Laatste nieuws

  • 1
  • Zaterdag a.s.: Volzin-lezing

    Aanstaande zaterdag 25 april vindt de tiende Volzin-lezing plaats, met als thema ‘Gastvrijheid: sleutel tot samenleven’. Abt Bernardus Peeters van trappistenabdij Koningshoeven zal pleiten voor gastvrijheid als een spiritueel en concreet tegenwicht voor de huidige cultuur waarin marktdenken en materialisme centraal staan. Hij zal laten zien hoe de broeders in Koningshoeven concreet vorm proberen te geven aan een ‘cultuur van echte ontmoeting’ waarin het gaat om de kwaliteit van samen leven. Pionier-predikant Hinne Wagenaar van het ‘protestants klooster’ Nijkleaster in Jorwert zal een reactie geven op de lezing. Hoe gastvrij kan en wil hij zijn met ‘Nijkleaster’? Farida Farhadpour, coach en eigenaar van Aramesh (bureau voor ‘creatie, co-creatie en cohesie’), zal op basis van haar expertise op het gebied van ‘inclusief denken’ en ‘dialogisch leven’ met vernieuwende inzichten komen over gastvrijheid.   Abeltje Hoogenkamp, bedenker van het project ‘Preek van de Leek’ is gastvrouw en presentator. Singer-songwriter Rogier Pelgrim zal een aantal van zijn mooiste nummers ten gehore brengen. Kortom: het belooft een inspirerende middag te worden. De abdijkerk is open vanaf 13.15 uur. De middag begint om 13.45 uur.De abdij is vanaf Tilburg CS te bereiken met de bus (lijn 141). U kunt bij de ingang van de abdij uitstappen. Houdt er a.u.b. rekening mee dat er slechts één bus per uur van Tilburg CS naar de abdij gaat. Komt u met de auto: er is voldoende (gratis) parkeerruimte bij de ingang van de abdij.Adres: Koningshoeven, Eindhovenseweg 3 in Berkel-Enschot. Read More
  • 'Als ik zelf mijn afgoden maar mag maken'

    Kort voor zijn dood schreef de dichter Jacques Perk (1859-1881) honderd sonnetten. Ze getuigen van zijn verering voor de onbereikbare Mathilde en van zijn worsteling met het geloof van zijn vader, die predikant was van de Waalse kerk. Nico Keuning reist de dichter achterna, naar 'de lustige Ourthe'. “Ik ijl naar mijn geliefde, de lustige Ourthe, die mij schaterend opvangt…” Deze tekst in rode letters op de zwerfkei tegen een bergwand boven het plaatsje Laroche in de Belgische Ardennen is een hommage au poète néérlandais, zoals het onderschrift op de steen vermeldt. De dichter is niemand minder dan Jacques Perk (1859-1881), die kort voor zijn vroege dood in vier maanden honderd sonnetten schreef en aaneenreeg tot zijn Mathilde, een sonnettenkrans in vier boeken. De bron van deze poëticale woordenstroom ligt hier, in Laroche, waar hij Mathilde Thomas ontmoette. Een schoonheid die hij vanaf de eerste kennismaking kon aanbidden zonder zich druk te hoeven maken over een mogelijke liefdesrelatie. Zij was immers katholiek en sinds kort verloofd. Het betrof een liefde zonder verplichtingen. Niet de begeerte maar de verering vormde de rijke inspiratiebron. Evenals zijn worsteling met het geloof.Het citaat op de steen is afkomstig uit een brief van Jacques Perk aan zijn ouders op de ‘3e Dinsdag in Juli ’80’. Als hij met zijn vriend en dichter Willem Kloos in Laroche is, denkt hij aan zijn ouders met wie hij hier ooit was, aan de lustige Ourthe, “die mij schaterend van pleizier opvangt in haar molligen schoot en mij de betraande lokken met natte kussen overdekt”.Pathos was hem niet vreemd. Deze literaire dandy, die zweefde tussen de uitersten van vrolijkheid en zwaarmoedigheid. Volgens Kloos school er ook een “Mephisto’tje” in Perk, “dat saamgesmolten met een yskoud, niets en niemand ontziend, wilskrachtig egoïsme ten minste de helft van zijn natuur uitmaakte”. Perks gevoel voor schoonheid was daarentegen diep doorleefd en oprecht: “Dagelijks doe ik 2 of 3 tochten, in het lichtgrijs gekleed, mijn roode kamermuts op, blauwe das en gele tabakszak bungelende tegen mijn buik.” Op de veranda van een café geniet hij van de ‘gonzende eenzaamheid’, terwijl de ‘blauwe wolkjes’ van zijn fijne sigaar ‘wegdartelen in den zonneschijn’. Read More
  • Zelfbeschikking verdringt barmhartigheid

    Regisseur Eddy Terstall wil met zijn film 'Simon' laten zien "hoe waardevol onze progressieve, tolerante maatschappij is". Letterkundige Wouter Schrover analyseert in zijn proefschrift 'Einde verhaal' zo'n 150 romans en films waarin euthanasie een rol speelt. Een positieve visie domineert: autonomie rechtvaardigt euthanasie, het leven is niet fundamenteel onschendbaar. Humanisering van de samenleving? Kwesties genoeg als het over de Nederlandse euthanasiepraktijk gaat. Zijn we op een hellend vlak beland of wijst de gestage groei van het aantal gevallen juist op een goede interpretatie van de ruimte die de wet biedt? Dit jaar zal het aantal van vijfduizend euthanasieën zeker worden gehaald. Maar in die gestage groei (zo’n 15 procent per jaar) zit het probleem niet. Dat zit hem in de uitbreiding van de indicaties. De normatieve grondslag van de Euthanasiewet – ‘uitzichtloos en ondraaglijk lijden’ – lijkt drijfzand geworden. Zelfs de ‘strikte’ grens van wilsbekwaamheid is gepasseerd: ‘Waarom zouden we mensen die daar zelf niet meer om kunnen vragen niet uit hun lijden verlossen? ParadoxEuthanasie wordt als een recht in de politieke arena gebracht. Daar hoef je helemaal niet ernstig ziek voor te zijn; bij het in vrijheid genoten leven hoort de vrijheid om er een eind aan te laten maken. Het is één van de posities in het voortgaande euthanasiedebat die de revue passeren in een bijzonder boek: de dissertatie Einde verhaal van letterkundige Wouter Schrover. Hij wilde zicht krijgen (en bieden) op de manier waarop het publieke debat over euthanasie en hulp bij zelfdoding wordt weerspiegeld in literatuur en cinema. Breed wordt uitgepakt over de geschiedenis van de Nederlandse euthanasiepraktijk. In grove lijn: de herinnering aan de euthanasieprogramma’s van de nazi’s zetten tot de jaren zeventig een domper op ook maar het begin van een discussie. Vervolgens bracht medisch-technologische vooruitgang (intensive care) levensverlenging, maar met een keerzijde: verlenging van lijden. Daardoor ontstond een nieuwe vorm van medische ethiek, “een wijze van ethisch redeneren waarin niet langer de professionele autonomie van de arts, maar het recht op zelfbeschikking van de patiënt centraal stond”.Schrover zoomt in op de paradox die in onze wetgeving zit ingebakken: zelfbeschikking en barmhartigheid zijn de belangrijkste rechtvaardigingsgronden voor euthanasie, maar bij zelfbeschikking heb je helemaal geen barmhartigheid nodig. Je zou de ontwikkeling van de Nederlandse euthanasiepraktijk in de afgelopen tien jaar kunnen beschrijven als het opzij dringen van de idee van barmhartigheid door het autonomieprincipe. Ter zijde: op de voorstelling van het optreden van ‘Paars’ als breuklijn valt wel wat af te dingen. De Euthanasiewet (2001) is door de paarse partijen gevierd als wapenfeit, uitkomst van ‘eindelijk regeren zonder de confessionelen’. De politieke geschiedenis levert echter een genuanceerder beeld op. Dat de christelijke partijen zich zo lang wisten te handhaven in het centrum van de macht had alles te maken met hun bereidheid scherpe levensbeschouwelijke standpunten op te geven. De Euthanasiewet is met haar noties van beschermwaardig leven en onnodig lijden vooral uitdrukking van de Nederlandse consensusdemocratie. Read More
  • Nieuwe Volzin-special: Joden tussen marge en centrum

    Zeventig jaar na de bevrijding wijdt Volzin zijn maandelijkse  special aan de joodse gemeenschap in Nederland. Na de Tweede Wereldoorlog was er voor joden in Nederland geen bijzondere aandacht. Ze kregen de ruimte en financiën om de eigen infrastructuur weer op te bouwen, maar bleven verder buiten beeld. Historicus Bart Wallet beschrijft in Volzin hoe joden daarna in het centrum van de samenleving werden geplaatst. Vanaf de jaren ’70 kreeg hun slachtofferschap tijdens de Sjoa alle aandacht. Er werd naar joden geluisterd, ze waren het morele geweten van de samenleving. Maar sinds het begin van deze eeuw is de gemeenschap op weg terug naar de marge: de joodse gemeenschap is nu een van de vele minderheden die ons land telt. Nu eens geldt haar aanwezigheid als verrijkend dan weer worden sommige religieuze  praktijken – rituele slacht, besnijdenis -  als een obstakel gezien.Van marge naar centrum en weer terug dus. Wat dat betekent voor de beleving door joden van hun  identiteit? Hoe kijken ze naar onze samenleving en hoe kijkt de samenleving naar hen? Wat betekent de joodse religie voor hen? Of deze aandacht nu positief of negatief is, in een gesprek met joodse jongeren geeft Leah van Ees (18) aan het gevoel te hebben altijd een buitenbeentje te zijn. “Het is vermoeiend soms. Ik wil niet speciaal zijn of extra worden gewaardeerd.” Ook brengt Volzin een bezoek aan de Liberaal Joodse Synagoge in Amsterdam. “De vraag of je in God gelooft, is erg onjoods,” zegt rabbijn Menno ten Brink. Veel bezoekers weten niet eens of ze wel in God geloven, maar bezoeken wel trouw de sjoel. De nieuwe Volzin verschijnt 24 april. Als u geen abonnee bent, kunt u hier het nummer los bestellen. Read More
  • Een glimp over het randje

    Sceptici halen hun neus ervoor op, maar dat weerhoudt het grote publiek er niet van boeken over bijna-doodervringen te verslinden. Wat zegt de massale fascinatie voor een 'glimp over het randje' over onze cultuur? In 2004 lag de zesjarige Alex Malarkey twee maanden in coma na een ernstig auto-ongeluk. Hij verkeerde op het randje van de dood. Na twee maanden kwam hij bij en vertelde een verbijsterend verhaal over zijn bezoek aan de hemel, over gesprekken met Jezus en met engelen. The Boy Who Came Back From Heaven is de titel van het boek over zijn ervaringen, dat bij een uiterst conservatief-christelijke uitgeverij verscheen. Het werd een enorme bestseller. Er lagen zelfs plannen klaar voor een verfilming. Tot januari 2015, toen Malarkey naar buiten bracht dat hij het hele verhaal verzonnen had. “Ik zei dat ik naar de hemel ging omdat ik dacht dat me dat aandacht zou geven”, schreef de nu zestienjarige op zijn blog. “Ik ging niet dood. Ik ging niet naar de hemel. Toen ik die dingen zei, had ik de Bijbel nog nooit gelezen. Mensen hebben van leugens geprofiteerd, en blijven dat doen. Ze zouden de Bijbel moeten lezen, dat moet genoeg zijn.” AantrekkingskrachtDeze affaire is koren op de molen van sceptici en atheïsten die hierin een bevestiging zien dat bijna-doodervaringen (BDE’s) boerenbedrog zijn. De atheïst en neurowetenschapper Sam Harris deed veel moeite om de ideeën van Eben Alexander te weerleggen, een neurochirurg die na een zeldzame vorm van hersenvliesontsteking op het randje van de dood balanceerde, en tijdens zijn coma ook een reis naar het hiernamaals maakte. Alexanders verhaal verscheen als Proof of Heaven (Nederlandse vertaling Na dit leven). Het werd een bestseller. Ook de stichting Skepsis besteedde in het blad Skepter uitgebreid aandacht aan Alexanders beweringen en zelfs De Volkskrant publiceerde opiniebijdragen van artsen die meenden te kunnen verklaren waar Alexanders ervaringen door veroorzaakt waren. Verzet vanuit sceptische hoek was er al eerder, toen in 2007 Pim van Lommels boek Eindeloos bewustzijn bijna-dood ervaringen in een klap onder de aandacht van het Nederlandse publiek bracht. Niet alleen was hij een serieuze wetenschapper die onderzoek had verricht naar BDE’s en de bevindingen hiervan in een wetenschappelijk toptijdschrift had weten te publiceren. Maar Van Lommel haalde de kwantummechanica erbij om BDE’s een wetenschappelijke grondslag te geven. Sceptici buitelden over elkaar heen om te laten zien hoe weinig verstand deze cardioloog had van de wetenschappelijke methode en van kwantumfysica. Maar de maatschappelijke impact van de sceptische argumenten blijft nihil. Ook vandaag nog blijven de boeken van Van Lommel en Alexander goed tot zeer goed verkopen. Hoe kan dat? Wat verklaart de onweerstaanbare aantrekkingskracht van BDE’s in deze tijd? Read More
  • Bijna

    Vroeger keek ik graag naar de boer die heel veel van zijn koeien hield. Dat zag ik als we naar de kerk liepen. In de wei streelde en verwende hij zijn dieren. Toen brak de dag aan waarop de boer met droge ogen toekeek hoe zijn lievelingen in de doodswagen werden geladen die ze naar de slachtbank bracht.Verraad. Diezelfde avond las ik dat Leonardo da Vinci gekooide vogels op de markt kocht en ze weer vrij liet. Net als Franciscus en boeddhistische lama’s deden en doen.Die wereldberoemde schilder, tekenaar, architect, beeldhouwer, musicus, ingenieur en natuuronderzoeker Da Vinci sprak de profetische woorden: “Ik heb al in mijn jonge jaren het eten van vlees afgezworen en eens zal er een tijd komen dat mensen het doden van een dier zien zoals het doden van een mens.”Naar die tijd reikhalsde ik. Want Leonardo’s voorspellingen over vliegtuigen en boormachines hadden immers al het licht mogen zien.Zelf droomde ik van een futuristische schoolklas waarin kinderen van ongeloof uit hun bankjes zouden rollen over wat hun voorouders hadden gedaan met zeehonden en biggetjes. En het is waar: tegenwoordig nemen steeds meer supermarkten afscheid van de kiloknallers en vervangen die door dieren die het relatief goed gehad zouden hebben. Dat is een schroomvallig beginnetje van de Da Vinci-voorspelling,Leonardo had waarschijnlijk verwacht dat er in 2015 allang een wet in omloop zou zijn die eist dat ieder mens eigenhandig een keer het dier moet hebben gedood dat hij de rest van zijn leven vaak en gedachteloos zal eten. Dat betekent dat we een koe en haar kleintjes ombrengen, plus een varken, een hert, een lam, veel zeedieren en divers gevogelte. Maar zover zijn we nog niet. Moet je de blik van het door jou te doden dier voorstellen. Het zou moed vergen om in die ogen het plezier, de schuchterheid, schranderheid en speelsheid waar te durven nemen. Dan zouden we immers onszelf zien. Tijdens die blikwisseling zou het inzicht geboren worden dat dat schepsel niets minder is dan een andere uitingsvorm van onszelf. Een medeschepsel dat alleen vanwege onze koude begeerte moet sterven. Verraad. “Eens zal er een tijd komen dat mensen het doden van een dier zien zoals het doden van een mens.” Zover zijn we nog niet. Maar wel bijna.   Read More
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Doorzoek de website

volzinlezing 2015

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda