Laatste nieuws

  • 1
  • 'Het kind in de mens is groot'

    De zoon van de onlangs gepensioneerde prominente theoloog professor Leo Koffeman is een drijvende kracht achter twee belangrijke Nederlandse festivals. Van Pasen tot in september is Nederland in de greep van deze massa-festijnen. Wie denkt dat festivals alleen maar draaien om zuipen en dansen op harde muziek komt deels bedrogen uit. Er wordt wel degelijk aan een eigentijdse vorm van zingeving gedaan. In gesprek met een eigenzinnige festivalorganisator en bruggenbouwer die vooral ook graag buiten eigen parochie wil preken. ‘Natuurlijk hebben festival iets hedonistisch, maar ze zijn ook een heel sociaal gegeven, een festival organiseren is veel meer dan een bierpomp neerzetten en wat bandjes boeken. Ik zie het als mijn taak als festivalorganisator om jonge mensen, muziekliefhebbers vooral, bij elkaar te brengen en gelegenheid te geven tot verbroedering en verdieping”, aldus festivalorganisator Ide Koffeman (35), betrokken bij grootschalige festivals als Down The Rabbit Hole (24- 26 juni in Beuningen, verwacht aantal bezoekers: ruim 20.000) en Lowlands (19-21 augustus in Biddinghuizen, 55.000 bezoekers). Het is niet zo gemakkelijk om Ide Koffeman als persoon te plaatsen. Hij is een gedreven doener én denker tegelijk, rebel én domineeszoon. Iemand die soms driest zegt waar het op staat, maar ook een bruggenbouwer die graag tegenpolen bij elkaar brengt. Daarin lijkt hij op zijn vader, ds. Leo Koffeman, die onlangs afscheid nam als hoogleraar aan de Protestantse Theologische Universiteit en die van groot belang is geweest voor oecumenische beweging. Ide Koddeman, haar in de nek, het uiterlijk van een voetbalsupporter. “De festivals waaraan ik meewerk, zijn meerdaags en trekken vooral hoogopgeleide, maatschappelijk bewuste mensen. Die willen onder gelijkgestemden loskomen van hun dagelijkse realiteit en iets met elkaar delen. Muziek is de hoofdzaak, maar er is verder genoeg voer voor de geest. In de popcultuur beweegt meer dan alleen de muziek. Naast straattheater en performances wil je ook schrijvers, cabaretiers, wetenschappers en politici aan het woord laten. Die komen graag, want het publiek hangt aan hun lippen. Genieten van een goede band kan trouwens ook een mooie aanleiding zijn om naderhand met elkaar in gesprek te gaan. Er staan grote picknicktafels en niemand is druk met zijn eigen agenda. Festivals maken misschien soms losbandiger, maar zeker ook loslippiger. Mensen ontmoeten elkaar echt op een festival. Dat is voor vele bezoekers een basisbehoefte.” Lees meer
  • VOLZIN 2016 NUMMER 05

    Volzin special: ‘Kloostergeheimen’ ‘Iedereen verdient een nieuwe kans’ “Wij zijn niet heilig”, zegt dominicanes zuster Sara Böhmer. Wie wil intreden bij de dominicanessen van Bethanië wordt niet afgerekend op haar verleden. Zuster Sara vindt dat een groot goed. “Voor God is alleen belangrijk wie je vandaag bent.” Frieda Pruim. INTERVIEW Het klooster als projectiescherm “Ook kloosterlingen zijn kleingeestig, mopperig, angstig, verveeld en hypocriet. Dat is niet erg, maar ze doen er soms zo verrekte weinig mee.” Moppert religiejournalist Arjan Broers.   ‘Het hart is er ook nog’ Steeds meer protestanten ontdekken het klooster. Overal ontspringen nieuwe, protestants monastieke initiatieven. Zo ook het kersverse Kleiklooster in de Amsterdamse Bijlmer. Elleke Bal zoekt hen op. Elleke Bal. REPORTAGE Dominicanen de kerk uit, de kroeg in De wereldwijde dominicanenorde bestaat dit jaar acht eeuwen. Een mooi moment om de buitenwereld opnieuw tegemoet te treden. De orde is immers officieel de ‘Orde van de Predikers’. Maar hoe doe je dat in deze tijd? Jan van Hooydonk. INTERVIEW Wie kan loslaten heeft goud in handen Een ongelovige zoekt God in het klooster. Stefan Franz werd aangetrokken tot de rust en stilte van het monniksleven. “Starend naar het kruisbeeld dat boven het altaar hangt, probeerde ik me in te beelden hoe het is om te geloven.” Stefan Franz. ERVARING “Kloosters heb ik altijd gezien als bakens van spirituele en sociale perfectie met een harmonie op goddelijke sterkte en monniken die beschikken over een haast onvoorstelbare religieuze diepgang die wij als buitenstaanders niet kunnen bevatten”, schrijft de jonge religiewetenschapper Stefan Franz in het meinummer van Volzin. Het door hem beschreven beeld is hardnekkig en wijdverbreid, maar klopt dit beeld wel? Voor Franz volstond een korte blik achter de schermen van een abdij om hem van zijn illusies over het kloosterleven te genezen. Van alles vond hij er, maar geen perfectie. Journalist Arjan Broers verzucht in hetzelfde nummer van Volzin: “Ook kloosterlingen zijn kleingeestig, mopperig, angstig, verveeld en hypocriet. Dat is niet erg, maar ze doen er soms zo verrekte weinig mee.” Franz en Broers komen aan het woord in de mei-special van Volzin die de titel ‘Kloostergeheimen’ draagt. “Wij zij niet heilig”, bevestigt dominicanes zuster Sara Böhmer in deze special. Maar ook: “Ik voel me in het klooster ontzettend vrij: vrij van geest, vrij in mijn relatie met God en vrij van verengde opvattingen in maatschappij kerk.” Die vrijheid werkt kennelijk aanstekelijk, want intussen hebben ook protestanten volop de weg naar het klooster gevonden. “Er ritselt iets op het gebied van het monastieke”, meldt predikant Jos Douma. “Mijn droom is dat we de rust en eenvoud terugvinden in de kerk.” & OOK: Nieuwe sociale kwestie daagt politiek uit In Nederland te maken hebben met een ‘nieuwe sociale kwestie: de hoogopgeleide ‘elite’ tegenover het middelbaar tot laagopgeleide ‘gewone volk’.  Dat vraagt om een nieuw soort politici.  Jan van Hooydonk. REDACTIONEEL   ‘Het kind in de mens is groot’ Festivalorganisator en domineeszoon Ide Koffeman denkt dat de alsmaar groeiende populariteit van festivals niet los gezien kan worden van de behoefte aan zingeving. “Festivals bieden ook voer voor de geest.” Tom Engelshoven. INTERVIEW Tussen wantrouwen en welkom De paniek om de grote groep vluchtelingen die op dit moment in Nederland is, is geen nieuw fenomeen. In de afgelopen honderd jaar heeft ons land vier keer eerder moeten improviseren als het om de opvang van vluchtelingen gaat. Koen Vossen ACHTERGROND Een plek waar je als kind welkom bent In jeugddorp de Glind zijn kinderen welkom zonder voorwaarden vooraf.  Leven  in een gezinshuis is fijner dan wonen in een groep, zegt Mike (13): “Daar ging het veel slechter met mij, ik had elke dag ruzie.” José Vorstenbosch. REPORTAGE Een eeuw vrouwenbijbel In september komt de ‘Vrouwenbijbel’ op de markt. Een nieuw feministisch bijbel-commentaar? “Nee”, zegt hoofdredacteur Hanneke Schaap-Jonker. “Ja”, vindt exegeet Caroline Vander Stichele. “Dat vrouwen uit meer conservatieve kring actief zijn in de theologie is ook emancipatie.”  Hannah van Moolenbroek. ACHTERGROND ‘Aan spreken en zwijgen voorbij’ God is aan menselijke spreken en zwijgen voorbij. Van de mystieke theologie van Dionyisius de Areopagiet gaat ook nu nog een grote aantrekkingskracht uit. Simone Bassie & Michel Dijkstra.  ACHTERGROND ‘Een gemeenschap van mensen die weten wat er op het spel staat’ Gesprek in de serie over de christelijke geloofsbelijdenis. Deze maand,  theoloog Stefan Paas over de kerk en de gemeenschap der heiligen. Willem van der Meiden. INTERVIEW ‘O verrader! Ga voorbij het huis’ Dichtkunst, islam en politiek vormen binnen Iran een magische driehoek. Politici communiceren met hun achterban via klassieke Perzische verzen, en begeven zich graag ook zelf op dichtersvoeten.  Asghar Seyed-Gohrab. ACHTERGROND Zwarte atleet stapte over de grens van het verlangen Ondanks zijn sportieve talent deelde hardloper Jesse Owens het lot van de zwarte bevolking in de jaren twintig en dertig. Hij is degene die de ban heeft gebroken en tot op de dag van vandaag een inspiratiebron is voor zwarte atleten. Willem van der Meiden GRENSVERLEGGERS Door geesten omringd De Thaise filmmaker Apichatpong Weerasethakul maakt in zijn werk het bestaan van reïncarnatie en van geesten ook voor westerlingen voelbaar. Jurgen Tiekstra FILM Zwarte vlekken op een witte ziel In de nieuw roman ‘Schoppenvrouw’ doet ziener en heler dr. Adami een onheilspellende voorspelling. Een ontmoeting met schrijfster Mensje van Keulen. Nico Keuning. LITERATUUR Dichterbij Gerard de Korte Bisschop Gerard de Korte over zijn favoriete gedicht: ‘Klein danklied’ van Ad den Besten  Bert van der Kruk. RUBRIEK & altijd in Volzin: Columns van Colet van der Ven, Enis Odaci en Jeroen Fierens; nieuwe boeken.   Als u abonnee bent van Volzin, kunt u online de complete PDF bekijken. Zodra u ingelogd bent, verschijnt hier onder een link naar de PDF.   Lees meer
  • Een bizarre spagaat

    De profeet Mohammed huwde zowel een 15 jaar oudere weduwe als een meisje van 9. Met het eerste huwelijk bewees hij de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw. Het tweede blijft voor moslims een doorn in het vlees.  Het heeft even tijd gekost maar nu ben ik zover dat ik de Arabische tekst van het lied Bij God. Niet gaat een zon op of onder  uit mijn hoofd ken. De titel is tevens de eerste regel van het lied, dat als volgt verder gaat: ‘of jouw liefde is verweven met mijn adem’. Het lied meldt vervolgens dat ‘ik nauwelijks bij mensen ben gaan zitten of jij bent al onderwerp van gesprek’. De mooiste regel uit het lied is de volgende: ‘Niet drink ik water omdat ik dorst heb, of ik zie jouw gestalte in het glas’ Mystieke eenwording De tekst van dit lied – het is te beluisteren op YouTube –  is de ultieme uiting van liefde voor en verlangen naar de ander. De zanger van het lied ziet en ervaart die ander in allerlei omstandigheden. Die ander is ‘in mijn hart, te midden van al mijn hersenspinsels’. Het lied ademt een en al spiritualiteit uit. De gekozen woorden wijzen op een diep gevoelde verbondenheid tussen een mens en een ‘jij’. Het gaat om ‘jouw liefde’, om ‘jou in mijn hart’, om ‘jouw gestalte’ en om ‘naar jou toe te komen’. Het is niet zo moeilijk te raden wie die ander is. Het gaat hier om God en de zanger van het lied ziet God overal en wil zo dicht mogelijk bij zijn liefde zijn. Het gaat vanzelfsprekend om een spirituele eenwording met God, maar de lichamelijkheid van de tekst treft evenzeer. Het gaat om spreken, om drinken, om zien, om het hart. De auteur van het lied is de grote moslimmysticus en theoloog Al Halladj (858-922). Hij was het die in zijn leven de beroemde uitroep gedaan zou hebben: ‘Ik ben de waarheid’, waarmee hij suggereerde  dat hij een was geworden met de Schepper. Hij geloofde dat God transcendent was en Hij als zodanig boven zijn eigen schepping stond. Hij had de diepe overtuiging dat er een ongeschapen goddelijke geest bestond die zich kon verenigen met de geschapen geest van de ascetische mens. God en mens zijn voor hem één. En daarom durfde hij het aan om op een gegeven moment uit te roepen dat hij de waarheid was. Als een mens immers met God versmolten is, dan wordt God niet onwaar, maar de mens waar. Al Halladj zou een van de grootste mystici van de islam worden. Niettemin werd hij, onder andere vanwege zijn mystieke praktijken door het moslimestablishment van zijn tijd gedood. Het streven om  met God samen te smelten werd gezien als blasfemisch omdat God één en ondeelbaar is. Er zou in de eeuwen die sindsdien verstreken zijn, altijd een spanning blijven bestaan tussen de mystieke islam en de vaak formalistische geestelijkheid. Toch kent de islam een rijke mystieke traditie. Op dezelfde wijze hebben sommige stromingen binnen de islam opmerkelijk open ideeën  over lichamelijkheid en seksualiteit  en over de combinatie van die twee met spiritualiteit. Lees meer
  • Het universum van de vrije geest

    De Groningste dichter Tonnus Oosterhoff ontving in 2012 de P.C. Hooftprijs. Vanaf dat moment heeft hij zich heropgevoed tot prozaschrijver. Zijn teksten zijn vol beweging, dynamisch, levend. Literatuur is voor hem, in navoliging van de joodse mystiek, een zaak van 'betoverende verbeelding'. Onlangs verscheen zijn even oorspronkelijke als spectaculaire roman 'Op de rok van het universum'.  Tonnus Oosterhoff (1953) geldt binnen de Nederlandse literatuur als oorspronkelijk en vernieuwend schrijver en dichter. Als ‘fictionaris’ laat hij zowel in proza als in poëzie zien hoe verraderlijk dicht fictie en werkelijkheid bij elkaar liggen, elkaar soms overlappen, soms niet meer van elkaar zijn te onderscheiden. De titel van zijn nieuwe roman Op de rok van het universum is ontleend aan een regel van de dichter-schilder Lucebert waarin deze Vijftiger verwijst naar het besef ‘een broodkruimel te zijn op de rok van het universum’. Een hoofdpersoon als broodkruimel, zo is de roman van Oosterhoff samen te vatten. Een leven, afgezet tegen het wereldnieuws dat zich in de roman presenteert in een wilde sneeuwbui van bestaande en bedachte kranten- en nieuwsberichten die in razende vaart over elkaar heen buitelen. Overal en nergens De eerste bladzijden bestaan uit scènes die in alinea’s associatief op elkaar aansluiten. Een poes, een hond, een paard, een ree, weer een hond, een spin, weer een poes, een alligator, een leeuw, een walvis, een slang. Vaak spelen mensen een rol in zo’n korte scène die leest als een gebeurtenis, de essentie van een verhaal: “Een wetenschapper gaat na een onaangenaam verlopen scheiding met zijn nieuwe vriendin in de Everglades varen. Hij wordt door een alligator van zijn moerasboot afgetrokken en verslonden.” De volgende scène is nog in volle gang: “Twee dierenverzorgers poseren naast een manlijke leeuw voor een fotograaf; opeens trekt de leeuw een van hen bij de arm omver. De collega en een leeuwin doen hun best het beest vast te pakken en af te leiden opdat de man kan vluchten.” De opeenvolgende scènes geven het verhaal vaart, al is er in feite van een verhaal geen sprake. Eerder van verhalen. Honderden verhalen die zich overal en nergens afspelen. Op pagina 17 stappen de eerste personages het boek binnen in rake dialogen. Daar is Oosterhoff een meester in. Met enkele zinnen brengt hij een scène tot leven: ‘Wie hebben we hier?’ ‘Hij wil niet praten. Ze hebben zijn mond dichtgelijmd.’ ‘Dat kan er ook nog wel bij. Hé! Opa! Eerwaarde!’ ‘Hij wil niet praten; hij kan niet praten. Hij spreekt trouwens geen Nederlands.’ ‘Gebruikt hij medicijnen? … Gebruikt u medicijnen? …. Do you use drugs? Knikt u maar ja of nee!’ ‘Zijn klooster heeft deze gegevens meegegeven.’ ‘Bekijk ze. En die bult op zijn kaak, wat is dat?’ ‘meneer is zevenenzestig… Geen bloedverdunners… Hij is wel erg mager, vindt u niet?’ Een roman in scènes die de wereld beschrijven. En dan duikt er een naam op: Roelof de Koning. En zijn zus Wies. ‘Roel’ is de hoofdpersoon van het boek. Tussen de talloze scènes schrijft Oosterhoff een roman waarin de jeugd, middelbare schooltijd, studententijd, het volwassen leven, dierenartspraktijk, ziekte en dood van De Koning worden beschreven. In de chronologie wordt van verschillende perioden (M-brigadier jaren vijftig, gymnasium jaren zestig) een prachtig tijdsbeeld gegeven. Oosterhoff had er een klassieke roman van kunnen maken. De verspreide hoofdstukken zijn sterk, hilarisch en, aan het eind als De Koning longkanker heeft, soms aangrijpend. Maar Oosterhoff wil meer. Hij wil de waanzin van de wereld beschrijven, waarin De Koning enige tijd heeft rondgedoold. Een kiertje licht tussen twee eeuwigheden van duisternis, om met Nabokov te spreken. Oosterhoff schrijft zelden een traditioneel verhaal. Soms, zoals het eerste verhaal in de verhalenbundel Dans zonder vloer (2003), dat  weliswaar na een reactie van een tijdschriftredactrice in cursief, een tweede, ander slot krijgt. Zijn proza is altijd in beweging in een wisselende context, geschreven vanuit verschillende perspectieven. Hierin is hij sterk beïnvloed door Bruno Schulz, de Pools-Joodse schrijver en graficus die in 1942 op vijftigjarige leeftijd door de Gestapo werd doodgeschoten. Golf na golf In de essaybundel Ook de schapen dachten na (2000), waarin Oosterhoff onder andere aangeeft wat Tsjechov tot een groot schrijver maakt, geeft hij de volgende beschrijving van het proza van Schulz die tevens een typering is van zijn eigen werk: “Schulz’ exuberante stijl, zijn metamorfosenwaterval blijken precies geschikt om dit universum van voor het onderscheid tussen ‘fantasie’ en ‘feiten’ op te roepen. De lezer herkent het, de vitaliteit die door alles heen bruiste. Wat glanst elk detail betekenisvol! Zo was, zo is het precies!” Oosterhoff maakt evenals Schulz gebruik van herhaling, van steeds terugkerende elementen: “Al dit geherhaal verveelt niet; integendeel, het heeft een rustgevend, harmonieus effect. Schulz lezen (Oosterhoff lezen, NK) wordt zoiets als aan zee staan. Golf na golf spoelt aan, wolk na wolk drijft over.” In het essay Het Boek bestaat maar laat zich niet schrijven gaat Oosterhoff nader in op zijn literair adagium: “Mijn voorstelling van ideale literatuur ontleen ik aan de betoverende verbeeldingen van de joodse mystiek over de thora, zoals die beschreven staan in het werk van Gershom Scholem.” Immateriële letters van de Thora monden door een proces van materialisatie ‘verdichtend tot namen van God en aanroepingen tot Hem’, uit in uitspraken over aardse gebeurtenissen en zaken. Voor de literatuur van Oosterhoff geldt: als er iets gebeurt rijgen de letters zich aaneen tot een tekst, een verhaal, een roman. Zo wordt literatuur evenals de Thora een ‘levend organisme’: “Volmaakte literatuur wordt niet geschreven, maar ontstaat aan de wereld en verandert daarin.” In een Vpro-radio-uitzending van De Avonden van juli 2013 vertelt Oosterhoff aarzelend over het schrijven van proza. Hij is zich aan het heropvoeden als prozaschrijver. Elke dag een bladzijde: “Dat gaat ooit heel veel pagina’s worden. Het geniale daarvan hoop ik eruit te vissen. Dat wordt langzaam aan een schitterende roman. Ik hoop dat het zo gaat.” Hij leest twee bladzijden voor die, zo blijkt nu, de selectie hebben overleefd en in de nieuwe vierhonderd bladzijden tellende roman terecht zijn gekomen. Lees meer
  • 'Traditioneel lidmaatschap past niet meer bij deze tijd'

    Het gaat slecht met de kerken in Nederland. Zo bleek uit het onlangs verschenen rapport God in Nederland. Ledenaantallen nemen steeds verder af en mensen die wel lid zijn zijn vaak minder betrokken. De komende weken gaat Volzin in gesprek met voorgangers uit deze kerken. Hoe zien zij de toekomst? En valt het tij nog te keren? Deze week deel 3: Wies Houweling, secretaris van de Vrijzinnigen Nederland Lopen de ledenaantallen van de Vrijzinnigen terug? “Een traditioneel lidmaatschap is een bezwaar voor mensen, dat past niet meer bij deze tijd. Onze vereniging is in 1870 opgericht als een netwerk om mensen te verbinden. Men kon toen lid worden want dat hoorde bij de wereld van toen. Nu kunnen mensen vriend worden van de Vrijzinnigen. Mijn kritiek op het rapport God in Nederland is dat men op een oude manier een oud instituut heeft onderzocht en zo tot de conclusie is gekomen dat de kerk terugloopt. Maar dat is dezelfde redenering als: Nederlanders worden geen lid meer van sportscholen dus men doet niet meer aan sport. Terwijl als je op straat rondkijkt er veel mensen aan het hardlopen zijn. Religie is niet dood, het heeft zich alleen ver geplaatst van de traditionele instituten.” Het geloof in een persoonlijke God neemt af. Geldt dat ook voor de Vrijzinnigen? “Vrijzinnigen zijn een beetje verlegen met het begrip God. We houden er niet van als dat te strak wordt ingevuld. We zijn wel uit het protestantste gedachtegoed ontstaan maar tegenwoordig zijn we veel breder. We zijn bijvoorbeeld sinds kort verbonden met de Universiteit voor Humanistiek. Waar het bij ons om gaat is dat mensen met elkaar op een spirituele zoektocht gaan en ervaringen daarin met elkaar delen. De een haalt dingen uit het christelijk geloof, maar dat kan ook uit het boeddhisme of het soefisme zijn. Soms noemen we iets wel ‘God’. Maar een persoonlijke God kennen we niet, dus het geloof daarin kan ook niet afnemen. Misschien dat het eerder zou kunnen toenemen.” Hoe kan de kerk relevant zijn voor mensen van nu? “Bij ons komen mensen die zoeken naar spirituele groei. Dit zoeken gebeurt in gemeenschappen, groepen met ouders en jonge kinderen, maar ook kleine groepen met alleen oudere mensen. Deze groepen zijn zeer relevant, dat horen we ook terug van mensen zelf. Men geeft om elkaar en komt samen om bij elkaar te schuilen en te zoeken. Juist omdat de samenleving steeds individueler wordt, vind ik zulke netwerken verschrikkelijk belangrijk.”  Werven de Vrijzinnigen actief leden? “De vereniging bestaat uit 45 afdelingen verspreid over het hele land. Die organiseren zelf allerlei activiteiten waar mensen op af komen. Dat kan van alles zijn: een lezing maar een afdeling werkt bijvoorbeeld ook samen met een yogaschool. Wij willen van niemand leden afpakken. Daarom kunnen mensen lid zijn van een bepaalde kerk en tegelijkertijd vriend zijn van ons. Het lastige van vrijzinnigheid is dat we geen duidelijke dogma’s hebben. Als ik a zeg dan zegt de rest niet b, maar dan hoor ik het hele alfabet. We willen ons meer uitspreken in discussies op landelijk niveau, maar het is ingewikkeld om namens een groep mensen te spreken die allemaal verschillende gedachten hebben. We hebben nu zeven mensen uitgekozen die dat voor ons gaan doen. Ik vind dat ook belangrijk, vrijzinnigen mogen meer het achterste van hun tong laten zien in plaats van zwijgend af te wachten.” Ziet u in de toekomst een plek voor de Vrijzinnigen in de samenleving? “Het gedachtegoed en vermogen om mensen te blijven verbinden blijft. Maar ga geen leden tellen. Kijk in plaats daarvan naar de invloed op het gebied van inspireren, troosten en het verbinden van mensen. Er gaan ook dingen veranderen. Dat is waarom ik zo blij ben dat wij een vereniging zijn en geen kerk: verandering is bij ons niet beladen zoals dat vaak bij een kerk wel het geval is. Dit is een overgangstijd, dus in welke vorm we verder gaan weet ik niet.  Van oudsher zijn wij vluchtheuvels in orthodox traditionele plekken. Daar blijven we doen wat we altijd deden: mensen met elkaar verbinden.” Wies Houweling is sinds 2008 algemeen secretaris van de Vrijzinnigen Nederland. Ze studeerde theologie en heeft twintig jaar als predikant van de PKN gewerkt. Lees meer
  • Schrijfwedstrijd: Ik ben, omdat wij zijn

    Ik ben, omdat wij zijn’ luidt dit jaar het thema van de Volzin-schrijfwedstrijd. Doe mee en ding mee naar een prijs. Schrijf een spannend en persoonlijk gemotiveerd essay over de verhouding tussen ‘ik’ en ‘wij’, tussen kiezen voor jezelf of je aanpassen aan anderen, tussen eigenbelang of zelfopoffering. De jury kiest uit de inzendingen de drie beste essays. De winnende essays verschijnen in Volzin van 6 januari 2017. De winnaars ontvangen respectievelijk 500, 300 en 200 euro. De inzendtermijn sluit 1 september 2016. Thema ‘Maak van je leven je eigen unieke kunstwerk.’ Vrijheid is in onze samenleving en in ons persoonlijke leven een belangrijke verworvenheid. Zelf kunnen kiezen hoe en met wie je wilt leven, of je wel of geen kinderen wilt, wie je vrienden zijn, waar je wilt wonen: het past allemaal in een samenleving die zelfbeschikking, individuele ontplooiing en emancipatie als belangrijke waarden ziet. Ook op het vlak van religie en levensbeschouwing zien we dit terug. De nadruk ligt op het zoekende individu dat zélf zin gaat geven aan het eigen leven. Het ‘ik’ is het vertrekpunt, het ‘wij’ (de samenleving, de relatie, het collectief en de groep waar we bijhoren) is dan het gevolg – als het goed gaat tenminste. Maar klopt dit wel? De Afrikaanse kijk op het leven lijkt loodrecht op de dominante westerse kijk te staan. ‘Ik ben, omdat wij zijn’, zeggen de Afrikanen. In deze visie bestaat er geen ‘ik’ zonder ‘wij’. Mensen worden immers wie zij zijn dankzij en binnen relaties, familie, de generaties voor hen, de groep, de samenleving waartoe zij behoren. Vanuit onszelf weten we niet veel; we zijn daarin schatplichtig aan de cultuur en tradities. Religie is eerder een kwestie van zin ontvangen van anderen dan van zelf zin geven. Kortom, in deze visie vormen het gezamenlijke belang en zorg voor elkaar het uitgangspunt en stemt het individu zich daarop af. Sommigen in Nederland vinden dat ons land wel wat meer van de Afrikaanse kijk zou kunnen gebruiken: wat minder nadruk op het ‘ik’ en wat meer ruimte voor het ‘wij’. Hebben ze gelijk of toch eigenlijk niet? Worstelt uzelf in uw leven met de spanning tussen ‘ik’ en ‘wij’? Hoe valt uw keuze uit: meer of minder ‘ik’, meer of minder ‘wij’? De jury van de Volzin-schrijfwedstrijd 2016 leest graag uw antwoord op deze vragen. Voorwaarden - De Volzin-schrijfwedstrijd staat open voor iedereen. - De bijdragen van maximaal 1600 woorden moeten uiterlijk donderdag 1 september worden ingezonden. - Inzendingen dienen digitaal (in Word) en per e-mail te worden aangeleverd. Mail naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., voorzie uw bijdrage van personalia (naam, adres, leeftijd, geslacht, (voormalig) beroep) en de aanduiding ‘Volzin-schrijfwedstrijd 2016’; niet-digitale bijdragen worden niet in behandeling genomen. - Inzender verleent Volzin het recht van eerste publicatie van de ingezonden bijdragen in het magazine en/of op deze website.  Jury Een deskundige jury kiest uit de inzendingen de drie beste essays. Voorzitter is Frank Bosman, cultuurtheoloog (Tilburg University). De andere juryleden zijn: Elleke Bal, Jeroen Fierens, Jan van Hooydonk, Wies Houweling en Jacqueline Kool. De jury hanteert de volgende criteria: - Uw inzending heeft het karakter van een persoonlijk getoonzette uitwerking van het thema. - Uw inzending is origineel van inhoud en invalshoek. - Uw inzending is helder van stijl en toegankelijk geschreven.     Lees meer
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • VOLZIN 2016 NUMMER 05

    VOLZIN 2016 NUMMER 05

    28 April 2016
    Volzin special: ‘Kloostergeheimen’ ‘Iedereen verdient een nieuwe kans’ “Wij zijn niet heilig”, zegt dominicanes
    Lees meer

Doorzoek de website

volzin schrijfwedstrijd

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda