donderdag, 07 September 2017 10:35

De filosoof achter de president

Filosoof Paul Ricoeur in 2003 Filosoof Paul Ricoeur in 2003 Tekst: Marius van Leeuwen Beeld: Hollandse Hoogte

"Dankzij hem heb ik de vorige eeuw leren kennen”, zegt de jonge Franse president Emmanuel Macron over filosoof Paul Ricoeur. “Je bent wat je leert van je leermeesters. Dit intellectuele partnerschap heeft me gevormd.” Marius van Leeuwen schetst het portret van een filosoof die als geen ander het belang van verhalen en verbeelding beklemtoont.

De wereldvermaarde filosoof was 85, de zelfbewuste student 20 jaar, toen ze met elkaar in persoonlijk contact kwamen. Toen Paul Ricoeur (1913-2005) in 1998 iemand zocht om zijn archief bij te houden, meldde Emmanuel Macron (1977) zich. Tussen de grijsaard en de jongeling klikte het direct. Ricoeur betrok Macron bij meer dan archiefwerk: hij liet hem teksten die hij onderhanden had lezen en becommentariëren. Zo ontstond een van Ricoeurs laatste werken, La mémoire, l’histoire, l’oubli (De herinnering, de geschiedenis, het vergeten, 2000). Macron bezat, zo erkent hij in zijn dit jaar verschenen autobiografie Revolutie, geen enkele kwalificatie die zijn rol daarbij rechtvaardigde, en had eerder geen letter van Ricoeur gelezen. Maar hij was een snelle leerling. In het voorwoord tot La mémoire bedankte Ricoeur hem voor zijn redactiewerk én voor zijn “deskundige kritiek bij het geschrevene”. Hij had schik in zijn briljante assistent. En Macron vond in Ricoeur een leermeester: “Je bent wat je leert van je leermeesters. Dit intellectuele partnerschap heeft me gevormd.” Overigens liet Macron ook in Ricoeurs archief sporen na: daarin is een groot aantal kanttekeningen van zijn hand te vinden. De toon is, aldus een ingewijde, “niet die van een jonge student. Hij schrijft met een zekere autoriteit, die van een tijdgenoot”. Wie was de filosoof met wie Macron zich zo verwant voelt?

Kwaad en schuld
Paul Ricoeur, in 1913 geboren, was al jong wees. Hij werd door grootouders opgevoed, in een protestants milieu. Als zijn leermeesters beschouwde hij Gabriel Marcel, die hem ‘beschikbaarheid’ voordeed als wijsgerige deugd, en Karl Jaspers, die nadruk legde op existentiële ‘grenssituaties’. In de oorlogsjaren, als krijgsgevangene, verdiepte Ricoeur zich in het denken van Edmund Husserl. Aan diens fenomenologische methode, die de dingen beschrijft zoals ze zich aan ons voordoen, bleef hij trouw. In Het vrijwillige en het onvrijwillige (1950) paste hij haar toe op de menselijke wil. Dat boek was bedoeld als Deel I van een breed opgezette (nooit voltooide) filosofie van de wil.
Intussen was Ricoeur in Straatsburg hoogleraar filosofiegeschiedenis geworden (1948). Daarop volgde een benoeming aan de Sorbonne (1956). Het waren bewogen jaren – Koude Oorlog, Algerijnse vrijheidsstrijd, Hongaarse opstand. Een filosoof moest, aldus Ricoeur, mensen helpen de eigen tijd te begrijpen. Dus schreef hij vele essays over politieke macht, economische rechtvaardigheid, de onmisbaarheid van idealen. Ze verschenen onder andere in Esprit. Ricoeur hoorde tot de inner circle rond dat door Emmanuel Mounier (1905-1950) opgerichte tijdschrift. Na zijn benoeming aan de Sorbonne verhuisde hij dan ook met zijn gezin naar Châtenay-Malabry, even buiten Parijs, waar redacteuren van Esprit een woongemeenschap vormden. Ricoeur woonde er tot zijn dood.
In 1960 verscheen Deel II van de wilsfilosofie: Eindigheid en Schuld. Centrale vraag: waarom doen mensen altijd weer kwaad? Het is te gemakkelijk te zeggen dat hun eindigheid hen onvermijdelijk schuldig maakt. Eindigheid maakt een mens feilbaar, wat de mogelijkheid van kwaaddoen impliceert, maar ook van goeddoen. Wat is dan de oorsprong van het kwaad? De filosofie heeft geen direct antwoord. Ricoeur koos voor een omweg via oude mythen. Meestal leggen die de schuld buiten de mens. Neem de tragische mythe: de goedheid van de held wekt jaloezie bij de goden; zij zijn het die bewerken dat die goedheid uitloopt op kwaad, ongeluk. Alleen in de bijbelse mythe (Adam, Eva) wordt het kwaad voorgesteld als menselijke keuze; en dan nog is het een boze macht, de slang, die de mens tot het kwade verleidt…
Het was Ricoeurs bedoeling een en ander in een volgend deel uit te werken. Maar hoe de mythe te interpreteren, hoe de overgang te maken van dubbelzinnige symbooltaal naar heldere filosofische taal? Van nu af richtte Ricoeur zijn aandacht sterk op vragen over taal en interpretatie. Zijn eerste studie op dit terrein ging over Freuds duiding van symbolen en heette kortweg: Over de interpretatie (1965).

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2017

volzin schrijfwedstrijd

Dank aan allen voor uw inzendingen! Er zijn 112 essays ingezonden waar de jury zich momenteel over buigt. De deelnemers ontvangen uiterlijk 1 december bericht over de uitslag. De winnende essays zullen verschijnen in het eerste Volzin-nummer van 2018. 

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda