woensdag, 04 October 2017 14:40

Harry Kuitert (1924-2017): een tragische bevrijder

Harry Kuitert (1924-2017): een tragische bevrijder Tekst: Jan van Hooydonk

Tweemaal interviewde ik Harry Kuitert, in 1999 toen hij 75 werd en in 2011 naar aanleiding van zijn boek ‘Alles behalve kennis’. Kuitert interviewen was een genoegen. De ontvangst was hoffelijk, zijn spreken was helder en transparant. Je voelde bovendien: deze man staat voor wat hij zegt. Zijn – typisch gereformeerde? – karakter, kwaliteiten en werklust verklaren ongetwijfeld waarom hij uitgroeide tot zowel Nederlands meest gelezen als meest omstreden theoloog van zijn tijd. Maar nu hij is overleden – Kuitert stierf op 9 september jl., 92 jaar oud – vallen er woorden als ‘afrekentheologie’, ‘achterhaald’ en ‘niet meer actueel’. Terecht of ten onrechte?
Waar ging het Kuitert om? “Het belangrijkste dat ik mijn tijdgenoten heb willen zeggen, lijkt me de stelling te zijn, dat al onze voorstellingen over ‘boven’ van ‘beneden’ komen. Wij zijn in het godsdienstige geloof bezig als mens te spreken over dat geloof met alle relativiteit die aan het menselijke spreken eigen is. Ons geloof is niet anders of meer dan een menselijk ontwerp. Daar houd ik het op. Wij moeten dus als christenen ons gelijk nog krijgen. In één zin samengevat: wij christenen wéten niet beter dan anderen”, aldus Kuitert in 1999. Twaalf jaar later dacht hij er nog zo over: “God is een gedachte van mensen.” Dat religie ‘mensenwerk’ is, dát heeft Kuitert duidelijk gemaakt. Dat was in de jaren vijftig tot tachtig zeker binnen zijn eigen gereformeerde kerk – maar evenzeer voor bijvoorbeeld rooms-katholieken – een bevrijdend inzicht. Kuitert bevrijdde mensen van achterhaalde en neerdrukkende geloofsvoorstellingen: de straffe en strenge God, de bloedoffertheologie, de nadruk op de menselijke zondigheid en nietigheid, geboden en verboden, enzovoorts. Ja, Harry Kuitert was een ‘afrekentheoloog’, maar die afrekening was dan ook hard nodig. En zij blijft nodig waar theologen en kerkleiders nog steeds menen precies te weten ‘hoe het zit’ en aan anderen hun wet gaan voorschrijven.
Kuitert kwam uiteindelijk tot de conclusie dat alle geloofsconcepten inclusief God een werk ‘van verbeelding’ zijn, ‘alles behalve kennis’ dus. Wat hij niet kon inzien, was dat die ‘verbeelding’ ook werkelijk de verbeelding van ‘iets’ is, van een alles overstijgende ervaring. De kop boven het interview dat ik in 2011 met hem had, is in dat opzicht veelzeggend: “Nee, nee, nee! Ik geloof niet in God”. Religieuze verbeelding was uiteindelijk voor Kuitert een vorm van inbeelding geworden. Dat blijkt ook uit het antwoord dat hij gaf op de vraag welk grafschrift hij eventueel zou wensen. Luidde zijn antwoord in 1999 nog: ‘God is een God van levenden, niet van doden’, in 2011 wenst hij geen grafschrift meer. “Ash to ashes. Als ik op de brandstapel kom, blijft er een beetje as van me over, that’s all.”
Harry Kuitert was een warm mens maar zijn denken had een zeer tragische kant. Zijn rationalistische denkwijze – ook typisch gereformeerd? – bood geen ruimte voor de religieuze ervaring, de ervaring die door mystici van alle eeuwen en religies steeds weer is verwoord: dat God een onkenbaar maar ook zeer levend Geheim is, een Geheim dat mensen te boven gaat maar waarin zij ook voorgoed geborgen zijn, wat mij betreft: geborgen over de grens van de dood heen.

Log in om reacties te plaatsen

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2017

volzin schrijfwedstrijd

Dank aan allen voor uw inzendingen! Er zijn 112 essays ingezonden waar de jury zich momenteel over buigt. De deelnemers ontvangen uiterlijk 1 december bericht over de uitslag. De winnende essays zullen verschijnen in het eerste Volzin-nummer van 2018. 

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda