FacebookTwitterLinkedIn
dinsdag, 19 December 2017 10:00

Het einde der tijden

In de verte verscheen, achter donkere anonieme silhouetten van boten, bomen en gebouwen, een dunne rode streep als een vlammend vuur. De streep werd een boog, de boog een halve cirkel. Het had een zonsopgang kunnen zijn, ware het niet dat het nacht was en de lucht niet verkleurde, maar pikzwart bleef. Alsof er aan de horizon een enorme bel lava uit de aarde omhoog kwam, op het punt om uit elkaar te spatten, over de wereld uit te stromen en alles op haar weg te verschroeien tot er niets meer over was dan as en ruïnes. Was dit de apocalyps? Midden op de brug bleef ik staan. Wie had gedacht dat die in Vianen zou beginnen. Toch op zijn minst in Jeruzalem. Of New York.

Ik dacht aan mijn werk, de dingen waar ik mij nog geen uur geleden nog zo druk om had gemaakt. Ze waren vage schaduwen hier aan het einde der tijden, minder echt dan de silhouetten aan de horizon, op het punt om verzwolgen te worden door het alomvattende vuur. Ik dacht aan mijn familie, had ik ze wel de liefde gegeven die ze verdienden? Had ik ze wel voldoende in mijn leven toegelaten? Ik dacht aan het leven dat ik tot nu toe had geleefd. Was dat wel het leven dat ik wilde leven, of had ik mij láten leven door de verwachtingen van de samenleving en het grootkapitaal? Waarom werkte ik drie dagen op kantoor om een huis te kunnen betalen dat mij niet gelukkig maakte? Hoe lang was ik nog op deze weg doorgegaan als het einde der tijden niet was gekomen? Ieder moment nu kon ik de luide stem, als van een bazuin horen, de gouden kandelaren zien en het scherpe, tweesnijdende zwaard. God, bad ik, geef me een kans om het over te doen.
God! Ik had helemaal niet aan Hem gedacht! Hoe kon ik nu voor Zijn aangezicht verschijnen na al mijn filosofische escapades? Hij was gekomen als een dief in de nacht. Men had mij ervoor gewaarschuwd, maar ik had niet willen luisteren. Of was dit tenminste één ding waar ik wel vrede mee had? Ik zou met rechte rug tegenover Hem staan, eerlijk en oprecht in mijn wankele ongeloof.
Het duurde even voor ik besefte dat ik naar de maan keek die zich langzaam aan de horizon ontworstelde. De halve cirkel werd een vuurrode bol die verder en verder steeg en in zijn vlucht van kleur veranderde. Van rood naar vaalgeel, van vaalgeel naar wit. Het was een nacht als alle andere.

Jeroen Fierens is journalist en schrijft op www.eenpadvinder.nl.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2018

volzin schrijfwedstrijd

 

Agenda