Reactie op VolZin-lezing 2011 'Religie, weg van het midden?'
foto: Martine Sprangers
Niet zo lang geleden bracht ik een klein vakantieweekje door op Ameland. Hoogtepunt voor de Amelanders viel toevallig ook in die week, namelijk: de demonstratie van de zogenaamde Paardenreddingsboot, ter nagedachtenis van het drama van ‘78. Ameland is het enige stukje grond op aarde waar ze vroeger paarden inzetten om drenkelingen en boten in nood te redden. In 1978 raakten bij een reddingsactie alle 8 paarden in een diepe geul verstrikt en verdronken smartelijk in de kolkende golven.
Ameland is een klein dapper eilandje waar ze, u zult het niet geloven, de huisdeuren ‘s nachts open laten, en de fietsen niet op slot gaan.
Ik was zeer verbaasd en mijn hospita zei: ‘maar dat gaat wel veranderen hoor, want er komen ieder jaar meer allochtonen op ‘t eiland’ – ik schrok maar ze bedoelde ermee: Nederlanders van het vaste land.
Over tien jaar gaat Geert Mak een boek schrijven met als titel: “Hoe God verdween uit Ameland.”
Nu is die God nog op Ameland. Alsook een paar kerkjes. En toen ik een van deze kerken binnenstapte vond ik de kille kale protestantse leegheid in eerste instantie affreus en deprimerend maar in tweede instantie, toen ik de ruimte rustig op me liet inwerken, was ik diep ontroerd en bleef ik lange tijd op een bankje zitten. Vroeger zou ik zo’n tweeslachtig standpunt niet kunnen opbrengen. Kennelijk ben ik volwassen geworden.
Peter Nissen heeft een mooi, helder betoog gehouden over hoe religie, en met name de katholieke kerk is leeggelopen: de weg uit het midden is kwijtgeraakt. Zielloos is geworden. Hooguit staat nog een omhulsel overeind. En als gevolg daarvan een moderne antimoderniteit en een toenemende focus op het emotionele. Steeds vaker gaat het om de beleving, de ervaring, het uitzinnige. En dat vindt Nissen geen goede ontwikkeling. Hij stelt, ik citeer: “Ik wil ervoor pleiten om het verstand niet uit te schakelen als het om religie gaat, de rede niet te laten verstommen.” Nissen citeert ook Petrus uit zijn eerste brief, en daarin staat: als iemand je vraagt waarop je hoop is gebaseerd, verantwoord je dan. En een redelijke verantwoording, zo stelt Nissen, is een verantwoording die zich bedient met verstandelijke argumenten.
Mensen, mijn geloof is klein en vaak ook kwetsbaar. Maar in Mexico City, bijvoorbeeld, staat een kerk genaamd Maria van Guadelupe. Op het enorme plein voor die kerk leggen stokoude vrouwtjes knielend op hun knokige knietjes de oversteek af en, als ze eenmaal binnen zijn, strompelen ze door het middenpad tot voor het altaar, vaak tot bloedens toe.
Men heeft natuurlijk het volste recht de beweegredenen van de menselijke ziel die zich hier, onstuitbaar, een weg baant te ridiculiseren. Maar nooit heeft een van ons met een van deze vrouwtjes een kopje thee gedronken.
Jaren geleden was er op het eiland Malta een paar keer achter elkaar sprake van een huilende madonna. Het kerkelijk onderzoek, dat drie jaar in beslag nam, resulteerde in de vaststelling dat het aangetroffen vocht dezelfde eigenschappen vertoonde als menselijk bloed.
Kort erna vertoonde een soortgelijk verschijnsel zich ook voor in het Beierse Traunstein. Daar beweerde een vrouw dat haar Mariabeeld sinds Goede Vrijdag tranen met tuiten plengde. Buren kwamen kijken en ze hoorden het donderen in Keulen.
Gerard Reve zei eens dat Maria een voorkeur heeft voor Vlaamse Katholieken omdat Maria vaker in het Belgische dan in het Nederlandse luchtruim verscheen.
Verder schijnt God een zoon te hebben die over water kon wandelen en die van één schelvisje tien manden vol kibbeling kon maken, en wiens hand beter werkte dan de zalfjes van de dermatoloog, en die als klapper op de vuurpijl geboren was uit een vrouw die niet met een man naar bed was gegaan waardoor je je afvraagt van wie die zoon dan precies zijn y-chromosoom heeft?
Ik ben bang dat we over deze verhalen een leven lang zullen blijven tobben, maar een conclusie mag duidelijk zijn: het moeten wel heel geldige waarheden van het hart zijn die deze verkitchering ongedeerd kunnen doorstaan.
Ik denk daarom niet dat we er ooit uit zullen komen, omdat ik denk dat ‘t geloof, de Godservaring dus, iets volslagen individueels is. Mijn moeders geloof wijkt af van die van mijn vader, die van mijn vader wijkt af van die van mij, die van mij wijkt af van die van mijn broer, en die van mijn broer wijkt weer af van die mijn zus, en toch noemt men ons allemaal moslim.
Dat komt omdat geloof volstrekt persoonlijk is, en daarom per definitie en in consequentie niet communicabel.
Vroeger was de theologie ook eigenlijk nooit een wetenschap en in strikte zin is ie nog steeds geen wetenschap. Vroeger leidde de theologie aan de openbare universiteiten de studenten op tot dominees, en aan de katholieke universiteiten tot priesters.
Het rationele argument waar dhr. Nissen over spreekt, gaat over een waarheid die te staven en te meten is. Maar religie gaat juist over waarheden die niet te staven zijn en die ook geen rekensom bevatten. De islam leert ons niet dat 1 plus 1 twee is. Het rationele argument baseert zich op de logica dat een leeuw een lammetje kostelijk verorbert maar religie schetst ons een wereld waarin het lammetje vredig graast naast de leeuw.
Religie is utopie, wonderen, intuïtie, ervaring, instinct, vermoedens, affectie, sentiment, stemming, mystiek. Wat voor een gelovig mens waar, geldig en van beslissend belang is, komt op een ongelovige over als bizar en totaal absurd.
Anders gezegd: een religieus besef duidt op een bovenzinnelijk gen voor verbeelding & fantasie - en sommigen zeggen: voor krankzinnigheid
De Koran en de Bijbel zijn daarom niet voor niets de twee meest gelezen boeken op aarde. Onverbiddelijke bestsellers. Als er íemand is die de Nobelprijs voor de Literatuur verdient, dan heet hij in elk geval geen Harry Mulisch.


