FacebookTwitterLinkedIn
Columns
vrijdag, 20 October 2017 09:00

Grensganger werd ook partijganger

Ze stak veertig jaar lang duizenden keren de grens over. Bé Ruys (1917-2014) werkte vanaf 1949 tot 1989 in het gedeelde Berlijn, waar ze in 1954 predikante werd van de Nederlandse Oecumenische Gemeente. Daar ondersteunde ze aanvankelijk mensen die in Nederland zelf na de oorlog niet in hoog aanzien stonden: vrouwen die met Duitse soldaten waren meegekomen en dwangarbeiders die in Berlijn waren blijven hangen. Ruys woonde vanaf 1956 in West-Berlijn aan de Limonenstrasse 22 in wat zij het ‘Hendrik Kraemer Huis’ doopte. Ze werkte in het westen van de stad: vieringen, pastoraat, bijbelkring, maar ook in het oosten, waar de helft van haar gemeenteleden woonde. Haar focus verschoof steeds meer naar het oosten, zeker na de bouw van de Muur in 1961, die grensverkeer aanmerkelijk bemoeilijkte. Voor DDR-burgers was het vrijwel onmogelijk geworden naar West-Berlijn te komen.

Toen de gemeenteleden in Oost-Berlijn steeds meer geïsoleerd raakten, trok zij vrijwel dagelijks uren uit om met een dagpasje de grens over te gaan en haar mensen op te zoeken en te bemoedigen. Er werden nu aparte kerkdiensten in het oosten gehouden en de voertaal werd Duits. Zette Bé Ruys in de jaren ’50 vooral in op kerkelijke presentie in een verscheurde stad en oecumenisch verzoeningswerk, allengs werd de dialoog van christenen en marxisten haar belangrijkste project, geïnspireerd door de Tsjechische theoloog Josef Hromádka. Dat was zeker het geval na de bouw van de Muur, toen het voor velen in de DDR, zeker de christenen daar, duidelijk werd dat het communisme er niet van tijdelijke aard was en dat de strategie van overwintering moest worden ingeruild voor dialoog. Sympathie voor het socialistische project in het Oosten had Bé Ruys al lang, maar dat veranderde na 1961 in verdergaande betrokkenheid bij het ‘reëel bestaande socialisme’.
De Sovjetinval in Praag in 1968, die een eind maakte aan de Praagse Lente, was ook voor Bé Ruys een schok en een grote tegenslag voor de dialoog van Oost en West. Toch trok ze niet de conclusie die andere westerse progressieve christenen wel trokken. Zij trokken zich uit protest terug uit dialoogprojecten met christenen uit Oost-Europa, Ruys koos voor Realpolitik: voortzetting van de dialoog met het communisme. Het werd haar door velen niet in dank afgenomen. In de loop der jaren verhardde haar standpunt en werd ze een pleitbezorgster voor de DDR.

woensdag, 20 September 2017 10:26

Omstreden overschrijder van grenzen

De speelfilm Apocalypto uit 2006 is een bloederig spektakelstuk waarin de oorspronkelijke bewoners van Midden-Amerika hun fin de siècle vieren met een orgie van geweld. De suggestie wordt gewekt dat het om de Maya’s gaat, maar dat kan om diverse redenen historisch niet kloppen. Na tal van wreedheden vluchten de laatste overlevenden naar de kust. De slotscènes vertonen daar drie landingsschepen, met aan boord Spaanse soldaten en missionarissen en met de kruisvlag hoog in top. De boodschap van regisseur Mel Gibson, een aartsconservatieve rooms-katholiek, is duidelijk. Hier worden de wilden van het westen, die zichzelf aan het vernietigen zijn, gered door de afgevaardigden van het ware geloof.

Zo ging het niet, maar de mythevorming is hardnekkig. De Europese pionier van deze beeldvorming is Christoffel Columbus (Cristobál Colón), de man van ‘1492’ en de ‘ontdekker’ van Amerika. Columbus (1451-1506) uit Genua maakte in opdracht van de Portugese koning in twaalf jaar vier zeereizen naar de West en verlegde zo onbekende grenzen. Tijdens de eerste reis landde hij op de huidige Bahamas, Cuba en het eiland Hispaniola. Op de tweede reis deed hij ook Jamaica en Puerto Rico aan. Op de derde reis waagde hij de oversteek naar Trinidad en het vasteland van Zuid-Amerika, om op de vierde reis het kustgebied van Midden-Amerika te verkennen. Hoe we nu moeten aankijken tegen de motivatie voor deze reizen en de inzet van de reizigers is in de mist van elkaar tegensprekende interpretaties verdwenen. Zo vindt de ene analyticus Columbus een beroerde navigator, maar roemt een ander juist zijn stuurmanskunst en kennis van de winden. Constateert de een oprechte belangstelling voor de ‘indianen’ die Columbus op zijn reizen aantreft, voor de ander is hij een rover en genadeloze zeloot van het ware geloof. Zelf kreeg ik in een leesboekje voor kinderen nog te horen dat Columbus dacht dat de aarde plat was… Hoe hij dan dacht de westelijke route naar Indië en China te vinden, werd er niet bij verteld.

De bolvorm van de aarde was anno 1492 bekend, zeker onder zeevaarders, maar wat je bijvoorbeeld onderweg naar het westen kon aantreffen, was nog met veel mythevorming verweven. Marco Polo had twee eeuwen eerder geschreven dat er ten oosten van China nog een groot en rijk eiland moest liggen, dat hij Cippangu (Japan) noemde. Columbus wilde er graag heen en misschien deed hij onderweg nog wel de fantasie-eilanden Frislant en Thule aan. Of liever nog Atlantis! De ontbrekende kennis die Columbus en de zijnen het meest parten speelde, was een correcte inschatting van afstanden. Columbus zelf dacht in enkele weken naar Indië te kunnen zeilen. Toen hij vijf weken na vertrek land in zicht kreeg, dacht hij dan ook Indië te hebben bereikt en noemde de ‘wilden’ die hij aantrof ‘indianos’. En Cuba moest dan wel Cippangu zijn. Hij vond er echter tabak, maar geen specerijen of goud. Soms waren de contacten met de inheemse bevolking welwillend, maar de reizigers vonden niet overal een warm onthaal. Enkele tientallen zeelieden die achterbleven in een nieuw gebouwde nederzetting, werden uitgemoord.

Voor de ‘indianen’ was de kennismaking met hun ‘ontdekkers’ uiteindelijk verwoestend. Hun gebieden werden leeggeplunderd, zij zelf werden uitgeroeid en wie overbleef viel ten prooi aan hun onbekende ziekten als toegift van de nieuwe heersers. De eerste chroniqueur van Columbus’ reizen, de Spaanse dominicaan Bartolomé de las Casas (1484-1566), kwam in 1502, zeker niet gespeend van missionaire ijver, voor het eerst naar het westen, verbleef enige tijd op Cuba en stelde in 1542 het lot van de inheemse bevolking op een schrijnende wijze te boek in zijn ‘korte relaas over de vernietiging van de Indiës’. Zijn boek was onder Spaanse historici eeuwenlang omstreden en hij gold als de eerste vertolker van ‘de zwarte legende’, waarin de Spaanse bijdrage aan de wereldgeschiedenis met bloed wordt geschreven. Toch geldt hij voor velen als de uitvinder van de mensenrechten. De standbeelden van Columbus zijn in Latijns-Amerika niet te tellen – die van De las Casas niet. Dat is wrang, maar geschiedenis wordt door de overwinnaars geschreven.

Pagina 1 van 11

Doorzoek de website

Volzin Schrijfwedstrijd 2017

volzin schrijfwedstrijd

Dank aan allen voor uw inzendingen! Er zijn 112 essays ingezonden waar de jury zich momenteel over buigt. De deelnemers ontvangen uiterlijk 1 december bericht over de uitslag. De winnende essays zullen verschijnen in het eerste Volzin-nummer van 2018.