• VOLZIN 2017: NUMMER 8

    VOLZIN 2017: NUMMER 8

    Volzin-special: Onderwijs blijft bijzonder ‘Er heerst gewoon een heel goede sfeer’Welke school kies
    24 July 2017 - Lees meer
Columns

‘De Renaissance komt eerst wanneer de levenstoon verandert, wanneer het getij van dodelijke levensverzaking kentert en er een bolle frisse wind gaat blazen; wanneer het blijde besef rijpt dat men al de heerlijkheid der oude mensheid, waaraan men zich al zo lang gespiegeld had, zal kunnen terugwinnen.” In 1919 werden deze romantische woorden wereldkundig gemaakt door de historicus
Johan Huizinga. Het boek waarvan dit de slotregels zijn, Herfsttij der Middeleeuwen, werd een internationale beststeller en bezorgde Huizinga wereldfaam. Johan Huizinga (1872-1945), geboren in Groningen, studeerde eerst vergelijkende taalkunde en Sanskriet. Later werd hij leraar geschiedenis, docent aan de Universiteit van Groningen en hoogleraar in Leiden. Huizinga werd de ‘uitvinder’ van de cultuur- en mentaliteitsgeschiedenis in een tijd waarin zakelijke en materialistische geschiedschrijving de boventoon voerden. In Cultuurhistorische verkenningen uit 1929 gaf hij een definitie van geschiedenis: “Geschiedenis is de geestelijke vorm waarin een cultuur zich rekenschap geeft van haar verleden.” Opvallende woorden daarin zijn ‘geestelijk’, ‘cultuur’ en ‘rekenschap’ – ze zijn moeiteloos aan te leggen tegen de slotwoorden van Herfsttij.

Huizinga’s romantische taalgebruik is terug te voeren op zijn voorliefde voor de Tachtigers, van wie hij overnam dat in de taal, ook die van de geschiedschrijving, alle zintuigen van de lezer bediend zouden moeten worden. Zo kun je in zijn historische werk de geuren van Erasmus’ werkkamer ruiken, de kleuren van de renaissance zien en het rumoer horen van een middeleeuwse stad.
Huizinga maakte school. Vooral Jan en Annie Romein-Verschoor erfden Huizinga’s cultuurhistorische benadering en verbonden die aan hun marxistische benadering van de geschiedenis.
Johan Huizinga onderscheidde zich ook door zich buiten de strikte grenzen van zijn vakgebied te treden en historie te verbinden met actualiteit. Befaamd is zijn profetische essay uit 1935 In de schaduwen van morgen met de daverende beginzinnen: “Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europese mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken.” Tien jaar later was niet alleen de geest, maar ook het leven geweken van vijftig miljoen slachtoffers van de oorlog.

Reden om in deze aflevering van Volzin aandacht aan deze grensverlegger te besteden, is een andere zijstap in Huizinga’s loopbaan als historicus: het grote essay Homo ludens uit 1938. Met bijvoorbeeld zinnen als: “Wij spelen, en weten dat wij spelen, dus wij zijn meer dan enkel redelijke wezens, want het spel is onredelijk.” In een breed opgezet betoog over het spelelement in de menselijke beschaving beweert Huizinga in dit essay zelfs dat het spel een noodzakelijke voorwaarde zou zijn voor het voortbrengen van cultuur.
Het boek maakt streng onderscheid tussen kinderachtige speelsheid en de ernst in het spel van politiek en cultuur. Toen de provo’s van Amsterdam in de jaren zestig begonnen met hun ‘ludieke’ acties, zou dat voor Huizinga spel mogen heten, maar dan in de eerste betekenis van het woord. Huizinga’s beschouwingen waaieren uit over het spelkarakter van kunst, wetenschap, sport, politiek en zelfs over de oorlog als spel en antispel. Hij trekt de volgende conclusie: “Echte cultuur kan zonder zeker spelgehalte niet bestaan, want cultuur veronderstelt zekere zelfbeperking en zelfbeheersing, zekere vatbaarheid om in haar eigen strekkingen niet het uiterste en het hoogste te zien, doch zich besloten te zien binnen zekere vrijwillig aanvaarde grenzen.” Hij plaatst daar wel een kanttekening bij. Het is immers 1938: “De hedendaagse propaganda, die elk levensveld in beslag wil nemen, werkt met de middelen tot hysterische massareacties, en is daarom, ook waar zij spelvormen aanneemt, niet als een moderne uiting van de spelgeest te aanvaarden, maar slechts als de vervalsing daarvan.” Want volgens Huizinga is er fair play, maar er is ook vals spel.
Over het leven van Johan Huizinga schreef Willem Otterspeer in 2006 een fraaie biografie. ●

In de rubriek Grensverleggers portretteert Willem van der Meiden mensen die grenzen verlegden, overschreden of ophieven en zo de samenleving betekenisvol vernieuwden.

Hij was een immens populaire bisschop. ‘Ne goei mens’, Brabants op zijn best. Zijn uitvaartmis in Sint-Oedenrode werd in 1966 live door de KRO op televisie uitgezonden op Nederlands enige tv-zender. Dat was een zeldzame gebeurtenis in die jaren. Kardinaal Alfrink sprak er mooie woorden over de geliefde bisschop. Op diens sterfbed had hij zich nog met hem verzoend, na jarenlang in onmin met hem te hebben geleefd.

Wilhelmus Marinus (‘Rinie’) Bekkers (1908-1966) was van 1960 tot zijn vroegtijdige dood bisschop van ’s-Hertogenbosch. Hij was van boerenafkomst en zijn uitstraling was die van een vriendelijk, gemoedelijk mens. Hij maakte zich in zijn jaren als bisschop – die grotendeels samenvielen met het Tweede Vaticaanse Concilie – sterk voor de noden en wensen van ‘gewone’ moderne gelovigen en gaf daarbij de kerkelijke leer niet altijd de voorrang die de kerkleiding wilde. Hij was de eerste tv-bisschop, daartoe nota bene voorgedragen door kardinaal Alfrink, die dat zichzelf niet zag doen. Hij kreeg landelijke bekendheid met zijn optredens in het KRO-programma Brandpunt. Hij pleitte daarin regelmatig voor flexibiliteit als het ging om ethische kwesties. In die tijd – de anticonceptiepil kende een onstuitbare opkomst – kwam geboortebeperking dichter binnen het bereik van gelovige katholieken en Bekkers pleitte voor een milde, pastorale aanpak en voor de eigen verantwoordelijkheid van gelovige mensen bij het maken van hun keuzen. Hij sprak zich in het openbaar uit voor “een menselijke beleving van het huwelijk, juist vanuit liefde en verantwoordelijkheid voor elkaar”. Uit de mond van een bisschop was dat ongehoord.

Zo bleef Bekkers ook als bisschop de invoelende dorpspastoor die opkwam voor ‘zijn’ mensen. Hij werd er ongekend populair mee, tegen het zere been van zijn collega-bisschoppen en kardinaal Alfrink. Die laatste, een afstandelijk bijbelgeleerde, was aanvankelijk erg gesteld op de boerenzoon uit Brabant, maar raakte steeds meer geïrriteerd door diens impulsieve gedrag en non-conformistische opstelling. Stellig ook was Alfrink jaloers op Bekkers’ populariteit, waaraan hij niet kon tippen. Over Bekkers’ geringe wetenschappelijke achtergrond werden grapjes gemaakt. Alfrink-biograaf Ton van Schaik vertelt het verhaal dat Bekkers bij gelegenheid ook eens geleerd uit de hoek wilde komen door het in het Latijn op te nemen niet voor de letter van de uitspraken van de paus, maar voor diens bedoelingen. Hij sprak over de mens papae, waarop Alfrink zijn buurman fluisterend vroeg over welke Papoea de bisschop nu sprak. Ook kreeg Alfrink eens een foto van Bekkers te paard toegezonden, en reageerde daarop: ‘Dat paard ziet er echt intelligent uit’. Dat niveau dus.

Belangrijker nog dan zijn enorme populariteit, waardoor hij het gezicht werd van ‘de andere katholieke kerk’, was dat Bekkers’ ideeën ingang vonden onder de deelnemers aan het concilie. Hij greep de mogelijkheid aan om aan zijn denkbeelden ook onder collega-bisschoppen van de wereldkerk meer bekendheid te geven en voerde zo, gesteund door adviseur Edward Schillebeeckx, oppositie tegen verschillende leerstellige ontwerpteksten die hij haaks vond staan op het moderne leven. Zo kregen de vragen van moderne gelovigen over vooral ethische kwesties rond huwelijk en gezin een plaats op het concilie en legde Bekkers de basis voor de komende ‘progressieve’ jaren van de katholieke kerk in Nederland. Niet onvermeld mag blijven dat Bekkers – ongebruikelijk voor een bisschop – ook de oecumene een warm hart toedroeg en er in Nederland een ongekende rooms-katholieke impuls aan gaf.
Vier jaar na Bekkers’ dood werd Ad Simonis bisschop van Rotterdam en werd de restauratie van de Nederlandse kerkprovincie eenzijdig vanuit Rome ingezet. Ook met de oecumene kwam het niet meer goed, tot op de dag van vandaag. Goed dat Bekkers dit niet meer heeft hoeven mee te maken. Maar hij heeft met zijn persoonlijke charisma vele ‘gewone’ gelovigen een hart onder de riem gestoken en gesterkt in de gedachte dat het leven soms sterker kan zijn dan de leer. Zijn optreden heeft er ongetwijfeld ook mede toe bijgedragen dat het aantal geboorten van kinderen in katholieke gezinnen vanaf de jaren zestig fors is gedaald. ●

In de rubriek Grensverleggers portretteert Willem van der Meiden mensen die grenzen verlegden, overschreden of ophieven en zo de samenleving betekenisvol vernieuwden.

Pagina 1 van 11

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2017

volzin schrijfwedstrijd

 Voor de tiende maal organiseert Volzin een schrijfwedstrijd. ‘De waarheid zal ons bevrijden’ luidt dit jaar het thema. Ding mee naar een prijs. Schrijf een spannend en persoonlijk getoonzet essay over de verhouding tussen waarheid en bevrijding, in de samenleving, in de politiek, in de religie of uw persoonlijk leven. De jury kiest uit de inzendingen de drie beste essays. De winnende essays verschijnen in Volzin van 5 januari 2018. De winnaars ontvangen respectievelijk 500, 300 en 200 euro. De inzendtermijn sluit 1 september 2017.

Lees hier de toelichting en de voorwaarden.

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda