FacebookTwitterLinkedIn
woensdag, 06 December 2017 09:37

‘Er is geen kunst zonder pijn’

‘Er is geen kunst zonder pijn’ Tekst: Victor Bulthuis Beeld: Hollandse Hoogte

Van de puinhopen van Damascus naar de grachten van Amsterdam: de danser Ahmad Joudeh maakte het mee. Zijn doel: het oprichten van een Syrisch nationaal ballet. “Een terreurorganisatie als IS heeft geen geschiedenis en geen cultuur. Daarom is cultuur dé manier om hen te bestrijden.”

Nippend van zijn cappuccino op het winderige buitenterras van een café nabij de Stopera, het thuis van Het Nationale Ballet, vertelt Ahmad Joudeh dat het precies een jaar geleden is dat hij naar Nederland kwam. “Sindsdien is er zoveel gebeurd dat het wel een maand of korter lijkt. Direct na aankomst kreeg ik al een rol in Coppélia van Het Nationale Ballet. Kort daarop ben ik begonnen aan mijn eerste jaar aan de Nationale Balletacademie. Daarmee ben ik nu bijna klaar.”
Dat hij hier nu zit, is het gevolg van de documentaire Dance or Die die Nieuwsuur-journalist Roozbeh Kaboly over hem maakte en die wereldwijd werd uitgezonden. Daarin zien we hem rondlopen door het verwoeste Palestijnse vluchtelingenkamp Jarmuk, waar hij opgroeide. We zien hem dansen op het dakterras van het huis van zijn moeder en broer die musicus en beeldend kunstenaar is, terwijl op de achtergrond schoten klinken. We zien hem dansen voor overleden familieleden op de puinhopen van Damascus en voor zijn moeder in het Romeinse amfitheater van Palmyra, waar IS executies uitvoerde. “Dat was de plek waar ik voor het eerst voor mijn moeder danste, in 2007, en vorig jaar tevens voor het laatst.” We zien hem danslessen geven aan kinderen van wie de ouders omkwamen door het oorlogsgeweld. Trots toont hij voor de camera de tatoeage in zijn nek waaraan de titel van de docu is ontleend: ‘Dans of sterf’ – in het Hindi. “Het is de taal van Shiva, de Indiase god van de dans. Zo wilde ik de strijders van Islamitische Staat provoceren, die het dansen hebben verboden en die me als ze me te pakken hadden gekregen, zeker zouden hebben onthoofd.”
Zover is het gelukkig niet gekomen. Directeur Ted Brandsen van het Nationale Ballet, Reisopera-directeur Nicolas Mansfield en enkele anderen uit de kunst- en cultuursector zagen de documentaire en besloten Ahmad Joudeh naar Nederland te halen. Dat was op het nippertje, omdat hij op het punt stond in militaire dienst te gaan, wat het einde van zijn danscarrière zou hebben betekend. Er werd een studiefonds voor hem opgericht, Dance for Peace, zodat hij zich als danser verder kon ontwikkelen. Op 10 oktober 2016 kwam Joudeh aan in Amsterdam, hij die door zijn vader – zelf kunstenaar nota bene – met een stok werd afgetuigd omdat ballet in Syrië wordt beschouwd als iets voor mietjes. Een oud hoofdstuk werd afgesloten, een nieuw hoofdstuk werd geopend. Of is dat te simpel gedacht?

Niet zwak zijn
Ahmad Joudeh ontbloot zijn linkeronderarm. Na aankomst in Nederland liet hij daarin het woord Free tatoeëren, precies tussen twee littekens in die het overblijfsel zijn van een suïcidepoging uit het verleden. “Toen ik in Amsterdam aankwam, voelde ik me zo vrij dat ik mezelf daar steeds aan wilde herinneren. Te midden van de strijd in Jarmuk en Palmyra was ik bereid mijn leven te geven voor de cultuur in mijn land en daarvoor aandacht te vragen. Ik beschouw mezelf als de stem van mijn volk, ook al ben ik staatloos. Geboren in een vluchtelingenkamp voelde ik me weggeworpen, dat was als het ware mijn identiteit. Ik danste om te bestaan, een persoon te zijn, een mens.”
In een tweede documentaire die Roozbeh Kaboly maakte over Joudehs eerste tijd in Nederland, zien we hem stappen zetten naar een nog vollediger menszijn. Fietsend door het drukke en volle Amsterdam ervaart hij de stad juist als een stille plek, vergeleken met Damascus waar hij dag aan dag schoten en explosies hoorde. “Ik woon hier in een appartement samen met twee andere buitenlandse dansers, die ik min of meer als broeders beschouw. Maar na een jaar in Nederland verlang ik steeds meer naar een eigen plek, een toekomst als zelfstandig danser en choreograaf. Niets liever wil ik dan werken voor mijn geld, om daarmee ook mijn familie te ondersteunen.”
Ondanks het feit dat Joudeh bezig is een nieuw bestaan op te bouwen in Nederland, blijft de verbondenheid met zijn bloedverwanten een hoofdrol vervullen. Wellicht meer dan ooit voelt hij zich verantwoordelijk voor hun welzijn. Dat leidt soms tot pijn en verdriet. “Mijn moeder en broer zijn tot tweemaal toe door onbekenden aangevallen, omdat ik inmiddels beroemd ben. Daarbij is de kleding van mijn moeder gestolen en zijn de schilderijen en muziekinstrumenten van mijn broer verwoest. Dat laatste heeft te maken met het feit dat mijn broer ’s nachts op straat oed (een soort luit, VB) speelt voor kinderen die uit angst voor bombardementen niet kunnen slapen. Ik heb hem een nieuwe oed gegeven en een auto, maar ook die hebben ze vernield. Kun je je voorstellen hoe ik me voelde toen ik dit hoorde? Hoe schuldig ik me voelde omdat ik er niet was? Ik kan mijn moeder alleen via mijn telefoonscherm zien en spreken.” In de tweede documentaire van Kaboly zien we hoe moeilijk Joudeh het heeft als hij een telefoongesprek met zijn moeder, met wie hij zijn hele leven heeft gedeeld, moet beëindigen.
Kaboly filmde hem ook tijdens de hereniging met zijn vader, die in een vluchtelingenkamp in Berlijn woont en die hem tijdens een tien minuten durende omhelzing onder tranen spijt betuigde voor wat hij zijn zoon heeft aangedaan. Zijn afkeer van de weg die Ahmad is ingeslagen, heeft plaatsgemaakt voor trots. “Met mijn vader heb ik nu een goed contact, maar als ik me niet goed voel bel ik mijn ouders niet omdat ik hen niet wil belasten met mijn problemen. Ik wil niet dat ze de indruk krijgen dat ik zwak ben.”

Aan de weg timmeren
Na de hartverwarmende ontvangst in Nederland volgde voor Ahmad Joudeh de ontnuchtering: de gescheidenheid van zijn familie, de cultuurschok, de obstakels voor nieuwkomers, het onvermogen van Nederlanders om zich in te leven in mensen die uit een oorlogsgebied komen en een nieuw leven willen opbouwen. “Toch houd ik van de Nederlandse samenleving en levensstijl; daarom wil ik hier niet weg. Vanuit het buitenland heb ik aanbiedingen gekregen waar menig danser van droomt. In Parijs heeft men mij de Franse nationaliteit, een baan en een appartement aangeboden, en zelfs een diner in gezelschap van president Macron. Maar ik houd van Amsterdam en wil hier dan ook graag blijven. Als ik elders ben, kan ik niet wachten om terug te gaan.” Lachend: “En ik houd van de Nederlandse taal, niet van de Franse.”
Hij is nogal eens elders, want ondanks alle belemmeringen kan hij met behulp van een speciaal reisdocument voor vluchtelingen nationaal en internationaal aan de weg timmeren. Hij trad op in diverse Nederlandse steden en in diverse Europese landen, zoals Noorwegen, Denemarken, Duitsland, Zwitserland, Frankrijk en Spanje. Zelfs Syrië staat op de rol, wat hij erg graag zou willen, maar daar komt het voorlopig niet van. “Op basis van mijn oorlogservaringen heb ik een solovoorstelling gemaakt die One in a million heet, omdat ik mezelf beschouw als een van de vele miljoenen die vechten voor vrijheid. Die vrijheid heb ik tot op zekere hoogte bereikt, maar mijn volk nog lang niet.”
Hij pakt zijn smartphone erbij en opent zijn Facebook-account. Dat staat vol video’s van interviews en solo-optredens. Een ervan toont hem als hedendaagse wervelende derwish. “Ik regel alles zelf: de contracten, de vliegtickets, de communicatie met organisaties die me uitnodigen. Ik maak mijn eigen choreografieën en ben ook zelf verantwoordelijk voor mijn kostuums, de muziek, de video’s en de belichting. Dat geeft soms veel stress. Maar ik doe het niet voor mezelf, want ik kan ook thuis dansen. Hoewel ik dat ook wel doe, om te herademen.” Soms daalt Joudeh af naar de garage van het appartementencomplex om daar al dansend zijn emoties de ruimte te geven, slechts gadeslagen door passerende buren.

Kinderen uit de goot
Voor wie danst Ahmad Joudeh verder? “Voor SOS Kinderdorpen heb ik gratis danslessen gegeven aan weeskinderen in Damascus. Ik wilde hen hoop geven door een ander soort competitie tussen hen te creëren. Ze deden namelijk niets anders dan vechten. Als je danst raak je elkaar aan, til je elkaar op, en neem je dus verantwoordelijkheid voor elkaar. Op een gegeven moment begonnen ze elkaar te knuffelen in plaats van te slaan. Ze leerden op een andere manier voor hun bestaan te vechten.” Negentig procent van Joudehs werk bestaat uit dit soort liefdadigheid. “Ik geef ook danslessen aan kinderen met het Downsyndroom. Ik voel me zo geliefd als ik bij hen ben. En aan vluchtelingenkinderen geef ik les. Zit er een probleemjongen in de groep, dan maak ik hem tot mijn persoonlijk assistent, zodat hij zijn energie gebruikt om de groep te ondersteunen.” Eens gaf Joudeh dansles aan kinderen in een illegaal vluchtelingenkamp in Spanje. De plaatselijke burgemeester had daar zo zijn bedenkingen bij. “Ik heb hem geantwoord dat je deze kinderen in de goot kunt laten liggen, zodat ze uitgroeien tot drugsdealers en criminelen, maar dat je ze ook uit de goot kunt halen om hen een leven te geven. Daarop had hij niets te zeggen.”
Dansen heeft voor Ahmad Joudeh niets te maken met roem. “Applaus laat me koud. Ik hoop alleen over te brengen wat ik voel.” Wat ervaart hij dan als hij danst? “Alles vergeet ik dan. Ik voel me alsof ik een ander leven leid, op een andere plaats ben. Niemand om me heen zie ik dan nog, zelfs niet als ik in de Ziggo Dome voor negenduizend mensen dans. Ik voel me high zonder drugs. Mijn ziel stroomt vol vreugde. Ik voel de ziel van de dans dan in me. Ja, ik ben spiritueel, maar alleen dansend. Ik beschouw het ook wel als therapie. Zonder dans kan ik me geen leven voorstellen.”

Kunst tegenover politiek
De jaren 2014-2015 waren de vreselijkste van zijn leven, zegt hij. “Ik had drie maanden om mijn diploma te halen en daarna zou ik in militaire dienst moeten. Even heb ik gedacht: dan geef ik het dansen maar op. Maar ik kan niet doden, ik zou niet weten hoe ik dat moest doen. Ik ben van meer nut voor mijn land als kunstenaar. Het wemelde van de getalenteerde dansers in Syrië, maar velen van hen zijn naar het buitenland gevlucht, de meesten naar Berlijn en Rusland. Hier in Amsterdam ken ik drie andere dansers die uit Syrië komen.” Dat moet veranderen, vindt Joudeh. Zijn droom is daarom eens naar Syrië terug te keren om daar een nationaal ballet op te richten. “Er is geen ballet, alleen hedendaagse dans. Die wordt vaak gebruikt om politieke opvattingen uit te dragen en daar ben ik tegen. Kunst is het tegenovergestelde van politiek, omdat ze het uitvloeisel is van een cultuur met een bepaalde geschiedenis. Je hebt een langdurige opleiding nodig om je die eigen te maken. Ik heb een prijs van PAX op zak en een certificaat van The International Dance Council, ik ben ambassadeur voor Geneva Call. Kortom, ik beschik over een goede basis om een nationaal ballet van de grond te tillen.”
Wat beoogt hij daarmee? Wat heeft een door oorlog en terreur verscheurd land aan ballet? “Ik wil mensen met andere ogen naar Syrië laten kijken. Inderdaad is het eerste waar je aan denkt IS en Al Qaida, het regime van Assad, oorlog en dood. Een klasgenoot van me is IS-strijder geworden. Maar waarom zou je niet denken aan de dans, de kunst, de geschiedenis die we ook hebben? IS heeft geen geschiedenis en cultuur, integendeel: waar ze kwamen, hebben ze tempel en theaters verwoest. Cultuur is dé manier om hen te bestrijden. Een nationaal ballet zal daarbij groot verschil kunnen maken en het denken kunnen veranderen. Dat zal veel tijd kosten, maar ik voel me uitverkozen voor deze missie. Wat dat betreft leer ik hier veel, zelfs van de problemen waarmee ik kamp. Die maken me uiteindelijk sterker. Er is geen kunst zonder pijn.”

Hand in hand
Steeds opnieuw ervaart Ahmad Joudeh aan den lijve dat mensen door zijn dans veranderen. “Voorafgaand aan een optreden in Genève werd ik nogal afstandelijk en hooghartig bejegend door de directeur van de verantwoordelijke organisatie. Na de voorstelling kwam hij met rode betraande ogen op me af. Hij was diep geraakt door wat hij had gezien. Er stond ineens een totaal ander mens voor me. Dat is precies wat ik wil met een nationaal ballet: als je naar het theater komt en een mens ziet die zó bezield is door zijn kunst, zul je zo iemand niet doden. In Syrië hebben we een traditionele gezelschapsdans, de debkeh, waarbij je hand in hand allemaal in hetzelfde ritme beweegt. Als je zo samen kunt dansen, kun je ook samen leven. Kortom, we moeten de schoonheid en de humaniteit tonen die dans de mensen kan geven.”
Ondanks alle moeilijkheden en de gescheidenheid van zijn familie is Ahmad Joudeh dus optimistisch. “Ik ben dankbaar en trots op mijn verleden. Zonder dat zou ik niet zijn wie ik nu ben. Ik heb veel zorgen, maar zolang ik kan dansen gaat het me goed.” Hij besluit met een grijns: “Ik weet hoe is om op straat te slapen, drie maanden in een tent te wonen, raketten boven mijn hoofd te horen en lichaamsdelen om me heen te zien. Ik heb het allemaal overleefd, dus kan ik ook Nederland overleven.” ●

Paspoort
Ahmad Joudeh (Syrië, 4 april 1990) is gastdanser van Het Nationaal Ballet en student aan de Nationale Balletacademie. Woont sinds 10 oktober 2016 in Nederland.
● Groeide op in Palestijns vluchtelingenkamp Jarmuk in Syrië.
● Begon op jonge leeftijd met balletlessen, ondanks het verbod van zijn vader.
● Studeerde dans in Damascus, aan het Enana Dance Theatre en de afdeling dans van het Higher Institute for Dramatic Arts.
● Gaf vanaf zijn zeventiende gratis balletles aan kinderen.
● Deelnemer aan de Arabische versie van So You Think You Can Dance (2014).
● Lid van The International Dance Council in Parijs, onderdeel van UNESCO.
● Ambassadeur van Geneva Call, voor bescherming van burgers in conflictgebieden.
● Won in 2017 met Ted Brandsen de PAX Duif van vredesorganisatie PAX.

Website: www.danceforpeace.nl.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2017

volzin schrijfwedstrijd

Dank aan allen voor uw inzendingen! Er zijn 112 essays ingezonden waar de jury zich momenteel over buigt. De deelnemers ontvangen uiterlijk 1 december bericht over de uitslag. De winnende essays zullen verschijnen in het eerste Volzin-nummer van 2018.