Laatste nieuws

  • 1
  • IJslanders geloven in God, de natuur, elfjes en zichzelf

    De meeste IJslanders zijn luthers, maar in de kerk komen ze amper. Geloven kan in het dunstbevolkte land van Europa op vele manieren: in de kerk en God, in de oude heidense goden en de natuur, in elfjes, of gewoon in jezelf. Met zijn 74,5 meter torent de Hallgrímskirkja, IJslands hoogste en best bezochte kerkgebouw, boven Reykjavik uit. Een vrouw bespeelt het pijporgel, maar slechts zes mensen zitten in de banken – waar plaats is voor 1200 personen – en luisteren aandachtig. De overige dertig bezoekers zijn gewapend met telefoons en camera’s. Ze zijn meer geïnteresseerd in het maken van foto’s van het futuristische bouwwerk dan in bezinning. Wel kerkelijk niet kerksDe Hallgrímskirkja wordt in verschillende reisgidsen over Reykjavik aangegeven als een verplichte attractie. De kerk kan dan ook rekenen op honderdduizenden bezoekers per jaar. Voor veel andere van de meer dan 350 kerken in IJsland is dat niet het geval. Op het eiland Papey staat de oudste en kleinste houten kerk van het land. De laatste dienst daar, een begrafenis, was in 2003. De enige bezoekers zijn toeristen die in hun zoektocht naar papegaaiduikers op het 60 vierkante meter grote gebedshuis uit 1807 stuiten.De religieuze situatie in IJsland is, net als in andere Scandinavische landen, enigszins paradoxaal. De men-sen zijn er kerkelijk, maar niet kerks. Bij hun geboorte worden IJslanders automatisch lid van de evange-lisch-lutherse staatskerk. Hoewel ruim driekwart van de 320.000 IJslanders tot deze kerk behoort, geeft bijna 90 negentig procent van hen aan nauwelijks of nooit een kerkdienst te bezoeken. Godsdienstsociologen spreken in zo’n geval van vier-wielen-christendom; gelovigen bezoeken de kerk alleen als ze daar op vier wielen kunnen komen: in de kinderwagen, trouwkoets of lijkwagen. In de praktijk vinden kerkelijke rituelen steeds vaker plaats buiten het kerkgebouw. Árni Svanur Daníelsson, predikant van de lutherse kerk in Reykjavik, heeft net een baby gedoopt in het huis van haar ouders, terwijl familieleden in Noorwegen via live-streaming meekeken. “Tegenwoordig wordt het merendeel van de baby’s thuis gedoopt,” zegt hij. “Door internet proberen we meer mensen erbij te betrekken zodat zij hun band met de kerk behouden. We zijn meer online actief, zo kunnen mensen mij ook per email om raad vragen.” Dienst voor motorrijdersIn Kópavogur heeft hoofdpredikant Gunnar Sigurjónsson zo zijn eigen manier om bezoekers naar de kerk te krijgen. Gekleed in een zwart leren gilet met op de achterzijde het embleem van de Salvation Riders MC over zijn bloes met boordje, verwelkomt hij sinds 2006 jaarlijks honderden motorrijders in de Digraneskirkja voor de motormis. “Ik rij zelf ook motor en dacht dat een themadienst de mensen aan zou spreken." Read More
  • Nieuwe Volzin-special: Reli-ondernemers verruilen kerk voor markt

    ‘Het heil komt van de markt’, kopt het nieuwe nummer van Volzin dat volgende week vrijdag, 29 augustus, verschijnt. Niet alleen gelovigen laten de kerk achter zich, ook een toenemend aantal voorgangers doet dat. Niet langer is de kerk hun biotoop, maar de wereld. Op de markt verschaffen ze rituelen, organiseren ze ‘events’, vullen ze websites en bieden ze een luisterend oor aan wie daarvoor maar wil betalen. In komend nummer van Volzin een special over deze reli-ondernemers.Journalist Nynke Sietsma spreekt met reli-ondernemers van diverse pluimage: vrijgevestigde ritueelbegeleiders en pastores, aanbieders van bezinning en bezieling, Nederlandse grootste zen-ondernemer. En ze brengt een bezoek aan ‘reli-ondernemers avant la lettre’, de bierbrouwende trappisten van de abdij Koningshoeven. ‘Eigenwijze reli-ondernemer’ Greco Idema geeft zeven adviezen voor ‘een bloeiende reli-sector’, zoals: volg je passie, heb je een duidelijke visie, wees origineel, communiceer helder. Adviezen die ook niet-reli-ondernemers in het leven van pas kunnen komen. Als u geen abonnee bent, kunt u hier het Volzin-nummer los bestellen.     Read More
  • De tocht van Henk de Velde

    Op het water ontmoet zeezeiler Henk de Velde de grootsheid die hij toch maar weer gewoon God is gaan noemen. “De zee geeft mij rust. Pas als ik helemaal geen land meer zie, denk ik: nu kan me niks meer gebeuren.”Zeezeiler Henk de Velde (65) zeilt niet meer. Al een aantal jaren geleden heeft hij zijn trimaran Juniper, waarmee hij over de wereldzeeën zwierf, verkocht. Tegenwoordig vaart hij op een motorschip dat hij de naam Solitario gaf. Hij hoeft geen records meer te halen, hij hoeft niet langer op een never ending voyage te zijn, maar varen zal hij.Afgelopen winter lag zijn 14 meter lange schip in de plezierhaven van Kampen, eigenlijk als een vreemde eend in de bijt. Net voor zijn vertrek richting kaap Finistère in Noordwest-Spanje, waar hij tot het eind van het jaar wil blijven, spreek ik hem op deze boot die tegelijk zijn huis is. “Een stenen huis, ik moet er niet aan denken. Terreur van de voordeur. Ik begrijp dat mensen zo’n voordeur zoeken en de eigen wereld daarachter, hun micro environment, maar voor mij is het niks. Ik ben een reiziger. De afgelopen vijftig jaar heb ik ongeveer drie jaar in een huis gewoond en dat was lang genoeg.”Hij wijst naar de overkant van de IJssel. Daar is hij geboren, in IJsselmuiden. In een gewoon protestants gezin, met een vader die veertig jaar op dezelfde melkfabriek heeft gewerkt. Verder in de familie wat kleine boeren en zo, maar geen enkel spoortje van zeevaarders of reizigers. “Ik ben zomaar komen aanwaaien.” Terwijl hij praat, gaan geregeld zijn handen de lucht in, vragend, afwachtend. Hij laat stiltes vallen en stelt, meestal net voor de interviewer dat kan doen, zelf de vragen. Waar het water naartoe stroomt“Ik weet nog goed dat ik als jongen van dertien, veertien op weg naar school in Kampen midden op de IJsselbrug stond te kijken. De brugwachter vroeg of ik misschien iets verloren had. Maar nee, zei ik, ik ben aan het kijken waar het water naartoe stroomt. Dat doe ik eigenlijk nog steeds. Ik ben nog steeds bezig met een jongensdroom.Als kind las ik over verre reizen, grote boten op weids water. Die wereld kende ik helemaal niet. De schepen op de IJssel kende ik; dat was mijn wereld. Het Ganzediep. Toen ik op mijn vijftiende als lichtmatroos op de koopvaardij ging werken, had ik de zee nog nooit gezien. Varen was mijn manier om iets van de wereld te zien. Dat wil ik nog steeds. Als ik vaar, wil ik ergens heen. Ik moet een doel hebben.” Read More
  • Verwijlen

    We hebben elkaar beloofd om ons hoofdkantoor een tijdje te verlaten. We, dat waren wij. De rijpe concertvriend die vandaag 86 wordt, en ik. Een paar dagen maar. Met de lift zijn we naar beneden richting ons hart gezakt. Nou ja, zogenaamd dan. In werkelijkheid hebben we de auto gepakt en zijn naar het oosten van het land gereden. Daar zitten we nu. Buiten. Uitkijkend op een brink van een lieflijk dorpje. Hoewel de rijpe concertvriend allang tot de jaren des onderscheids gekomen is, door schade en schande wijs en gelouterd geworden enzo, is hij nog steeds een scherpzinnige waarnemer met een dito tong. Zoals wij de omgeving dikwijls van commentaar kunnen voorzien. Jongejonge. “Ik wil zo graag diepzinnig voor je zijn, maar voor ik het weet sta ik weer te gillen van de lach”, snikt hij regelmatig. Maar nu hebben we ons hoofdkantoor dus even verlaten. Voor herstelwerkzaamheden. Want het begint ons op te vallen dat we de overvolle opslagplaats in ons brein pas kunnen reinigen als we tussen waarnemen en oordelen een ruimte laten ontstaan, een vakantie inlassen. In plaats van meteen iets te vinden, kan men op die vrij gekomen plek ook gewoon wat verwijlen. Neem nu die prachthortensia voor ons. Diepblauw. Zo kennen we die niet op ons eigen erf. Of zie de man met die gigantische jeep. Wat moet je daarmee tussen de Drentse hunebedden? Maar we laten de hortensia staan en de man gaan. Grijpen of wegduwen is even niet nodig. Ongewenst zelfs.Misschien zijn we hier op aarde gekomen om te begrijpen en te waarderen, in plaats van te oordelen. Moet haast wel. Als je ziet hoe een mens die je zo behandelt daarvan opbloeit … “Heb je de bril van je perceptie al schoongewreven?” De rijpe concertvriend kijkt er zo olijk bij dat ik al bijna weer proest. Het leven wordt met het klimmen der jaren steeds simpeler. Daar is hij het springlevende bewijs van. De authentieke mens te worden zoals we bedoeld zijn, het leven aanvaardend zoals het zich aandient, zonder de omstandigheden te beschuldigen. Naast me zit een jarige job die helemaal aanwezig is. “Hoe voel je je nu?”, vraag ik. “Een gadeslager.” Hij glimlacht als een jongetje.“Vrij van hoop en vrees? Afschuw en begeerte op vakantie gestuurd?”Domweg gelukkig bij een schapenkot.Verwijlend bij het hoogst gebod: eert in elkander God. Read More
  • Een echte man vertelt zijn verhaal

    “Het was heavy. Ja, echt heavy.” Militair Robert Lichtenfeldt was overdonderd toen hij zijn eigen verhaal hoorde in het nummer ‘Grown Man Cry’ van Maame Joses. Robert deed mee aan Your Song, want met ‘alsmaar doorrammen’ red je het niet.Er is moed voor nodig om je verhaal te vertellen, zeker als je een militair bent. Dan zijn namelijk kracht en doordouwen het devies, en is stilstaan bij je eigen kwetsbaarheid not done. Dit beeld is anno nu misschien wat achterhaald, maar voor een aantal militairen is het nog wel de waarheid. Zij kunnen of durven het daarom niet aan. Ingrijpende gebeurtenissen die hun leven tekenen houden zij liever voor zich. De 22-jarige Robert Lichtenfeldt was één van hen. Your Song, ‘powered by humanism’, is een platform voor deze niet vertelde verhalen. Het uitgangspunt is tegenovergesteld: kwetsbaarheid tonen vergt echte heldenmoed. Muziek is hierin het hulpmiddel om iets te vertellen. De medewerkers van dit project werken onder leiding van Amy van Son; het project draait ‘verbinding, verantwoordelijkheid en vrijheid van de mens’, ondersteund door de stichting Humanistisch Thuisfront.In totaal zeven verhalen van militairen zijn vertolkt door artiesten. Humanistisch geestelijk verzorgers bij Defensie hebben deze verhalen verzameld. Ze willen met Your Song een muzikale vertaling geven aan verhalen die het vertellen waard zijn, en die de luisteraar raken en inspireren. Dat kunnen verhalen over militaire missies zijn, maar ook over persoonlijk leed en andere gebeurtenissen die niet direct met het beroep van militair te maken hebben. Het verhaal van Robert is daar een voorbeeld van. Drang om te vertellenOp het oog is er niets aan hem te zien. Vlakbij de kazerne van ‘t Harde, in een restaurant tussen de snelweg en het groen, zit de jonge militair al een kwartier voor de afgesproken tijd in alle rust aan tafel, samen met de geestelijk verzorger die hem destijds aanbood om mee te doen aan Your Song. “Eigenlijk wil ik eerst even roken”, zegt Robert verontschuldigend. Nog voor de eerste vraag vat hij samen waarom hij aan Your Song meedeed. “Ik wilde mijn verhaal gewoon vertellen. Het zat me echt dwars.”Het is geen rocket science om dat te kunnen beamen. Robert komt uit een diplomatengezin en groeide op in onder meer Ghana, Egypte en Duitsland. Ontheemd als hij is, beleeft Robert de ene cultuurshock na de andere. Tot overmaat van ramp scheiden zijn ouders, vertrekt zijn vader naar Denemarken en komt Robert op 12-jarige leeftijd op een basisschool in Den Haag terecht.Door zijn gebrekkige Nederlands komt hij niet goed mee en wordt hij gepest. Ook thuis lopen de spanningen soms hoog op. Zijn moeder heeft twee keer een burn-out en verblijft in die tijd regelmatig elders om cursussen te volgen. Robert is dan op zichzelf aangewezen. Na de middelbare school start hij met een vooropleiding bij Defensie.Een nieuwe tegenslag volgt, want in het eerste jaar van de opleiding krijgt zijn vader darmkanker. Na vele behandelingen lijkt het beter te gaan, maar al snel wordt duidelijk dat zijn vader snel achteruitgaat. Robert krijgt het slechte nieuws te horen en vertrekt meteen naar Denemarken. Read More
  • 'Niet alle onoplosbare vragen doen er toe'

    In de serie Jonge Denkers spreekt Volzin met theologen, filosofen en andere religie-professionals onder de 35. Vandaag aflevering 1: Erwin van de Bunt (26), leraar levensbeschouwing aan het Maaslandcollege in Oss. “Mijn basale overtuiging is: het leven is doortrokken van iets groters. Ik heb het gevoel dat iets daarvan door mij heen sijpelt, waardoor ik in staat ben en ook de verantwoordelijkheid heb om anderen te helpen.” Verwondering en kritisch nadenken, ook over jezelf. Dat zijn zaken die Erwin van de Bunt (26), leraar levensbeschouwing aan het Maaslandcollege in Oss, graag aan zijn leerlingen zou willen meegeven. Hoe kijk je naar jezelf en naar anderen? Ga je mee met het cynische mensbeeld dat egoïsme de natuurlijke stand van zaken in het leven is? Of zie je ook alternatieven?Godsdienst heette zijn vak vroeger en op sommige scholen is dat nog steeds de insteek. Maar tegenwoordig heeft het vak ook elementen van levenskunst in zich. Van de Bunt: “Levensbeschouwing is breder. Ik denk dat we voor ongeveer een zesde van de tijd de traditionele wereldreligies behandelen, waaronder de christelijke. Het vak levensbeschouwing is meer wat de naam zegt: de beschouwing van het leven; hoe sta je in het leven, van welke normen en waarden ga je uit, wat is in de grond je visie op het leven en hoe is dat bij anderen? Hoe ga je om met anderen? Maar ook meer specifieke religieuze thema’s komen aan bod: leven na de dood; wat zou God kunnen zijn?” Zijn leerlingen geïnteresseerd in dat soort vragen?“Dat ligt verschillend, sommigen hebben een duidelijke antihouding tegen alles wat met godsdienst te maken heeft, anderen komen uit een traditioneel of evangelicaal gezin of zijn of moslim. En dan heb je hier in Brabant ook nog wel een behoorlijke groep kinderen die vanuit een katholieke gewoontecultuur de eerste communie gedaan hebben, zonder dat daar iets op volgde. Anderen zijn volledig blanco. Soms heel open, oprecht verwonderd, verbijsterd soms als ze iets horen over christendom, of islam. ‘Wat gek, dat kan toch helemaal niet.’ De lesstof op hun eigen leven betrekken vinden ze vaak nog moeilijk. Je moet wel een brug slaan.” En vragen ze dan ook wat jijzelf gelooft?“Jazeker, bij religieuze onderwerpen als de godsvraag bijvoorbeeld is het snel: ‘Hé, meneer wat vindt u daar zelf dan van?’ Ik ga dan niet direct een gelovige of ongelovige positie betrekken of religieuze overtuigingen verkondigen, maar blijf dicht bij wat ik echt vind. Ik zeg dan dat ik het ook niet zo goed weet of er nou wel of niet een God bestaat, maar dat ik wel het gevoel heb dat er ‘meer’ is. Het leven is voor mij een wonder, dat roept bij mij een besef wakker van iets groters. Dat zou je God kunnen noemen of een hogere macht.” Read More
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Doorzoek de website

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda

Geef een Volzin cadeau!

 

Advertentie