FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 18 May 2017 12:39

'Lege kerken liever herbestemmen dan afbreken'

Dominicanenkerk Zwolle Dominicanenkerk Zwolle Tekst: Gerard Rooijakkers Beeld: Erik Karst

Het kerkgebouw is het Huis van God. Zeker, zegt cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers, maar dan wél een huis waarin ook geleefd mag worden. Liever herbestemmen dus dan afbreken. Desnoods maar leeg laten staan. Want ook die leegte is een statement en zelfs een bevrijdende kwaliteit.

In Rome kun je elke dag een andere kerk bezoeken, zo luidt een veelgehoorde uitspraak. Als ze niet gesloten zijn, haal je er ook wel twee per dag. Ik heb een jaar in het oude centrum daar gewoond, pal tegenover de kerk van San Celso, die maar enkele keren per jaar werd gepoetst en gebruikt. Die kerk was eigenlijk altijd dicht en toch aanwezig, zoals in het gedicht Kerkje van Fransum door C.O. Jellema. Hierin beschrijft hij de mystieke kwaliteit van deze ontoegankelijkheid: het gesloten kerkgebouw als zijnde ‘van het uitblijvend antwoord de schrijn’.

Cultuur van langzaamheid
Niet aan de eredienst onttrokken, op z’n Romeins verwaarloosd en toch gekoesterd door buurtbewoners. Maar ja, dat is Rome. Als daar hetzelfde beleid zou zijn gevoerd over ‘onrendabele’ kerken als in het bisdom ‘s-Hertogenbosch, om maar eens een Nederlandse r.-k. dwarsstraat te noemen, was het bestand flink uitgedund. En denk nou niet dat ze in Rome nog bestaan omdat het stuk voor stuk om unieke kunstwerken gaat. In Italië beheerst men de cultuur van de langzaamheid. Daar waar we in Nederland meteen denken te moeten besluiten over slopen of onherstelbaar restaureren laat men de zaak onder de rook van het Vaticaan rustig op zijn beloop. In het beste geval wordt het verval gedurende een of twee generaties enigszins geconsolideerd met zeilen en netten tegen vallende brokstukken. Op het gevaar af verval te romantiseren, biedt deze handelwijze ruimte voor komende generaties tot herwaardering. Het nietsdoen als een culturele vorm van onthouding is in Nederland een ondeugd. Traagheid, laat staan een cultuur van de langzaamheid, een gruwel. Tijd is geld.
Het bisdom Den Bosch is de laatste jaren koploper geweest in het opdoeken van kerken. Vanuit een economisch rekenmodel is het lot van veel kerken beklonken. Hierbij werd een ratio gehanteerd waar geen speld tussen te krijgen was, ook niet door kerkbesturen die anders wilden. De hiermee gepaard gaande emoties, ‘die natuurlijk begrijpelijk waren’ zoals neerbuigend centralistisch werd gesteld, waren ondergeschikt aan financiële spreadsheets. Dat men ook nog zoiets als de factor tijd ter beschikking had om dit soort ingrijpende beslissingen een rustig verloop te geven kwam in dit saneringsdenken niet voor. Integendeel, de tijd is je vijand. Als je niet meteen ingrijpt, wordt het van kwaad tot erger. Veel conflicten ontstonden door een van bovenaf opgelegde samenvoeging van parochies, waardoor kerken overbodig werden. Op dit moment telt het Bossche bisdom vijftig nieuwe parochies en bijna driehonderd kerkgebouwen. Een vervreemdende verhouding van één op zes. De frustratie van parochianen was in sommige plaatsen zo groot dat men zich zelfs afsplitste van de Kerk. Zaken die met deze intensiteit nooit eerder vertoond zijn in de Nederlandse kerkprovincie.
Een bisdom waarin de goede geest van vertrouwen ver te zoeken was, dat trof de nieuwe bisschop Gerard de Korte bij zijn aantreden vorig jaar mei aan. Hij pleit voor een hartelijke, gastvrije en uitnodigende Kerk die de vele zoekende tijdgenoten ophaalt ongeacht waar zij staan. Het roer gaat er om. De Korte stelt heel terecht dat we ons niet armer moeten rekenen dan we zijn. In plaats van een top-down beleid rond kerksluitingen krijgen parochiebesturen hun autonomie terug. En de bisschop pleit voor procesmatig denken. Jawel, de factor tijd gaat weer meedoen zodat creativiteit en maatwerk bij zoiets als (gedeeltelijke) herbestemming ruimte krijgen.

Katholieke smetvrees
Een dieper liggende beweegreden om zo krampachtig met kerkgebouwen om te gaan is terug te voeren op de sacraliteit van het kerkgebouw in de rooms-katholieke traditie. Of beter gezegd, een specifieke opvatting van heiligheid als iets dat voortdurend afgeschermd moet worden van wereldse invloeden. Het sacrale als een reine substantie die niet bezoedeld mag worden door profane zaken. Dit resulteert in een smetvrees die protestantse kerkgenootschappen volstrekt vreemd is. Voor hen is het kerkgebouw immers geen gewijde grond maar een te eerbiedigen ceremoniële plek van samenkomst.
Beide elementen gingen op vernieuwende wijze samen in de vroegchristelijke traditie, waarbij het kerkgebouw zowel tempel als ruimte van een vierende gemeenschap is – zoals Sible de Blaauw in zijn Kees-Fenslezing uit 2016 stelt. In het katholicisme zijn beide elementen weliswaar behouden, maar lang niet altijd harmonieus. Juist een, mijns inziens, beperkte opvatting van sacraliteit zorgt voor een onnodig spanningsveld in het liturgisch gebruik en de eventuele herbestemming van katholieke kerken.
Heiligheid ‘ontstaat’, of beter gezegd, laat zich juist kennen in de rommeligheid van het dagelijks leven, in de voortdurende vermenging van heilige en wereldse zaken. Wie het sacrale daarvan systematisch wil isoleren en loskoppelen mist op grandioos tragische wijze de essentie van leven en liefde. Het heilige kan de wereld heus wel aan en hoeft niet krampachtig klerikaal afgeschermd en zuiver gehouden te worden. Het kerkgebouw is voor katholieken het huis van God. Een mooi beeld. Maar dan liefst wel een huis waar geleefd mag worden.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2017

volzin schrijfwedstrijd

Dank aan allen voor uw inzendingen! Er zijn 112 essays ingezonden waar de jury zich momenteel over buigt. De deelnemers ontvangen uiterlijk 1 december bericht over de uitslag. De winnende essays zullen verschijnen in het eerste Volzin-nummer van 2018.