FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 11 August 2017 16:48

Lambert van Gelder (1998): 'Een kerk zonder dubbele bodems'

"Als ik in de jaren vijftig als frater Gandulphus een blik in de toekomst had kunnen werpen, was ik waarschijnlijk geschrokken van datgene wat ik te zien kreeg. Maar nu ik terugkijk op mijn verleden ben ik er gelukkig mee." Aldus Lambert van Gelder in het interview waarmee hij in 1998 afscheid nam als hoofredacteur van de Bazuin. Geen betere manier om de nu overleden journalist en augustijn te leren kennen dan dit vraaggesprek dat Colet van der Ven in 1998 had.

In 1967 benaderde Nico Versluis, toenmalig redacteur van de Bazuin, hem met de vraag of dat ook niet wat voor hem was, zo'n redacteurschap. Hij voelde er wel voor. Salaris hadden ze niet, zeiden ze. Dan maar geen salaris. Een kwart eeuw werkte Lambert van Gelder (Bart voor ingewijden) als onbezoldigd redacteur voor de Bazuin en zes jaar als betaald hoofdredacteur. Deze maand werd hij 65. Op 1 maart neemt hij afscheid en zal misschien eindelijk de tijd aanbreken om dat clavecimbel te bouwen, die doka in te duiken of gewoon nog meer te schrijven. Want hij is er de man niet naar om op zijn lauweren te rusten. "Niks doen, ik weet niet wat dat is. Ik ben een workaholic.”
Zijn leptosome gestalte en lange gezicht, zijn rustige intonatie en soms wat introverte blik verraden een flegmatieke ziel. Een 'doe maar gewoon dan doe-je gek genoeg' mentaliteit. Hollandse nuchterheid. "Ik ben inderdaad flegmatiek. Redelijk meegaand. Geen mens van hevige emoties. Ik huil nooit, word nooit echt kwaad. Conflicten vermijd ik. Ik kan me wel opwinden maar zelfs op die momenten heb ik iets van: och. Relativeer ik mijn eigen opwinding. Ik herinner me vagelijk een heftig gevoel van woede om een incident op de lagere school maar dat is de laatste keer geweest. Kwaadheid leidt ook nergens toe. Ik zal die houding wel van mijn moeder hebben. Haar standaarduitdrukking was: 't Komt toch altijd weer anders.
Ik lijk meer op mijn moeder dan op mijn vader. Een belastinginspecteur, ambtenaar in hart en nieren. Een man van strikte regels. Hij ging nooit naar bed omdat hij moe was, maar omdat hij op zijn horloge zag dat het tijd was om te slapen. Mijn moeder was minder aan regels gebonden. Ook in religieus opzicht. Op een dag vroeg ze me: 'Ik geloof niet in de onbevlekte ontvangenis van Maria. Zou dat mogen?' Ik zei: 'Natuurlijk, als je het maar niet verder vertelt.' Het feit dat haar moeder protestant was, heeft ongetwijfeld bijgedragen aan haar vrijere interpretaties. In mijn losse houding ten opzichte van Rome zit waarschijnlijk ook nog dat vleugje protestantisme."
“Als jongetje werd ik ontboden op de pastorie. Of ik er niks voor zou voelen om pastoor te worden? Dat leek me wel wat. Thuis begon ik er met mijn moeder over maar ze zei: 'Dat kan niet. Dat is te duur.' Ik moest dus een andere oplossing bedenken.
Nu was een broer van mijn vader capucijn. Hij zat te vissen of die orde niks voor mij zou zijn. Het grote voordeel was dat het niets kostte. Je hoefde alleen twintig rode zakdoeken mee te brengen als je broeder wilde worden, of twintig witte wanneer de keuze op pater viel. Een betaalbaar alternatief dus voor pastoor, maar ik voelde weinig voor de capucijnen. Het idee om, net als mijn oom, met blote voeten in sandalen rond te sjouwen in een pij die een keer per jaar gewassen werd, sprak me niet bijster aan. Behalve capucijnen kende ik alleen augustijnen, die had ik wel eens zien fietsen. De omstandigheden hielpen een handje, want het enige katholieke gymnasium in Eindhoven werd geleid door de augustijnen. Daar ben ik naar toe gegaan. Ik heb er twee jaar extern en vier jaar intern gezeten, en van het een kwam het ander."

In augustus 1950 meldde Lambert van Gelder zich bij de poorten van het augustijnenklooster in Witmarsum waar hij een week later de naam van zijn capucijnenoom frater Gandulphus aannam in de hoop dat die, net als bij zijn oom, in de wandelgangen afgekort zou worden tot Gandhi. Zijn hoop werd bewaarheid.
Na zijn priesteropleiding, waarin zijn brede journalistieke interesse aan het licht kwam hij hield zich bezig met lay-out, fotografie, het schrijven van artikelen viel de keuze van het bestuur van de augustijnen voor 'Gandhi' toch op de studie klassieke talen. "Ik vond het geen punt, het sloot aan bij mijn eigen interesse. Maar tijdens mijn studententijd liep de belangstelling voor klassieke talen op de middelbare school terug. De vraag deed zich voor of die vakken niet facultatief moesten worden. Nu zag ik me niet voor een klas met drie jongens en twee meisjes staan, en ook was ik niet in de wieg gelegd voor de wetenschap. Het leek me dus beter om met de studie te stoppen. Met lood in de schoenen toog ik naar Lucas Hoogveld, mijn provinciaal en zelf classicus. Die luisterde naar mijn verhaal, nam zijn pijp uit de mond, blies het laatste rookwolkje uit en zei: 'Je hebt groot gelijk.' Toen ben ik me verder gaan verdiepen in het journalistieke werk." Een van zijn eerste wapenfeiten was de bundeling van de weinig professioneel gemaakte familiebladen van een aantal religieuze ordes en congregaties tot een nieuw tijdschrift: Kruispunt.
Zijn schrijfsels en activiteiten (inmiddels weer onder zijn eigen naam) bleven in kerkelijke kring niet onopgemerkt en in '67 begon hij bij de Bazuin. In de ruim dertig jaar dat hij aan het blad verbonden is geweest, heeft hij veelvuldig blijk gegeven van een puntige pen, scherp op het vileine af. "Misschien dat mijn ironie af en toe overgaat in sarcasme of cynisme maar dat is nooit de opzet. Ik ga uit van het principe dat je niemand moet knechten, ook niet met woorden, al staat dat protest of analyse niet in de weg."
In zijn artikelen heeft Van Gelder veelvuldig de strijd aangebonden met onderdrukkers op kleine en grote schaal. "Ik kan er niet tegen als macht gebruikt wordt om mensen de mond te snoeren, als 'de vrijheid van de kinderen Gods' beknot wordt, als de een meent het beter te weten dan de ander en zich gerechtigd voelt zijn wil op te leggen. Of het nou de kerk is die mensen met allerlei voorschriften in het nauw drijft onder het mom: 'De Heer heeft het gewild', of een man die over zijn vrouw heerst."

De strijd van Van Gelder spitste zich in, maar ook buiten de Bazuin toe op twee zaken: het celibaat en het kerkelijk ambt. Al vele jaren is hij actief in het GOP (oorspronkelijk een verband voor gehuwde priesters, nu verbreed tot een vereniging ter vernieuwing van het kerkelijk ambt) en de Internationale Federatie van katholieke gehuwde priesters. "Toen ik gewijd werd, had ik geen problemen met het celibaat. Het hoorde er gewoon bij. Als je aan de andere kant van het water wilde komen, moest je over die brug. Toch ben ik vrij snel daarna in Kruispunt over het celibaat gaan schrijven. Of liever: ertegen. Niet omdat het voor mij persoonlijk aan de orde was maar omdat ik zag dat mensen erdoor in de knel kwamen. Op een gegeven moment realiseerde ik me dat het celibaat ook voor mij achterhaald was. In de jaren zeventig ontwikkelde zich een vriendschap met een jonge vrouw, Ank, die twee jaar later afgebroken werd door haar overlijden. Ze stierf, nog geen dertig jaar oud, aan de ziekte van Hodgkin. Ik heb haar tot in de dood terzijde gestaan en de uitvaartdienst en crematie geleid. Haar overlijden heeft me erg aangegrepen. Het is een van de weinige momenten van grote emotie in mijn leven. Maria was een vriendin van haar. Ik was haar wel eens in huis tegengekomen en ontmoette haar weer aan het sterfbed van Ank. Na haar dood werd onze vriendschap intensiever."
Ondanks het feit dat hij op de bres staat voor het gehuwde priesterschap heeft hij zelf nooit de behoefte gehad om te trouwen. "Ik vond het niet nodig en Maria ook niet. We zagen de noodzaak van een dergelijke binding niet in. 'Tot de dood ons scheidt' vind ik in deze tijd ook een wat vreemde belofte. Vergeet niet dat die dood vroeger een stuk eerder kwam. Nu beloven mensen hetzelfde maar ze leven vele jaren langer. Ik geloof dat het mogelijk moet zijn om zonder al te veel hindernissen uit elkaar te gaan wanneer het samenleven niet meer werkt. Je moet elkaar niet verplichten."
Een verlangen naar kinderen heeft hij nooit echt gehad. "Ik heb altijd gezegd: als ik kinderen zou krijgen, zouden ze bij hun geboorte al enigszins communicabel moeten zijn, zo'n jaar of vier. Dat kleine spul, die wurmpjes in wiegjes, daar kan ik niks mee."

Behalve het celibaat is ook het kerkelijk ambt een heet hangijzer voor Van Gelder. Hij wijst naar zijn boekenkast. "Die hele plank gaat erover. De priester als hoog boven het voetvolk verheven middelaar tussen mens en God is een heidens overblijfsel. Eigenlijk zouden priesters door het volk zelf moeten worden voorgedragen." Ook zou het priesterschap volgens hem niet het enige kerkelijke ambt moeten zijn. "De priesters zijn de zogenaamde beroeps, en wat er omheen cirkelt aan diakens en pastorale werkers wordt nolens volens toegestaan. Ik geloof dat er een veelzijdigheid aan functies kan en moet zijn in de kerk. Het priesterambt kent vier kleine wijdingen. Dat zijn vier ambten die je, stuk voor stuk, aan een man of vrouw zou kunnen toevertrouwen."
Ondanks zijn niet altijd even milde kritiek op de kerk heeft hij nooit overwogen om het ambt op te geven. "Ik heb bij collega's gezien hoe ze, op het moment dat ze het priesterschap loslieten, werden afgeschreven door de kerk. Uit het ambt, uit de kaartenbak. Herman Pijffers, uitgever van Ambo, noemde dat het Robert-Adolfs-effect. Diens eerste boek, Het graf van God, dat hij schreef toen hij nog prior van het augustijnenklooster in Eindhoven was, werd een bestseller. Na zijn uittreden schreef hij opnieuw een boek maar dat werd door de uitgever geweigerd want hij betekende niks meer in de kerk. Niemand luistert als je kritiek van buitenaf levert. Het is nog maar de vraag of er iemand luistert als je dat van binnenuit doet, maar toch, ik wil niet op een zijspoor worden gezet. Ik ben het niet eens met deze kerk in haar geheel of in grote delen maar geloof wel in het idee van mensen die elkaar zoeken en vinden op basis van een gedeeld, bijna eschatologisch verlangen naar een wereld waarin het lam en de wolf samen liggen en alles pais en vree is. Overigens zou ik ook in die wereld geen lam willen zijn want een wolf blijft toch een wolf, maar ik vind het de moeite waard om te proberen iets van dat verlangen hier te realiseren, niet als eenling maar samen met anderen."

Op mijn vraag of hij zich nog priester voelt, antwoordt hij bevestigend. "Voor een sprankelende preek of een adembenemende liturgie moet je niet bij mij zijn. Ook ben ik ongeschikt voor parochiepastoraat: mensen bezoeken, met hen praten. Mijn pastoraat is op papier. Anderen een bevrijdende gedachte meegeven. Dat beschouw ik als mijn priesterschap."
Overigens zijn niet alleen zijn gedachten over kerk en celibaat in de loop der jaren geëvolueerd, ook zijn Godsbeeld is veranderd. "Vroeger was God de hoge, onbereikbare Allesbeheerser die als een rotsvast gegeven met het leven verbonden was. Vragen bij zijn bestaan werden niet gesteld. Niet door anderen, niet door mij. Hij was een vanzelfsprekendheid. Nu is God verder weg. Vager. Achter matglas. Ook voor mij geldt het bekende cliché: 'er zal wel iets zijn maar ik weet niet wat.' Ik ondergraaf door deze opmerking misschien mijn Bazuin carrière maar ik weet niet in hoeverre God werkelijk bestaat, en in hoeverre Hij of Zij een interpretatie of projectie is van menselijke gevoelens. Ik zweef daar ergens tussen in."

Met zijn 31-jarig dienstverband steekt hij alle medewerkers naar de kroon. Hij zag er velen komen en gaan en maakte de ontwikkeling mee van de Bazuin als een blad dat zich voornamelijk richtte op binnenkerkelijke zaken tot een tijdschrift dat zich op een journalistieke manier met kerk en wereld bezighoudt. "Toen ik in '67 redacteur werd was het een blad waarin veel werd getheoretiseerd, getheologiseerd en gemoraliseerd. In de loop der jaren is de Bazuin geseculariseerd, maar de belangstelling voor de wereld wordt nog steeds gedragen door een levensovertuiging op christelijke grondslag. Dat betekent gerichte keuzes, zoals geen sportredacteur en geen moderedactrice en expliciete aandacht voor de verhouding tussen kerk en samenleving.
Mijn bijdrage als hoofdredacteur is vergelijkbaar met mijn bijdrage als redacteur. De Bazuin kent een bedrijfscultuur, waarin iedereen alles samen doet. Gelukkig, want leiding geven en 'baasje spelen' behoren niet tot mijn sterkste eigenschappen. Ik heb vooral aandacht gevraagd voor de actualiteit, en voor de leesbaarheid van de artikelen. Van het simpele vermijden van afkortingen tot het begrijpelijk uitwerken van gedachten. Minder sterk ben ik in theoretische beschouwingen maar gelukkig zijn er anderen die daar wel mee uit de voeten kunnen. Al met al vind ik dat de Bazuin op dit moment goed op koers ligt. Hoogstens wat meer lef zou niet misstaan. Vroeger waren we vaker de luis in de kerkelijke pels. Eens vroeg iemand aan Simonis of hij de Bazuin al gelezen had. 'Nee', was zijn antwoord, 'want ik weet toch wat er in staat.' Met andere woorden: 'de Bazuin is tegen.' Die tegendraadsheid zijn we wat kwijtgeraakt. Maar de keren dat we die luis in de pels zijn en iets in de openbaarheid brengen, merk je dat hij ook echt steekt. Zoals destijds die charges van Bodar met zijn onchristelijke faxen, of vorig jaar, toen kardinaal Danneels verklaarde dat de beroerde kerkelijke situatie in Nederland het gevolg was van besluiten in Rome en dat ze Gijsen nooit hadden mogen benoemen. Beide berichten haalden de kranten, verklaringen van de perschef, opwinding alom. Dat zal ik het meest missen. Op het nieuws zitten, achter het nieuws kijken, daar gezamenlijk gedachten over ontwikkelen."

Toch zal Lambert van Gelder, ook na zijn vertrek bij de Bazuin, zich blijven bemoeien met de kerk die hem aan het hart gaat, al stemmen de ontwikkelingen hem niet bijster optimistisch. "Maar er is een koor, groter dan welk Sixtijnse kapelkoor ook, dat in allerlei toonaarden tegen de huidige ontwikkelingen in blijft zingen. Mensen die met mij geloven dat religie niet bedoeld is om het leven te bemoeilijken maar om het te verrijken. Pas als ik dat geloof, die hoop heb opgegeven, zal ik de kerk de rug toekeren en konijnen gaan fokken. Eerder niet."

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2017

volzin schrijfwedstrijd

Dank aan allen voor uw inzendingen! Er zijn 112 essays ingezonden waar de jury zich momenteel over buigt. De deelnemers ontvangen uiterlijk 1 december bericht over de uitslag. De winnende essays zullen verschijnen in het eerste Volzin-nummer van 2018.