FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2018: NUMMER 6

    VOLZIN 2018: NUMMER 6

    Volzin-special: ‘Beter zwijgen’ ‘Een geheim heb je niet per ongeluk’Psycholoog Andreas Wismeijer over
    29 May 2018 - Lees meer
donderdag, 08 March 2018 15:21

‘Mensen zijn hier mensen, geen nummertjes’

Tekst: Willem van der Meiden Tekst: Willem van der Meiden Beeld: Martine Sprangers

“Ik schaam me dat ik hier moet komen. Maar ik vind het hier fijn en het is goed om te zien dat ik niet de enige ben.” Willem van der Meiden bezoekt de Voedselbank. Armoede in Nederland krijgt een gezicht.

De protestantse Lukaskerk aan de rand van de Haagse Schilderswijk, op een koude donderdagochtend, negen uur. De vrijwilligers zitten samen aan de koffie voor de voorbespreking. De eerste cliënten zitten al, anderhalf uur te vroeg, in het halletje te wachten. Er zijn meestal tien à twaalf vrijwilligers. De taken worden verdeeld en in de volgende uren ontpopt deze ploeg zich als een geoliede machine. Er zijn meer dan twintig uitdeelpunten van Voedselbank Haaglanden. De bijna honderd kratten met voedsel uit het centrale depot zijn al om acht uur uitgeladen. Twee vrouwen ordenen ze en vullen ze aan met producten die ze dankzij giften en een bevriend fonds extra kunnen bieden.

Gestage stroom
Hoe ziet armoede in Nederland eruit? In een gestage stroom komen honderd mensen langs voor een pakket, jong en oud, alle kleuren, mannen en vrouwen. De een haalt snel de etenswaren uit het pakket en sluipt weg. Een ander neemt plaats achter de koffie en blijft twee uur praten. Deze vrouw vraag ik waarom ze hier is. “Ik leef als ik praat”, zegt ze. “Ik heb thuis nooit bezoek en daarom kom ik één dag in de week hier.” Dan volgt een relaas over steeds meer fysieke klachten, waardoor ze uiteindelijk niet meer in staat was om te werken. “Maar ik heb het steeds geprobeerd, ook als het pijn deed.” Ze werd verliefd op een collega en trouwde met hem. “Maar hij is stiekem weggeslopen. En ik mocht zijn schulden hebben. Ik heb mijn best gedaan om daaruit te komen. Ik betaal 600 euro huur en krijg 200 euro huursubsidie. Omdat ik steeds een maand of meer achterliep, waren er extra inhoudingen. Zo ben ik vorige maand hier terechtgekomen.” Of ze zich hier schaamt? “Nee hoor, ik ben er als Surinaamse trots op dat ik dit in Nederland kan krijgen.”
Ik ga kijken wat de mensen meekrijgen, met in mijn achterhoofd een eerder bezoek aan de Voedselbank toen de kratten voor de helft gevuld waren met chips. Nu niet. De kratten zitten boordevol en de vrijwilligsters moeten hard aan de bak. Ik zie sinaasappels, restanten kruidnoten en kerstkransjes, zoute koekjes, een brood, verse spruitjes, bloemkool, een pakje soep, prei, houdbare melk. En dan zijn er ook nog extra’s, zoals pakjes vlees, waaronder zelfs filet van wild zwijn. Gezinnen met meer dan twee kinderen krijgen meer.
De cliënten stoppen de inhoud van de kratten in zelf meegebrachte tassen. Eén vrouw haalt secuur alles uit het krat wat haar zint en laat liggen waar ze geen belangstelling voor heeft. Niet leuk, vinden de vrijwilligsters. Tal van anderen delen namelijk met anderen van wat ze zelf niet nodig hebben. Een cliënte vertelt me: “Toen ik niet meer uit de schulden kwam, heb ik geleend bij de buurman. Anders stond ik op straat. Ik ben begonnen hem af te betalen met tientjes per maand. Ik heb vroeger veel weggegeven en daar heb ik nu wel spijt van. Toch heb ik er vertrouwen in dat het goed komt. Geduld geeft meer vreugde. Ik ben blij dat de Voedselbank er is. Ik heb allerlei psychische spanningen, maar ik kan lachen. Kijkt u maar! Weet u, wij van de Voedselbank delen met anderen, andere mensen doen dat niet.”

Zes weken wachten
Daar is meneer Moon, vaste gast. Hij komt niet voor een voedselpakket. Hij komt voor Aad, de vaste man in de keuken. Van hem krijgt hij een kop soep en dan moet er geschaakt worden. Elke week. Meneer Moon bakt er weinig van en verliest altijd. Aad legt hem geduldig uit hoe het beter kan, maar het kwartje lijkt niet te vallen. “Ik kom hier om te verliezen, meneer!” zegt hij tegen me. Ik vind het knap dat hij tegen zijn verlies kan. Meneer Moon haalt zijn schouders op. “Hij is een echte loser”, zegt een andere gast. Ja, knikt meneer Moon.
Aan een ander tafeltje, een beetje uit het zicht, houdt Joline van Poppel spreekuur voor iedereen die vragen heeft. Zij is als diaconaal werker aan de Lukaskerk verbonden en geeft informatie, verwijst, vertaalt brieven, adviseert. Ze heeft steeds aanloop en tussendoor vraag ik wat er aan de orde is geweest. “Ik kreeg een vrouw langs die bij haar zus woonde, maar nu een eigen kamer heeft. Ze had nu recht op een uitkering maar moest minstens zes weken wachten op de eerste betaling. Geen geld dus. We hadden haar hier al geholpen met wat huisraad en voedsel. Ik heb haar nu verwezen naar de individuele hulpverlening van de Diaconie. Daar kan ze snel terecht voor broodhulp. Er was ook een man die slecht Nederlands spreekt en brieven meebracht over energie en schuldhulpverlening. Ik heb wat uitleg gegeven.” De volgende meldt zich voor een gesprek. Joline staat op, maar zegt nog: “Ik zag een vrouw die veel haast had en hoorde haar zeggen: mijn man weet niet dat ik hier ben. Niet fijn om te horen.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda