de katholieke kerk die van bovenaf de waarheid oplegde.”

De ontkerkelijking is inderdaad duidelijk in die jaren begonnen, toch?
“Dat hangt af van waar je gaat kijken. In Latijns-Amerika is het anders, en de ontkerkelijking in de Verenigde Staten is heel relatief. Je ziet wel dat het aantal mensen op aarde dat zich gelovig noemt in dat decennium afneemt, maar met meer dan tachtig procent blijven zij echter ook in 1970 nog altijd ruim in de meerderheid. In grote delen van de moslimwereld is er een geboorte-explosie. Onder meer daardoor werd de secularisering in delen van de christelijke wereld gecompenseerd. Ook in Vlaanderen bleef het gros van de kerkelijke basisrituelen en sacramenten gewoon doorgaan. Pas onlangs stond in een Vlaamse krant dat het aantal kinderen dat gedoopt wordt nu extreem afneemt. Dat is een halve eeuw na de zogenaamde implosie van de katholieke kerk.”

De jaren zestig zijn de tijd waarin de individualisering begint, maar tegelijkertijd barst het van de massabewegingen: de burgerrechtenbeweging, de antiapartheidsbeweging, de anti-Vietnam-betogingen. Zit daar een spanning?
“Er zit een spanning in die tijd, waarbij ik het gevoel heb dat je te maken hebt met een generatie die nog in de traditie staat van massabewegingen uit eerdere decennia van de twintigste eeuw, waaronder de grote socialistische bewegingen en de vakbonden. De burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten is superbelangrijk, omdat zij zowel visueel als met haar liedjes een model presenteert dat Europa over kan nemen. We shall overcome is zo’n strijdlied, net als We shall not be moved; ook zo’n Amerikaanse gospel. Er zijn dus massabewegingen in die traditie, vernieuwd door dat inspirerende zwarte voorbeeld, maar tegelijkertijd beginnen oude verbanden uit elkaar te vallen: door de toenemende rijkdom, kleiner wordende gezinnen, het losser worden van gezinsstructuren. Jongeren trekken weg uit hun geboortedorp om te gaan studeren in de stad en blijven daar vaak wonen. De meeste families woonden generaties bij elkaar. Er was heel weinig sociale en culturele mobiliteit. Maar nu gaan veel van die oude structuren verloren.
Eigenlijk kun je zeggen dat die politieke massabewegingen nog naijlen tot in de vroege jaren tachtig, met de grote antiraketbetogingen in België en in Nederland. Dat is de apotheose van die protestcultuur van de jaren zestig en een laat moment van de massacultuur die zo belangrijk was in de twintigste eeuw.”

De jaren zestig waren een tijd van vooruitgangsoptimisme. Maar hoe kon dat als de Tweede Wereldoorlog nog zo vers was? In die jaren kwamen nog steeds onthullingen over de toedracht van de Holocaust naar buiten.
“Zo begint mijn boek ook: met een lang hoofdstuk over de verwerking of niet-verwerking van de Tweede Wereldoorlog in de jaren zestig. Ik denk dat het verpletterende inzicht over de Holocaust, in de zin van een breed gedragen inzicht in wat die is geweest, van veel later dateert. Ik denk pas van de jaren negentig: met het geïnstitutionaliseerde herdenken, met groepsreizen naar Auschwitz en dat het herdenken bijna een nieuwe religie is geworden. In het onderwijs dat ik heb gehad in de jaren tachtig speelde de Holocaust geen enkele rol. Wat zeer merkwaardig is. Ik vraag weleens aan studenten wat volgens hen de casus belli voor de Tweede Wereldoorlog was, en dan zeggen zelfs heel intelligente studenten: de Holocaust. Dat is historisch absolute onzin, maar dat antwoord geeft aan hoe centraal de Holocaust is komen te staan. Dat is in de jaren zestig niet het geval, maar je ziet er al wel veel artistieke reflectie op. Zeker in Oost-Europa zijn er films waarbij de nadruk wordt gelegd niet alleen op de Joodse maar ook op de communistische slachtoffers. Terecht ook, want er zijn waanzinnig veel communistische slachtoffers in de kampen geweest. Dat is vandaag nagenoeg vergeten. Er kwamen drie miljoen Sovjets om in de concentratiekampen, van wie een fors deel Joden maar ook een fors deel niet.”

Waren de jaren zestig de definitieve doorbraak van de Amerikaanse cultuur?
“Jawel, op alle niveaus. Voordien had je de rock ‘n roll van Elvis Presley en Chuck Berry al, maar die was nog een beetje klassegebonden. Terwijl popmuziek in de jaren zestig een hele generatie raakt. Is dat alleen Amerikaans? Nee, want The Beatles waren Britten. En rond The Beatles bestond een hele reeks andere Britse bands. Wat je wel hebt is dat Amerikaanse zwarte muziek de wereld verovert: Motown is ontzettend belangrijk. Ook andere zwarte muziek, zoals de blues, krijgt via de aandacht van Britse jongeren een appeal voor witte mensen in het Westen. Daarnaast worden de VS leidend in de beeldende kunst. In jaren vijftig had je het abstract expressionism dat onder meer dankzij door de CIA gesponsorde tournees de wereld veroverde. In de jaren zestig kon de Amerikaanse beeldende kunst het zonder die steun; de pop art dook overal op, net als minimal art en vormen van conceptuele kunst.
Dat de CIA die tournees van kunstenaars, maar ook van jazzmuzikanten sponsorde, was een vorm van soft power. Want dat was een van de cruciale elementen van de Koude Oorlog: door beide grootmachten werd massaal geïnvesteerd in onderwijs, wetenschap en cultuur. Om aan te geven: ons systeem is het beste.”

Als de jaren zestig er niet waren geweest, waar hadden we dan nu gestaan?
“Dat vind ik een onmogelijke vraag: what if? De jaren zestig hadden zo’n bijzonder effect door het samengaan van een aantal elementen: de grote babyboomgeneratie die ook nog eens massaal hoger opgeleid werd, de economische voorspoed en ingrijpende technologische veranderingen: de televisie, de satellieten, waardoor het nieuws razendsnel de hele wereld kan bereiken. De transistorradio en de draagbare 45-toeren-platenspelers zorgden ervoor dat muziek draagbaar werd en dus individueel, wat voor generaties vandaag vanzelfsprekend is.
De erfenis van de jaren zestig wordt op dit moment hogelijk bediscussieerd, door allerlei politieke partijen en bewegingen. Thierry Baudet is in Nederland het meest uitgesproken voorbeeld. Net als Trump in Amerika, en Sarkozy eerder in Frankrijk. Trump ziet de jaren zestig als het moment dat de overheid zich overal mee gaat bemoeien. Er is een foto van Trump naast twee stapels papier – een hele kleine (met jaartal 1960 erbij) en een hele grote stapel (met ‘today’) , verbonden door een rood lint. Dat is ‘red tape’: Amerikaans-Engels voor bureaucratie. Hij ziet het als zijn doel die bureaucratie weg te nemen. Maar wat zit er in die stapel papier? Vast ook belachelijke regels, maar ook ongeveer alle milieuregels. In 1960 was DDT, het dodelijke gif dat op groenten en fruit werd gespoten, niet verboden. Ook veel veiligheidsregels bestonden niet. In Frankijk vielen in het paasweekend van 1966 114 verkeersdoden. Dat kwam onder meer doordat auto’s zo onveilig waren en gordels niet verplicht. Baudet ziet de jaren zestig als een beslissende fase in de ‘oikofobie', de haat van links voor ‘het eigene’, terwijl links niks te maken had met de twee fenomenen die Baudet in dat opzicht cruciaal acht: zowel de uitbouw van de Europese Economische Gemeenschap als de import van ‘gastarbeiders’ gebeurden op vraag van rechtse en centrumrechtse kapitalisten.”

Paspoort
Geert Buelens (Duffel, België, 1971) is hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Utrecht.
● Promoveerde in 2001 gepromoveerd op een onderzoek naar de invloed van dichter Paul van Ostaijen op de Vlaamse poëzie.
● Debuteerde in 2002 als dichter 2002 met de bundel Het is.
● Publiceerde in 2008 het boek EUROPA EUROPA!, over de dichters van de Grote Oorlog, over poëzie ten tijde van de Eerste Wereldoorlog.
● Publiceerde in maart van dit jaar De jaren zestig. Een cultuurgeschiedenis (Ambo|Anthos, 880 blz., € 49,99). Het boek ontving algemeen lof en geldt inmiddels als hét standaardwerk over het decennium.
● Bij het boek is een aparte website ontwikkeld met beeld- en geluidsfragmenten: www.amboanthos.nl/de-jaren-zestig.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda