woensdag, 09 August 2017 09:00

'Er is een vangnet, hoe donker het ook wordt, ik sla niet te pletter'

'Er is een vangnet, hoe donker het ook wordt, ik sla niet te pletter' Tekst: Elze Riemer, Beeld: Jedi Noordegraaf

‘Onze Vader in de hemel’, zo begint het oudste en meest verbreide christelijke gebed. Jezus zelf leerde zijn volgelingen dit gebed, maar wat heeft het ons vandaag te zeggen? Elze Riemer spreekt in de nieuwe interviewserie van Volzin over de zeven beden van het Onze Vader. Vandaag aflevering 1: theologiestudent Emsi Hansen-Couturier over God als vader en moeder, God veraf en dichtbij. En over haar eigen worsteling en strijd.

Marie Christine is haar voornaam. Toen ze drie maanden oud was, noemde een oom haar ‘MC’, op zijn Engels uitgesproken: Emsi. Dat sloeg zo aan dat iedereen haar zo is blijven noemen.
Emsi Hansen werd 26 jaar geleden in Duitsland geboren. Op driejarige leeftijd verhuisde ze met haar moeder naar Nederland, waar ze zich voegden bij haar vader. Emsi: “Tussen mijn ouders is het een tijd goed gegaan en een tijd niet, maar nu ze gescheiden zijn is het goed zoals het is.”

‘Onze Vader in de hemel’: wat betekent deze bede voor jou?
“Vroeger stonden die woorden voor mij voor een God die ergens op een mooie plek daarboven was, nog verder weg dan de wolken. Een plek waar ik straks opa en oma weer zie en waar niemand verdrietig is. Inmiddels zie ik dat anders, want ik heb geen idee waar of wat de hemel is. De bede is tegenstrijdig. Aan de ene kant staat er ‘onze Vader’, wat nabijheid impliceert. God is als vader of moeder de oorsprong van ons bestaan en maakt in dat opzicht deel van ons uit: iemand die altijd dichtbij is en betrokken is op ons. Aan de andere kant staat er ‘in de hemel’. Wat de hemel dan ook is, deze woorden zeggen mij vooral dat God veel groter is dan wij kunnen bevatten. Je moet God daarom ook niet té persoonlijk maken, met vader en moeder, en allerhande projecties op basis van je eigen ervaringen. Juist vanwege die tegenstrijdigheid, nabij en ver weg, doet de bede God wel recht.”

Er staat ‘Vader’, toch noem je God nu ook ‘Moeder’. Waarom?
“De bestaande beelden over God zijn erg eenzijdig. Er wordt toch vooral over God als mannelijk en vaderlijk gesproken. Het gaat zelden over God als moeder, terwijl God dat ook is. Een aantal jaar geleden, voordat ik theologie ging studeren, had ik daar nog nooit over nagedacht. Ik vond het de normaalste zaak van de wereld dat er altijd werd gesproken over God als vader en God als Hij. Maar toen ik voor het eerst in mijn huidige gemeente kwam, de EUG/Janskerkgemeente in Utrecht (een oecumenische geloofsgemeenschap, ER), ging het ineens over God als moeder. Ik viel bijna van mijn stoel. Dat kan dus ook. Het betekent niet dat ik alleen nog maar in vrouwelijke beelden over God wil praten. God is God, en niet ineens een godin. Ik praat net zo lief over God als Hij, maar dan óók – Zij is allebei.”

Deed het iets met je persoonlijke geloof, dat beeld van God als ook vrouwelijk?
“Het deed iets met mijn godsbeeld. Dat hele klassieke godsbeeld van een oude man met een baard op een wolk, heb ik nooit gehad. Ik dacht vroeger bij God vooral aan de geest uit de lamp in de tekenfilm Aladdin, die dikke, gezellige en grappige blauwe geest. Gaandeweg ben ik steeds meer ruimte gaan voelen in het denken over God. Het beeld dat je van God hebt, maakt uit in hoe je je tot God verhoudt, en in hoeverre je iets ‘kan’ met God.”

Bid je nu dan ook steevast: “Onze vader en moeder in de hemel?”
“In de EUG beginnen we het Onze Vader met: ‘Moeder van al wat leeft’. Voor mezelf doe ik dat alleen als ik heel bewust bid. Maar als ik midden in de nacht niet kan slapen, dan bid ik het Onze Vader steeds achter elkaar – en ik geloof dat ik dan de moeder even vergeet. Hardop vind ik het belangrijker om de moeder en het vrouwelijke te benoemen dan wanneer ik het in mezelf zeg.
Voor mij is dat beeld al wel open, welke woorden ik daar dan ook aan geef.”

Noem je jezelf feministisch theoloog?
“Ja, maar met enige aarzeling. Er komen dan allerlei beelden en connotaties naar boven waar ik me niet prettig bij voel. Ik denk wel dat ik mezelf als theoloog ontwikkel in die richting. Er zit iets heel verfrissends in. Theologie loopt het gevaar te veel in oude denkpatronen te blijven hangen. In de feministische theologie vind ik daarin een tegengeluid. Zij breekt het denken over God open.”

Je beide ouders zijn ook theoloog. Hoe heeft dat jou gevormd?
“In hun geloofsopvoeding hebben ze mij altijd heel vrij gelaten. Ik ben niet met strenge beelden, normen en waarden opgevoed, ik mocht het geloof invullen zoals ik dat zelf wilde. Misschien is dat de reden dat ik er niet van slag van raak dat de studie theologie meer vragen oproept dan beantwoordt. Sommige studiegenoten zijn zo indruk van die vragen dat dat hen doet wankelen. Ik vind al die vragen juist fijn. De Bijbel is het meest ingewikkelde boek dat er bestaat. Dat vind ik prachtig. De Bijbel weerspiegelt de tegenstrijdigheid van het leven en van onze wereld. Juist daarom geeft de Bijbel me ruimte.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2017

volzin schrijfwedstrijd

Dank aan allen voor uw inzendingen! Er zijn 112 essays ingezonden waar de jury zich momenteel over buigt. De deelnemers ontvangen uiterlijk 1 december bericht over de uitslag. De winnende essays zullen verschijnen in het eerste Volzin-nummer van 2018. 

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda