Laatste nieuws

  • 1
  • VOLZIN 2016 NUMMER 07

    Volzin-special: ‘Langzaam leven’ door Bert van der Kruk ‘Slow, en snel een beetje!’ Filosoof Ruud Welten ziet de slowbeweging als ‘een symptoom van verlies’ en als ‘een paniekreactie’. INTERVIEW ‘ We werken keihard om anderen straks te laten onthaasten’ Oecumenische communiteit Nieuw Sion zet zich voor behoud van stilte en gebed in voormalige trappistenabdij in Diepenveen. REPORTAGE ‘Aardbeien in december? Echt niet!’ Texel is een ‘culinair schateiland’. Op stap op het Wad op zoek naar eerlijk en onthaast voedsel. REPORTAGE Behoefte aan ritme en rust ‘In een geseculariseerde samenleving is gene moment heilig. En zeker de zondag niet.’   & OOK: Oprichting DENK is positief signaal Nieuwe politieke partij van Kuzu, Öztürk en Sylvana Simons bewijst dat ‘nieuwe Nederlanders’ vertrouwen hebben in democratie. Jan van Hooydonk. REDACTIONEEL ‘Joods-christelijke waarden zijn er niet’ Gesprek met GroenLinks veteraan Bas de Gaay Fortman, auteur van een boek over de ‘eeuwige beginselen’ die onze politiek en samenleving behoren te regeren. Jurgen Tiekstra. INTERVIEW ‘In Zambia zaten we drie dagen aan de maïspap’ Het christelijk reiswezen in Nederland bloeit, biedt spanning, ontmoeting en dagsluiting. José Vorstenbosch. REPORTAGE Rooms bolwerk Polen vertoont scheurtjes De Poolse bisschoppen leunen graag aan tegen de rechts-nationalistische regering, maar ze zijn niet opgewassen tegen de voortschrijdende secularisatie en vrezen het komende bezoek van paus Franciscus aan hun land. Hendro Munsterman. ACHTERGROND Leven tussen ironie en geloof Portret van de Deense filosoof Kierkegaard, die twee eeuwen na zijn geboorte nog verrassend actueel is. Sjoerd van Hoorn. PORTRET ‘Niet de mens die wij zijn, maar die wij zullen zijn’ Gesprek in de serie over de christelijke geloofsbelijdenis. Deze maand: ds. Paula Irik over de ‘wederopstanding des vleses’. Willem van der Meiden. INTERVIEW Kunstenares Tinkebell, specialist in controverse ‘Mensen moeten hun frustratie ergens kwijt. Daar komen nare dingen van.’ Elleke Bal. INTERVIEW De academie was haar liever dan het aanrecht Anna Maria van Schurman kwam in de 17de eeuw op voor het recht van vrouwen én voor een zuiver christendom. Willem van der Meiden. GRENSVERLEGGERS Het werkelijke leven Jurgen Tiekstra over de films van de Oostenrijkse regisseur Michael Haneke die ‘de pijn opzoekt in de westerse samenleving’. Jurgen Tiekstra. FILM De werkelijkheid is niet wat je ziet Schrijfster Judith Herzberg houdt niet van aandacht voor haar persoon, maar nodigt haar lezers uit door haar ogen te zien wat zij ziet. Nico Keuning. LITERATUUR De schepping overdoen Herman Pleij over zijn favoriete gedicht, ‘Marc groet ’s morgens de dingen’ van Paul van Ostaijen. Bert van der Kruk. DICHTERBIJ & altijd in Volzin: Columns van Colet van der Ven, Enis Odaci en Jeroen Fierens; nieuwe boeken. Klik hier voor de link naar de PDF. Lees meer
  • Christian Wiman: Mijn heldere afgrond

    In 2014 schreef Willem Jan Otten een essay over My bright abyss in dagblad Trouw. Hij noemt het boek daarin de Pensées van deze tijd en vertelt dat het boek hem zo aangreep dat hij het bleef herlezen. Ruim een jaar later is daar de Nederlandse vertaling, die overigens van zijn hand is. Auteur Christian Wiman is een Amerikaanse dichter. Hij is jarenlang hoofdredacteur geweest van het blad Poetry. Negen jaar geleden ontdekt hij dat hij ernstig ziek is, hij heeft kanker. Tot zijn verbazing ontdekt hij in diezelfde periode dat hij een gelovig mens is. Altijd heeft hij gedacht dat hij voorbij was gegaan aan het geloof uit zijn kindertijd. Hij groeide op in een klein stadje in West-Texas. “Deze plek ‘overwegend christelijk’ noemen, is zoiets als de Sahara overwegend zanderig noemen.” Nog nooit is hij in aanraking gekomen met mensen die niet geloven, totdat hij naar de universiteit van Virginia gaat. Tijdens zijn studiejaren verliest hij zichzelf in de poëzie en tegelijkertijd verliest hij het geloof van zijn jeugd. Totdat hij ziek wordt. Op dat moment weet hij heel goed dat hij ergens in gelooft. Maar wat hij precies gelooft, is minder helder. Mijn heldere afgrond is de zoektocht naar het beantwoorden van deze vraag en de inzichten die Wiman opdoet over geloven, met de dood letterlijk in het vooruitzicht. Het boek bestaat uit korte passages die de auteur in de betere tijden van zijn ziekteproces heeft geschreven. Is het verhaal op zich al de moeite waard om te lezen, in de prachtige taal van de poëet komt het verhaal tot leven. Terugkijkend op zijn jaren zonder geloof in God, ziet hij hoe diep Gods afwezigheid zijn onderbewustzijn beïnvloedde. “Als genade mij openstelde voor Gods aanwezigheid in de wereld en in mijn hart, dan stelde zij mij ook open voor zijn afwezigheid. Ik heb de pijn van ongeloof nooit gevoeld tot ik begon te geloven.” Mijn heldere afgrond is allerminst een juichend bekeringsverhaal over een verloren zoon die terugkeert naar de Vader. Integendeel, Wiman zelf noemt zijn (her)ontdekking van het geloof ook geen bekering. Volgens hem was het een ontdekking van een geloof dat altijd al in hem verscholen lag. “Alsof ik toevallig was gestuit op een zeldzame bloem diep in de woestijn en wist dat het op een onmogelijke manier in mij had staan bloeien, jaar na uitgedroogd jaar.” Zonder theologische taal te gebruiken slaagt de schrijver erin te ontdekken wat dat geloof is. Dat is nog niet zo makkelijk, want zijn geloof laat zich niet vatten in een enkel begrip en bestaat veeleer uit tegenstellingen: “Ik geloof in genade en in toeval, op een en hetzelfde moment. Ik geloof in absolute waarheid en absolute contingentie, tegelijkertijd. En ik geloof dat Christus de draad is die deze twee gehelen aan elkaar soldeert.” Voor Wiman is God zijn ‘heldere afgrond’ en het is juist het lijden, dat in wezen zinloos is, dat de sleutel tot die afgrond vormt. Zijn geloof is een verlangen dat voortkomt uit een ‘niet weten’. Een geloof dat bovendien constant in beweging is. De inzichten van Wiman zijn ontzettend fascinerend en tegelijkertijd heel breekbaar. Het zijn inzichten die het verdienen om herlezen en herlezen te worden, omdat ze elke keer weer weten te verrassen. Christian Wiman: Mijn heldere afgrond. Overpeinzingen van een moderne gelovige (Brandaan, 198 blz., € 19,95).   Lees meer
  • Gods eigen motormuizen

    Motorclubs genieten, om het zacht uit te drukken, een niet al te beste faam. Outlaw bikers worden ze wel genoemd, de stoere mannen op ruigronkende motorfietsen die  het nieuws halen met gewelddadigheden. Hoe ver dit beeld bezijden de waarheid kan zijn, blijkt al gauw zodra de leden van het Bikers For Christ Motorcycle Ministry (BFC) aan komen rijden. BFC noemt zich dan ook nadrukkelijk geen motorclub maar een motor ministry – een ‘dienstwerk’ of ‘bediening’ dus. Sinds de start, in 1990 in de Verenigde Staten, ontstonden in twintig landen afdelingen. De Nederlandse afdeling dateert van 2003. De meeste motorclubs kennen een duidelijke hiërarchie waarbinnen leden plek moeten kennen op straffe van sancties. Het lidmaatschap is nagenoeg altijd exclusief voorbehouden aan mannen. BFC kent alleen een zogeheten elder (‘ouderling’), die als spin in het web de groep draaiend houdt. In de ogen van God is iedereen elkaars gelijke, zo geloven deze bikers, en dus beschouwen ook zij elkaar als gelijke. De enige voorwaarden die aan het lidmaatschap worden gesteld, zijn dat men lid is van een christelijke kerk, gelooft in de Drie-eenheid en beschikt over een motorfiets met minimaal een vermogen van 500 cc. Een ander groot verschil met niet-christelijke clubs is dat vrouwen van harte welkom zijn. De gedeelde liefde voor de motorfiets brengt de Bikers for Christ ook in contact met andere motorclubs. Men streeft naar een goede verstandhouding met andere motorrijders. BFC ‘rijden voor de  Heer’: zij houden zich al rijdend exclusief bezig met evangeliseren. Mensen buiten de motorwereld kijken soms wel verschrikt op wanneer  ze ergens binnenkomen, zeggen de bikers, maar een tweede blik op hun outfit nodigt vaak uit tot een gesprek over motoren en over de liefde van en voor Jezus Christus. Gevraagd naar hun diepste intentie verwijzen de Bikers for Christ naar de gevleugelde woorden van de zendeling C.T. Studd (1860-1931) die zij tot hun motto hebben verheven: “Sommige mensen leven het liefst binnen gehoorsafstand van kerkklokken; wij runnen een reddingspost binnen het bereik van de hel.”   Lees meer
  • Gemankeerde mannelijkheid

    Jurgen Tiekstra belicht in de rubriek ‘Film’ hedendaagse filmregisseurs die in hun speelfilms een eigenzinnige kijk op de mens en de wereld naar voren brengen. Speelfilms als Un prophète en Dheepan, van de Franse filmmaker Jacques Audiard, gaan over ‘gemankeerde viriliteit’: over de onmacht van een man die zijn toevlucht moet zoeken in geweld. De Franse filmregisseur Jacques Audiard (64) is een wat nerveuze persoonlijkheid. Als hij tijdens een interview worstelt om de juiste woorden te vinden, ligt op zijn jukbeenderen een rood waas van licht ongemak. Hij speelt rusteloos met zijn bril die voor hem op tafel ligt. Hij knijpt eens snuivend in zijn neus. Hij verbergt zijn handen onder de tafel waaraan hij zit, om ze direct weer tevoorschijn te halen en breed gebarend zijn hakkelende uitspraken te ondersteunen. Op zichzelf is dat niks bijzonders. De uiterst begaafde regisseur, die pas na zijn veertigste is gaan filmen, doet zijn werk heel intuïtief. Ongetwijfeld ziet hij bij elk nieuwe speelfilm van zijn hand op tegen het noodzakelijke promotiecircus, als journalist na journalist aan hem voorbij zal trekken met moeilijk te beantwoorden vragen over de betekenis van een filmproductie die zo gevoelsmatig en onberedeneerd tot stand kwam. Audiard verdiende weliswaar, voordat hij ging regisseren, zijn geld met het schrijven van filmscenario’s. Ook studeerde hij literatuur en filosofie. Maar zijn speelfilms zijn het tegendeel van de archetypische Franse praatfilm. Bij hem zit de essentie allerminst in de dialogen, maar juist in het zintuiglijke spel van de acteurs en de vaak gewelddadige noodlottigheid waarin de personages zich bevinden. Nauwelijks woorden De lichamelijke onrust van Jacques Audiard is vooral opmerkelijk, omdat ook zijn filmpersonages er door geteisterd worden. In 2009 viel Audiard op met zijn indrukwekkende speelfilm Un prophète, waarin de Noord-Afrikaanse jongen Malik El Djebena zich moet redden in het spijkerharde universum van een Franse gevangenis. Zijn donkere krullen worden direct na binnenkomst afgeschoren. Schuw beweegt hij zich tijdens het luchten over de binnenplaats. De huid staat strak over zijn kaken gespannen. Hij houdt zijn hoofd laag, om blikken te vermijden. In 2012 kwam Jacques Audiard opnieuw met een imposante speelfilm: De rouille en d’os, met de Vlaamse acteur Matthias Schoenaerts in de hoofdrol. Diens personage Alain heeft net zo’n strakke kop, met een opgepompt lijf dat barst van onrust en adrenaline. Hij kan teder omgaan met zijn zoontje, maar onderhuids blijft het explosief. In de film wordt geen detail over zijn achtergrond gegeven: hij is wie hij is. In wezen is de film een studie van zijn gemankeerde mannelijkheid: dit aan de hand van zijn ruwe vaderzorg voor zijn zoontje en zijn liefde voor een veel bedachtzamere vrouw, die opvallend genoeg een orkatrainster was die invalide is geraakt tijdens een orkashow voor publiek. In Audiards laatste speelfilm, Dheepan uit 2015, zit alweer zo’n memorabel mannelijk personage, alweer zo’n zwijgzaam masculiene figuur in wiens verborgen binnenste het gist en broeit en borrelt. Het gaat hier om de naamgever van de filmtitel: Dheepan, een naar Frankrijk gevluchte Tamil uit Sri Lanka. Curieus genoeg is de acteur in kwestie, Antonythasan Jesuthasan, ook zelf een Tamil-vluchteling, die als kind al meevocht in de ellenlange Sri Lankaanse burgeroorlog. Ook deze Dheepan is een man van nauwelijks woorden. Niet alleen omdat hij bijna geen Frans spreekt, maar ook omdat hij op slot moet zijn gegaan door de verschrikkingen die hij in Sri Lanka voor ogen heeft gehad. Net als zowat alle personages in de films van Audiard is hij teruggeworpen op zijn lichaam, op zijn fysieke kracht. Zonder veel omhaal van woorden werkt hij hard en ijverig als conciërge in een vervallen appartementencomplex in een door bendegeweld geplaagde Parijse buitenwijk. Dit geweld van de dealers probeert hij te negeren, totdat het te dicht bij zijn gezin komt.   Lees meer
  • NIEUWE VOLZIN-SPECIAL: 'LANGZAAM LEVEN'

    We leven in een snelle tijd, waarin alles draait om efficiency en doelmatigheid. Veel mensen gaan eronder gebukt. Je vraagt: “Hoe gaat het met je?” Je krijgt als antwoord: “Druk, druk, druk.” Van de weeromstuit verlangen we geregeld naar een leven waarin het allemaal wat langzamer kan, wat aandachtiger, bewuster, stiller. Filosoof Ruud Welten ziet dat verlangen als een paniekreactie. We kunnen niet meer echt ervaren, zegt hij in de special in het komende nummer van Volzin die geheel gewijd is aan het fenomeen ‘langzaam leven’. Tegelijk vinden we volgens Welten dat we alles uit het bestaan moeten halen, nu, hapklaar, en snel een beetje. Dat geldt zelfs voor de dingen die we langzaam willen doen – of het nou slow reizen, slow banking of slow food betreft. Over die laatste beweging leest u een reportage vanaf het ‘culinaire schateiland’ Texel. Ook bezocht special-auteur Bert van der Kruk de abdij Sion in Diepenveen, waar zich volgens pastor Peter Dullaert eind vorig jaar een ‘ramp’ voltrok. De laatste acht trappisten verlieten het klooster, hun gebed verstomde en het gastenhuis ging dicht. Samen met anderen werkt Dullaert nu aan een ‘doorstart’, zodat een nieuwe oecumenische communiteit de stilte in ere kan houden en gestreste rustzoekers zich daaraan kunnen laven. Het laatste artikel in de special gaat over de teloorgang van de zondag, nog zo’n instituut dat voor de broodnodige rust en ontspanning zorgt en hevig onder druk staat. Terwijl de koopzondagen zelfs op de Veluwe oprukken en de Zondagswet ‘met een achteloze pennenstreek’ is afgeschaft, is er nog steeds verzet – niet louter uit religieuze kringen – tegen de heilloze gelijkschakeling van alle dagen. Filosoof Marli Huijer hoopt dat de zondag een ‘gemeenschappelijke accudag’ wordt.De nieuwe Volzin verschijnt vrijdag 1 juli 2016. Als u geen abonnee bent, kunt u hier het nummer los bestellen. Lees meer
  • Schrijfwedstrijd: Ik ben, omdat wij zijn

    Ik ben, omdat wij zijn’ luidt dit jaar het thema van de Volzin-schrijfwedstrijd. Doe mee en ding mee naar een prijs. Schrijf een spannend en persoonlijk gemotiveerd essay over de verhouding tussen ‘ik’ en ‘wij’, tussen kiezen voor jezelf of je aanpassen aan anderen, tussen eigenbelang of zelfopoffering. De jury kiest uit de inzendingen de drie beste essays. De winnende essays verschijnen in Volzin van 6 januari 2017. De winnaars ontvangen respectievelijk 500, 300 en 200 euro. De inzendtermijn sluit 1 september 2016. Thema ‘Maak van je leven je eigen unieke kunstwerk.’ Vrijheid is in onze samenleving en in ons persoonlijke leven een belangrijke verworvenheid. Zelf kunnen kiezen hoe en met wie je wilt leven, of je wel of geen kinderen wilt, wie je vrienden zijn, waar je wilt wonen: het past allemaal in een samenleving die zelfbeschikking, individuele ontplooiing en emancipatie als belangrijke waarden ziet. Ook op het vlak van religie en levensbeschouwing zien we dit terug. De nadruk ligt op het zoekende individu dat zélf zin gaat geven aan het eigen leven. Het ‘ik’ is het vertrekpunt, het ‘wij’ (de samenleving, de relatie, het collectief en de groep waar we bijhoren) is dan het gevolg – als het goed gaat tenminste. Maar klopt dit wel? De Afrikaanse kijk op het leven lijkt loodrecht op de dominante westerse kijk te staan. ‘Ik ben, omdat wij zijn’, zeggen de Afrikanen. In deze visie bestaat er geen ‘ik’ zonder ‘wij’. Mensen worden immers wie zij zijn dankzij en binnen relaties, familie, de generaties voor hen, de groep, de samenleving waartoe zij behoren. Vanuit onszelf weten we niet veel; we zijn daarin schatplichtig aan de cultuur en tradities. Religie is eerder een kwestie van zin ontvangen van anderen dan van zelf zin geven. Kortom, in deze visie vormen het gezamenlijke belang en zorg voor elkaar het uitgangspunt en stemt het individu zich daarop af. Sommigen in Nederland vinden dat ons land wel wat meer van de Afrikaanse kijk zou kunnen gebruiken: wat minder nadruk op het ‘ik’ en wat meer ruimte voor het ‘wij’. Hebben ze gelijk of toch eigenlijk niet? Worstelt uzelf in uw leven met de spanning tussen ‘ik’ en ‘wij’? Hoe valt uw keuze uit: meer of minder ‘ik’, meer of minder ‘wij’? De jury van de Volzin-schrijfwedstrijd 2016 leest graag uw antwoord op deze vragen. Voorwaarden - De Volzin-schrijfwedstrijd staat open voor iedereen. - De bijdragen van maximaal 1600 woorden moeten uiterlijk donderdag 1 september worden ingezonden. - Inzendingen dienen digitaal (in Word) en per e-mail te worden aangeleverd. Mail naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., voorzie uw bijdrage van personalia (naam, adres, leeftijd, geslacht, (voormalig) beroep) en de aanduiding ‘Volzin-schrijfwedstrijd 2016’; niet-digitale bijdragen worden niet in behandeling genomen. - Inzender verleent Volzin het recht van eerste publicatie van de ingezonden bijdragen in het magazine en/of op deze website.  Jury Een deskundige jury kiest uit de inzendingen de drie beste essays. Voorzitter is Frank Bosman, cultuurtheoloog (Tilburg University). De andere juryleden zijn: Elleke Bal, Jeroen Fierens, Jan van Hooydonk, Wies Houweling en Jacqueline Kool. De jury hanteert de volgende criteria: - Uw inzending heeft het karakter van een persoonlijk getoonzette uitwerking van het thema. - Uw inzending is origineel van inhoud en invalshoek. - Uw inzending is helder van stijl en toegankelijk geschreven.     Lees meer
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • VOLZIN 2016 NUMMER 05

    Volzin special: ‘Kloostergeheimen’ ‘Iedereen verdient een nieuwe kans’ “Wij zijn niet heilig”,
    28 April 2016 - Lees meer

Doorzoek de website

volzin schrijfwedstrijd

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda