FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 08 June 2018 07:15

Stilte: het begin van communicatie

Tekst: Willem van der Meiden Tekst: Willem van der Meiden Beeld: Hollandse Hoogte

Juist ‘stille films’ laten het ons horen: de stilte is niet zo stil als wij denken. Stilte is dan ook niet zozeer de afwezigheid van geluid als wel het begin van luisteren. De profeet Elia heeft het ervaren: Wanneer het lawaai van de elementen verstomt, ontstaat er een adempauze waarin God tot hem spreekt. En hij luistert.

Drie keer zag ik de film, gefascineerd door het gedurfde thema: in een art house bioscoop, in een meditatieve setting en achter mijn eigen laptop. In zijn documentairefilm Into great silence/Die grosse Stille (2005) probeert Philip Gröning in de leefwereld door te dringen van de meest contemplatieve kloosterorde ter wereld, die van de kartuizers van La Grande Chartreuse, bij Grenoble aan de voet van de Franse Alpen. Gröning filmde het kloostercomplex in het meestentijds besneeuwde berglandschap en zijn inwoners een half jaar lang en maakte een film die veel te denken geeft – en die daar bijna drie uur lang ook veel ruimte voor biedt. Wie wel eens aan een stilteretraite of aan stiltebijeenkomsten gaat meedoen, zal ervaren hebben dat aanvankelijk niet eenvoudig is, niet voor iedereen in elk geval. De overgang naar gezamenlijk zwijgen is voor de moderne mens een flinke stap en het vergt enige training om de kwaliteit van stilte aan den lijve te ontdekken. En wat je ook meteen opvalt, is hoeveel geluiden de lichamen van gezamenlijk zwijgende mensen produceren.
Ik bekeek de tweede keer deze film met enkele ervaren zwijgers en voor hen was dit een indrukwekkende, maar ook geen gemakkelijke film.

Innerlijke rust
Gröning, een Duitse regisseur, neemt de kijker mee in een zwijgzame wereld, waarin mensen bewegen van wie elk gebaar, hoe futiel ook, betekenis heeft en die zindert van een alom aanwezige aandacht, focus, concentratie. De derde keer dat ik de film zag, achter mijn eigen laptop, had ik de gelegenheid om door te schakelen als ik me op verveling betrapte. Daar werd de film niet beter van, merkte ik tot mijn verrassing.
Hoe ziet stilte eruit in de visie van Gröning? Het grappige is dat stilte – als de afwezigheid van geluid – niet lijkt te bestaan, ook niet in deze stilteoase in de Alpen, zoals zwart geen kleur is, maar kleurloosheid. Je ervaart door in deze film mee te gaan hoezeer beeld en geluid in je dagelijkse leefwereld met elkaar strijden om je aandacht en hoe de minimalisering van geluid de beelden sterker maakt. Daarvoor hoeven die beelden niet eens krachtig te zijn of een enorme impact te hebben, het is een kwestie van balans. Wat de minimalisering van het geluid in deze film oplevert, is een lawaaiige film, met oorverdovende geluiden, omdat ze ingebed zijn in stilte. Zo zijn ook de minimale, vrijwel kleurloze beelden in staat je kleurrijke taferelen te suggereren. En het ontbreken van een plot geeft je in combinatie met beeld en geluid juist het fascinerende gevoel in een verhaal gezogen te worden. Ik ervoer stilte als kans, duisternis als bedding van beeld en roerloosheid als voorbereide beweging. En de leegte van de in witte gewaden rondschrijdende hoofdpersonen daagt de kijker uit om hun levens in te vullen met dat van zichzelf. Ik moest even terugdenken aan de cultfilm Koyaanisqatsi van Godfrey Reggio uit 1982, die geheel bestaat uit ingekleurde verfilmingen van landschappen over de hele wereld, begeleid door minimal music van Philip Glass, waarin het in beeld verschijnen van mensen het hoogtepunt is, als waren zij de kroon op de schepping.
Voor de Amerikaanse documentairemaker Patrick Shen is stilte geluid. Hij maakte in 2015 de documentaire In pursuit of silence waarin hij over de hele wereld probeert stilte vast te leggen: in de natuur, in kloosters, in meditatiesessies. Hij was zelf het meest onder de indruk van de stilte die hij aantrof in een zenklooster in Japan. In een interview met dagblad Trouw vertelt hij in 2016: “Het bezoek aan dat klooster had veel impact op me. Wat me vooral aanspreekt aan de vorm van stilte die daar heerst, is dat ze onderdeel is van het dagelijks leven. De monniken zijn één met de stilte en hun omgeving. Er is wat dat betreft geen scheidslijn. Daar zie je heel goed dat stilte niet alleen een akoestisch fenomeen is, maar ook een manier om innerlijke rust en evenwicht te vinden. Ik vond dat een bijzonder waardevol inzicht.” Dat therapeutische effect van stilte wordt door veel mensen herkend die grote waarde hechten aan stilte.

Zwijgende God
De grote belangstelling voor stilte is opgekomen in een steeds luidruchtiger wereld. Stiltezoekers in de natuur kunnen je vertellen dat stilte hen in staat stelt andere geluiden te horen, zoals dat van de wind, stromend water, vogels en insecten. Wie als kind de eerste keer een grote schelp op het oor gedrukt krijgt, ervaart het verdwijnen van de geluiden uit de omgeving en de geluiden van de branding van zijn eigen bloedsomloop. ‘Gevulde stilte’ noemde de theoloog K.H. Miskotte dat in een gebedstekst, in zijn context stilte ‘gevuld door de tegenwoordigheid van God’.
Zo hebben velen het lange tijd ervaren, maar steeds meer mensen inmiddels niet meer. Die associëren integendeel stilte ook met de afwezigheid van God. Een van hen was al vroeg de ecofilosoof (De filosofie van het landschap) Ton Lemaire. Maar het zwijgen van God is voor hem niet het laatste woord. Al in 1994 vertelt hij: “God zwijgt, God laat zich niet horen, God is dood zoals dat heet. Niet alleen dat de kerken leeglopen, maar God betekent nauwelijks meer iets voor ons. Kennelijk luisteren we ook niet meer naar hem. God betekent iets voor je naarmate je je oor te luisteren legt. De stilte waarin God kan spreken, is verdwenen. Er is natuurlijk een onmiddellijke terugkoppeling te maken tussen de stilte van God en de stilte die nodig is om God te ervaren. Net als de natuur zichzelf maar geeft en zich toont en zich manifesteert als je luistert, zoals Gezelle in zijn gedicht ‘Als de ziele luistert' (zie kader, WvdM). Als de ziel niet luistert, dan zwijgt de natuur en zwijgt God ook. In ieder geval een zekere openheid, een zekere ontvankelijkheid, een zekere naïveteit als het ware is weg, is verdwenen.”
God betekent iets naarmate je je oor te luisteren legt – stilte faciliteert met andere woorden het luisteren. God zwijgt, heeft niets te betekenen als je je daar niet voor open stelt. Dat beaamt de Engelse filosofe Salomé Voegelin, die heel nuchtere beschouwingen over stilte heeft geschreven, tegen alle modieuze dweperij in, en evenals Patrick Shen laat zien dat stilte vooral geluid is. Ga maar eens de stilte van de jungle opzoeken, het horen vergaat je. Het zien trouwens ook. Voegelin denkt genuanceerd over het belang van stilte, maar ook zij stelt dat voor de mens een bepaald akoestisch evenwicht belangrijk is. Zij heeft eens geschreven dat stilte niet de afwezigheid is van geluid, maar het begin van luisteren. Voegelin schetst stilte daarmee niet als een op zichzelf staande waarde, maar als een gelegenheid die sociaal gedrag mogelijk maakt.

Zachte roerloosheid
Wie in christelijke kerken iets over stilte wil zeggen – het wemelt er bepaald niet van in de Bijbel – komt vaak uit bij het verhaal van de profeet Elia (1 Koningen 19). Die heeft in een eerder verhaal in een pandemonium de priesters van Baäl in een wedstrijdje-God vernietigd verslagen, met veel donder en geruis, visuele effecten, natuurgeweld incluis. De profeet moet daarna vluchten voor de heersende macht en vervalt in een diepe depressie (zouden wij zeggen). Hij legt zich neer en hoopt dat hij in zijn slaap mag sterven. Hij wordt wakker en vindt water en koeken als leeftocht voor een meditatieve tocht van veertig dagen naar de berg Horeb, de berg Sinaï waar God zich ooit had gemanifesteerd en de twee stenen tafelen aan Mozes meegaf. Diezelfde God spreekt tot Elia en nodigt hem uit om op de berg van Godsontmoeting te gaan staan ‘voor de aanblik van God’. Storm trekt voorbij, aardbeving, vuur, maar daarin is deze God niet. Maar wel in ‘het suizen van een zachte stilte’ (Statenvertaling), letterlijk: ‘de stem van een zachte roerloosheid’. En in die stilte, die stilstand, die roerloosheid, het moment waarop de wereld even de adem inhoudt, spreekt deze God. Het geweld van de natuur, het woeden der elementen verstomt en in die adempauze ontstaat de ruimte waarin God spreekt.
U kunt daarvan vinden wat u wilt, maar het is frappant dat deze 2500 jaar oude tekst niet zo ver afstaat van wat moderne filosofen als Lemaire en Voegelin als de essentie van stilte aanwijzen: de daarin aanwezige potentie van luisteren, goddelijk spreken, menselijke communicatie. De kwaliteit van stilte, die verschillende mogelijkheden in zich bergt. Filosoof René ten Bos zei eens tegen een interviewer: “Als twee mensen elkaar verliefd aankijken, betekent de stilte iets heel anders dan wanneer ik besluit niet te reageren op een vraag die jij stelt.”

Plak- en knipwerk
De latere Nobelprijswinnaar Heinrich Böll, met zijn fijngevoelige antenne voor het spleen van het Duitsland na Stunde Null in 1945, schreef in 1955 het korte verhaal ‘Dr. Murkes gesammeltes Schweigen’. De titel belooft veel en het verhaal maakt dat ook waar. Een spraakmakende Duitse intellectueel was in de oorlogsjaren vooraanstaand nazi en heeft zich in 1945 tot het christendom ‘bekeerd’. Hij is actief in de media en heeft twee radio-uitzendingen van een half uur over kunst ingesproken, waarin regelmatig het woord ‘God’ voorkomt. De zender is religieus georiënteerd. De gelauwerde spreker bedenkt zich echter, grijpt terug naar de tijd vóór zijn bekering in 1945 – met als motto: dat moet tien jaar later wel weer kunnen – en verzoekt het woord ‘God’ in de uitzendingen te vervangen door ‘dat hogere wezen dat wij vereren’, een in nazi-Duitsland gebruikelijke aanduiding om christenen niet tegen het hoofd te stoten. Radiomedewerker dr. Murke krijgt die vervelende opdracht, omdat de intellectueel geen zin heeft de hele tekst opnieuw in te spreken. In die tijd is wijzigingen aanbrengen in geluidsbanden geen sinecure van copy/paste, maar letterlijk plak- en knipwerk. De intellectueel komt naar de studio voor het uitspreken van die ene zinsnede en Murke wijst hem erop dat door de 27 plaatsen waar die tekst geplakt moet worden de uitzending een minuut te lang wordt. En omdat het Duits naamvallen kent heeft ‘dat hogere wezen dat wij vereren’ verschillende versies die alle moeten worden ingesproken. De intellectueel spreekt onder veel gemopper zijn woorden in en meldt zich bij de radiodirecteur, een vriendje, om die ene minuut extra voor elkaar te krijgen.
Dr. Murke is een ambachtsman, maar moet ook geestdodend werk doen, zoals deze klus. Dat compenseert hij doordat hij overdag fragmenten uitsnijdt en verzamelt waarop sprekers zwijgen. Hij vraagt ook zijn vriendin om banden ‘in te zwijgen’, wat zij zenuwslopend vindt. Al die stilte plakt hij achter elkaar en speelt hij ’s avonds af voor ontspanning en om de holheid en het gezwets van het medium tot zich te laten doordringen. Een soort zielshygiëne dus. Murke snijdt en knipt totdat het hogere wezen zich in de tekst genesteld heeft. Hij houdt de 27 knipsels met ‘God’ voor de zekerheid achter de hand.
Diezelfde avond is een collega van Murke bezig met een band, waarop een atheïst in een kerkruimte twaalf vragen stelt in de trant van ‘Wie denkt nog aan mij als ik door de wormen word opgegeten?’ en na elke met stemverheffing gestelde vraag een betekenisvolle stilte laat vallen. De technicus aarzelt en overlegt met een collega. ‘Te veel stilte’, vinden ze. De collega doet een suggestie. Als we nou op die twaalf plekken het woord ‘God’ inplakken. Dat daarmee de afwezigheid van God geheel tegen de zin van de atheïst met God wordt ingevuld, interesseert deze monteurs niets. Maar ja, waar haal je twaalf tekstjes ‘God’ vandaan, liefst nog in een studioruimte uitgesproken? Dan verschijnt een grote grijns op het gebied van Murke’s collega en hij wijst op een trommeltje op zijn bureau: hier, 27 keer ‘God’ uit onze eigen studio en we hebben er maar 12 nodig! Gods stem die de stilte vult: de technici beginnen ter plekke in wonderen te geloven. 

Als de ziele luistert
Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
't lijzigste gefluister
ook een taal en teken heeft:
blâren van de bomen
kouten met malkaar gezwind,
baren in de stromen
klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken,
wegelen van Gods heilige voet,
talen en vertolken
't diep gedoken Woord zo zoet...
als de ziele luistert!
Guido Gezelle, 1859

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda