FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 10 May 2018 08:18

Martin Luther King en de lange weg van de droom

Tekst: Peter Sierksma Tekst: Peter Sierksma Beeld: ANP Foto

“Ik zie het Beloofde Land. Ik zal het misschien niet met jullie binnengaan, maar ik wil dat jullie vanavond weten dat wij als volk het Beloofde Land zullen bereiken.” Deze woorden sprak dominee Martin Luther King daags voordat hij, op 4 april 1968, vermoord zou worden. Vijftig jaar later zegt zijn kleindochter: “Ik heb een droom. Dat genoeg nu echt genoeg is.”

Soms wordt het je domweg gegeven. De moord op dominee Martin Luther King jr. precies vijftig jaar geleden indachtig, sprak ik begin dit jaar met Harcourt Klinefelter. Halverwege de jaren zestig was Klinefelter als pr-man nauw betrokken bij het geweldloze protest van King. En nu zijn we het er over eens dat de klok van de droom ondanks de hoop op verandering tijdens het presidentschap van Barack Obama wel erg snel is teruggedraaid.
Maar ondanks alle tegenwind in tijden van Trump weigert Klinefelter, die in 1972 met zijn vrouw Annelies naar Nederland kwam, de moed te laten zakken. Steeds refereert hij aan Kings laatste woorden, uitgesproken op de avond voor zijn dood op 4 april 1968 in Memphis. Woorden die, ondanks ‘de lange weg die nog te gaan is’ blijvend uitzicht bieden op het beloofde land zoals eens Mozes dit vanaf de bergtop heeft gezien: “Ik zie het Beloofde Land. Ik zal het misschien niet met jullie binnengaan, maar ik wil dat jullie vanavond weten dat wij als volk het Beloofde Land zullen bereiken.” En dus zegt Klinefelter uit de grond van zijn hart: “De dromer kun je doden, niet de droom.”

Black Lives Matter
Dat klinkt nog altijd mooi, maar ook een beetje naïef. Meer dan een bijna vervulde droom zie ik een werkelijkheid vol schaduwkanten. Een samenleving waarin de kloof tussen arm en rijk zo oneindig veel groter lijkt geworden dan in de jaren zestig of negentig. In zijn in 2015 verschenen boek Obamaland. Amerika na acht jaar presidentschap Obama beschrijft NRC-correspondent Guus Valk aan de hand van het levensverhaal van de in Baltimore opgegroeide D. Watkins hoe een groot deel van de zwarte gemeenschap het geloof in de droom definitief verloren heeft. Ironisch genoeg wijst Watkins daarbij vooral naar de elite van dominees en crisismanagers van de zwarte kerken, die overal waar de vlam in de pan slaat de boel probeert te sussen, maar verder bar weinig voor haar broeders en zusters uit de getto’s doet of heeft bereikt. Watkins vertelt zijn verhaal naar aanleiding van de rellen die in april 2015 uitbraken nadat de politie de zonder duidelijke reden aangehouden Freddie Gray zo zwaar toetakelde dat hij binnen een week aan zijn verwondingen stierf. Hij laat merken hoe zijn generatie van jonge Afro-Amerikanen de sussende toon van de oudere generatie zat is en wenst af te rekenen met dromen die allang geen betekenis meer kennen. Dromen zoals die ‘dat een zwarte president een nieuwe tijd voor ons zou inluiden.’
De cynische Watkins kan worden gezien als exponent van een nieuwe (in de geest van de schrijver James Baldwin nadrukkelijk zo genoemde) zwarte, anti-blanke beweging die momenteel het beste onder de noemer gebracht kan worden van Black Lives Matter. Behalve tegen het meer dan gemiddelde politiegeweld tegen zwarte of Afro-Amerikanen richt de snel groeiende beweging zich op de problematiek van de criminaliteit en de armoede en zet zij zich zoals gezegd af tegen de falende zwarte christelijke kerken. Zij schuwt daarbij de confrontatie met burgers en instanties niet. Dat laatste is verdrietig omdat het inmiddels tot grote onderlinge verdeeldheid binnen de niet-blanke bevolking heeft geleid. Valk illustreert dit met de lotgevallen van Denise Cromwell uit Charleston die, nadat zij met haar man Larry een witte baby adopteerde, bedreigd werd door zowel een groep New Black Panthers als door een club blanke racisten, opererend onder de naam Charleston Thug Life. Over verdeeldheid, polarisatie en de droom gesproken.
Lees je Obamaland en in het verlengde ervan Oh, oh, Amerika. Het land van Obama en Trump van oud NOS-verslaggever Charles Groenhuijsen, dan kun je niet anders dan vraagtekens zetten bij de voltooiing van de droom van 1963, die met de moord op King zo wreed verstoord werd. In de woorden van Groenhuijsen: “50 procent van alle zwarte baby’s wordt arm geboren en blijft dat de rest van hun leven ook. De meeste zwarte kinderen die in een middenklassegezin worden geboren, krijgen het later slechter dan hun ouders. Er zijn nog steeds bedroevend weinig rijke zwarten. In de meeste zwarte gezinnen is maar één ouder. Zwarte kinderen gaan naar de slechtste scholen en de slechtste universiteiten. Zo kun je nog wel even doorgaan: het aantal zwarten in de gevangenis, de misdaadcijfers onder African Americans, drugsgebruik, overgewicht, inkomen. In al die categorieën doen zwarte Amerikanen het slechter dan blanken. Het zou voor Martin Luther King een nachtmerrie zijn.”
De hier aangegeven grenzen van de droom worden ook in de cultuur zichtbaar. Recente films als Moonlight (over het leven van de ingetogen Chiron die opgroeit in een van de arme wijken in gewelddadig Miami) en Detroit (over het politiegeweld tegen zwarten in Detroit anno 1967) bevestigen dat beeld. En toch blijft Klinefelter volharden: je kunt de dromer doden, maar niet zijn droom.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda