Laatste nieuws

  • Maar wat gebeurt er?

    “Maar wat gebeurt er, wat gebeurt er?” Hamm, één van de hoofdpersonen uit Samuel Becket’s toneelstuk Eindspel , stelt
  • 'Cynisme, dat is de dood'

    Zanger Stef Bos (53) zit vijfentwintig jaar in het vak. Hij is geboren in Veenendaal, verhuisde voor zijn
  • Getroffen door Pam

    Wuivende palmen, hutjes op een wit strand en een azuurblauwe zee. Wat zou daar nog van over zijn?
  • 1
  • 'Cynisme, dat is de dood'

    Zanger Stef Bos (53) zit vijfentwintig jaar in het vak. Hij is geboren in Veenendaal, verhuisde voor zijn theateropleiding naar Antwerpen en brak in 1991 door met het album Is Dit Nu Later en de grote hit Papa. Een kwart eeuw later woont hij de helft van de tijd in Zuid-Afrika en België en heeft hij met Mooie, Waanzinnige Wereld alweer een prachtig album uitgebracht. Een gesprek over zingeving, mythologie, het bestrijden van cynisme en leven in drie culturen. “Je moet je identiteit ontwikkelen, dan doe je soms een beetje onhandige dingen.” De  ene werd een voetballerDe ander werd een heldWe geloofden in de toekomstWant de meester had verteld Jullie kunnen alles wordenAls je maar je huiswerk kentMaar je moet geduldig wachtenTot je later groter bent Is dit nou laterIs dit nou later als je groot bentEen diploma vol met leugensWaarop staat dat je volwassen bentIs dit nou laterIs dit nou later als je groot bentIk snap geen donder van het levenIk weet nog steeds niet wie ik benIs dit nou later Hoe kijkt je vijfentwintig jaar na dato terug op je debuut Is Dit Nu Later?“Ik heb dat gelijknamige liedje dikwijls gezien als een waarschuwing voor mezelf. Want ik heb als jongen ooit twee maanden bij de Rabobank gewerkt. Vakantiewerk om drie maanden door Amerika te gaan reizen. Mijn respect is groot voor mensen die dat kunnen, want ik werd er gewoon gek. Ik wist toen: ik moet iets anders gaan doen. De toneelschool in Antwerpen waar ik begon met liedjes schrijven was een escape. Raymond van Het Groenewoud en Johan Verminnen waren mijn leermeesters. Zij leerden mij om mezelf als materiaal te zien. Jezelf uitkammen. ‘In plaats van de klootzak in iemand anders de klootzak in jezelf beschrijven’, zei Raymond. Het jonge mannetje dat Papa en Is Dit Nu Later schreef was een romanticus die groots en meeslepend wilde leven. Dat hoort als je twintig bent. Ik wilde het hele universum in mijn liedjes proppen. Als jongere man nam ik alles veel ernstiger. Op die leeftijd worstel je met je ego en je ijdelheid. Naarmate ik ouder word is alles relatief en steeds lichter. Dat maakt de zeggingskracht van mijn muziek alleen maar sterker. Ik sta nu veel meer in functie van het lied.” Read More
  • Getroffen door Pam

    Wuivende palmen, hutjes op een wit strand en een azuurblauwe zee. Wat zou daar nog van over zijn? Het is alweer twee weken geleden dat cycloon Pam over Vanuatu trok en een spoor van vernieling achterliet. De internationale gemeenschap schoot onmiddellijk te hulp en enkele dagen lang waren de spotlights gericht op de verwoesting van de eilanden. Mijn gedachten waren echter een stuk verderop in de Stille Oceaan. Bij het eilandstaatje Kiribati om precies te zijn. Zouden zij ook last gehad hebben van Pam? Anderhalf jaar geleden was ik daar een maand lang en het land heeft een speciaal plekje in mijn hart veroverd. Het land ligt zo geïsoleerd dat ik in die maand amper contact met de buitenwereld heb gehad. Internet werkte vaker niet dan wel, maar ik heb van elke seconde genoten. Nooit zal ik het zwemmen in de prachtige lagunes vergeten, of het golfplaten hutje op het strand dat de badkamer moest voorstellen. Pas enkele dagen na Pam wist ik zeker dat Kiribati ook getroffen was. Het heeft een week geduurd voor ik de eerste foto’s onder ogen heb gekregen en die vond ik verontrustend. Ik heb niets gehoord van bekenden daar - internet zal wel niet werken - maar ik maak me grote zorgen. Ik hoop en ik bid dat ze niet te hard getroffen zijn.De wuivende palmen, staan ze nog overeind? Rita van Nierop is stagiaire bij Volzin. Ze studeerde religiewetenschappen. Read More
  • Geloof gaat historische feiten te buiten

    'Veel beroemdheden kregen hun eigen glossy. Maar de bekendste persoon op aarde nog nooit.’ En dus verscheen begin februari de glossy Jezus! De inkt van Jezus! was nog niet opgedroogd of de Nijkerkse predikant Edward van der Kaaij verklaarde dat ‘de bekendste persoon op aarde’ simpelweg nooit bestaan heeft. Zeven jaar studeerde Van der Kaaij op de kwestie. Vorig jaar publiceerde hij zijn bevindingen in een boek, De ongemakkelijke waarheid van het christendom. De echte Jezus onthuld. “De historische Jezus heeft nooit bestaan. Alle elementen uit het verhaal van Jezus vinden hun oorsprong in het oude Egypte. Daar komt de oermythe vandaan van een God die mens wordt, van sterven en opstaan, van geboren worden op 25 december uit een maagd”, aldus de hervormde predikant in het dagblad Trouw. Is Van der Kaaij met die stelling van zijn geloof gevallen? Integendeel, zegt hij. “Het gaat erom dat je ontdekt dat Christus in jezelf bestaat. (…) Volgens mij ben ik uitgekomen bij het hart van het christelijk geloof.” Een rel was geboren. De Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk in Nederland drong aan op tuchtmaatregelen tegen de ‘dwaalleer’ van Van der Kaaij. PKN-scriba ds. Arjan Plaisier reageerde dat Jezus niet aan ‘een mythisch kruis’ heeft gehangen. “Hij hing aan een echt kruis en droeg zo de echte last van de wereld.” De kerkenraad van de Nijkerkse Vredeskerk stelde vast dat de opvattingen van Van der Kaaij de eenheid van de gemeente bedreigen en verzocht daarom het hogere kerkbestuur om de predikant op non-actief te stellen. Zo veel is wel duidelijk: Van der Kaaij heeft een pijnlijke zenuw geraakt en zal daarvan nu de gevolgen moeten dragen. De ware verliezer in deze zaak is niettemin de PKN zelf. Censuur of ambtsverbod dragen niet bij aan een antwoord in een zaak die veel gelovigen oprecht bezighoudt. Jezus: feit of fictie? Ik vermoed dat de waarheid in deze kwestie wel eens heel precies in het midden zou kunnen liggen. De evangelies bieden inderdaad een verhaal over Jezus maar die verhalen waren niet ontstaan als daarvoor niet een historische, feitelijke basis had bestaan. Er heeft werkelijk iemand geleefd die Jezus heette. Nagenoeg alle deskundigen zijn het daarover eens. Tegelijkertijd gaat de waarheid van het christelijk geloof historische feiten te boven en te buiten. Geschiedenis gaat over wat was, het geloof gaat minstens zozeer over wat is – God die mens wil worden in elk van ons – en over wat zijn zal – God alles in allen, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. De waarheid van het christelijk geloof is afhankelijk van de vraag of er nu mensen zijn die zich aan dit verhaal toevertrouwen en daaraan consequenties verbinden voor hun handelen. Steeds weer vertellen christenen dit verhaal opnieuw in taal en begrippen die binnen hun cultuur en tijd voorhanden zijn. Een treffend voorbeeld daarvan vindt u op blz. 29 van deze aflevering van Volzin. De icoon van de ‘21 Libische martelaren’ is een indrukwekkend getuigenis omtrent heden en toekomst tegen de achtergrond van de gruwelijke historie van nu. Zo komt Pasen ons dichterbij. Read More
  • Paradiso

    Paradiso met je palmenstrand Ach die tijd vergeet ik niet Paradiso met je palmenstrand Wat geluk was werd verdriet. Ik was acht toen dit liedje veertien weken lang op nummer één stond in de top-tien. Zangeres Anneke Grönloh bezong met een wat klaaglijke krontjongstem een idyllisch strand met paradijselijke trekjes. Het is mij niet bekend of de mensen die vijf jaar later voor een love-in de grote blokkendoos aan de Amsterdamse Weteringschans kraakten, dit liedje in hun hoofd hadden toen ze het Paradiso doopten. Het werd de officiële naam van het cosmisch ontspanningscentrum dat in maart 1968 zijn deuren opende. Een levende legende was geboren in magies sentrum Amsterdam.Misschien waren de naam Paradiso en dat kosmische wel een knipoog naar de vorige bewoners van het pand, het – zeer vrijzinnige en keurige – gezelschap van de Vrije Gemeente, waar beschaafde liturgische vieringen, concerten, vergaderingen en andere bijeenkomsten werden georganiseerd. Hoe anders verliep het leven in Paradiso, dat vanwege zijn ruime programmering vol experiment en de gulle toegang die het bood aan beginnende pop- en jazzartiesten een geur van heiligheid begon te krijgen en de status van ‘poptempel’ verwierf. Dat verwees wellicht naar de oorsprong van het Latijnse woord templum – een afgescheiden ruimte van waaruit voorspellers de vlucht der vogels en de stand der sterren konden analyseren. Als tempel en onderdak voor hippe vogels en sterren afficheerde Paradiso zich allengs religieuzer dan de vorige huisbaas. De groten der aarde op het gebied van pop en jazz hebben er opgetreden: Pink Floyd, Captain Beefheart, The Ramones, maar ook jazzsaxofonist Ben Webster en jodelkoningin Olga Lowina. Zij speelden in het paradijs, totdat zij te groot waren geworden en overstapten naar lucratiever podia met een groter bereik als Ahoy de Arena, de Ziggodome, de Heineken Music Hall of het Gelredome. Zonder uitzondering zijn ze daar rijker van geworden, maar ze spreken altijd nog vertederd over de adolescentie van hun muzikale ontwikkeling, daar vlak bij het Leidseplein in Amsterdam. Mooi zei Huub van der Lubbe het, zanger van De Dijk, die er meer dan honderd keer optrad, bij het veertigjarig bestaan, toen hij sprak over de talloze buitenlandse artiesten die er kwamen: “Ahoy of het Gelredome, dat zegt ze niet zoveel. Maar als je de naam Paradiso laat vallen, is het altijd: ‘Ja, Paradiso!’ Paradiso is toch specialer. Als je als band afscheid neemt van Paradiso, als je voor grotere zalen gaat spelen, laat je wel iets achter je. Ahoy is geen rock-‘n-roll meer. Paradiso is meer het echte werk. Als je Paradiso verlaat, is het bijna alsof je afscheid neemt van je jeugd.”Ik was er, denk ik, drie keer. Ik zag er in elk geval een rood-aangelopen Van Morrison (in niet al te goeden doen), de fantastische dichter en reggaezanger Linton Kwesi Johnson en – guilty pleasure – punkvrouw Blondie optreden. Ik viel als een blok voor het interieur, dat gerust sober genoemd mag worden, met die gaanderijen bovenlangs, de bijna gewijde sfeer, een tempel inderdaad, waar ook de reukstoffen volop aanwezig waren en het spirituele wijwater rijkelijk stroomde. Bij het reggaeconcert stond het vol met rastafari-adepten die een gemeen wolkendek van marihuanadampen produceerden, waardoorheen de held zich nauwelijks zichtbaar kon maken. Maar hoorbaar des te beter. Mekkin Histri zong hij: Making history. En hij voegde de daad bij het woord. Anneke Grönloh is in deze tempel nooit voorgegaan. Willem van der Meiden belicht in de rubriek Ommegang nieuwe en oude 'heilige' plaatsen in Nederland. Read More
  • 'Literatuur als vorm van geloof'

    De hoofdpersoon in Sana Valiulina's nieuwe roman 'Kinderen van Brezjnev' volgt het devies van de Russische Revolutie: 'Steel het gestolene'. "Zoals de elite rond Poetin nu de rijkdommen van anderen terugsteelt", zegt de schrijfster van Estische komaf. Voor het spoorwegviaduct naar de Spaarndammerbuurt in Amsterdam staat het heldhaftige beeld van Domela Nieuwenhuis, die met geheven arm en gebalde vuist de strijdlust verbeeldt voor een betere wereld van de arbeiders. Het standbeeld doet denken aan de monumentale beelden van Lenin in Sint-Petersburg. Een man met weer een heel andere betekenis in de geschiedenis. De associatie met Rusland ligt voor de hand; ik ben op weg naar een ontmoeting met de Estisch-Nederlandse schrijfster Sana Valiulina die onlangs de roman Kinderen van Brezjnev publiceerde. Een roman over het totalitaire Russische systeem, collectief opportunisme en het individuele verlangen naar vrijheid.Na een cappuccino in een buurtcafé gaan we de straat op, op weg naar het adres aan de Houtmankade, waar Sana Valiulina zich in maart 1989 vestigde met haar Nederlandse man, slavist en vertaler Arthur Langeveld. Het is helder, zonnig weer. Het blauw ligt weerspiegeld in het water van de Oude Houthaven aan het IJ. Het water, de overkant, brengt ons op de Finse Golf in de roman. De strook water tussen Estland en Finland, het land dat voor de Esten gold als het beloofde land. Het land van vrijheid, Amerikaanse jeans, lekkere worst en mooie wegen. Een paradijs voor auto’s. Heel anders dan in Ruha, de denkbeeldige badplaats aan de Oostzee waar deel 1 De zwarte kapitein zich afspeelt: “In Ruha zelf is overal zand en stof, en stenen. En zelfs de hoofdstraat, die de Sovjetstraat heet, en die Ruha als een rivier in twee delen splitst, is, hoewel geasfalteerd, erg stoffig en vol kuilen en hobbels die de auto’s kapot en smerig maken.” De weg in Amsterdam leidt in een lus naar de Zeeheldenbuurt, waar het nieuwe leven van Valiulina 25 jaar geleden begon. “Daar ging ik voor het eerst boodschappen doen,” wijst ze naar de groenteboer in de Barentszstraat. “Ik sprak geen woord Nederlands! Vreselijk. En al die voor mij onbekende groenten: venkel, witlof, andijvie… Later ontdekte ik verderop de A Markt. Toen kon ik anoniem inkopen doen. Ik pakte gewoon wat ik nodig had en rekende af.” Ze nam lessen Nederlands van een goede kennis van haar man. Als je haar hoort praten in perfect Nederlands en haar romans leest, kun je je niet voorstellen dat ze deze taal haar ooit vreemd was. Onze weg voert langs kades, door straten en over bruggen naar het Prinseneiland. Het stille, dorps aandoende deel van Amsterdam. Van heimwee had ze geen last, zegt ze. “Ik was te druk bezig met aanpassen, met de toekomst. Ik had geen tijd om terug te kijken. Dat kwam later pas.” Read More
  • Gastvrije abdij ontvangt Volzin

    “Alle gasten die aankomen moeten worden ontvangen als Christus zelf, want Hij zal eens zeggen: ‘Ik kwam als gast en gij hebt Mij opgenomen.’” “Omwille van de gast breekt de overste de vasten.” “Een voldoende aantal bedden moet daar [het gastenverblijf, red.] altijd gereed staan.” Het zijn enkele citaten uit de regel van St. Benedictus uit de 6e eeuw over het ontvangen van gasten. Deze regel wordt gevolgd door de trappisten, die regelmatig gasten van allerlei komaf in hun abdij verwelkomen. Heel toepasselijk dus dat dit jaar de Volzin-lezing – nota bene over gastvrijheid - juist in een abdij plaatsvindt. Broeder Bernardus Peeters, sinds 2005 de abt van de trappistenabdij Koningshoeven, zal de lezing verzorgen.  In Koningshoeven (nabij Tilburg) ontvangen de trappisten ruim vijftienhonderd gasten per jaar. De gasten hebben uiteenlopende achtergronden, maar de monniken benaderen iedereen zonder onderscheid. Broeder Bernardus ziet in elke gast een mogelijkheid voor een ontmoeting met God. “Gastvrijheid schept een open ruimte voor die ontmoeting, met elkaar en met God.” Gasten op deze manier welkom heten en onderdak bieden lijkt eenvoudig en vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Voortdurend openstaan voor het vreemde vraagt veel, je moet telkens je eigen zekerheden loslaten. Toch kan de ontmoeting in het klooster ook verrijkend werken, voor zowel de trappist als de gast. De gast leert de monniken kritisch naar zichzelf te kijken door een spiegel voor te houden, het klooster schept ruimte voor bezinning. In de lezing zal abt Bernardus laten zien hoe de broeders in Koningshoeven vorm geven aan gastvrijheid om tot ‘echte ontmoeting’ te komen. Kunnen we in deze tijd van sociale media de ander nog wel écht ontmoeten? Klik hier om u voor de Volzin-lezing aan te melden. Dit kan tot uiterlijk 7 april Read More
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Doorzoek de website

volzinlezing 2015

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda