FacebookTwitterLinkedIn
vrijdag, 22 December 2017 09:00

Denise Robbesom: Harry Kunneman: "werken aan trage vragen"

Denise Robbesom: Harry Kunneman: "werken aan trage vragen" Tekst: Helene Timmers

‘Dikke ik’, ‘trage vragen’, ‘theemutscultuur’: humanistisch filosoof Harry Kunneman geeft te denken.

‘Het grote dikke ik regeert te vaak in Nederland”, zei premier Rutte in een toespraak in 2015. Hij bedoelde met de ‘dikke ik’ mensen die het eigenbelang boven alles stellen. Maar weinig mensen weten dat de term niet door Rutte zelf is bedacht, hij heeft hem namelijk geleend van Harry Kunneman, die deze uitdrukking al in 2007 introduceerde.
Kunneman was tot voor kort hoogleraar politieke en sociale filosofie aan de Universiteit voor Humanistiek. Ter gelegenheid van zijn afscheid heeft filosoof en schrijver Denise Robbesom hem geïnterviewd. Zij voert de lezer langs het leven en werk van Kunneman en laat zien hoe deze elkaar hebben beïnvloed.
Voor Kunneman is filosofie allereerst op de praktijk gericht; zo heeft hij zich ingezet voor een wetenschappelijke onderbouwing van het humanistisch raadswerk. Dat raadswerk gaat over ‘trage vragen’. Kunneman bedoelt daar de zingevings- en levensvragen mee, vragen waarvoor niet stante pede oplossingen te geven zijn. Zeg maar de vraag naar goed en zinvol leven.
Naast dit humanistisch raadswerk komen Kunnemans filosofische vragen ook voort uit zijn eigen ervaring. Aan de hand van ontwikkelingen in de samenleving toont de auteur hoe Kunnemans gedachtegoed gaandeweg vorm krijgt, geïnspireerd door andere filosofen.
Kunneman heeft een scherp oog voor trends in de samenleving. Niet alleen de term ‘dikke ik’ is van zijn hand, andere termen die uit zijn koker komen, zijn ‘theemutscultuur’ en ‘walkman-ego’. De theemutscultuur typeert de tijd dat vader naar zijn werk ging en moeder thuis klaar zat voor de kinderen met thee en een koekje. Een tijd waarin je wist waar je aan toe was, maar die ook als benauwend en broeierig ervaren kan worden. Deze tijd is gevolgd door die van het ‘walkman-ego’, waarin het individu niet meer van een traditie afhankelijk is, maar zijn identiteit overal vandaan kan halen. Niet de gemeenschappelijke deugden staan centraal, maar het individueel consumeren.
Hierop volgt het ‘dikke ik’, waarin Kunneman verschillende aspecten ziet. Allereerst heeft het ermee te maken dat mensen steeds meer consumeren. Die toenemende consumptie leidt tot een toenemende druk om te presteren, een carrière die boven alles gaat. Ten slotte heeft het ‘dikke ik’ een dikke huid, en toont het zich onverschillig voor het lijden van anderen. Het ‘dikke ik’ is een toestand waarin de trage vragen afwezig zijn. Door je weer tot deze vragen te wenden, wordt het ‘dikke ik’ teruggedrongen. De morele kwaliteiten van de mensen komen dan op de voorgrond te staan, aldus Kunneman. Hij houdt dan ook een pleidooi voor een kritisch humanisme: een humanisme dat opkomt voor een goed, zinvol leven voor alle mensen.
Dat Kunneman nog lang niet is uitgedacht, mag daaruit blijken dat zijn volgende project al in de steigers staat, het radicaal humanisme. Hierin wil hij de gedachte dat veel van de menselijke vermogens ook al bij andere diersoorten te vinden zijn verder uitwerken.
Het boeiende boek van Denise Robbesom laat zien hoe het denken van Kunneman zich in de loop van de tijd onder invloed van verschillende filosofen verder ontwikkelt. Ook biedt het een goede en zeer leesbare introductie in diens gedachtegoed. ●

Denise Robbesom
Harry Kunneman: ‘Werken aan trage vragen’
ISVW Uitgevers, 152 blz., € 14,95

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Agenda