Columns
donderdag, 13 April 2017 11:15

'Muziek van alle tijden en voor alle tijden'

Is Bach een grensverleggende componist? Vraag het musicologen. Een eenstemmig: ja. Vraag het liefhebbers. Dat deed ik. Een bas: “Technisch gesproken is Bach voor mij de componist van de perfecte meerstemmigheid, emotioneel gesproken vind ik Bach niet zo zeer grensverleggend als wel grensoverstijgend: tijdloze muziek, en wel in alle betekenissen: muziek van alle tijden, muziek voor alle tijden (vreugde en verdriet) en muziek die de tijd stilzet en je voor even plaatst in een wereld waar alles goed is. Sommigen noemen dat hemels. Mag van mij.” Een sopraan beaamt dit: “Ik vind Bachs muziek mooi omdat er voor elke stemming wel een passend stuk te vinden is.” Haar moeder, een alt: “Ik ben vanaf de wieg ondergedompeld in de muziek van Bach omdat mijn vader dat altijd speelde op piano en orgel. Die muziek was er gewoon altijd en bij alles wat we deden. Zo is die muziek met mijn ziel verweven.” Ook een organist is lyrisch: “Je raakt nooit uitgeluisterd, en er zelf op studeren is een waar genoegen. De zes triosonates voor orgel zijn de top: moeilijk, maar prachtig. En in de koraalvoorspelen de tekstuitbeelding in de muziek, subliem!”

De muziek van Johann Sebastian Bach (1685-1750) raakt dus menige gevoelige snaar. Dat is niet altijd zo geweest. Al op het eind van zijn leven vonden velen zijn muziek ‘uit de tijd’. De belangstelling voor barokmuziek ebde weg. Pas driekwart eeuw na zijn dood kwam daar een wending in, toen Felix Mendelssohn-Bartoldy de Matteüspassie voor het eerst sinds de première in 1729 weer uitvoerde. Daarna kwam de bewondering voor Bach echt op gang. Onder collega-componisten was er zeker waardering. De jonge Mozart stortte zich naar verluidt op een ingewikkelde motetpartituur en rustte niet voor hij alles had begrepen en overgeschreven. De populariteit van Bach steeg in de twintigste eeuw tot grote hoogten en leidde niet zelden tot vormen van verering. Vooral in protestantse kerken kwam zijn muziek hoog op een voetstuk te staan en tot op de dag van vandaag zijn vooral in Duitsland maar ook in Nederland cantatediensten en motettendiensten populair.
Een halve eeuw geleden raakte het in zwang Bachs muziek op authentieke zeventiende-eeuwse instrumenten uit te voeren. Daar dwars tegenin zwoer de geniale Canadese pianist Glenn Gould bij piano-uitvoeringen omdat, zei hij, als Bach de piano had gekend hij dat zeker een verbetering zou hebben gevonden. Om zijn woorden kracht bij te zetten was het zijn gewoonte om mee te neuriën bij platenopnamen. Zijn stem voegde iets toe aan warmte van Bachs muziek, was zijn argument, en mocht dus niet uit de opnamen weggefilterd worden.

Bachs muziek mocht zich ook in de belangstelling van excentriekelingen verheugen. Bach stond erom bekend dat hij graag wat symboliek vlocht in zijn toonzettingen. Zo is in de verhouding van het korte eerste deel en het langere tweede deel van de Matteüspassie een kruisvorm te ontdekken. Sommige onderzoekers groeven vele spaden dieper en ontdekten in bijna elke noot van Bach een getallensymboliek, zozeer dat het niet meer te begrijpen was dat een mens zulke muziekstukken in elkaar had kunnen zetten. Ene meneer Schmend bereikte duizelingwekkende diepten door ook inktvlekjes in een partituur aan een getal te verbinden.
Onder wiskundigen en filosofen geniet Bach veel faam, eveneens vanwege de kunstige composities, zoals die van fuga’s. Beroemd is het lijvige boek Gödel, Escher, Bach van de Amerikaanse natuurwetenschapper Douglas Hofstadter uit 1979. Hij vergeleek de systeembouw van wiskundige Kurt Gödel, graficus Maurits Escher en Bach en onderzocht parallellen in de structuur van menselijke intelligentie. Het was en is een razend populair boek, waarvan de auteur zei dat een tiende van de mensen die het boek gekocht hebben eraan zijn begonnen, een tiende van hen die eraan zijn begonnen het hebben uitgelezen en een tiende van hen die het hebben uitgelezen het hebben begrepen. In De compositie van de wereld, dat een jaar later verscheen, zet schrijver Harry Mulisch in een warhoofdig betoog Bachs fugakunst in om het raadsel van de wereld eens en voor al te ontrafelen. Later ontdekte Mulisch de hemel.
Mag Bach zelf vooral grensoverstijgend worden genoemd, tal van zijn fanatieke bewonderaars hebben menige grens verlegd.

In de rubriek Grensverleggers portretteert Willem van der Meiden mensen die grenzen verlegden, overschreden of ophieven en zo de samenleving betekenisvol vernieuwden.

Alle mensen zijn sterfelijk van Simone de Beauvoir (1908-1986) is een roman uit 1946, waarin graaf Fosca in de 13de eeuw een elixer drinkt dat hem onsterfelijk maakt. Zo leeft hij van eeuw naar eeuw, zonder te verouderen en maakt de wereldgeschiedenis mee. Ooit dronk ook een muis een druppel van het elixer. De gedachte dat hij ooit alleen met deze muis de aarde zal bewonen, maakt Fosca radeloos. De schrijfster betoogt in romanvorm dat de werkelijke zin van het leven bepaald wordt door het einde ervan, de dood. Oneindigheid bestaat niet, er is dus ook geen oneindige liefde. Wat alleen telt is het hier en nu, de mens en wat die van zijn leven en zijn relaties maakt. Een troosteloos boek, vonden velen, zo vlak na de oorlog met zijn miljoenen doden. Over die eindigheid gaat het ook in een innige novelle van De Beauvoir, Een zachte dood uit 1964, over het overlijden van haar moeder. Daar komt – in die tijd geen populair thema – ook de mogelijkheid van euthanasie voor, wat opschudding verwekte.

De autonomie van de mens, beide in leven en sterven, was De Beauvoir dierbaar. Het existentialisme was populair in de filosofie en de literatuur. De Beauvoirs levensgezel Jean Paul Sartre was een toonaangevende intellectueel. Simone ook, maar zij was een betere schrijfster. In 1954 kreeg ze de Prix Goncourt voor De mandarijnen.
Niet hierom verdient ze een plaats in deze reeks grensverleggers. Wel om het boek dat in 1949 verscheen en dat wel het oerboek van de tweede feministische golf in Europa genoemd wordt, De tweede sekse. Zij roept daarin op aan de economische afhankelijkheid van vrouwen een eind te maken. Afhankelijkheid van een man in huwelijk en gezin, alleen verantwoordelijk voor het huishouden en het opvoeden van kinderen, maakt van vrouwen tweederangs individuen. Ze is wars van concepten als ‘vrouwelijkheid’ en ‘het wonder van het moederschap’. Als vrouw word je niet geboren, je wordt tot vrouw gemaakt, stelt ze. Ze schrijft ook onverbloemd over het vrouwenlijf en seksualiteit, wat bij mannelijke intellectuelen de schampere opmerking ontlokt dat ze nu de geslachtsdelen van een toonaangevende schrijfster in Les Temps Modernes grondig hebben leren kennen. De Beauvoir weerstaat alle ophef. Zij inspireert vrouwen om de strijd aan te binden met hun onderdrukkers, zolang er tenminste nog geen socialistische maatschappij in zicht is. In zo’n maatschappij zal hun achterstelling immers opgelost zijn. Dat optimisme heeft ze in de loop van de jaren achter zich gelaten.

De vrouwen die een kwart eeuw later de strijd aangaan, krijgen De Beauvoir aan hun zijde. Ze wordt als oermoeder beschouwd door velen en haar boek als de feministische Bijbel. Zij benut haar rol als Bekende Française om voor feministische acties publieke belangstelling te krijgen. Zo maken zij en andere bekende vrouwen in 1971 bekend dat ooit een abortus te hebben ondergaan. De West-Duitse feministische journaliste Alice Schwarzer, een bewonderaarster, interviewde De Beauvoir enkele malen, over haar leven, haar feminisme, haar verhouding met Sartre, over ouder worden. In 1976 gaat het gesprek over ‘vrouw zijn’. Zij herhaalt in dat gesprek haar ideeën over de valkuilen van moederschap en huwelijk, over de door mannen gedomineerde seks en over frigiditeit als wapen. Ze heeft ook weinig op met exclusieve vrouwelijke homoseksualiteit; van De Beauvoir mag de liefde vrijelijk stromen, want in principe is de mens biseksueel. Zij leefde dat in haar eigen leven voor. Bijzonder fel is ze over ‘de mystificatie van het eeuwig vrouwelijke’: “Je mag daarvan geen waarde op zichzelf maken, niet geloven dat het vrouwenlichaam een nieuwe kijk op de wereld verschaft. (…) Vrouwen die dat geloven, vallen terug in het irrationele, het mystieke, het kosmische. Zij spelen de mannen in de kaart – want zo zijn ze makkelijker te onderdrukken, gemakkelijker weg te houden van kennis en macht. Het eeuwig vrouwelijke is een leugen, want de natuur speelt bij de ontwikkeling van een mens een heel geringe rol, wij zijn sociale wezens. Bovendien: juist omdat ik niet denk dat de vrouw inferieur is aan de man, denk ik ook niet dat zij van nature superieur is.”
Dit zou haar nu door tal van vrouwen niet in dank worden afgenomen. Zou Simone de Beauvoir de oergrootmoeder van de derde feministische golf kunnen worden?

Pagina 1 van 10

Doorzoek de website

contentmanager

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda