Laatste nieuws

  • De tocht van Henk de Velde

    Op het water ontmoet zeezeiler Henk de Velde de grootsheid die hij toch maar weer gewoon God is
  • Verwijlen

    We hebben elkaar beloofd om ons hoofdkantoor een tijdje te verlaten. We, dat waren wij. De rijpe concertvriend
  • Haastig genieten

    Ik vind het nogal een prestatie om 111 jaar oud te worden. Egbertje Leutscher-De Vries uit Havelte is
  • 1
  • De tocht van Henk de Velde

    Op het water ontmoet zeezeiler Henk de Velde de grootsheid die hij toch maar weer gewoon God is gaan noemen. “De zee geeft mij rust. Pas als ik helemaal geen land meer zie, denk ik: nu kan me niks meer gebeuren.”Zeezeiler Henk de Velde (65) zeilt niet meer. Al een aantal jaren geleden heeft hij zijn trimaran Juniper, waarmee hij over de wereldzeeën zwierf, verkocht. Tegenwoordig vaart hij op een motorschip dat hij de naam Solitario gaf. Hij hoeft geen records meer te halen, hij hoeft niet langer op een never ending voyage te zijn, maar varen zal hij.Afgelopen winter lag zijn 14 meter lange schip in de plezierhaven van Kampen, eigenlijk als een vreemde eend in de bijt. Net voor zijn vertrek richting kaap Finistère in Noordwest-Spanje, waar hij tot het eind van het jaar wil blijven, spreek ik hem op deze boot die tegelijk zijn huis is. “Een stenen huis, ik moet er niet aan denken. Terreur van de voordeur. Ik begrijp dat mensen zo’n voordeur zoeken en de eigen wereld daarachter, hun micro environment, maar voor mij is het niks. Ik ben een reiziger. De afgelopen vijftig jaar heb ik ongeveer drie jaar in een huis gewoond en dat was lang genoeg.”Hij wijst naar de overkant van de IJssel. Daar is hij geboren, in IJsselmuiden. In een gewoon protestants gezin, met een vader die veertig jaar op dezelfde melkfabriek heeft gewerkt. Verder in de familie wat kleine boeren en zo, maar geen enkel spoortje van zeevaarders of reizigers. “Ik ben zomaar komen aanwaaien.” Terwijl hij praat, gaan geregeld zijn handen de lucht in, vragend, afwachtend. Hij laat stiltes vallen en stelt, meestal net voor de interviewer dat kan doen, zelf de vragen. Waar het water naartoe stroomt“Ik weet nog goed dat ik als jongen van dertien, veertien op weg naar school in Kampen midden op de IJsselbrug stond te kijken. De brugwachter vroeg of ik misschien iets verloren had. Maar nee, zei ik, ik ben aan het kijken waar het water naartoe stroomt. Dat doe ik eigenlijk nog steeds. Ik ben nog steeds bezig met een jongensdroom.Als kind las ik over verre reizen, grote boten op weids water. Die wereld kende ik helemaal niet. De schepen op de IJssel kende ik; dat was mijn wereld. Het Ganzediep. Toen ik op mijn vijftiende als lichtmatroos op de koopvaardij ging werken, had ik de zee nog nooit gezien. Varen was mijn manier om iets van de wereld te zien. Dat wil ik nog steeds. Als ik vaar, wil ik ergens heen. Ik moet een doel hebben.” Read More
  • Verwijlen

    We hebben elkaar beloofd om ons hoofdkantoor een tijdje te verlaten. We, dat waren wij. De rijpe concertvriend die vandaag 86 wordt, en ik. Een paar dagen maar. Met de lift zijn we naar beneden richting ons hart gezakt. Nou ja, zogenaamd dan. In werkelijkheid hebben we de auto gepakt en zijn naar het oosten van het land gereden. Daar zitten we nu. Buiten. Uitkijkend op een brink van een lieflijk dorpje. Hoewel de rijpe concertvriend allang tot de jaren des onderscheids gekomen is, door schade en schande wijs en gelouterd geworden enzo, is hij nog steeds een scherpzinnige waarnemer met een dito tong. Zoals wij de omgeving dikwijls van commentaar kunnen voorzien. Jongejonge. “Ik wil zo graag diepzinnig voor je zijn, maar voor ik het weet sta ik weer te gillen van de lach”, snikt hij regelmatig. Maar nu hebben we ons hoofdkantoor dus even verlaten. Voor herstelwerkzaamheden. Want het begint ons op te vallen dat we de overvolle opslagplaats in ons brein pas kunnen reinigen als we tussen waarnemen en oordelen een ruimte laten ontstaan, een vakantie inlassen. In plaats van meteen iets te vinden, kan men op die vrij gekomen plek ook gewoon wat verwijlen. Neem nu die prachthortensia voor ons. Diepblauw. Zo kennen we die niet op ons eigen erf. Of zie de man met die gigantische jeep. Wat moet je daarmee tussen de Drentse hunebedden? Maar we laten de hortensia staan en de man gaan. Grijpen of wegduwen is even niet nodig. Ongewenst zelfs.Misschien zijn we hier op aarde gekomen om te begrijpen en te waarderen, in plaats van te oordelen. Moet haast wel. Als je ziet hoe een mens die je zo behandelt daarvan opbloeit … “Heb je de bril van je perceptie al schoongewreven?” De rijpe concertvriend kijkt er zo olijk bij dat ik al bijna weer proest. Het leven wordt met het klimmen der jaren steeds simpeler. Daar is hij het springlevende bewijs van. De authentieke mens te worden zoals we bedoeld zijn, het leven aanvaardend zoals het zich aandient, zonder de omstandigheden te beschuldigen. Naast me zit een jarige job die helemaal aanwezig is. “Hoe voel je je nu?”, vraag ik. “Een gadeslager.” Hij glimlacht als een jongetje.“Vrij van hoop en vrees? Afschuw en begeerte op vakantie gestuurd?”Domweg gelukkig bij een schapenkot.Verwijlend bij het hoogst gebod: eert in elkander God. Read More
  • Baden-Baden, stad van Russen

    ‘Bad- en cultuurstad’ heet Baden-Baden, stad van ruim 50.000 inwoners in Baden-Württemberg, in de folders van het lokale toeristenbureau. Dat is niets te veel gezegd. Maar als bezoeker haal je er meer uit de literatuur dan uit een wandelgids. De weg slingert over lommerrijke lanen langs riante villa’s met enorme tuinen. Om ons heen kolossale kastanjebomen vol wit- en roodbloeiende kaarsen. Dit is het paradijselijke Baden-Baden. Voor Russische en Franse aristocraten, politici, componisten, kunstenaars en schrijvers in de negentiende eeuw ‘de zomerhoofdstad van Europa’, waar het bruiste van muziek, theater en literatuur. Russische literatuur vooral. Hier, in dit vredige oord van Kurhaus, Kurpark en Spielbank, groeide de schrijver G. L. Durlacher (de vader van Jessica) op. Maar zijn jeugd kreeg een dramatische wending met de opkomst van Hitler. Ook in Baden-Baden sloegen het nationaalsocialisme en de jodenhaat meedogenloos toe. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef de Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline er te midden van talrijke nazi-kopstukken in het Brenners Park-Hotel, een van de sjiekste hotels van deze plaats. Hier waart het spook van de oorlog en de geest van de literatuur. GoklustDe Werderstrasse is de ideale plek van aankomst. Centraal in het decor van kortgeschoren gazons en kleurige bloemperken staat het Kurhaus. Enigszins verzonken boven de trap vormen drie zware deuren de entree naar het casino. ‘Het Casino van de Historie,’ zoals Céline het noemt in Noord, een van de romans van de Duitse trilogie. Achter de façade van de speelzaal, het ‘rendez-vous van Europa’, komt de goklust tot leven indachtig de literatuur van Céline: “Op ‘rouge’ en op ‘noir’… oogleden, tieten, heupen… een beha die op halfzeven zakt! (…) Er is geen orkest… geen geluid, alleen het rrrrr!... van het rouletterad… en die zangerige stem met z’n korte: ‘jeux sont faits!’”Ook Dostojevski liet zich inspireren door het casino. Zijn roman De speler, gebaseerd op Wiesbaden, speelt in ‘Rouletteburg’. Maar in de roman is het niet zozeer de plaats, als wel de roulette, de ziekelijke verslaving aan het gokken die centraal staat. Dostojevski schreef uit ervaring; hij was een bezeten speler die aan de roulettetafel een vermogen kwijtraakte en schulden maakte. Ook in Baden-Baden. In de roman geeft Polina Alexandrowna hem de opdracht voor haar te spelen, met haar geld, om haar schulden af te lossen. De hoofdpersoon speelt in een soort ijlkoorts. Hij speelt de bank plat. “Ik raapte al mijn goud bijeen, propte het in mijn zakken, greep alle biljetten en begaf mij aanstonds naar de andere tafel, in de andere zaal, waar een tweede roulette stond.” Hij speelt zonder systeem, lukraak, zonder berekening. Opnieuw moet de bank sluiten. Joden adviseren hem te stoppen en de volgende dag af te reizen. Trots toont hij zijn fortuin aan Polina. Haar fortuin. Maar haar liefde kan hij niet winnen. Read More
  • Aleid Schilder (1949-2014) geloofde in 'de Vader van de overwal'

    Afgelopen zaterdag, 9 augustus, overleed Aleid Schilder, psychologe en auteur. Ze werd 65 jaar oud. In 1987 verscheen haar bestseller Hulpeloos maar schuldig, over de psychisch ziekmakende aspecten van het vrijgemaakt-gereformeerde geloof. Later schreef ze over onder meer spiritueel misbruik en heeft ze als ‘christelijk nieuwe-tijdsdenker’ een brug proberen te slaan tussen kerk en new age. In 2011 verscheen bij uitgeverij Ten Have haar autobiografie Door de glazen deur. Bij die gelegenheid sprak Volzin met haar over haar favoriete gedicht. Ze koos voor Onder vreemden van Ida Gerhardt: ONDER VREEMDENHet speelt het liefste ver weg op het strand,het kind dat nooit zijn eigen vader ziet,die overzee is in dat andere land.Het woont bij vreemden en het went er niet.Zij fluisteren erover met elkaar.Heimwee huist in zijn kleren en zijn haar.En altijd denkt het dat hij komen zal: vandaag niet meer; maar morgen, onverwacht –  en droomt van hem en roept hem in de nacht. Ik wacht u, Vader van de overwal.Aleid Schilder: “Die ene zin hè, daar zit het in. Heimwee huist in zijn kleren en zijn haar. Dat voel ik bijna lijfelijk. Ik krijg er nu weer kippenvel van. Maar ook de rest van dit gedicht raakt me diep: het eenzame kind dat wacht, daar kan ik me goed iets bij voorstellen. Ik heb tot mijn vijfde jaar een lieve en zachte vader gehad. Hij was vrijgemaakt predikant in Utrecht. Toen hij in Kampen hoogleraar werd, is hij enorm veranderd. Hij moest zijn oom Klaas Schilder (in 1944 oprichter van de kerk, VZ) evenaren, maar kon dat niet. Daarvoor was zijn oom te briljant. In Kampen kreeg hij er bovendien veel kinderen bij, en ook dat grote gezin kon hij niet aan. Mijn vader is toen verkrampt geraakt. Hij is ons gaan kastijden. Dat moet voor mij een aardschok geweest zijn, want ik begreep niet waarom hij dat opeens deed. Toen ben ik die veilige vader kwijtgeraakt. Een veilige moeder had ik ook niet meer. Ik had als oudste dochter in het gezin van tien kinderen een aparte positie en werd als co-moeder ingezet. Het speelse kind in het gedicht raakte in mijn bewustzijn verloren. Ik heb een borderline persoonlijkheidsstoornis. Daar hoort ook vervreemding bij: je niet thuis voelen bij anderen, maar ook niet bij jezelf. Ik heb daar veel over geschreven in mijn dagboeken, dat ik mijzelf niet kon vinden, dat ik voor de spiegel stond en een vreemde zag. Bij dat leven met borderline hoorden in mijn geval zelfbeschadiging, verslaving aan drank en pillen, seksueel uitbundig gedrag, maar ook: dood willen zijn. In dat laatste was ik dubbel, want ik was ook heel bang voor de hel. Ik heb het wel geprobeerd. Aan het eind van mijn opname in Santpoort hadden ze opeens de slaappillen gestopt, waardoor ik niet kon slapen. Ik heb toen twee jongens voorgesteld om naar zee te rijden. Ik ben de zee in gezwommen met het plan te verdrinken. Toen ik al ver was, voelde ik een enorme sterke stroming en durfde ik niet meer. Met veel kracht ben ik terug gezwommen. Die jongens zeiden: ‘Jij bent écht gek!’ Terug in Santpoort schreef ik: ‘Met Theo naar bed geweest voor de benzine.’Het gedicht roept een intens verlangen op en doet het heimwee voelen. Een gevoel van ballingschap. Maar er zit ook hoop in. Als je aan zee zit, weet je dat er ergens wel weer land is, al zie je dat niet. De vader van de overwal zie je niet, maar hij is er wel. De vader en het kind zijn in hun bewustzijn al verbonden. Er is geen scheiding tussen God en mens. Alles is één en goddelijk. Een deel van mij, een deel van jou en van iedereen is al in die andere wereld. God is liefde, pure liefde, en wij maken deel van hem uit. Ik ervaar dat hij in mij woont. Tegelijk weet ik dat hij ook buiten mij is, als iets wat groter is, waardoor ik tegen iemand aan kan praten en bidden.” Read More
  • Een echte man vertelt zijn verhaal

    “Het was heavy. Ja, echt heavy.” Militair Robert Lichtenfeldt was overdonderd toen hij zijn eigen verhaal hoorde in het nummer ‘Grown Man Cry’ van Maame Joses. Robert deed mee aan Your Song, want met ‘alsmaar doorrammen’ red je het niet.Er is moed voor nodig om je verhaal te vertellen, zeker als je een militair bent. Dan zijn namelijk kracht en doordouwen het devies, en is stilstaan bij je eigen kwetsbaarheid not done. Dit beeld is anno nu misschien wat achterhaald, maar voor een aantal militairen is het nog wel de waarheid. Zij kunnen of durven het daarom niet aan. Ingrijpende gebeurtenissen die hun leven tekenen houden zij liever voor zich. De 22-jarige Robert Lichtenfeldt was één van hen. Your Song, ‘powered by humanism’, is een platform voor deze niet vertelde verhalen. Het uitgangspunt is tegenovergesteld: kwetsbaarheid tonen vergt echte heldenmoed. Muziek is hierin het hulpmiddel om iets te vertellen. De medewerkers van dit project werken onder leiding van Amy van Son; het project draait ‘verbinding, verantwoordelijkheid en vrijheid van de mens’, ondersteund door de stichting Humanistisch Thuisfront.In totaal zeven verhalen van militairen zijn vertolkt door artiesten. Humanistisch geestelijk verzorgers bij Defensie hebben deze verhalen verzameld. Ze willen met Your Song een muzikale vertaling geven aan verhalen die het vertellen waard zijn, en die de luisteraar raken en inspireren. Dat kunnen verhalen over militaire missies zijn, maar ook over persoonlijk leed en andere gebeurtenissen die niet direct met het beroep van militair te maken hebben. Het verhaal van Robert is daar een voorbeeld van. Drang om te vertellenOp het oog is er niets aan hem te zien. Vlakbij de kazerne van ‘t Harde, in een restaurant tussen de snelweg en het groen, zit de jonge militair al een kwartier voor de afgesproken tijd in alle rust aan tafel, samen met de geestelijk verzorger die hem destijds aanbood om mee te doen aan Your Song. “Eigenlijk wil ik eerst even roken”, zegt Robert verontschuldigend. Nog voor de eerste vraag vat hij samen waarom hij aan Your Song meedeed. “Ik wilde mijn verhaal gewoon vertellen. Het zat me echt dwars.”Het is geen rocket science om dat te kunnen beamen. Robert komt uit een diplomatengezin en groeide op in onder meer Ghana, Egypte en Duitsland. Ontheemd als hij is, beleeft Robert de ene cultuurshock na de andere. Tot overmaat van ramp scheiden zijn ouders, vertrekt zijn vader naar Denemarken en komt Robert op 12-jarige leeftijd op een basisschool in Den Haag terecht.Door zijn gebrekkige Nederlands komt hij niet goed mee en wordt hij gepest. Ook thuis lopen de spanningen soms hoog op. Zijn moeder heeft twee keer een burn-out en verblijft in die tijd regelmatig elders om cursussen te volgen. Robert is dan op zichzelf aangewezen. Na de middelbare school start hij met een vooropleiding bij Defensie.Een nieuwe tegenslag volgt, want in het eerste jaar van de opleiding krijgt zijn vader darmkanker. Na vele behandelingen lijkt het beter te gaan, maar al snel wordt duidelijk dat zijn vader snel achteruitgaat. Robert krijgt het slechte nieuws te horen en vertrekt meteen naar Denemarken. Read More
  • 'Niet alle onoplosbare vragen doen er toe'

    In de serie Jonge Denkers spreekt Volzin met theologen, filosofen en andere religie-professionals onder de 35. Vandaag aflevering 1: Erwin van de Bunt (26), leraar levensbeschouwing aan het Maaslandcollege in Oss. “Mijn basale overtuiging is: het leven is doortrokken van iets groters. Ik heb het gevoel dat iets daarvan door mij heen sijpelt, waardoor ik in staat ben en ook de verantwoordelijkheid heb om anderen te helpen.” Verwondering en kritisch nadenken, ook over jezelf. Dat zijn zaken die Erwin van de Bunt (26), leraar levensbeschouwing aan het Maaslandcollege in Oss, graag aan zijn leerlingen zou willen meegeven. Hoe kijk je naar jezelf en naar anderen? Ga je mee met het cynische mensbeeld dat egoïsme de natuurlijke stand van zaken in het leven is? Of zie je ook alternatieven?Godsdienst heette zijn vak vroeger en op sommige scholen is dat nog steeds de insteek. Maar tegenwoordig heeft het vak ook elementen van levenskunst in zich. Van de Bunt: “Levensbeschouwing is breder. Ik denk dat we voor ongeveer een zesde van de tijd de traditionele wereldreligies behandelen, waaronder de christelijke. Het vak levensbeschouwing is meer wat de naam zegt: de beschouwing van het leven; hoe sta je in het leven, van welke normen en waarden ga je uit, wat is in de grond je visie op het leven en hoe is dat bij anderen? Hoe ga je om met anderen? Maar ook meer specifieke religieuze thema’s komen aan bod: leven na de dood; wat zou God kunnen zijn?” Zijn leerlingen geïnteresseerd in dat soort vragen?“Dat ligt verschillend, sommigen hebben een duidelijke antihouding tegen alles wat met godsdienst te maken heeft, anderen komen uit een traditioneel of evangelicaal gezin of zijn of moslim. En dan heb je hier in Brabant ook nog wel een behoorlijke groep kinderen die vanuit een katholieke gewoontecultuur de eerste communie gedaan hebben, zonder dat daar iets op volgde. Anderen zijn volledig blanco. Soms heel open, oprecht verwonderd, verbijsterd soms als ze iets horen over christendom, of islam. ‘Wat gek, dat kan toch helemaal niet.’ De lesstof op hun eigen leven betrekken vinden ze vaak nog moeilijk. Je moet wel een brug slaan.” En vragen ze dan ook wat jijzelf gelooft?“Jazeker, bij religieuze onderwerpen als de godsvraag bijvoorbeeld is het snel: ‘Hé, meneer wat vindt u daar zelf dan van?’ Ik ga dan niet direct een gelovige of ongelovige positie betrekken of religieuze overtuigingen verkondigen, maar blijf dicht bij wat ik echt vind. Ik zeg dan dat ik het ook niet zo goed weet of er nou wel of niet een God bestaat, maar dat ik wel het gevoel heb dat er ‘meer’ is. Het leven is voor mij een wonder, dat roept bij mij een besef wakker van iets groters. Dat zou je God kunnen noemen of een hogere macht.” Read More
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Doorzoek de website

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda

Geef een Volzin cadeau!

 

Advertentie