Laatste nieuws

  • 1
  • Geestverwanten aan God voorbij

    Wie van zijn geloof wil vallen, moet theologie gaan studeren. Bijna was mij dat ook overkomen. Halverwege de jaren zeventig studeerde ik aan de Agogisch-Theologische Opleiding (ATO). Het ging er op die ‘superlinkse’ opleiding rauw aan toe. “Zoals er mensen zijn die zingen, niet omdat zij dit willen, maar omdat er een stem in hen oprijst, zo zijn er ook mensen die geloven, niet uit angst en niet uit hoop op beloning, maar omdat zij krachtens hun wezen niet anders kunnen”, schreef de joodse wijze Abel Herzberg. Gezegend met een laten we zeggen onberedeneerde en spontane religiositeit die naar ik vermoed veel te maken heeft met mijn Brabantse kinderjaren, leken deze woorden wel voor mij geschreven. Nou, dat lag bij de meeste ATO’ers heel anders. Zij traden de religie juist met grote argwaan tegemoet, niet als een spontane menselijke aandrift, maar als een vorm van projectie, zelfbedrog en kleinburgerlijkheid. Spiritualiteit was voor hen een vies woord. Religiekritiek was wat de klok sloeg. Op een droevige dag stelde ik met tranen in mijn ogen vast dat ik niet langer in God kon geloven. Totdat ik mij het beeld voor ogen haalde van de oude, stokdove pater in het dominicanenklooster waar ik intussen als student was gaan wonen. En van zo veel andere, vaak eenvoudige mensen uit mijn omgeving, levenden en doden. Hun geloof en goedheid waren voor mij uiteindelijk overtuigender dan alle marxistische en freudiaanse godsdienstkritiek bij elkaar. Zij hadden God niet verlaten en God had hen niet verlaten. Zou ik dan God wel verlaten of zou Hij mij verlaten? Niet dus! Elk mens heeft zo zijn of haar eigen ervaring met God of heeft die ervaring juist niet. Dit laatste kan natuurlijk ook. De special in deze aflevering van Volzin draagt de titel Geloven aan God voorbij. De special sluit aan op twee opmerkelijke ontwikkelingen in het huidige religieuze landschap. Enerzijds is er het gegeven dat binnen kerk en theologie ‘God’ door sommigen verregaand wordt gerelativeerd. God is ‘een werk van verbeelding’, zegt de theoloog Harry Kuitert. God ‘bestaat’ niet maar is de naam van een tussenmenselijk gebeuren, meent ‘atheïstisch dominee’ Klaas Hendrikse. Geloof is een vorm van spel, zegt antropoloog André Droogers. Anderzijds stellen juist seculiere denkers vast dat binnen de religie op geheel eigen wijze essentiële zaken aan de orde worden gesteld die elders niet zo aan de orde komen – aldus de Duitse filosoof Jürgen Habermas. In eigen land pleit filosoof Ger Groot al jaren voor een soort ‘cultuurkatholicisme’ zonder God. De humanistische denker Harry Kunneman ontwikkelde het idee van ‘horizontale transcendentie’. Godsdienstwetenschapper Koert van der Velde wil graag ‘flirten met God’ . En natuurlijk is er ook de invloedrijke Britse levenskunstfilosoof Alain de Botton die zelfs een ‘kerk voor atheïsten’ heeft opgericht, een initiatief dat intussen ook in Nederland navolging heeft gevonden. Of denk aan de talloze ‘alternatieve Allerzielenvieringen’ die komende week worden gehouden, waarin niet het eeuwige leven centraal staat, maar het leven van de nabestaanden. Twee groepen dus: christelijke denkers die God relativeren en seculiere denkers die het belang van religie, spiritualiteit rituelen inzien. Van oorsprong christelijke denkers die niet zelden ook met de kerk afrekenen en van oorsprong seculiere mensen die juist op zoek zijn naar nieuwe vormen van gemeenschap om het leven te vieren. Als gelovige heb ik er geen moeite mee deze tweede groep als geestverwanten te beschouwen. Geestverwanten in een gemeenschappelijke zoektocht naar zinvol leven. Ik neem hun zoektocht volkomen serieus en meen dat ik daarvan kan leren. Dat is me trouwens als katholiek ook opgedragen. Het Tweede Vaticaans Concilie verklaarde in 1965 immers dat mijn kerk niets afwijst “van wat er aan waars en heiligs is” in andere godsdiensten. “Met oprechte eerbied beschouwt zij (de kerk) die vormen van handelen en leven, die normen en leerstelsels, die wel in vele opzichten afwijken van hetgeen zijzelf gelooft en voorhoudt, maar toch niet zelden een straal weerkaatsen van de Waarheid, die alle mensen verlicht.” Gezwollen en voorzichtige taal, maar voor mij toch tot op de dag van vandaag richtinggevend, zeker ook als redacteur van dit maandblad voor religie en samenleving. Read More
  • Watjes, dieven, lijkenprikkers, leve onze gevederde vrienden

    VVD verklaart oorlog aan meeuwen.’ Zo kwam het in het nieuws eind augustus. Bestrijding van een plaag, blijf van onze bitterballen af. Komkommernieuws, maar wellicht ook een verdekte bedreiging aan de concurrent op de politieke rechterflank, die de meeuw als logo heeft? Want de PVV heeft, evenals lang geleden de NSB, waarmee ze niet wil worden vergeleken, een meeuw als symbool. De meeuw staat voor vrijheid, free as a bird, wie doet me wat? Het beeld klopt niet helemaal. Meeuwen zijn ook slaven: als er een nest is, leggen mannetjes dagelijks honderden kilometers af om het kroost van voedsel te voorzien en ze zijn – aldus de VVD – niets en niemand ontziende rovers. Gelukszoekers, bah! Maar symbool van de vrijheid, dat dus wel. Dan hebben we een andere gevleugelde, de duif. Bij de Olympische Spelen van 1900 in Parijs werden er medailles uitgereikt voor het schieten op levende duiven. Enkele honderden met bloed bespatte vogellijkjes later stonden de winnaars met hun prijzen te glunderen. Na vier jaar en veel protesten waren de levende duiven vervangen door kleiduiven. Duiven – in onze grote steden net zo’n plaag als meeuwen – zijn het symbool van de vrede. Waarom? De meeste onderzoekers verwijzen naar de Bijbel, naar het verhaal van Noach en zijn ark na de zondvloed. Hij stuurde toen het droog was geworden na veertig dagen nattigheid eerst een raaf – een onrein dier in de joodse traditie – eropuit om te kijken of er land in zicht was. Toen de raaf – sindsdien een vogel met een onheilspellende reputatie – onverrichterzake terugkwam, stuurde Noach een duif. Die kwam eerst ook zonder resultaat terug, maar de tweede keer had de vogel een olijftakje in zijn of haar snavel.Ze had dus land gevonden. En de derde keer bleef de duif weg. Een duif met een olijftakje, hét symbool van de vrede. En van onschuld. In Matteüs 10,16 draagt Jezus zijn leerlingen op om op hun gevaarlijke tochten ‘argeloos als de duiven’ te zijn. Weerloos, onschuldig, argeloos – de duif is een watje. Niets schattiger dan twee tortelduifjes. De duif daalt neer op Jezus als hij gedoopt wordt en wordt het symbool van de heilige Geest. Daarom siert een duif het logo van de Protestantse Kerk in Nederland. De suggestie van een kruisvorm in datzelfde logo doet een verwijzing vermoeden naar het onschuldig lijden van Jezus aan het kruis. Pacifisten zijn duiven, oorlogshitsers haviken. Talloos zijn de weergaven op pacifistische affiches van gesarde en geëxecuteerde duiven – de onschuldige vrede als slachtoffer van bruut geweld. Agitprop ontwerper John Heartfield maakte in de jaren dertig het prototype: een duif gespietst op een bajonet. Al heten de tegenstanders van duiven haviken, de echte contrastvogel is dus de raaf. De raaf, die het olijftakje in Noachs dagen niet kon vinden, geldt als lijkenpikker. In een beroemde prent van Gustave Doré slaat de ontroostbare Rizpa, dochter van Israëls koning Saul, de raven weg die de lijken van haar vermoorde zonen belagen (2 Samuel 21,10). En de beroemde raven van de LondenseTower gedijden op de geteisterde lijven van de daar opgesloten en terechtgestelde gevangenen.Raven doodsvogels, duiven vredessymbolen, meeuwen herauten van de vrijheid. Weg ermee, vindt de VVD. Nevermore (Edgar Allan Poe, The raven). Read More
  • Lena, the fashion library

    In Amsterdam komt straks een ‘kledingbibliotheek’: een chique winkel waar eerder door anderen gedragen kleding geleend kan worden. Initiatiefneemster Suzanne Smulders: “Er zijn zoveel mooie spullen die niet optimaal benut worden.” Als Suzanne Smulders (29) een auto nodig heeft, leent ze die via Snappcarr.nl. Als ze extra stoelen, een microfoon of een luchtbed kan gebruiken, kijkt ze eerst op Peerby.com of haar buren kunnen helpen. Als ze haar eigen appartement wil verhuren of zelf een slaapplek in het buitenland zoekt, dan gebruikt ze Airbnb.nl. Dat is de ‘leeneconomie’ in optima forma. “Het begrip ‘bezitten’ verplaatst zich naar ‘gebruiken’”, doceert Smulders routineus, een oud-student International Branding aan de Hogeschool van Amsterdam. Maar als fashion fanatic ziet zij dat de kledingindustrie zich van die wijsheid niets aantrekt. Daarom is zij met drie anderen LENA, the fashion library begonnen. Een heuse ‘kledingbibliotheek’ dus, compleet met abonnementen, waar je steeds weer nieuwe kledingstukken kunt lenen. “Onze motivatie is dat we heel graag mensen stimuleren wat bewuster te zijn in hun consumptiegedrag, zodat we beter omgaan met de spullen die er zijn. Want er zijn al zoveel mooie spullen, die niet optimaal benut worden.” MassaproductieHet is allemaal begonnen met Doortje Vintage, een vintagewinkel in Eindhoven met bijbehorende webshop, waar Smulders werkt. Als straks een winkelpand in Amsterdam is gevonden, moet dat de basis van de collectie gaan vormen: oudere, maar tijdloze kleding. “Vanaf de jaren tachtig kwam steeds meer de massaproductie, waardoor de kwaliteit van kleding achteruit is gegaan. In de jaren vijftig en zestig werd kleding gemaakt om langer mee te gaan. Maar grote modeketens maken nu spullen voor één seizoen, zodat mensen terugkomen om nieuwe kleding te kopen. Een deel van onze collectie is twintig jaar en ouder. Dat is onze grens. Maar we zien er ook een grote meerwaarde in dat onze klanten straks zelf spullen inbrengen, zodat ook zij waarde aan de collectie toevoegen.”“Dit is een heel nieuwe manier om met kleding om te gaan”, vertelt Smulders. “Ik merk dat hergebruik van kleding voor de generatie van mijn ouders niet gewoon is. Voor mijn opa en oma ligt dat alweer anders. Zij kregen vroeger altijd de kleding van hun broertjes en zusjes, neefjes en nichtjes. Sowieso hier in Amsterdam is het taboe op tweedehandskleding wel weg. Maar dat zeggen is makkelijker dan ernaar handelen. Het is heel belangrijk dat we de hygiëne straks goed op orde hebben, zodat mensen geen vervelende ervaringen opdoen.” Read More
  • De koning komt

    Het is meteen duidelijk. Je ziet her en der dagloners die geknield in gele hesjes zebrapaden en stoepranden van een nieuw likje verf voorzien. Zielige, kale boompjes langs de weg worden uit de grond gerukt en vervangen door weelderige palmbomen. Op pleinen wapperen gloednieuwe vlaggen terwijl alle koningsportretten grondig worden opgepoetst. Juist ja, het gonsde al langer: de koning komt naar Nador.En daarmee is alles gezegd: de koning komt naar Nador. Want vraag je door, dan word je geen steek wijzer. Wanneer hij komt? Deze week, morgen, volgende maand, volgend jaar. Een wist zelfs te verklaren dat de koning al geweest is. Waarom komt hij? Om een school te openen, om te jetskiën, om de eerste steen te leggen voor een nieuw hospitaal, om te spioneren, om een Berbervrouw te zoeken voor zijn concubine, om de mediterrane zeelucht in te ademen vanwege zijn astma. Ik ben nu een maand in Rif-Marokko en ik verkeer al een maand in een universum dat ik fantasia ignorantia noem. Of het nu gaat om busbestemmingen, openings-tjden, marktdagen, vissoorten, kruidentoepassingen… op elke vraag krijg ik antwoord maar werkelijk niet één is hetzelfde. Zelf zoiets simpels als de weg vragen leidt tot bewijzeringen in alle denkbare krommingen, dwaalpaden en windrichtingen. Om hoorndol van te worden, maar het verbaast me hoe snel een mens kan berusten in het lot dat gegrond is op waanbeelden en volstrekte fantasie.Het verschijnsel begon al op dag één. Ik kon voetstoots geen geld tappen, uit géén enkele pinautomaat. Navraag leverde op dat: 1. Nederland in het kader van contraterrorisme alle geldtransacties naar Marokko heeft geblokkeerd. 2. Gevolg van boycot Poetin. 3. Marokkaanse banken failliet zijn. 4. Automaten zijn leeggeroofd. En nog een rits verklaringen. Pas toen ik belde met de internationale servicelijn van ABN Amro wist een Hollandse dame mij te melden dat mijn pas nog op Europaprofiel stond en per direct omgezet kon worden naar Wereldprofiel. Binnen een halve minuut kon ik weer pinnen. Marokko, Allah en diens Boek is vastomlijnd en zonder twijfel. Buiten dat boek heerst de jungle. Een intrigerend schimmenrijk, maar er integreren zal ik nooit. Read More
  • NIEUWE VOLZIN-SPECIAL: 'GELOVEN AAN GOD VOORBIJ'

    “Grote levensvragen hoeven je niet per se bezig te houden om gelukkig te worden. Maar ze kunnen je overvallen, bij veranderingen of crises in je leven”, vertelt Stefan Groothuis in het nieuwe nummer van Volzin, dat volgende week vrijdag verschijnt. De topschaatser kreeg in 2011 te maken met een zware depressie. Meditatie, yoga en mindfulness behoren sindsdien tot zijn spirituele repertoire. God ook? Hem heeft Groothuis niet gevonden, maar zegt hij: “Ik hou de deur wel op een kier”.De grens tussen geloof en ongeloof vervaagt in onze samenleving in toenemende mate. Naast theïsten (‘God bestaat’) en atheïsten (‘God bestaat niet’) is er een groeiende groep van anatheïsten: mensen die niet kunnen of willen zeggen dat God niet bestaat, maar evenmin kunnen of willen zeggen dat God wél bestaat. Ze zijn geen gelovigen in de traditionele zin van het woord, ze geloven veeleer ‘aan God voorbij’. Volzin wijdt in oktober zijn special aan het middenveld tussen geloof en ongeloof en de mensen die dit middenveld bevolken:  schaatser Groothuis , denkers als Ger Groot en Christa Anbeek, bezoekers van ‘diensten zonder God’ in De Nieuwe Liefde en van de Sunday Assembly, docenten en studenten van de Universiteit voor Humanistiek. Verrassend: ook de protestantse theoloog prof. Wouter Slob blijkt pleitbezorger te zijn van het ‘anatheïsme’. “Geloof moet je niet bewijzen, geloven in God moet je doen”, stelt hij. De nieuwe Volzin verschijnt vrijdag 24 oktober.  Als u geen abonnee bent, kunt u hier het Volzin-nummer los bestellen.   Read More
  • Studeren is een zoektocht naar jezelf

    Steeds meer studenten willen zich met het oog op de toekomst al tijdens hun studie onderscheiden om te ontsnappen aan de anonieme massaliteit. Zij willen ‘excelleren’. Volgens docent Nico Keuning is dat niet hetzelfde als achten, negens en tienen halen. Maar wat dan wel? Het nieuwe studiejaar is weer begonnen. Honderdduizenden HBO’ers en universitair studenten storten zich enthousiast en blijmoedig in het studentenleven. Er komt weer leven in het straatbeeld van de universiteitssteden. Studenten stralen immers iets feestelijks uit, iets onbezorgds en optimistisch. Alle dagen feest, om met Remco Campert te spreken. Maar steeds meer studenten beseffen dat het feestje slechts een paar jaar duurt. Zij willen zich met het oog op de toekomst al tijdens hun studie onderscheiden om te ontsnappen aan de anonieme massaliteit. Zij willen ‘het verschil maken’. Excelleren is het nieuwe sleutelwoord dat geldt als synoniem voor studiesucces. Niet alleen tijdens de studie, maar vooral erna. Stijl en inhoudHet woord excelleren keert terug in een lijst van interpretaties die ik samenstelde voor mijn boek Dubbellevens, excelleren in het HBO (Uitgeverij Reservaat, 2014). De studenten werd gevraagd drie synoniemen voor het woord excelleren op te schrijven. De antwoorden van de studenten leveren een waaier aan individuele interpretaties op: presteren, onderscheiden, uitblinken, zelfontplooiing, ontwikkelen, uitdagen, ambitie, doorzettingsvermogen, proactief, maximale inzet, het beste uit jezelf halen, efficiënt, bovengemiddeld, beter, extra, prestatiegericht, nieuwsgierig, opbloeien.Prachtige begrippen, waarbij het beeld oprijst van een troon op een podium. En op die troon zit trots, zelfverzekerd en stralend de ideale, excellente student. Maar wie is deze student? Waarin onderscheidt hij zich van andere, reguliere studenten? Met een woordverklaring als ‘uitstekend’ kom je niet zover. Pas als een woord inhoud heeft, krijgt het betekenis. Dus luidt de vraag: Wat betekent uitstekend?In termen van toetsen, tentamens en examens, denk je bij een excellente student aan achten, negens en tienen. Cum laude. Goed, beter, best. Maar in de werkelijkheid wordt het begrip excellent veel ruimer, genuanceerder geïnterpreteerd. Breed georiënteerd vinden sommigen excellenter dan gespecialiseerd. Een teamworker geschikter dan een individualist met hoge cijfers. Uit eigen ervaring weet ik dat de studenten van het Excellentieprogramma die kiezen voor de module Creatief Schrijven, in het algemeen geen studenten zijn met een tien voor taal. Ze hebben zich voor deze module ingeschreven om ‘beter te leren schrijven’. Deze gedachte, de wil, de durf alleen al, zou je als een vorm van excelleren kunnen opvatten. Creatief Schrijven, het woord zegt het al, suggereert dat de module de spelling voorbij is, en in zeker opzicht ook de stijl. Het gaat om de inhoud, het idee, de vondst: de creatie. Maar een goede spelling impliceert nauwkeurigheid en zorgvuldigheid. Deze vormen de basis van het taalgeweten, taalgevoeligheid die tot uitdrukking komt in de stijl. Stijl is wat de lezer op de eerste plaats aanspreekt. “De stijl”, schrijft Oek de Jong in zijn essay Wat alleen de roman kan (Uitgeverij Augustus, 2013) “is als onze lichaamstaal: je kunt er niet mee liegen. De stijl is voor de schrijver een coming-out.” Stijl, zou je kunnen zeggen, geeft vorm aan de inhoud. Maar waar haal je als student de inhoud vandaan? Het valt mij op dat de meesten ver afstaan van de wereld van kunst en cultuur. Bekende namen zijn die van BN’ers die bijna dagelijks met hun kop op televisie verschijnen. Maar schrijvers van nu, goede journalisten of columnisten roepen veelal geen reacties op. Kranten, weekbladen, tijdschriften? De wereld van de student beperkt zich veelal tot het studentenleven, vrienden en familie. Ook hierin kan overigens verdieping schuilen: een inhoud die het denken van de student uittilt boven de eendimensionaliteit. SamenspelAls docent Creatief Schrijven liet ik studenten in uiteenlopende opdrachten schrijven over onderwerpen als ‘verlies’, ‘ergernis’ en ‘bestemming’. Sahar onderscheidde zich niet alleen door haar donkere uiterlijk, haar hoofddoek en haar kleding, zij gaf ook een heel andere invulling aan de opdrachten dan de andere, witte, Nederlandse studenten. Zij is weliswaar geboren in Amsterdam-West, waar ze als oudste van een gezin met twee broertjes bij haar ouders woont, maar haar familie en de Pakistaanse achtergrond bepalen nadrukkelijk haar doen, denken en schrijven. Schreven de klasgenoten onder de genoemde titels over het verlies van een sportwedstrijd, ergernis aan medepassagiers in de metro of over de school als eindbestemming van hun reis van Heerhugowaard naar Station Amstel in Amsterdam, Sahar stond stil bij het overlijden van haar moeder, ergert zich aan het geroddel van familieleden en vrienden als haar Pakistaanse vader (met haar hulp) na vijf jaar hertrouwt en beschrijft in haar verhaal Bestemming haar ontwikkeling als student. Een weg van ambitie, strijd en wilskracht.“Ik was verbaasd,” zegt zij, “heb ik dat op papier gezet? Het heeft mij ontzettend veel voldoening gegeven. Ik ervaar schrijven nu als heerlijk, rustgevend en het zet je aan het denken.” Read More
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Doorzoek de website

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda

Geef een Volzin cadeau!

 

Advertentie