donderdag, 05 October 2017 14:40

John Keats’ ode aan de herfst

John Keats’ ode aan de herfst Tekst: Anouschka van Wettum Beeld: Diana van Houten

Het leven van John Keats (1795-1821) is op zichzelf een oefening in afscheid nemen. Hij werd geboren als zoon van een Engelse stalknecht en verloor zijn ouders op jonge leeftijd. Hij ging in de leer bij een chirurgijn, maar tijdens zijn studie raakte hij in de ban van klassieke dichtkunst. Keats verwierp het christendom en zag kunst als zijn religie. Hij besloot voor het schrijven te gaan leven. Zijn eerste gepubliceerde gedichten vielen niet in de smaak: critici vonden dat hij beter zijn opleiding af kon maken. Een invloedrijke redacteur, Leigh Hunt, zag wel iets in de dichter en liet Keats kennismaken met belangrijke schrijvers om van hen te leren. Maar Keats’ geld raakte snel op. Ondertussen moest hij zijn doodzieke broer verzorgen, waarbij hij waarschijnlijk zelf tuberculose opliep. Na de dood van zijn broer reisde hij op doktersadvies naar Rome voor het warmere klimaat. Zijn schip werd echter vertraagd door een storm op zee en daarna door windstilte, en eenmaal aangelegd in Napels moest het schip in quarantaine blijven omdat in Engeland de cholera zou zijn uitgebroken. De zieke liep het warme weer mis en bereikte Rome pas in november. Hij stierf na een lijdensweg van drie maanden op 25-jarige leeftijd. Vlak voor zijn dood schreef hij nog een brief aan zijn verloofde. Had hij langer geleefd, zo schreef hij, dan had hij ervoor gezorgd dat hij niet vergeten werd.

Romantiek
Zo turbulent en tragisch als het levensverhaal van de dichter, zo ingetogen zijn de gedichten waarmee hij de geschiedenis in is gegaan. Vooral Aan de herfst is een gedicht van vervulling, warmte en geduld. Op 19 september in 1819 maakte hij een wandeling langs de rivier de Itchen in Hampshire, het zuiden van Engeland. De precieze datum is bekend, omdat hij bij thuiskomst onmiddellijk een vriend schreef: “Hoe prachtig is het seizoen nu – hoe fijn de lucht. Het heeft een milde scherpte… ik hield nooit zó van de stoppelvelden als nu – Ah meer nog dan van het koele groen van de lente. Op de een of andere manier lijkt een stoppelveld warm – net zoals sommige schilderijen warm lijken – dit viel me zó op tijdens mijn zondagse wandeling dat ik er een gedicht over schreef.” Hoewel zijn hoofd vol zorgen moet zijn geweest (hij was al ziek en kon vanwege geldgebrek niet trouwen met zijn geliefde), getuigt het gedicht van een ademloze verwondering over de natuur.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2017

volzin schrijfwedstrijd

Dank aan allen voor uw inzendingen! Er zijn 112 essays ingezonden waar de jury zich momenteel over buigt. De deelnemers ontvangen uiterlijk 1 december bericht over de uitslag. De winnende essays zullen verschijnen in het eerste Volzin-nummer van 2018. 

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda