dinsdag, 18 April 2017 16:41

'De stilste woorden brengen de storm'

'De stilste woorden brengen de storm' Tekst: Dennis Vanden Auweele

De hoop lijkt vandaag zoek, want ons optimisme overstijgt onze capaciteiten. Volgens filosoof Dennis Vanden Auweele is onze wanhoop het gevolg van het feit dat we te veel hopen. We verwachten te veel van het leven en van onszelf. Hoop komt echter van elders.

Nog niet zo lang geleden waren Johnny Cash, Steve Jobs en Bob Hope onder de levenden. Nu lijkt het wel alsof we geen cash, geen jobs en zeker al geen hope meer hebben. Deze woordspeling circuleert al enige tijd op het internet. De boodschap vat mooi samen hoe bij veel mensen het sentiment leeft dat het slecht gaat met de wereld: de economische crisis maakt onze jobs onzeker, terrorisme loert om de hoek en her en der beloven populisten het heil met allerlei nieuwe toverformules. Hoewel er ook vele positieve signalen te bespeuren zijn, lijken we ons er collectief bij neer te leggen dat de toekomst er maar grimmig uitziet. Het westerse optimisme heeft de hoop voor wanhoop verruild. En uit wanhoop volgen al te vaak wanhopige pogingen om ergens – in eender welk fundamentalisme – alsnog het heil te vinden.

Doemdenken
Waar komt deze tendens tot doemdenken vandaan? Is dit louter en alleen gebaseerd op botte feiten? Zelden is het zo dat de wanhoop die volgt uit een gevoel van onmacht, in verhouding staat tot de feiten. Het is eigenlijk verbijsterend om vast te stellen dat het net de mensen zijn voor wie het grosso modo voor de wind gaat die zeer heftig op tegenslagen reageren. Laten we uiteindelijk eerlijk zijn, zo slecht leven is het in de Lage Landen niet. Toch zijn er nog nooit zoveel zelfmoordpogingen geweest, zoveel mensen in behandeling voor depressie of burn-out, en de publieke fora geven blijk van een veelheid aan frustraties. Als het geen oprechte vijandigheid is, dan merkt men bij velen een dominant sentiment van weemoedigheid. Men leeft nog wel, maar er is niets meer waar we voor willen sterven; we genieten nog wel, maar er is niet zoveel meer waar we vrijwillig voor willen lijden.
In sommige kringen verbindt men deze vaststellingen niet geheel onterecht met cognitieve dissonantie. Hier weigert men zijn of haar overtuigingen aan te passen aan de objectieve feiten omwille van een niet-rationele gehechtheid aan deze overtuigingen. Een treffend voorbeeld hiervan zijn de recent opwaaiende ideeën in de Amerikaanse politieke media over zogenaamde post-waarheid (post-truth) en alternatieve feiten (alternative facts). Een voorbeeld: er heerst bij heel wat mensen een irrationele angst voor terroristische aanvallen. Deze angst is zo groot dat mensen hun fiat geven voor verreikende, en vaak ook bedenkelijke, maatregelen om hun veiligheid te garanderen. Toch zijn er heel wat meer realistische gevaren in de samenleving, bijvoorbeeld klimaatverandering. Wanneer deze kwesties voorwerp van debat worden, lijkt het evenwel niet zoveel uit te maken welk gevaar objectief het grootst is. Het lijkt zelfs niet zoveel uit te maken of deze discussies gebaseerd zijn op waarheden of leugens, want belangrijker dan dat zijn onze gevoelens. De emotionele reactie op het gevaar is belangrijker dan de objectieve aard van het gevaar.
Ongetwijfeld is dit een van de meer bedenkelijke uitlopers van de centrale mantra uit het hedendaags onderwijswezen: iedereen moet aan ‘kritische reflectie’ doen. Dit betekent dat iedereen zijn of haar eigen mening moet kunnen geven, zelfs als hij niets ter zake kan inbrengen. Onze gevoelens worden dan belangrijker dan waarheid, en als de feiten onze gevoelens niet ondersteunen, dan verzinnen wij wel alternatieve feiten. Terzijde, het is niet alleen het rechtse politieke veld dat zich schuldig maakt aan deze cognitieve verwarring: de linkse weigering om radicale tendensen in de islam te zien (omdat multiculturaliteit een verrijking moet zijn) of feministische aanklachten tegen de patriarchale samenleving vanwege de loonkloof en seksisme, zijn allerminst louter en alleen op feiten gebaseerd.
Op een breder niveau kan men onze dissociatie van de feitelijkheid het duidelijkst opmerken uit de vaststelling dat onze frustratie – en deze ‘onze’ is inclusief, iedereen stelt dit wel eens vast – vaak niet in verhouding staat tot ons ongemak, zoals wanneer we net na het sluitingsmoment bij de frituur aankomen of een collega een misplaatst grapje maakt. Dit is soms al genoeg om een voor de rest aangename dag te verpesten. Deze wanhoop kan verklaard worden vanuit de idee dat – en dit kan wat paradoxaal klinken – wij veel te veel hopen. Wij zijn geconditioneerd om veel van het leven te verwachten. In zekere zin betekent dit precies ons optimisme ons neerslachtig en bij vlagen wanhopig maakt.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

contentmanager

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda