Preek van de Week (7)
Effataparochie, Dominicuskerk Nijmegen, 22 januari 2012

Zo’n zevenhonderd mensen in de kerk, die van harte ‘De steppe zal bloeien’ meezingen. Het lijkt op het Rijke Roomse Leven, maar dan dat uit de jaren tachtig. Op 22 januari organiseerden de Nijmeegse Effataparochie en de vrije Boskapel samen met de Doopsgezinde-Remonstrantse Gemeente een bijzondere viering met als speciale gast: Huub Oosterhuis.
Het is verrukkelijk om naar Oosterhuis te luisteren. Zijn stem is duidelijk en warm, zijn dictie prachtig, en elk woord klinkt alsof het zorgvuldig geproefd wordt. Jammer alleen dat er zo veel woorden geproefd worden, terwijl ze toch zo eenvoudig samen te vatten zijn. Jammer ook dat de emotionele toonhoogte van Oosterhuis steeds ongeveer dezelfde is. Dat maakt een viering met hem, waarin alle liturgische teksten ook nog eens van zijn hand zijn, tot een ervaring van overdaad. En dat schaadt, na een uur en drie kwartier. Oosterhuis zelf sprak ruim een half uur.
De preek van Oosterhuis stond in het teken van de vraag hoe kerken in deze tijd een bezield verband kunnen vormen. Oosterhuis hield een opvallend politiek getint verhaal. Christelijk is, als we het woord bevrijden van het jargon (christelijk onderwijs, christelijke politiek) simpelweg dit: doen als Hij, werken aan een nieuwe wereld op basis van de erfenis van de joodse Bijbel, die bestaat uit gerechtigheid, solidariteit en ontferming. ‘Om een nieuwe aarde schreeuw ik, als een vrouw in barensnood.’
Die nieuwe wereld die komt, is niet deze, vindt Huub Oosterhuis. Gods opdracht aan ons is hen te redden die geen verweer hebben: de armen, de zieken, de verdrukten overal ter wereld. Dat is onze roeping. Zo simpel is het. ‘De wereld is duister, maar er zijn mensen van licht.’
In het levendige en oprechte nagesprek met een deel van de kerkgangers werd Oosterhuis gevraagd waarom hij zo’n politieke preek hield, in een tijd waarin mensen eerder verlangen naar innerlijkheid, spiritualiteit, beleving en mystiek. Het is een verlangen dat vaag blijft als het geen richting krijgt, vindt Oosterhuis, en die richting is op Bijbelse gronden heel duidelijk. ‘Natuurlijk heeft dat geloof een mystieke grondslag, maar dat is niet het einddoel ervan.’
Ik vraag me af of niet juist die mystieke grondslag verkend moet worden, wil de steppe bloeien.
Arjan Broers

Reacties
Ik miste ook iets in de preek van Oosterhuis, nl. het feit dat hij niet sprak over de mensen die hun geloof verloren (denken te) hebben, de ongelovigen of twijfelaars. Zij gaan gebukt onder het hedendaagse materialisme. Het zijn, om de woorden van Oosterhuis te gebruiken, de moderne onderdrukten, in zekere zin de armen van geest. Naar mijn gevoel zou de prediking van de kerken zich veel meer moeten richten op de moderne mens met al zijn scepsis en twijfels en hem serieus moeten nemen.