donderdag, 13 April 2017 15:21

Knetterende wereldbeelden

Knetterende wereldbeelden Tekst: Jurgen Tiekstra

Jurgen Tiekstra belicht in de rubriek ‘Film’ klassieke films waarin een eigenzinnige kijk op de mens en de wereld naar voren komt. Deze maand aandacht voor de Amerikaanse existentiële tragikomedie van David O. Russell ‘I love Huckabees’ uit 2004. De film laat de humor zien in de eeuwige zoektocht van de mens naar de betekenis van het bestaan.

Het leven van een regisseur is weerbarstig. Dat is het minste wat je kunt zeggen na het zien van de op internet gelekte woede-uitbarsting van de Amerikaanse filmmaker David O. Russell op de set van zijn filmkomedie I love Huckabees uit 2004. Na een wijdlopige klaagzang van één van zijn hoofdrolspeelsters over hoe moeilijk het is om goed te kunnen werken als het script steeds weer verandert, verliest Russell zijn zelfbeheersing. Met een woest gebaar veegt hij de paperassen van het bureau waaraan de actrice zit, schopt hij een doos de lucht in en gooit hij een kapstok om, terwijl hij tiert en schreeuwt dat hij het niet accepteert dat ze zo tegen hem praat, dat hij drie jaar aan het script heeft gezwoegd en dat hij haar alleen maar probeert te helpen, terwijl zij zich gedraagt als een klein kind.

Existentieel drijfzand
David O. Russell had ten tijde van I love Huckabees een drietal succesvolle films op zijn naam staan. Eén daarvan was de speelfilm Three Kings uit 1999, met acteur George Clooney als een majoor in het Amerikaanse leger tijdens de Eerste Golfoorlog. Toen die speelfilm uit de bioscopen was verdwenen, raakte Russell zijn vastberaden koers kwijt. Hij was veertig geworden en raakte zoals zovelen in die levensfase verzonken in existentieel drijfzand. Zijn huwelijk ging kapot, zijn zoon bleek manisch-depressief. Op een nacht droomde hij over een detective die hem achtervolgde. Niet vanwege criminele, maar vanwege existentiële redenen. Om de spirituele crisis op te lossen waarin hij klem zat.
Anders dan veel regisseurs schrijft Russell zijn eigen scripts. Hij besloot zijn droombeeld als vertrekpunt te nemen voor I love Huckabees, een chaotisch ogende, maar zeer scherpzinnige komedie. Hij vertelt hierin over een jonge dichter en natuurbeschermer die chocola van zijn leven probeert te maken en ondertussen een stuk ongerepte natuur wil beschermen tegen de vastgoedplannen van een warenhuisketen genaamd Huckabees.
Gek genoeg is Russell in retrospectief helemaal niet tevreden met de film. Hij vindt I love Huckabees te geconstrueerd, te ver doordacht, zegt hij nu. Commercieel had hij in de jaren daarna meer succes met de onder prijzen bedolven speelfilm Silver Linings Playbook uit 2012, een filmproject dat hem bovendien na aan het hart lag doordat de verhaallijn steunt op twee hoofdfiguren die net als zijn eigen zoon een bipolaire stoornis hebben.

Wonderbaarlijke prestatie
Misschien is het Russells manco dat hij I love Huckabees niet los kan zien van de sombere levensfase waarin die is ontstaan. De explosie van woede op de set is een vingerwijzing dat het niet lekker met hem ging. Maar zelf vind ik het een van de fijnste en intrigerendste Amerikaanse films die ik ooit heb gezien. Het is een wonderbaarlijke prestatie dat Russell zo’n lichtvoetige film wist te maken over topzware levensvragen. Het vernuftigste is dat hij de aandrang van mensen om het bestaan te ordenen tot een behapbare levensbeschouwing uiterst serieus neemt en tegelijkertijd op vrolijke wijze volledig ridiculiseert.

Alles verbonden
De speelfilm begint ermee dat de dichter annex natuurbeschermer, genaamd Albert Markovski, bij een existentiële detective aanklopt met de vraag of die de betekenis kan vinden achter een groot toeval in zijn leven. In een paar weken tijd kwam hij drie keer dezelfde persoon tegen, een lange jonge Afrikaanse man. Eerst in een fotoarchief, daarna als portier in de lobby van een appartementengebouw en tot slot op de parkeerplaats van het warenhuis Huckabees, waar hij op dat moment als protest een boom in het asfalt plantte. De detective moet voor hem uitvinden wat het toeval van die drie ontmoetingen zegt over zijn leven. En niet alleen daarover, but about the whole thing, about the universe.
Het echtpaar dat het existentiële detectivebureau runt, is aanhanger van de non-dualiteit: de filosofie dat het hele universum uit dezelfde materie en dezelfde energie bestaat en dat om die reden alles en iedereen met elkaar verbonden is. Acteur Dustin Hoffman, die de mannelijke helft van het echtpaar speelt, maakt dat aanschouwelijk door een wit laken op te houden en steeds een ander deel van de deken omhoog te duwen. “Dit hier ben jij. Dit hier is Vivian, mijn echtgenote en collega. Dan is dit de Eiffeltoren. En dit is oorlog, dit is een museum, dit is een ziekte, dit is een orgasme, en dit is een hamburger.”
Het wordt problematisch als Albert Markovski een brandweerman leert kennen, Tommy, die door de aanslagen van 11 september 2001 is na gaan denken over hoe de wereld in elkaar steekt. Zijn conclusie is dat Amerika de aanslag aan zichzelf te danken heeft, omdat het dictators in olieproducerende landen ondersteunt. Hij is verdiept in een boek van een Franse filosofe die zegt dat niks verbonden is en het leven willekeurig en wreed.

Verlossende schaterlach
De film kent één werkelijk briljante scène. Markovski is erachter gekomen waar de Afrikaanse man die hij steeds tegen kwam woont. Hij blijkt een Soedanese vluchteling te zijn, die geadopteerd is door een archetypisch Amerikaans christelijk gezin. Samen met de gedesillusioneerde brandweerman schuift de jonge dichter bij hen aan tijdens de maaltijd, die wordt voorafgegaan door het Onze Vader terwijl ieder elkaars hand vasthoudt.
Daarna ontstaat aan tafel een gesprek dat met hilarische hinkstapsprongen volledig ontspoort. Het is een knetterende botsing van wereldbeelden. De scène laat zien hoe mensen zich met alle kracht vastklampen aan hun zorgvuldig gecultiveerde levensbeschouwing en politieke ideeën wanneer een ander daar een aanval op opent.
Markovski vertelt dat hij lid is van een club die ‘uitdijende voorsteden’ bestrijdt. De vader van het gezin antwoordt dat de Soedanese jongen in zijn thuisland wel wat ‘uitdijende voorsteden’ had kunnen gebruiken: ‘Industrie, huizen, banen, geneeskunde’. Markovski antwoordt: met een beetje planning hoeft een groeiende economie niet ten koste te gaan van de open ruimte. Dat is socialisme!, krijgt hij tegengeworpen. De vader roept: ik werk voor een ingenieursbedrijf, en als we niet meer kunnen bouwen, verdien ik geen geld, en zou Steve, de Soedanese jongen, niet meer bij ons kunnen wonen. Even later begint Tommy over de SUV die op de oprit van het gezin staat geparkeerd. “Jullie zeggen christenen te zijn en te leven volgens Jezus’ principes, maar doen jullie dat?” “Jezus is nooit boos op ons als wij Hem in ons hart laten leven”, zegt de dochter van het gezin. “Het spijt me dat ik het je moet vertellen”, antwoordt Tommy, “maar Hij is het wel, Hij is het zeker weten wel.”
Zowel deze scène als de film in zijn geheel is veel rijker, en ontregelender, dan ik hier kan weergeven. Maar het is bevrijdend om te zien hoeveel humor er zit in die drang van de mens om zin en betekenis aan het bestaan te geven. Dat is een existentiële zoektocht vol emotie, vol opgeblazen ego, vol kortzichtigheid, vol ongeduld en onverdraagzaamheid. Respect voor de man, voor David O. Russell, die zelfs in een tijd waarin hij zelf existentieel op drift was zo ineens die verlossende schaterlach kon vinden.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

contentmanager

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda