FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2018: NUMMER 6

    VOLZIN 2018: NUMMER 6

    Volzin-special: ‘Beter zwijgen’ ‘Een geheim heb je niet per ongeluk’Psycholoog Andreas Wismeijer over
    29 May 2018 - Lees meer
woensdag, 07 March 2018 09:27

Paus Franciscus kiest voor de armen

Tekst: Thijs Caspers Tekst: Thijs Caspers Beeld: ANP Foto

“Heel de weg van onze verlossing wordt getekend door de armen.” Dat is de diepste overtuiging van paus Franciscus. Thijs Caspers schetst het theologisch portret van de man die deze maand vijf jaar aan het hoofd van de r.-k. kerk staat.

Begin januari toverde paus Franciscus bij meer dan tweeduizend mensen een lach op het gezicht. Daklozen, vluchtelingen, gevangenen en arme gezinnen: allemaal kregen ze van hem kaartjes voor een onvergetelijke avond in het circus. Eventjes weg van hun zorgen, wilde hij hen laten genieten van het mooie en het goede. Want circusartiesten brengen iets van schoonheid in de wereld die goed is voor de menselijke ziel, aldus Franciscus. En precies aan deze schoonheid is veel behoefte volgens de paus.
Dergelijke optredens zijn illustratief voor paus Franciscus. Als iets zijn pontificaat kenmerkt, dan is het wel de warme belangstelling van hem voor degenen die leven in de marge. Keer op keer verbaast hij de wereld met zijn persoonlijke en opmerkelijke optredens. Toen hij – vlak na zijn aanvaarding van het petrusambt (in 2013) – in een jeugdgevangenis op Witte Donderdag de voeten van jeugddelinquenten waste, gingen deze beelden de hele wereld over. Datzelfde gold voor zijn opmerkelijke eerste bezoek aan het buitenland. Waar het gebruikelijk is dat de paus bij zijn eerste buitenlandse reis een land van aanzien aandoet, koos Franciscus voor het vluchtelingeneiland Lampedusa in de Middellandse Zee. Hij bezocht een plaats waar heel Europa in het midden van de vluchtelingencrisis collectief van wegkeek. Zijn keuze voor de rafelrand weerspiegelt zich ook in zijn persoonlijke levensstijl. Wars van opsmuk kiest Franciscus voor soberheid. Anders dan eerdere pausen is hij niet in het pauselijk appartement gaan wonen. In plaats daarvan koos hij voor een bescheiden ruimte in het Vaticaanse gastenverblijf Domus Sanctae Marthae. Op die manier houdt hij voeling met de vele gasten die het Vaticaan bezoeken en met wat er leeft in de samenleving. Ook verplaatst hij zich in een kleine bescheiden autootje. Dat levert soms humoristische taferelen op. Toen paus Franciscus in 2015 op staatsbezoek was in de Verenigde Staten reed er één klein fiatje in een zee van SUV’S en andere grote auto’s. Het laat zich raden wie daarin zat. Bezittingen die hij krijgt aangeboden geeft hij daarnaast graag weg. Eind november vorig jaar kreeg hij een Lamborghini. Deze Italiaanse sportwagen liet hij veilen bij het Britse veilinghuis Sotheby’s. De opbrengst ging onder meer naar de bouw van huizen en kerken voor christenen die zijn verdreven in Irak door IS.

De markt vergoddelijkt
Franciscus’ levensstijl – zijn soberheid, menselijke betrokkenheid en no-nonsensementaliteit – zorgen ervoor dat hij ook in ons land een behoorlijke populariteit geniet. Zijn vaak spontane optreden – waarbij hij steevast oog heeft voor de kwetsbaren – doen het in de media uiterst goed. Als we zijn voorkeur voor de rafelrand echter beter bekijken, dan zien we dat zijn bewogenheid diep reikt: de armen nemen een consistente plek in in zijn theologie en de wijze waarop hij naar de wereld kijkt. De armen staan zo centraal in Franciscus’ denken én doen.
De eerste grotere tekst van paus Franciscus’ hand is Evangelii Gaudium (De vreugde van het evangelie). Deze zogenoemde apostolische exhortatie verscheen op 24 november 2013 en vormt de neerslag van een bisschoppensynode (vergadering) over het missionaire karakter van de kerk. Zij gaat – zoals de ondertitel van dit document benadrukt – over ‘de verkondiging van het evangelie in de wereld van vandaag’. Doorgaans zijn apostolische exhortaties niet de meest opmerkelijke en spraakmakende documenten. Evangelii Gaudium vormt hierop evenwel een uitzondering. Dat komt omdat deze uitvoerige tekst haarscherp Franciscus’ eigen kijk op de wereld van vandaag presenteert. Franciscus gaat in deze tekst uitvoerig in op de grote maatschappelijke vraagstukken van onze tijd (armoede, uitsluiting, milieuvervuiling, et cetera) Wat hierbij opvalt is dat hij geen blad voor de mond neemt: in uiterst heldere en scherpe bewoordingen brengt hij tal van sociale misstanden onder de aandacht. Zo wijst hij in Evangelii Gaudium op de problematische relatie die wij hebben met geld. We hebben, zoals hij zegt, de markt vergoddelijkt en daarmee geld gemaakt tot iets wat overheerst in plaats van dient. Gevolg hiervan is dat alles wat weerloos is wordt opgeslokt. Franciscus constateringen zijn pijnlijk en raak. Zo schrijft hij: “Het is toch niet mogelijk dat het feit dat een oudere die ertoe is gebracht op straat te leven, doodvriest, geen opzien baart, terwijl een waardevermindering met twee punten op de beurs dat wel doet.” Zijn woorden zijn te lezen als een kritiek op het economische systeem dat de rijken wereldwijd met elkaar in stand houden. Een systeem waarin de mens als persoon niet meer belangrijk is, maar is verworden tot een radertje in een anoniem proces waarbij winstmaximalisatie voorop staat. Franciscus zegt: “Men beschouwt het menselijk wezen in zichzelf als een consumptiegoed dat men kan gebruiken en vervolgens weggooien. Wij hebben een ‘wegwerpcultuur’ ingevoerd, die zelfs wordt bevorderd. (…) De uitgeslotenen zijn geen ‘mensen die worden uitgebuit’ maar vuilnis, ‘afval’.”

Zondige onverschilligheid
In zijn tweede encycliek Laudato si (Geprezen zijt gij) uit 2015, spreekt Franciscus uitvoerig over de ecologische crisis waarin de aarde verkeert door menselijk toedoen. Hij gaat in deze encycliek ook in op de wortel die aan deze ecologische crisis ten grondslag ligt. Volgens Franciscus heeft onze uitbuiting van moeder aarde alles te maken met het ‘moderne antropocentrisme’ dat wijdverbreid is. Met dit wat ingewikkelde begrip bedoelt Franciscus dat de mens in de moderne tijd is verworden tot de ‘maat der dingen’. Hij voelt zich niet meer onderdeel van het tere weefsel van flora en fauna, maar is er met de moderne tijd boven komen te staan. Dit antropocentrisme heeft ertoe geleid dat de mens vooral gericht is op zichzelf. Hij is als het ware opgesloten in zijn eigen ‘ik’, waarbij zich een zekere onverschilligheid heeft ontwikkeld tot al het andere. Hierbij doelt Franciscus zowel op de natuur (bomen en planten), dieren als onze medemens. Onze bekommernis om het andere en onze empathie zijn daarmee afgestompt. Een uitspraak van Franciscus op de eerste zogenoemde Dag van de armen (19 november 2017) onderstreept dit. In zijn preek van die dag heeft hij het over het zondige karakter van onverschilligheid. Hij zegt: “Verzuimen is ook een grote zonde daar waar het de armen betreft. Hier heeft het een specifiek karakter: onverschilligheid. Wanneer we zeggen: ‘Het gaat me niet aan, het is niet mijn zaak, het is een maatschappelijk probleem’. (De zonde) geschiedt als we ons afkeren van onze broeder of zuster in nood, wanneer we wegzappen als ongemakkelijke vragen voorbij komen, wanneer we verontwaardigd zijn over kwaad dat gebeurt maar er niets aan doen. God zal niet aan ons vragen of we oprechte verontwaardiging voelden, maar of we goed hebben gehandeld.”
Franciscus’ uitspraken over en kritiek op de vergoddelijking van het geld en het doorgeschoten vrijemarktdenken geven inzicht in zijn maatschappijkritiek. Op maatschappelijk (of sociologisch) laten hiergenoemde uitspraken zien welke positie hij inneemt. Onder Franciscus’ maatschappijkritiek ligt echter nog een theologisch fundament. De armen staan ook in het centrum hiervan.

Verbonden met Christus
Evangelii Gaudium verwoordt helder dat de armen ten diepste zijn verbonden met de kern van het christendom: namelijk met de figuur van Christus zelf. Franciscus schrijft:
“In het hart van God is er een bijzondere plaats voor de armen, en wel zozeer dat Hijzelf ‘arm is geworden’ (2 Korintiërs, 8, 9). Heel de weg van onze verlossing wordt getekend door de armen.”
De uitdrukkelijke identificatie van de armen met Jezus heeft consequenties voor de kerk en voor het geloofsleven van alle christenen. Zij zijn, aldus Franciscus, “geroepen … dezelfde gezindheid als Jezus te hebben. Hierdoor geïnspireerd heeft de Kerk een keuze voor de armen gemaakt.” Geen gehoor geven aan de kreet van de armen, betekent zo dat zij zich “buiten de wil van de Vader en Zijn plan” plaatsen. Deze uitspraken van Franciscus hebben consequenties voor hoe hij tegen kerk-zijn aankijkt en wat volgens hem leidend dient te zijn. Aan het begin van Evangelii Gaudium zegt hij: “Aan het begin van het christen-zijn staat geen ethische beslissing of hoogstaand idee, maar de ontmoeting met een gebeurtenis, met een Persoon, die ons leven een nieuwe horizon en daarmee beslissende richting geeft.” Hiermee plaatst hij het christelijk geloof en de prioriteiten van de kerk in een verfrissend ander licht. Het gaat volgens paus Franciscus in de eerste plaats om ontmoeting. De ontmoeting met de persoon Jezus. Deze ontmoeting is vervolgens leidend voor de relaties die we met anderen aangaan. Door het centraal stellen van de relationele dimensie maakt Franciscus duidelijk dat het in het christelijk geloof allereerst gaat om mensen en niet, bijvoorbeeld, om regels. Natuurlijk, structuren en regels zijn nodig, maar meer in ondersteunende zin. Het hart van het christelijk geloof bestaat uit relatie en wederzijdse betrokkenheid.
Deze nadruk op ‘relatie’ heeft gevolgen voor de houding die van christenen wordt gevraagd, aldus Franciscus. In geen geval dienen zij zich op te sluiten achter ogenschijnlijk veilige kerkmuren. Integendeel: het is van groot belang om de beweging naar de ander te maken en de armen in het centrum van de kerk(gemeenschap) te plaatsen. Zelfbehoud mag volgens Franciscus geen plaats hebben. Daarom zegt hij onomwonden: “Ik verkies een kerk die gekneusd, gewond en vuil is, omdat zij langs de straten uitgetrokken is, boven een ongezonde kerk die zichzelf opsluit en vasthoudt aan haar eigen zekerheden.”

Gedeelde toekomst
De armen nemen in Franciscus’ denken een prominente plaats in. Dat wil echter niet zeggen dat Franciscus’ visie eenzijdig is. In zijn encycliek Laudato si benadrukt hij eerder de nauwe verbondenheid tussen de verschillende grote vraagstukken waar de mensheid voor staat. Hij schrijft: “Tegenwoordig kunnen wij er niet onderuit te erkennen dat een ware ecologische benadering altijd een maatschappelijke benadering wordt, die de gerechtigheid moet integreren in de discussies over het milieu, om zowel naar de kreet van de aarde als naar de kreet van de armen te luisteren.” Recht doen aan onze medemens is zo bezien altijd innig verbonden met de wijze waarop we met de wereld omgaan.
Als we moeder aarde niet willen uitputten en onze naasten recht willen doen dan vraagt dan volgens Franciscus om een drastisch andere levensstijl. In Laudato si schrijft hij uitvoerig over de noodzaak tot versobering. Het is van het grootste belang om onze ecologisch voetafdruk te verkleinen en te zien dat een gezonde samenleving niemand uitsluit. Franciscus schrijft: “In veel zaken moet de koers opnieuw worden bepaald, maar vóór alles moet de mensheid veranderen. Het ontbreekt aan het bewustzijn van een gemeenschappelijke oorsprong, een elkaar toebehoren en een door allen gedeelde toekomst. Dit basale bewustzijn zou de ontwikkeling van nieuwe overtuigingen, nieuwe gedragingen en levensstijlen mogelijk maken. Zo ontstaat er een grote culturele, spirituele en educatieve uitdaging die lange processen van herstel zal inhouden.” Waarachtig algemeen welzijn kan volgens hem alleen groeien als we ons collectief egoïsme weten te beteugelen.
Franciscus spreekt in Laudato si over de noodzaak tot bekering of inkeer. Wij moeten, zo zegt hij, “opnieuw beseffen dat wij elkaar nodig hebben, dat wij een verantwoordelijkheid hebben jegens de ander en de wereld, dat het de moeite waard is goed en eerlijk te zijn.” Dit klinkt in eerste instantie misschien als een onmogelijk grote opgave, maar Franciscus nodigt ons – in het spoor van de heilige Teresia van Lisieux vooral uit om “de ‘kleine weg van de liefde’ te bewandelen en geen gelegenheid voor een vriendelijk woord, een glimlach, een klein gebaar dat vrede en vriendschap verspreidt, verloren te laten gaan.”

In vreugde
De hier beschreven opvattingen van Franciscus vragen zoals gezegd om een diepgaande aanpassing van levensstijl. Wat daarbij opvalt aan zijn betoog is dat deze verandering weliswaar veeleisend is, maar tegelijkertijd gepaard gaat met vreugde. Want, zoals Franciscus zelf zegt: “Met Jezus Christus wordt de vreugde altijd geboren en herboren.” Het is van het grootste belang om Jezus’ blijde boodschap op aantrekkelijke wijze te delen met de wereld en de mensen om ons heen. Precies deze vreugde staat nooit los van de rafelrand. Want het is, zoals Franciscus zo treffend zei op de eerste Dag van de armen middels de armen dat Jezus klopt op de deur van ons hart. Dat is de mooie én tegelijkertijd veeleisende boodschap van Franciscus voor de wereld van vandaag. 

Thijs Caspers is theoloog. Van zijn hand verschijnt deze maand bij de uitgeverij Berne Media Thuis zijn in het onbekende (vijf essays over ‘de kunst van het verdwalen’). Ook verschijnt onder zijn redactie een bundel met praktijkverhalen van auteurs uit katholieke maatschappelijke organisaties: Eigen zinnen.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda