FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2018: NUMMER 5

    VOLZIN 2018: NUMMER 5

    Volzin-special: ‘De jaren zestig’ Pil, protest, popmuziek: ‘Weg van de autoriteit’Geschiedschrijver Geert Buelens:
    01 May 2018 - Lees meer
woensdag, 02 September 2015 08:51

'God zit niet tussen de oren'

Tekst: Elke van Riel. Beeld: Corbino Tekst: Elke van Riel. Beeld: Corbino

Michiel van Elk onderzoekt aan de Universiteit van Amsterdam evolutionaire, biologische en psychologische verklaringen voor religie. Zelf groeide hij op in een pinksterkerk. Tegenwoordig noemt hij zich agnost. Maar hij gaat wel naar de kerk.

Waarom geloven mensen? Op die vraag zoekt Michiel van Elk, onderzoeker bij de vakgroep sociale psychologie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), een antwoord. Hij groeide op in een charismatische evangelische gemeente en later in een pinksterkerk. Dat verklaart mede zijn fascinatie voor religie. Tijdens zijn studie wist hij alle psychologische en biologische verklaringen van waarom mensen geloven lang in te passen in zijn religieuze wereldbeeld. Tot hij – tijdens een neurowetenschappelijke stage – op een avond dacht: Stel nou eens dat God niet bestaat, zou ik dan niet een veel coherenter wereldbeeld hebben? "Dat moment was echt een omslagpunt. Ik werd overvallen door het gevoel nieuw inzicht te krijgen. Tegelijkertijd riep dit veel angst en onrust op, want mijn hele wereldbeeld en sociale omgeving waren gebouwd op mijn geloof."

Tussenpositie

In zijn boek De gelovige geest (2012) beschrijft Van Elk hoe religie voortkomt uit fenomenen als angst voor de dood, magisch denken, antropomorfisme (het toeschrijven van menselijke eigenschappen aan niet-menselijke wezens of dingen) en een zogeheten 'overactief aanwezigheidsdetectiemechanisme' (de neiging om ten onrechte andere personen of dieren waar te nemen. Evolutionair gezien handig, om levensbedreigende situaties te vermijden). Niet dat hij geloof ziet als een soort psychische aandoening. Geloven heeft volgens hem juist veel positieve effecten op de geestelijke gezondheid.

"Ik heb vrienden die gestopt zijn mijn boek met lezen, omdat ze bang waren anders ook van hun geloof te zullen vallen. Je kunt het inderdaad lezen als een soort pamflet tegen geloof, althans het eerste deel van het boek", vertelt hij. Maar dat is niet hoe hij erin staat. In de epiloog van zijn boek beargumenteert hij juist dat uit alle psychologische mechanismes die een rol spelen bij geloof, geen conclusies over het waarheidsgehalte ervan kunnen worden afgeleid. Van Elk noemt zichzelf agnost. "Tijdens colleges aan de universiteit benadruk ik dat wetenschap en geloof elkaar niet uitsluiten. Maar als ik een lezing geef op bijvoorbeeld de Evangelische Hogeschool speel ik advocaat van de duivel en verdedig ik neurowetenschappelijke inzichten en evolutionaire verklaringen van religie."

Bidden

Recent onderzocht hij of gelovigen socialer gedrag vertonen en minder valsspelen wanneer je ze vooraf vraagt om te bidden. Het idee daarachter was dat mensen zich door hun gebed sterker bewust worden van de aanwezigheid van God en zich daardoor beter zouden gaan gedragen. Dit verband bleek echter zwak. Wel van invloed blijkt het Godsbeeld: mensen die God vooral zien als een straffende God, zijn geneigd om zich minder sociaal te gedragen, terwijl mensen die God zien als een liefhebbende God geneigd zijn tot socialer gedrag. "Waarschijnlijk omdat het positieve Godsbeeld gevolgen heeft voor hoe je jezelf ziet en wilt gedragen", vermoedt Van Elk. "Mensen willen graag op Jezus lijken."

Poreuze geest

Van Elk onderzoekt ook een theorie die het geloof in God en in bovennatuurlijke machten ziet als een bijproduct van het tijdens de evolutie ontstane vermogen om je in andermans gedachten te verplaatsen. Psychologen gebruiken daarvoor de term 'mentaliseren'. "Bekend is dat mensen met autisme minder goed zijn in mentaliseren. Uit eerdere onderzoeken onder kleine groepen bleek dat autisten minder gelovig zijn dan niet-autisten. Maar uit een groot onderzoek onder ruim 100.000 proefpersonen, in samenwerking met het tijdschrift Quest, bleek dat autisme minder dan één procent verklaart van waarom mensen niet in God geloven. Deze bevinding plaatst vraagtekens bij het veronderstelde belang van mentaliseren voor geloof in God en daarmee ook bij een belangrijke en breed geaccepteerde evolutionaire verklaring van religie."

Hij vermoedt nu dat niet zozeer een overdaad aan mentaliseren maar een 'poreuze' geest een rol speelt bij geloof. "Als gelovigen bidden, veronderstellen ze namelijk dat er communicatie mogelijk is tussen hun geest en God: hun gedachten zijn niet privé, maar God kan ze horen. En als zij zich daarvoor openstellen, kunnen zij ook Gods stem horen." De eerste onderzoeksresultaten bevestigen dit: een vragenlijst die meet in hoeverre mensen geloven dat de geest 'poreus' is, blijkt een belangrijke voorspeller van geloof. Uit Amerikaans onderzoek blijkt ook dat mensen hun gevoeligheid voor spirituele ervaringen tijdens bijvoorbeeld bidden kunnen trainen.

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda