FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 10 January 2018 09:48

Mijn hart klopt: 'Ik ben, ik ben, ik ben'

“Luister heel goed. Je bevindt je nu op een weg bij God vandaan. Je weet wat het gevolg zal zijn als je je niet bekeert”, zo hield de dominee haar voor. Inge Bosscha ontworstelde zich aan de beklemming van haar jeugd. “De waarheid bleek dat ieder mens behoefte heeft om erkend te worden als een goed mens. De waarheid bleek dat iedereen zijn eigen waarheid heeft. En dat sommigen dit oké vinden en sommigen niet.”

Hij sprak altijd zacht, misschien hingen we daarom wel aan zijn lippen. Zijn woorden hadden, althans voor mij, de status van een belangrijk geheim dat je beslist moest kennen en opvolgen om goed te kunnen leven. Ik wilde goed leven. Ik wilde op het juiste pad lopen en nooit afdwalen naar gebieden waar vervloekte dwaalleraars zich ophielden om zieltjes te ronselen voor de hel. Dit was het. Dit. Deze woorden van deze dominee die ons in deze vrijgemaakte kerk les gaf uit deze catechismus, en ons precies leerde om welke redenen elke andere kerk het mis had. Hier, bij ons, begon de Ware Weg ten Leven.
“Luister heel goed. Wat ik jullie nu ga vertellen, mogen jullie nooit meer vergeten. Alles wat jullie meemaken, alles wat jullie horen of zien is minder waar dan wat hier geleerd wordt. Als je op een dag iets ervaart dat tegen deze leer ingaat, begin dan meteen te bidden. Op dat moment is de duivel namelijk actief om twijfel te zaaien in je hart. Trap er niet in! Trap. Er. Nooit. In.”
Zijn woorden sloten naadloos aan bij wat ik als klein meisje had geleerd. Vertrouw je eigen gedachten en gevoelens niet. Luister er niet naar. Het kan je verleiden tot zonde. Verblijdt u in de HERE te allen tijde. Boosheid is van de duivel en angst een teken van een te klein geloof en onnodig, want de HERE is altijd bij je om je te beschermen, waar je ook gaat. Maar blijf in godsnaam op het juiste pad!

Volgen
‘Hoe denken wij hierover?’ was een vraag die me in mijn tienerjaren intens bezighield. Ik wilde de wereld leren begrijpen en bekijken op de juiste manier. Dus ik las boeken van de juiste dominees en luisterde aandachtig naar de juiste preken. Mijn oma had een zelfgemaakte zwarte lijst van predikanten die volgens haar te vrijzinnig waren. Dus luisterde ik ook naar oma. Ik hoopte dat zij mij kon leren wat mijn mening moest worden volgens de Ware Leer.
Ik hoefde niet te weten wat mijn behoeften of mijn grenzen waren. Ik hoefde alleen maar te geloven dat God dat wist en dat hij wel voor mij zou zorgen. Als ik maar volgde en vertrouwde en in de Waarheid bleef. Dan zou ik veilig zijn.
En zo zat ik vijf jaar later zwanger in een vrouwenopvanghuis, worstelend met mijn wens om te scheiden en mijn angst voor straf en verwerping door God. Voor de kerk en mijn familie was het duidelijk: scheiden mag niet. Ik moest mijn ‘kruis’ opnemen en terugkeren naar mijn man, want alleen dan zou ik Gods wil doen.
“Luister heel goed. Je bevindt je nu op een weg bij God vandaan. Je weet wat het gevolg zal zijn als je je niet bekeert. We roepen jou met klem op om je tot God te bekeren en je weer met Hem te verzoenen.”

Geoordeeld
Maar ik wilde niet bij God vandaan! Alles in mij was (een schreeuw om) leven. Met mijn hele hart strekte ik mij hartstochtelijk uit naar de Levensbron. In de Bijbel had ik gelezen dat God echtscheiding had verboden. Maar er stond toch ook dat God tegen doodslaan was? Ik wilde het leven dat ik droeg beschermen. Ik wilde óók Gods wil doen. Machteloos en verbijsterd hoorde ik het kerkelijk gezag aan, dat blijkbaar beter dan iedereen wist welke wet het zwaarst woog en waarom ik fout zat.
Deze mannen Gods, die mij ooit met hun woorden hadden geleerd wat ik moest denken, lieten mij nu door hun houding voelen hoe onrechtvaardig en pijnlijk het is wanneer dogma’s bepalen wie er goed of fout is en wanneer er geoordeeld wordt over het hart en de intenties van de ander.
Het voelde alsof ik maar een kleine mier was. En zij leken wel grote torren, met hun donker glanzende pakken aan. Maar waarom zou een ‘tor’ beter verstaan dan een ‘mier’ wat de wil is van het ‘paard’ in de wei?
Ik ben daar, voor het eerst in mijn leven, tegen het kerkelijk gezag ingegaan. Dat voelde niet als een triomf of een bevrijding, nee, ik was doodsbang dat ik mijn eigen oordeel tegemoet ging en mijn kindje zou meesleuren in mijn ‘val’.

Vragen
Tegelijk kwam er enorm veel ruimte. Aangezien ik mijn goede-christen-imago nu toch al verspeeld had, kon ik net zo goed de vragen stellen die ik al mijn hele leven probeerde te ontkennen en negeren, omdat een ‘goede christen’ die nooit zou stellen.
Hoe konden we eigenlijk zo zeker zijn van ‘ons gelijk’? Mijn klasgenootjes uit een andere kerk hadden me verteld dat ook zij thuis geleerd hadden dat ze in de ware kerk zaten. We zeiden tegen elkaar: “Jullie zijn misleid. Jullie wandelen niet in de Waarheid.” Ik voelde mij dankbaar omdat ik door Gods genade in de juiste kerk ter wereld was gekomen. Maar diep van binnen wist ik best dat mijn klasgenootjes waarschijnlijk net zo dankbaar waren. Wat ik toen probeerde te negeren, kwam nu in alle hevigheid terug. Wie bepaalde eigenlijk wat ‘waar’ en ‘van God’ was en waar was dat op gebaseerd?
Het was een verwarrende en diep ontwrichtende periode.
Gelukkig kreeg ik toen ook psychotherapie. Niet dat het daardoor minder verwarrend werd, integendeel. Alles ging op de schop. Alles wat ik had leren labelen als ‘normaal’ bleek in een ander licht bezien helemaal niet meer zo normaal. Sommige dingen bleken juist erg schadelijk te zijn.
Dat alles om God draaide en dat ik er feitelijk niet toe deed, had mij de boodschap gegeven dat ik maar het beste een ‘lege huls’ kon worden. Zo zou ik een ‘instrument’ zijn van Gods liefde, die door mij de wereld in kon stromen.
Nu besefte ik dat mijn aandacht zich enkel aan de buitenwanden van die huls, mijn wezen, bevond, om van daaruit af te stemmen op de behoeften en ge- en verboden van de Ander, mijn ‘externe gezag’. Binnenin mij zat niemand aan het roer. Ik wist niet eens dat ik een roer had.

Erkennen
Ik leerde in de jaren die volgden langzaam maar zeker mezelf de ruimte binnenin mij toe te eigenen. Ik bewoog van de buitenrand naar mijn kern, mijn pit, waar ik steeds meer in contact kwam te staan met mijn emoties en behoeften. De angst voor mijn boosheid verdween toen ik ontdekte dat boosheid mij juist van dienst was bij het bepalen van mijn grenzen. Andere voor mij lastige emoties, zoals jaloezie, bleken enorm behulpzaam om mijn onvervulde behoeften helder te krijgen.
Hoe meer ik van mezelf durfde (h)erkennen, hoe minder ik oordeelde. Door mijn ‘menselijkheid’ te omarmen lukte het me steeds beter om ook mijn medemens te omarmen en te erkennen als een goed mens, ook wanneer diens inzichten over hoe je een goed mens bent, verschillen van die van mij.
De waarheid bleek dat ieder mens behoefte heeft om erkend te worden als een goed mens. En dat we veel meer overeen komen dan we van elkaar verschillen.
De waarheid bleek dat iedereen zijn eigen waarheid heeft. En dat sommigen dit oké vinden en sommigen niet. Dat we allemaal geboren worden en weer sterven. We zitten in hetzelfde schuitje, ook al hebben we daar misschien een aparte hoek, met eigen gebruiken, rituelen en aannames. We willen allemaal leven. Een uitdrukking zijn van het Leven zelf.
De waarheid bleek niet meer te zijn dan een verhaal. Aannames en voorschriften, die gehoorzaam werden opgevolgd alsof een hogere macht het zo had bepaald. Elke nieuwe waarheid die ik vond, bleek steeds niet meer dan slechts een nieuw verhaal met nieuwe aannames bezien door weer een andere bril.
De waarheid bleek dat mijn aannames bepaalden hoe ik de werkelijkheid ervaar. Wanneer ik er vanuit ga dat gebeurtenissen bewust op mijn pad gebracht worden door een sturende God, ontvang en ervaar ik deze heel anders dan wanneer ik denk dat alles bij toeval gebeurt.

Antwoord
Albert Einstein schijnt eens gezegd te hebben dat de belangrijkste keuze die we moeten maken is: bepalen of we ons in een vijandig universum bevinden of in een universum dat ons gunstig gezind is. Los van welk verhaal ook, voelde ik ook die noodzaak om te kiezen. Of het leven nou wel of niet ontstaan is door een Schepper, of dingen ons uit diens hand of om een andere reden toevallen: durf ik mij eraan over te geven? Durf ik voluit, vanuit mijn kern, deel te nemen en mij over te geven aan dat wat is?
Toen ik na jaren van therapie en herprogrammering, in een voor dat doel bewust klein gehouden wereldje, voorzichtig weer de grote wereld instapte, voelde ik mij dieper dan ooit verbonden met mijn afkomst en met wie ik ben. ‘Ik ben, ik ben, ik ben’, zo klopte mijn hart. De betekenis van deze woorden gonsde in mijn hoofd en stroomde door mijn bloed. Het was mijn antwoord op wat mij vroeger was geleerd over het wezen van God: Ik ben.
Het was mijn antwoord op wat mij vroeger was geleerd over Christus. Christus, die ook zoveel heeft moeten afleggen voor hij met elke vezel mens werd. Die van zichzelf heeft gezegd dat hij de Weg, de Waarheid en het Leven is. En dat we hem daarin kunnen volgen.
Het was mijn ja tegen mijn Weg, mijn Waarheid en mijn Leven. ●

Paspoort
Inge Bosscha (40), uit Oost-Souburg, groeide op in een groot vrijgemaakt-gereformeerd gezin op Walcheren. Zij is de initiatiefneemster van www.dogmavrij.nl. Ze heeft niets tegen dogma’s, zegt Bosscha, mits die in vrijheid gekoesterd worden. Wat zij met haar website wil laten zien is dat het opdringen van religieuze dogma’s, evenals het koste wat kost vasthouden hieraan, zelfs wanneer dit indruist tegen menselijkheid, schade kan veroorzaken.”
Haar website biedt dan ook een platform “waar ex-religieuzen, afvalligen, twijfelaars en iedereen die het gevoel heeft dat hem/haar onrecht werd aangedaan binnen een religieuze groepering, (h)erkenning kunnen vinden”.
De inzending van Inge Bosscha is door de jury van de Volzin-schrijfwedstrijd 2017 bekroond met de eerste prijs.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Agenda