FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 30 January 2018 12:10

Volkomen betrokken, volkomen onthecht

Tekst: Michel Dijkstra & Simone Bassie Tekst: Michel Dijkstra & Simone Bassie Beeld: Hollandse Hoogte

“Zolang je denkt dat het ontwaken of de verlichting ergens buiten jezelf plaatsvindt, zelfs in een soetra, is je inzicht heel beperkt”, zegt het jonge meisje Satsujo in een achttiende-eeuws Japans verhaal. Satsujo gaat pardoes op de heilige geschriften zitten. Zij ziet geen verschil tussen de ‘wonderbaarlijke soetra’ en haar achterwerk, zo legt ze haar verbijsterde vader uit. Dit is wat vrouwelijke zenmeesters ons leren: verlichting alleen in het dagelijks leven te vinden, en nergens anders.

‘Als je de Boeddha tegenkomt op de Weg, dood de Boeddha!” Deze paradoxale woorden van de negende-eeuwse Chinese meester Linji vormen wellicht de meest geciteerde uitlating uit het zenboeddhisme. In plaats van je te onderwerpen aan welke autoriteit dan ook, inclusief die van de Boeddha, moet je volgens deze uitspraak helemaal op jezelf vertrouwen. Linji duidt dit doorsnijden van afhankelijkheidsrelaties aan met de meest agressieve metafoor denkbaar: het doden. Alleen zo, vervolgt de meester, “zul je voor de eerste keer innerlijk echte vrijheid vinden”.
Overigens schuwde Linji het fysieke geweld niet om zijn boodschap aan zijn monniken over te dragen. Stokslagen en schreeuwpartijen waren aan de orde van de dag in het klooster van deze “kampioen matjes onder je voeten wegtrekken”, zoals de meester bekend stond. Een minder machismo maar eveneens masculiene sfeer stijgt op uit de orthodoxe eregalerij van grote zenfiguren die het licht van Boeddha’s geest door de eeuwen heen droegen. Allemaal mannen.

Vrouwenstemmen
Zo lijkt er in de zenboeddhistische traditie, die volgens de overlevering een geschiedenis van vijfentwintig eeuwen kent, geen ruimte voor vrouwenstemmen te zijn. Maar schijn bedriegt. De recent in Nederlandse vertaling gepubliceerde bloemlezing Het verborgen licht, onder redactie van de Amerikaanse zenmeesteressen Florence Caplow en Susan Moon, onthult de visie van verlichte vrouwen door de eeuwen heen. Deze historische verhalen worden steeds toegelicht door nog levende zenmeesteressen, waardoor hun actualiteitswaarde en de praktische bruikbaarheid duidelijk naar voren komen.
De titel Het verborgen licht is door de redacteuren buitengewoon goed gekozen. Filosofisch-historisch gezien is het zenboeddhisme, dat omstreeks de zevende eeuw na Christus in China ontstond, namelijk een huwelijk tussen Indiase en Chinese stromingen: het boeddhisme en het taoïsme. Uit het Indiase boeddhisme neemt zen Boeddha’s gepassioneerde zoektocht naar en realisatie van de ultieme vrijheid of verlichting over, die hij zwijgend zou hebben doorgegeven aan de eerste zenpatriarch. Minstens zo belangrijk is echter de invloed van het taoïsme, waarin de vrouwelijke ‘kracht van het zachte’ centraal staat.
Deze kracht wordt in taoïstische teksten verbeeld door een waterdruppel die de rots splijt. Zo is het fenomeen ‘water’ dat op het eerste gezicht alleen zwak, meegaand en buigzaam lijkt bij nader inzien het sterkste wat bestaat. In die zin heeft het een verborgen kracht. Volgens de taoïstische wijzen is het niet op de voorgrond willen treden maar het werken vanuit het verborgene of het cultiveren van flexibiliteit en souplesse in alle situaties de hoogste levenskunst. Op die manier ondervindt de mens minimale weerstand in zijn leven en is hij tegelijkertijd in staat om alles en iedereen zoveel mogelijk ruimte te geven. Niet toevallig vormen deze taoïstische elementen het verborgen licht van de zenmeesteressen.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Agenda