FacebookTwitterLinkedIn
  • VOLZIN 2018: NUMMER 6

    VOLZIN 2018: NUMMER 6

    Volzin-special: ‘Beter zwijgen’ ‘Een geheim heb je niet per ongeluk’Psycholoog Andreas Wismeijer over
    29 May 2018 - Lees meer

Wilma Hartogsveld (6)

dinsdag, 12 June 2018 07:00

Tuinmansverdriet

Geschreven door

Sinds een jaar woon ik in de Betuwe op rivierklei. Meestal is dat genieten. Zo kan ik vreemd genoeg ontroerd raken van die donkere vette rollen klei in de uitgestrekte geploegde akkers. Je ziet gewoon de vruchtbaarheid erin sluimeren. Regelmatig fiets ik met een gelukkige glimlach op mijn gezicht tussen de akkers en de nu bloeiende fruitboomgaarden door. Genietend van het rivierenlandschap en van de hier vaak stevige frisse wind die mijn haar in de war en de muizenissen uit mijn hoofd blaast.

Tuinieren op de klei is daarentegen een bijzondere uitdaging. Het begint al met de juiste timing. Een paar dagen zonnig weer en de grond is zo droog dat hij niet te bewerken is. Tussen de barsten in de opgedroogde klei verschijnen wonderbaarlijk genoeg toch nog steeds groene plantjes. Zij komen met hun fragiele worteltjes kennelijk gemakkelijker door de bijna versteende aarde dan ik met een scherpgeslepen ‘schup’ zoals ze dat hier noemen. Maar regenachtige dagen maken het er niet veel beter op. Zo is het al een hele kunst om op natte klei te lopen. Na een paar stappen glibber je op plateauzolen alle kanten op. De schup gaat maar moeizaam de grond in en eigenlijk niet meer uit. Geen wonder dat veel mensen hier op hun geboortegrond blijven totdat ze erin begraven worden. Door hun kinderen die vaak ook hier op de klei zijn blijven plakken.

Alles groeit hier fenomenaal snel en weelderiger dan op het zand. Je kunt natuurlijk twisten over wat al dan niet onkruid is, maar ik wil niet dat mijn achtertuin wordt overwoekerd door brandnetels en in de voortuin voer ik een verbeten strijd tegen een hardnekkig plantje dat zevenblad heet. Je schijnt beide soorten te kunnen eten, maar voorlopig heb ik de strijd nog niet opgegeven.

Inmiddels weet ik precies op welke dagen de grond het toestaat om met eindeloos geduld de vasthoudende plantjes met hun worteltjes voorzichtig uit te graven. Toen ik weer eens zo op de knieën aan het ploeteren was wandelde er een oude man langs. Hij stopte, glimlachte vriendelijk en combineerde vervolgens vlotjes twee bijbelcitaten: ‘U weet toch dat wij het kwaad nooit met wortel en tak kunnen uitroeien, maar het kwade moeten overwinnen door het goede?’.
Nu kweek ik ‘ooievaarsbek’ tussen het ‘tuinmansverdriet’ en ik hoop maar dat het eerste het tweede zal overwoekeren.

Wilma Hartogsveld is theoloog, predikant en schrijver.

dinsdag, 15 May 2018 08:07

Bescheiden blijven

Geschreven door

Het meisje vertelt over het functioneringsgesprek met haar werkgever. Ze waren tevreden over haar inzet en werk, maar er was wel een verbeterpunt: ze was te bescheiden, zou meer op de voorgrond moeten treden en zich in het team vaker moeten laten gelden.

Ik kijk met haar de kring rond. Negen jonge vrouwen in de huiskamer van een van de deelnemers van deze gespreksgroep. Zoals eigenlijk altijd zijn vrouwen in de meerderheid bij dit soort bijeenkomsten. Aan het begin van de avond vroeg een van hen nog met een lachje: “Waar zijn de mannen?” “Die komen niet, want dan moeten ze práten”, grapte een ander.
Nee, die opmerking kwam niet van haar, hoewel ze een groot gevoel voor humor heeft en een scherp waarnemingsvermogen. Ik bewonder dit frêle meisje met haar blonde krullen en ernstige blik. Ze werkt met vluchtelingenkinderen die net in Nederland zijn. Getraumatiseerde kinderen vaak. Het lijkt me voor hen zo fijn om zich toe te kunnen vertrouwen aan deze bescheiden, rustige en weloverwogen jonge professional zonder geldingsdrang, maar met de gave om te observeren, te luisteren, ruimte te geven.

Mijn gedachten dwalen af naar mijn jongste. Uit hetzelfde hout gesneden en wat is dat lastig in deze tijd waarin iedereen zelfverzekerd, spontaan, initiatiefrijk en voorwaarts moet zijn. Mijn zoon is afwachtend, bescheiden, rustig observerend aanwezig. Hij verrast me regelmatig met diepzinnige vragen waaruit een scherpe analyse blijkt en waar ik soms stil van word. Maar in een wereld waarin Trump zijn duizenden verslaat en waarin vloggers die zichzelf verheerlijken ongekend populair zijn, is het voor hem soms lastig om staande te blijven.

‘t Is moeilijk bescheiden te blijven, wanneer je zo goed bent als ik’ zong ik op zijn leeftijd met de top 10-hit van Peter Blanker en een grote grijns op mijn gezicht. Het was 1981. Toen bescheidenheid nog als een deugd werd gezien en dit een ondeugend liedje was. Een liedje dat zo populair was omdat het in die tijd niet kon: hardop zeggen dat je als je in de spiegel kijkt denkt: ‘daar staat een geweldige vent (of meid).’ In die tijd had ik het wel eens moeilijk. Omdat ik toen als haantje de voorste die vol ondeugende streken zat en allesbehalve een bescheiden muurbloempje was, niet in het plaatje paste van die tijd.

Wilma Hartogsveld is theoloog, predikant en schrijver.

dinsdag, 10 April 2018 06:22

Lief en aardig

Geschreven door

‘Waarom moet het altijd gaan over lief en aardig zijn voor elkaar?” Het meisje kijkt me met een uitdagende blik aan en wendt dan haar ogen verveeld af. Alsof ze het antwoord niet eens wil horen. Elf of twaalf jaar zal ze zijn, net zoals de andere kinderen van deze groep acht. Ik zit niet zo snel om een woordje gelegen, maar nu weet ik even niet wat ik moet zeggen. Misschien speelt de vermoeidheid mee. Het is de laatste groep van deze openbare basisschool waar ik de hele dag het verhaal over Esther heb verteld. Zorgvuldig heb ik geprobeerd aan te sluiten bij hun belevingswereld. En voor iemand die meestal verhalen vertelt aan mensen die de basisschool al ver achter zich hebben gelaten, is dat best een hele klus. Zeker bij dit bijbelverhaal.

Want hoe vertel je aan kinderen over een meisje dat in de harem van de koning terecht komt en aan wie echt niet wordt gevraagd of ze wel zin heeft als hij haar een nachtje wenst uit te proberen? En over Haman, die het joodse volk zo haat dat hij alles in het werk stelt om ze uit te roeien? En is het voor vierjarigen wel een goed idee om te horen hoe Haman uiteindelijk op de paal wordt gespiest die hij voor zijn aartsvijand Mordechai heeft opgericht? Ik vertrouw er maar op dat het team met wie de kinderen binnenkort de musical Esther gaan opvoeren, deze dingen ook weet te omzeilen. En ik hoop dat ze de essentie van dit prachtige verhaal daarbij niet verliezen.

De kleintjes hebben ademloos geluisterd. “Dat is het mooiste verhaal dat ik ooit heb gehoord!” riep een zevenjarig jongetje. Hij zat zichtbaar te genieten toen de schildwachten van de koning de gemene Haman bij zijn kraag pakten en in de gevangenis gooiden. Zijn plannetje om mensen die er volgens hem niet bij hoorden uit het land te krijgen gingen gelukkig niet door.

“Waarom moet het altijd gaan over lief en aardig zijn?’ Ik snap het wel, deze vraag. Echt. Ik had het meisje een complimentje moeten geven. Omdat ze na heeft gedacht over waarom deze verhalen verteld worden door mensen zoals ik. Inderdaad is ‘naastenliefde’ vaak de focus. Een tegenwicht tegenover de vaker gehoorde opmerking dat religie alleen maar tot geweld leidt wellicht. Maar na haar opmerking blijf ik rondlopen met vragen over de werkelijke essentie en geloofwaardige manieren van communiceren.

Wilma Hartogsveld is theoloog, predikant en schrijver.

woensdag, 21 March 2018 09:24

Ruimte

Geschreven door

Tussen de boeken, de briefjes met haastig neergekrabbelde aantekeningen en een paar lege koffiekopjes liggen sinds enkele weken duizend kleine stukjes karton op mijn werktafel. De ene helft al op de goede plek, de andere helft op kleur gesorteerd. Met jongste zit ik regelmatig een half uurtje te puzzelen. Zijn broer en ik kochten de puzzel met een afbeelding van Michelangelo vorig jaar in Rome. Gek eigenlijk dat naarmate mijn agenda voller is en de stapels op mijn werktafel zich uitbreiden, de behoefte groeit om iets onnuttigs te doen zoals puzzelen. Er ontstaat ruimte in mijn hoofd naarmate de puzzelstukjes zich laten ordenen. Jongste doet het omdat hij het gezellig vindt of mij een plezier wil doen. Ik hoop tenminste niet dat hij het met zijn negentien jaar al nodig heeft om op deze manier zijn hoofd leeg te maken.

Het samen puzzelen geeft in elk geval aanleiding tot gesprekken over niet alledaagse dingen. Dat het de bekende afbeelding van God en Adam uit de Sixtijnse Kapel is helpt daarbij. Adam ziet er ontspannen uit constateren we en God neemt in zijn roze jurk een mooi voorschot op de hedendaagse discussies over genderneutrale kleding. Hun vingers raken elkaar net niet, maar het lijkt wel alsof God meer zijn best doet om de mens te bereiken dan andersom. Of de Schepper vindt het lastig om zijn schepsel los te laten natuurlijk. Gelukkig wordt God gedragen door een groepje blote engeltjes. Adam heeft kennelijk geen hulp van engelen nodig, of hij verbeeldt zich zelf een engel te zijn in zijn adamskostuum.

We zijn begonnen met de randen. Een stevig kader waarin alle stukjes in elk geval moeten passen. Daarna waren Adam en God aan de beurt. Dat viel nog mee. We hadden wel een beeld van hoe die twee eruit moesten zien. Maar toen kwam de uitdaging om de ruimte tussen God en de mens te vullen. Ondefinieerbare kleurnuances, miniscule barstjes de kalk. Die simpele ruimte blijkt een onoverkomelijke horde. Niets geen ontspanning meer maar ergernis over de zoveelste poging om het kloppend te krijgen. Als jongste even niet oplet, druk ik met enige kracht de laatste stukjes op een plek waar ze net niet thuis horen. “Klaar”, zeg ik triomfantelijk. Hij lacht ontspannen. Jongste bedoel ik. Of God glimlacht weet ik niet. Hij ligt alweer in stukjes terug in de doos.

Wilma Hartogsveld is theoloog, predikant en schrijver.

donderdag, 01 February 2018 12:11

Hoogwater

Geschreven door

Veertien meter bij Lobith. Een paar jaar geleden zou dit nietszeggend nieuws voor me zijn. Maar nu weet ik wat deze meldingen van Rijkswaterstaat betekenen voor de mensen die aan de winterdijk van de rivier wonen. De Waal is voor hen als een geliefde met wie je een relatie onderhoudt. Er zijn tijden dat het kabbelt en tijden waarin het er onstuimig aan toegaat. Het valt me op dat de dijkbewoners zich in die relatie zo nuchter opstellen.

Een man vertelt me over de jaren waarin ze niet alleen natte voeten hadden in de schuur, maar dat ook hun huis blank stond. Ik neem een slokje koffie en kijk over zijn schouder naar het water dat vanaf hier tot aan het huis lijkt te staan. Vrachtschepen zwoegen moeizaam tegen de stroom in of varen met een enorme snelheid stroomaf. Mijn gesprekspartner lijkt het niet te merken. Ik volg zijn blik naar zijn grote eeltige handen die rustig naast het koffiekopje op de tafel liggen dat er ineens breekbaar uitziet. Mijn ogen gaan weer naar de Waal. Nu volgt de man mijn blik. “Eind van de week zakt het weer”, zegt hij kalm. Is het vanwege de ervaring dat verzet tegen deze natuurkrachten zinloos is, of is het de Betuwse volksaard? Misschien blijven er alleen mensen zo dichtbij het water wonen die dit soort relativeringsvermogen hebben.

Veertien meter bij Lobith. Sinds enige tijd weet ik dat dat genoeg is om door de uiterwaarden van de Neder-Rijn te kunnen kajakken. En dus laat ik mij zondagmiddag gehuld in wetsuit en anorak in een kajak zakken. Met twee kajakvrienden die de rivier op hun duimpje kennen peddel ik van de haven richting het midden van de imposant stromende rivier. Even een adrenalinestootje voordat ik de laatste slagen geef waardoor ik op de hoofdstroom beland. Het gaat hard, maar gek genoeg merk je daar niets van als je je eenmaal op de stroom laat meevoeren. Het bootje lijkt stil te liggen in het water. Totdat ik naar de wandelaars op de oever kijk en besef hoe hard we gaan.
Op de terugweg varen we door de uiterwaarden. Een koude wind tegen en de stroom is ook hier sterker dan ik dacht. Ik zwoeg maar kom weinig vooruit. “Moet ik je slepen?” vraagt een van mijn maten. “Nee”, zeg ik koppig en ik zwoeg verder. Uitgeput kom ik aan bij de haven. In gedachten zie ik het gezicht van de man met de grote handen. Hij schudt het hoofd om zoveel overmoed.

Wilma Hartogsveld is predikant en woont in Oosterhout (Gld.), een dorp aan de Waal.

dinsdag, 16 January 2018 10:00

Hulpeloos

Geschreven door

Op kraambezoek. De moeder en ik drinken koffie. Beschuit met muisjes heb ik afgeslagen, maar het verhaal over de bevalling en de emoties daaromheen neem ik wel graag tot me. De baby ligt in de box te slapen. Ze heeft sokjes over haar handjes. Omdat ze anders met haar piepkleine nageltjes het tere huidje van haar gezichtje stuk maakt, vertelt de moeder.
Na een tijdje klinken er zachte protestgeluidjes uit de box. “Je mag haar wel even oppakken hoor!” Alsof de moeder mijn gedachten heeft gelezen. Voorzichtig schuif ik de ene hand onder het ruggetje en met de andere ondersteun ik het hoofdje, bedekt met zacht dons. Wat klein. Wat kwetsbaar. Waren mijn kinderen echt ook zo klein? Het minimensje trekt haar knietjes op en valt tegen mijn nieuwe trui aan in slaap. Onwetend van het feit dat ik de dominee ben. Ze heeft er ook geen notie van dat ik haar over enige tijd zal dopen in de kerk.

We praten over het wonder van dit nieuwe leven. Zoveel meer dan alleen het biologische gevolg van een natuurlijke daad. Het meisje op mijn arm slaapt vredig. Uit mijn ooghoeken zie ik hoe er een lachstuipje over het tandeloze mondje glijdt.
Even later wordt ze wakker. Het gezichtje wordt rood. Er klinken zachte prutgeluidjes en voel ik nu dat mijn hand onder het luiertje beweegt, warm wordt? De moeder staat op en neemt haar dochtertje over met een verontschuldigende glimlach. Snel en handig verschoont ze de kleine. Het is haar derde.

Die middag bezoek ik een oude mevrouw in het verpleeghuis. Ze zit in haar rolstoel te slapen in de gemeenschappelijke huiskamer. Als ik haar aanspreek verschijnt er een glimlach rondom de tandeloze mond. Ze noemt me bij de naam van haar dochter. Ik ga bij haar zitten en probeer een gesprekje met haar te voeren, maar zie en krijg geen enkele reactie meer. Een beetje onderuitgezakt in haar rolstoel lijkt het alsof ze ergens tussen waken en slapen zweeft. Haar ogen zijn open maar lijken niets te zien. Tot ze ineens met haar vinger naar mijn nieuwe trui wijst. “Mooi?” vraag ik en ze knikt. Haar nagels zijn niet schoon. Ik onderdruk de gedachte aan wat eronder zit en glimlach. Heel even is er echt contact.
Dan buigt een verzorgster zich naar me toe en fluistert met een verontschuldigende blik: “Ik neem mevrouw even mee, ze heeft een ongelukje gehad.”

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda