• VOLZIN 2017 NUMMER  2

    VOLZIN 2017 NUMMER 2

    Volzin-special: ‘identiteit NL’ ‘Populisme bedreigt de democratie’ Nederland is onzeker, zegt politiek filosoof
    01 February 2017 - Lees meer
dinsdag, 07 October 2014 15:06

De armen zijn hier geen klanten, maar vrienden

De armen zijn hier geen klanten, maar vrienden Tekst: Anton de Wit Beeld: Frank Penders

De beweging Sant'Egidio combineert persoonlijk geloof met engagement voor de armen. Nier zoals professionals dat doen maar zoals het hoort onder vrienden: "Het gaat ons niet om dossiers, om nummers, maar om mensen met hun verhaal." Binnenkort ook in Amsterdam.

Je moet weten waar je kijken moet, en hoe je kijken moet. Het statige Hendrik Conscienceplein ligt wat verscholen in de Antwerpse binnenstad, niet ver van de meer opzichtige Groenplaats waar de gotische Onze-Lieve-Vrouwekathedraal de blikken vangt. Ook het kleinere plein heeft zijn religieuze blikvanger: de Carolus Borromeus, een voormalige jezuïetenkerk met een opvallende barokke gevel. 

Wie op een doordeweekse avond tegen achten dit plein bezoekt, ziet uit de omliggende kasseienstraten mensen verschijnen en in die kerk verdwijnen, alleen of in tweetallen, bij elkaar enkele tientallen, te weinig om op te vallen. Binnenin de kerk verzamelen zij zich in de voorste banken, een klein eilandje levende mensen tussen de vele gebeeldhouwde en geschilderde figuren die verzameld zijn rond het imposante hoogaltaar. Zij zingen verstilde liederen – de levende mensen, maar het is niet moeilijk voor te stellen dat de beelden meezingen – in trefzekere meerstemmigheid. Het heeft iets van de koorzang van monniken, maar dan uitgevoerd door leken, gewone mannen en vrouwen, jong en oud. Na afloop gaat ieder weer zijn of haar weg, de mensen verdwijnen in de wirwar van straten rondom het Conscienceplein.

Armenzorg
Je moet weten waar je kijken moet. Een smalle arduinen boogpoort tussen de winkeletalages van de Kammenstraat geeft toegang tot een steegje. Aan het einde een gebouw dat pas na binnenkomst een onverwachte omvang onthult: het voormalige klooster van de witzusters. Sinds de opheffing van die kloosterorde in de achttiende eeuw deed het gebouw onder meer dienst als stal, opslagplaats en beroepsschool van de Sint-Vincentiusvereniging. Nu ongeveer een kwart eeuw vormt het het Belgische hoofdkwartier van de lekenbeweging van Sant’Egidio.
Hoewel al eeuwen geen klooster meer, ademt het gebouw van Sant’Egidio, net als hun dagelijkse avondgebed in de Carolus Borromeus, een monastieke sfeer. En dat is geen toeval, zegt Jan De Volder, journalist van beroep en samen met zijn echtgenote Hilde Kieboom prominent lid van Sant’Egidio België. Want hoewel een lekenbeweging, past het werk van Sant’Egidio in een lange traditie van katholieke armenzorg, zoals kloosterlingen dat eeuwenlang deden en op veel plekken nog steeds doen. “Wij zijn natuurlijk geen klooster, we zijn een familie van gewone mensen, met een baan en een gezin, die biddend in het leven willen staan en vanuit die gelovige inspiratie hun huis openstellen voor mensen in nood.”
Die nood is hoog, weet De Volder – ja, óók in onze rijke westerse samenleving. “Armen heb je altijd in je midden, zegt Jezus, en dat is zeer waar.” Je moet weten waar je kijken moet, en hoe je kijken moet. De Volder: “De zwerver die niet weet waar hij de nacht moet doorbrengen. De migrant zonder papieren. Maar ook de oudere, die misschien nog best wat geld geeft, maar wegkwijnt in een rusthuis, verstoken van voldoende zorg en aandacht.”

Niet afstandelijk
Hoe hoopt Sant’Egidio dergelijke noden te lenigen? “Vriendschap is het eerste en voornaamste wat wij aanbieden, meer dan materiële dingen”, zegt De Volder. “Jezus was ook geen maatschappelijk werker, hij was een vriend”, zegt ook Olivier Lins, medewerker van Sant’Egidio’s daklozenrestaurant Kamiano. “Dat is voor ons een heel belangrijk punt.” Deze nadruk op vriendschap is meer dan vroom idealisme, benadrukt De Volder. De insteek van Sant’Egidio moet vooral ook als een statement begrepen worden in een tijd waarin overheid en samenleving een steeds hogere mate van professionalisering eisen. Op zichzelf een begrijpelijke eis, maar die kan wel leiden tot enorme regeldruk, onpersoonlijkheid, koud gecijfer. “Bij maatschappelijke werkers wordt het met de paplepel ingegoten: je moet professioneel blijven, afstand bewaren, niet persoonlijk betrokken raken. Wij willen zo niet te werk gaan, maar complementair daaraan zijn. Wij willen juist wél dichtbij de mensen komen, wij willen die afstandelijkheid laten varen. Het gaat ons niet om dossiers, om nummers. Het gaat om mensen met hun verhaal.”
Zoals dat van Marc en Peggy. Een koppel van middelbare leeftijd – “wij hebben elkaar ontmoet op een bankje”, lacht hij. Lange tijd leefden zij op straat, zij kennen het klappen van de zweep, weten waar en hoe ze kijken moeten om te overleven. “Als je wilt, eet je alle dagen fruit. Je moet een beetje durven, niet te beroerd zijn om een weggesmeten appel op te rapen.” Ze weten ook dat Kamiano de enige plek in de stad is waar je nooit vergeefs om een gratis maaltijd vraagt. Vanavond eten zij er broccolisoep en rijst met goulash. Maar ze vinden er vooral iets dat elders nog schaarser is: waardering, een vriendelijk woord. Marc vertelt: “Als je op straat leeft word je behandeld als uitschot. ‘Wat zit je daar op dat bankje? Ga liever in de goot liggen, dan kunnen wij daar zitten.’ Dat zijn de commentaren die je krijgt.” Hij schudt het hoofd. “Diezelfde mensen zie ik op de Groenplaats drie broodjes kopen, van één een hap nemen en de rest weggooien. Zo is de mentaliteit van veel mensen.”

Login om meer te lezen
Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

contentmanager

Social media

FacebookTwitterLinkedIn