FacebookTwitterLinkedIn
donderdag, 05 July 2018 14:40

Stephen Batchelor deel I: ‘Ik ben een mislukte boeddhist’

Tekst: Jasmijn Olk Tekst: Jasmijn Olk Beeld: Ted van Aanholt

“Mijn reis door het boeddhisme was op een bepaalde manier een reis van ontgoocheling, van desillusie over de orthodoxie en de traditie.” Aan het woord is de Britse Stephen Batchelor (65). Deze internationaal bekende boeddhistisch schrijver heef zich zijn hele leven toegewijd aan de dharma, de leer van de Boeddha. De afgelopen twintig jaar hield Stephen Batchelor zich bezig met het ontwikkelen van een seculier boeddhisme, gebaseerd op de oudste bronteksten en zonder absolute waarheden en doctrines. Begin deze maand was hij in Nijmegen op uitnodiging van Radboud Reflects en het Radboudumc Centrum voor Mindfulness. In deel I van het interview spreekt hij over zijn zoektocht binnen de verschillende boeddhistische tradities.

Op eenentwintig jarige leeftijd legde u de monastieke geloften af binnen het Tibetaans boeddhisme. Wat bewoog u om deze beslissing te nemen?
“Mijn motivatie was duidelijk. Ik was op dat moment al twee jaar bezig met de bestudering van de boeddhistische filosofie, doctrine en ethiek in India. Vanuit het traditionele boeddhistische standpunt is het duidelijk dat de beste manier de dharma te beoefenen, is door monnik of non te worden. Monnik worden is, in andere woorden, een naar buiten gerichte toewijding aan een bepaalde filosofie, een bepaalde praktijk, manier van leven.
Monnik worden betekende niet alleen de bevestiging van een soort existentiële toewijding aan de leer, maar automatisch ook het uitsluiten van andere mogelijkheden, zoals verliefd worden of andere ambities nastreven. Het was in die dagen erg onconventioneel om een stap als deze te zetten. Daarnaast is het de moeite waard om in gedachten te houden dat ik het als een avontuur zag. Dat ik in 1972 koos het pad van het boeddhisme op te gaan, betekende het binnengaan van een onontdekt gebied.

In de tien jaar die volgde, leefde Stephen Batchelor als monnik. Eerst met Tibetanen in India, Zwitserland en Duitsland. Later deed hij een opleiding in een zenklooster in Zuid-Korea, ook als monnik, totdat hij 31 jaar oud was. “Wanneer je monastieke geloften aflegt, je in die mate toewijdt, wordt dit gezien als een levenslange verplichting. Dit heb ik niet waargemaakt: ik trad uit en trouwde.”

In het boek Bekentenis van een boeddhistisch atheïst schrijft u dat, volgens uw Tibetaanse leraren, u een mislukte boeddhist was. Wat ging er fout?
“Ik ben een mislukt boeddhist in de zin dat ik mijn opleiding en trainingen nooit heb afgemaakt. Ik heb nooit gedaan wat er van mij werd verwacht dat ik zou doen. Op een bepaald moment in mijn verkenning van het Tibetaans boeddhisme stuitte ik op allerlei problemen. Grotendeels filosofische problemen, geloofsvragen.
De opleiding die ik als Tibetaans boeddhist ontving ging niet over mandala’s, mantra’s en exotische goden. De basis van het opleidingsmodel van de Tibetaanse kloosters in de Gelukpa-traditie in India, waarvan ik deel uitmaakte, was de beoefening van logica, kennisleer, psychologie en filosofie. Eén van de voorwaarde voor onze training was dat we alles moesten bediscussiëren. Er werd niet van ons verwacht dat we de Tibetaanse leer klakkeloos overnamen. Door te reflecteren en kritisch te analyseren moesten we de ideeën daadwerkelijk begrijpen. Ik begon aan de opleiding met het idee dat wanneer ik dit zou doen, de problemen die ik had zouden verdwijnen. Dit waren metafysische problemen, over de diepste aard van de werkelijkheid, zoals reïncarnatie.
Ik heb deze methode geprobeerd, maar voor mij werkte het niet. Ik vond de bewijzen die werden aangedragen helemaal niet overtuigend. Ik begon me te realiseren dat dit analyseren en debatteren grotendeels een manier was om, zo goed als het kon, geloofsartikelen rationeel te onderbouwen. De argumenten voor reïncarnatie waren niet overtuigender dan de argumenten van Thomas van Aquino voor het bestaan van God. Ik denk dat de manier van redeneren erg vergelijkbaar is. Je gebruikt verstand zover als het kan, maar op een bepaald moment moet je een sprong van vertrouwen maken. Het lukte mij niet om deze sprong te maken.
Mijn reis door het boeddhisme was op een bepaalde manier een reis van ontgoocheling, van desillusie over de orthodoxie en de traditie. Dit heeft als gevolg gehad dat ik mijn eigen, onafhankelijke begrip van de boeddhistische leer ben gaan formuleren. Mijn Tibetaanse opleiding is hiervoor de basis geweest. Het verschil is echter dat ik mijn aandacht voornamelijk richt op de leer uit de oudste bronteksten.”

Er zijn verschillende vormen van boeddhisme. Hoe verhouden deze zich tot de Boeddha en de bronteksten?
“Ik durf te stellen dat de meeste vormen van het boeddhisme die we vandaag de dag hebben, producten zijn van honderden jaren ontwikkeling in een specifieke Aziatische cultuur en op een specifieke plaats. Het boeddhisme is ontstaan in de context van India. Toen de traditie in nieuwe culturen is geïntroduceerd, in China, Tibet, Japan, enzovoorts, heeft zij karakteristieken van deze culturen overgenomen.
Op verschillende manieren zijn alle vormen van boeddhisme die wij vandaag de dag kennen, vormen van het boeddhisme als religie. De verschillende tradities hebben verschillende zienswijzen. Maar ze zijn gelijk in de zin dat ze een corpus van doctrines bezitten die ze als canoniek beschouwen – een collectie aan fundamentele geloofsstellingen over de aard van de realiteit en de aard van een persoon. Op basis van deze filosofie hebben zij elk een praktijk en een ethiek ontwikkelt. De verschillende scholen resoneren met elkaar, maar elke traditie heeft een eigen, onderscheidende interpretatie, een kenmerkende praktijk.
Dit zie ik als een grote rijkdom voor het boeddhisme. Het laat zien dat wanneer het boeddhisme door de geschiedenis heen culturele grenzen heeft overschreden, de traditie op een bepaalde manier in staat is om zichzelf opnieuw uit te vinden. Op deze manier kon het boeddhisme in de particuliere behoeften van de verschillende gemeenschappen die zij aansprak voorzien. Op een bepaald punt is het mogelijk dat, wanneer de dharma in aanraking kom met de seculiere samenleving, het een nieuwe vorm gaat aannemen. Dat er iets ontstaat dat niet hetzelfde is als wat in Tibet of Japan gebeurt. Het boeddhisme past zich aan op manieren die we niet kunnen voorspellen.”

Hoe kan het terugkeren naar de bronteksten ons helpen om de ware dharma, leer van de Boeddha, te ontdekken? “Wat de Boeddha effectief onderwees, waren vaardigheden voor het leven”, stelt Stephen Batchelor. Lees het aankomende woensdag in deel II van het interview.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda