Laatste nieuws

  • 1
  • In de tuin der (on)lust

    Dat Nederland nogal in de ban is van koken, is geen nieuws. Het liefst zouden we iedere dag de kneuterigheid van Heel Holland Bakt in onze eigen keuken beleven. Zij die rationeel zijn, houden het bij deze wens en gaan ’s avonds gewoon lekker ongezond bestellen. Zij die blijven dwalen, vallen in de klauwen van de duistere macht. De driedubbele zes heet Hello Fresh. Gehuld in veelkleurige fladderjurkjes komen op zomerse dagen nogal knappe meisjes de natuurlijke rust in het park verstoren. Met een rijkgevulde mand in de arm huppelen ze zonder problemen van het pad af om jou los te maken van dat boek waarvoor je nu eindelijk eens tijd had het te lezen. Eigenlijk mogen ze niets vragen, maar die gemaakte verlegenheid en dat op en neer gescharrel doen je toch maar ‘ja, natuurlijk’ zeggen. Haar eerste vraag vind ik bijzonder verdacht. Vrouwen die gratis appels uitdelen zijn als sinds mensenheugenis door de wereldliteratuur als heksen dan wel verleidsters bestempeld. Graag wil ik informeren naar haar, wellicht duistere, motieven, maar ik bedenk me en neem maar braaf de appel aan. Een Pink Lady klinkt erg onschuldig. Bovendien zal een tweede zondeval zich niet zo snel voltrekken. Het Wilhelminapark ziet er paradijselijk uit, ik voel me veilig. Dat is natuurlijk naïef en onoplettend van me. Terwijl ik dacht aan goddelijke tuinen en me afvroeg of ze Eva heette of misschien slangen hield, bleek ze allerlei dingen te hebben gezegd. Nu kijkt ze me dan met een vragende blik aan. ‘Welk adres kan ik noteren?’ vraagt ze lieflijk. Om te voorkomen dat er binnen de kortste keren allerlei fruitdozen van pandora bij me op de stoep staan, spreek ik snel over misverstanden, angst abonnee te worden en geldgebrek. Even is ze teleurgesteld en verstrakt haar blik. Of ik het allemaal wel zeker weet. Dat het wel zeer jammer is. Dat ze overal bezorgen. Uit wanhoop stamel ik dat ik de volgende dag twee weken naar Texel ga. Dat is naast de waarheid, maar een veilige gok. Op Texel komen slechts meeuwen en vogelaars. Ze kijkt na mijn opmerking eerst verbaasd, daarna blij. ‘We bezorgen sinds kort ook op ALLE waddeneilanden’. In paniek lieg ik dat ik allergisch ben voor appels, aan vele andere fruitallergieën lijd en een dringende afspraak heb. Vluchtend uit de Utrechtse tuin van onlust zie ik een hongerige eend de achtergelaten appel eten. Het meisje loopt terug naar het pad en kijkt glimlachend naar het gulzige dier. In vretende onzekerheid over wie nu over kennis van goed en kwaad beschikt, loop ik terug naar huis. Over tien minuten begint Heel Holland Bakt. Lees meer
  • 'Aardbeien in december? Echt niet!'

    Lekker, puur en eerlijk. Zo moet ons voedsel zijn, vinden de liefhebbers van Slow Food. Bert van der Kruk ontmoet hen op Texel. “Als ik zie hoe we hier met elkaar eten, hoe we daar de tijd voor nemen en elkaar aandacht geven – dan voel ik me rijk.” We gaan naar een Slow Food-dag, dus kiezen we voor langzaam vervoer. Vanaf de boot fietsen we langs de waddendijk richting het gehucht Oost. We hebben de wind tegen, maar dat is niet erg. De zon schijnt in ons gezicht en werpt een prachtig licht op het wad. Te-piet te-piet, scholeksters vliegen over. Kluten zwiepen met hun omgekeerde snavel door de glinsterende zeemodder, op zoek naar iets eetbaars. Op de dijk voorbij Oost staat een groep mensen, laarzen aan, emmers in de hand. Ze werpen een blik in elkaars emmer: hoeveel oesters heb jij? Her en der op het wad lopen nog enkelingen te zoeken en te wroeten. Zo eenvoudig kan het leven dus zijn: gewoon zelf je eten uit de modder halen. Valerie Jongeneel kan er niet over uit. “In Amsterdam-Zuid moeten mensen met hun bakfiets naar een dure delicatessenzaak rijden voor een dozijntje oesters van dertig euro; wij kunnen hier gewoon het wad op lopen…” Zeekraal “Texel is een culinair schateiland”, zegt ze, terwijl we naar de boerderij onder aan de dijk lopen. “Wandel eens naar de Slufter en pluk er zeekraal. Dat ligt voor vier euro in de supermarkt.” De vrouw woont sinds twintig jaar op Texel en vindt dat het eiland “een vorm van magie” heeft. Ze heeft van haar passie haar werk gemaakt. Om de ‘bijzondere eilandkeuken’ toegankelijk te maken, organiseert ze voor de jeugd ‘foodevents’. Jongeneel is niet de enige die (ook) beroepshalve op deze dag is afgekomen. Tussen de dertig deelnemers lopen, zo blijkt algauw, ook een kaasmaakster, een eigenaresse van een cateringbedrijf, een kookboekenschrijfster, een chef-kok, een gepensioneerde slager. Ze groepen samen rond de tafel waar de ‘ganzencake’ gesneden wordt. Smaakt bijzonder, maar wel een beetje zanderig, vindt een lange jongeman. Hij heet Alex Hulzink en studeert maatschappelijk werk in Leeuwarden. Hij heeft net op het wad zijn eerste en vermoedelijk ook laatste oester leeggelebberd. “Vreselijk, maar ik vond dat ik het een keer moest proberen.” Hij kende de term slow food niet. Maar als liefhebber van lokale bieren  en bezoeker van de wekelijkse boerenmarkt merkt hij dat de ‘slowe’ manier van leven dichtbij hem staat. “Ik koop zo min mogelijk voorverpakt of producten waarmee nodeloos heen en weer is gesleept.  Ik hoor nu dat het ook een naam heeft. Het heeft nog iets echts.” Kraailook Op het erf zet kok Aart Wijker een grote pan met water neer, een kist Texelse aardappels en een kruiwagen voor de schillen. “Wie wil er aan de slag?” Een paar mensen bieden zich aan, de anderen gaan mee met wildplukster Ellen Mookhoek, op zoek naar eetbare zaken uit de berm die we in de salade kunnen gebruiken. Ze noemt zich ‘jager-verzamelaar’. In haar boswachtersoutfit oogt ze streng. Als blijkt dat een paar deelnemers boven op het eetbare kraailook staan, blijkt dat beeld te kloppen. Schuchter doen we een stapje opzij. Ruik eens aan de kraailook, zegt ze. Inderdaad, het is net bieslook. “Graag inleveren zonder vieze puntjes eraan.” Zo is er binnen handbereik veel meer eetbaars dan je als leek denkt. “Neem smalle weegbree, smaakt een beetje naar champignons. De jonge, rechte blaadjes graag, zonder gaatjes.” Van fluitenkruid moeten we afblijven; dat lijkt te zeer op de gevlekte scheerling. “En die is bijzonder dodelijk. Een fatale vergissing is mogelijk. Alleen als je zelf kunt determineren, mag je fluitenkruid plukken. Het is trouwens geen lekkere plant.” Wildplukken is niet verboden, doceert Mookhoek. “Maar neem niet meer mee dan jezelf en je familie op één dag op kunnen. Er is genoeg wildpluk voor iedereen.” Bijbelse beelden over het manna schieten me te binnen. Paardenbloemen, brandnetels, zevenblad, hondsdraf – het is allemaal ruim voorhanden en te eten. “De Romeinen en Germanen aten al zevenblad. En wat doen wij? Wij zijn het constant aan het uitroeien. Hartstikke jammer. Je kunt het beter opeten. Heel gezond, heft tekorten aan mineralen op.” Lam Waarom zou je je eten van ver halen, als er dichtbij ook genoeg is. Het lijkt een nogal voor de hand liggend principe van Slow Food. Toch is het nog lang geen gemeengoed, constateert Annette van Ruitenburg, bestuurslid van Slow Food Texel en kookboekenschrijfster. “Voor veel mensen is het heel gewoon om elke week hun kar bij de supermarkt vol te laden met allerlei onbestemde producten. Waar komen die vandaan? Hoe zijn ze verpakt?  Als producten niet in de buurt aanwezig zijn, is er niks tegen om ze van ver te halen. Maar als ze gewoon om de hoek verkrijgbaar zijn…” Lees meer
  • Richtingwijzer of hinderpaal?

    “Nu de kerken leegstromen, gaat men op zoek naar andere manieren om uit te vinden waar het wezenlijk om draait in het leven”, meent hoogleraar spiritualiteit Hein Blommestijn. Geestelijk begeleiders zijn daarbij volgens hem nuttig. “Een geestelijk begeleider helpt iemand naar zichzelf te luisteren, zichzelf te snappen.” Gidsen en goeroes, daarover gaat de special in het komende nummer van Volzin. Jolanda Breur en Frieda Pruim laten een aantal van hen aan het woord die werkzaam zijn op het christelijk erf. Ze zien zichzelf als begeleiders op de ‘geestelijke weg’. Volgens rabbijn Tamarah Benima zijn binnen het jodendom amper ‘levensleraren’ te vinden, op één grote uitzondering na: de chassidische rabbijnen. Hun positie is erfelijk maar ontleent zijn macht ook aan kennis van de traditie. Paul van der Velde belicht het immense belang dat hindoes hechten aan hun goeroes. “Zelfs als er schoenen gemaakt worden van de huid van mijn rug, dan nog heb ik mijn goeroe nog niet terugbetaald”, zo citeert hij een Indiër. Anders dan deze laatste uitspraak doet vermoeden, blijken de meeste hindoes echter heel goed door te hebben dat niet alle goeroegedrag navolging verdient. Filosoof Jan Bor gaat een stap verder. Zijn jarenlange training in zen ervaart hij achteraf als een training in onderworpenheid. Vandaar zijn oproep om alle geestelijke gidsen te mijden. Voor hem zijn zij geen welkome wegwijzers maar ergelijke hinderpalen. “Mijd daarom goeroes: het type charismatische leiders met een geestelijke boodschap, zij die beweren jou te kunnen redden. Ze hebben je nodig om hun boodschap uit te dragen en trekken je alleen maar mee in hun afhankelijkheid. Word wat je bent: vrij!” De nieuwe Volzin verschijnt vrijdag 1 juli 2016. Als u geen abonnee bent, kunt u hier het nummer los bestellen. Lees meer
  • Weggeslingerd uit het centrum

    Josha Zwaan is zelf nog maar net uit het ziekenhuis als haar zoon, die in het boek Jim heet, plotseling opgenomen moet worden. Voorjaar 2011: precies in de maanden dat haar roman Parnassia uitgroeit tot bestseller, blijkt hij een zeldzame, levensbedreigende auto-immuunziekte te hebben met de ironische naam Goodpasture. Zijn nieren zijn onherstelbaar beschadigd en zijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn. De schrijfster is gewend aan ziekenhuizen, houdt er zelfs van, bekent ze; al sinds haar kleutertijd is een ziekenhuis voor haar een ‘oase van rust en veiligheid.’ In een ziekenhuis wordt je leven verrassend eenvoudig, vertelt ze. Je bent niet langer bezig je leven ingewikkeld te maken, je hebt nog maar één doel: herstellen, je lichaam weer kunnen gebruiken. Maar je zoon zien lijden, zien worstelen met het verlies van zijn kracht en levenslust, is heftig en aangrijpend en dat beschrijft ze prachtig, rauw, en ja, ook spannend. Het boek leest als een roman, staat op de achterflap en dat klopt; je leeft geboeid mee met het proces waarin het hele gezin terechtkomt, zelfs al weet je hoe het afloopt. Ze zijn allemaal als het ware weggeslingerd uit het centrum van hun bezigheden, ze zijn de draad kwijt en kunnen alleen maar wachten. Uiteindelijk kan de vader een nier afstaan en die niertransplantatie redt de zoon. “Eerst schonk ik Jim het leven, nu heeft zijn vader dat gedaan.” Het boek is dan ook een warm pleidooi voor nierdonatie bij leven. Niet alleen de zoon maar ook de vader herstelt razendsnel, wat de artsen niet verbaast: donoren krijgen vaak zo’n kick van hun gift, dat het hele lichaam positief reageert.   “Een gezond lichaam is de basis van je bestaan,” schrijft Zwaan in een passage over haar eigen ziekenhuisperikelen. “We zijn ons lichaam. Het draagt onze ziel, onze gedachten, onze wensen en daden. Het brengt onze kinderen voort. Opeens besefte ik wat ik natuurlijk een leven lang al wist: zonder dit lichaam ben ik niets. Ik zal er beter voor moeten zorgen.” Ook haar zoon zal in de maanden van zijn ziekte tot die conclusie komen. Aan het eind van het boek schrijft zijn moeder: “Van een sensation seeker die dacht dat hij onkwetsbaar was, is hij veranderd in een bewust levende volwassene, die nog wel feest maar nu met grenzen, die sport en vier ons groente per dag eet, die iets van zijn leven wil maken.” Is dat dan de zin van ziek zijn? Zwaan wordt woedend als een antroposofische kennis begint over lessen die er in ziekten besloten liggen. “Ze heeft het over een geschenk dat Jim ontvangen heeft van de kosmos,” briest ze en het liefst had ze een koffiemok naar de bezoekster gegooid. Maar haar zoon blijkt wel geïnteresseerd en als de vrouw weg is, barst de moeder los: “‘Hoe kun je daar nou zo rustig naar luisteren? Het is toch gewoon verschrikkelijk wat jou overkomen is? Daar is toch geen zin in te ontdekken?’ Zijn grote blauwe ogen kijken langs mij heen, alsof hij verten ziet die ik niet zie. ‘Misschien heeft ze wel gelijk. Dit alles moet toch ergens goed voor zijn?’” De passage tekent de eerlijkheid en diepte van haar zelfonderzoek en dat maakt het boek nou juist zo invoelbaar. Acceptatie, ja zeggen tegen het leven zoals het is, blijkt uiteindelijk de zin. Josha Zwaan, Zijspoor. Een verhaal over een zieke zoon, troost en liefde. Ten Have, 192 blz., € 19,99. Lees meer
  • Nieuw Sion wil de stilte in ere houden

    Peter Dullaert is er maar druk mee: samen met andere vrijwilligers werkt hij aan een ‘doorstart’ van het oude trappistenklooster Sion in Diepenveen: de oecumenische communiteit Nieuw Sion. “Deze heilige plaats moet behouden blijven”, zegt de scheidend directeur van uitgeverij Adveniat, tevens pastor en buurman van het klooster. “Het gebed hoort hier door te gaan.” Eerst gaan we de katten voeren. Het is een van de vele taken die Peter Dullaert (60) heeft in de voormalige abdij Sion. Nadat de laatste monniken eind vorig jaar hun klooster in Diepenveen hadden verlaten, bleven de katten. Hoeveel het er precies zijn, weet Dullaert niet. Maar hij is blij met hun aanwezigheid. Ze houden het enorm abdijcomplex muisvrij. Op weg naar hun voerbakjes betreden we het gesloten deel waar ook Dullaert, sinds zijn zeventiende trouw bezoeker van het cisterciënzer klooster, tot voor kort niet kwam. Dit was de plek die uitsluitend voor de monniken zelf was. Eenmaal in het ‘slot’ zakt Dullaerts stem naar fluisterniveau. “Wij hebben de gewoonte in de kruisgangen niet te praten”, kondigt hij alvast aan. Hij wijst naar de kleine kapel, waar straks om 12 uur het getijdengebed is, als voorproefje van wat komen gaat. Verderop is de kapittelzaal, die de monniken in hun laatste jaren als gebedsruimte gebruikten. Zo hoefden ze niet steeds de grote abdijkerk warm te stoken. Als de oecumenische communiteit meer vorm heeft gekregen, hopen ook hun opvolgers in deze kapittelzaal hun gebedsbijeenkomsten te houden. Na weer een korte wandeling in stilte belanden we in de abdijkerk, een beetje duister, hoog, ruim. “Ik heb uitgerekend dat hier 260.000 gebedsdiensten zijn gehouden”, fluistert Dullaert. “Zeven keer per dag, van ‘s morgens kwart over vier tot ‘s avonds half acht; ruim 125 jaar lang.” Waarom hij dat uitrekende? “Misschien omdat ik zoek naar een verklaring waarom hier zo’n enorme stilte hangt. Je voelt hem. Het gebed kruipt hier – zoals een van mijn medebestuursleden altijd zegt – gewoon je broekspijp in.” Knettergek “Hoe gaan wij die stilte in ere houden”, vraagt Dullaert zich af. Het is een van de vele vragen – variërend van Mariabeeld en wierook tot bijbelvertaling en liedbundel – waarover de oecumenische communiteit in oprichting zich het hoofd moet breken. De monniken spraken nauwelijks in het klooster, zeker tot de jaren zestig van de vorige eeuw. Duizenden gasten en kerkgangers hebben zich in het verleden aan die bron van stilte gelaafd. Ook in onze hectische en rumoerige tijd is er volgens Dullaert grote behoefte aan. Maar, hoe geef je zoiets tegenwoordig vorm? In zijn eigen leven is die vormgeving onderhand wel uitgekristalliseerd. Sinds zo’n 35 jaar begint Dullaert elke dag met een half uur stiltemeditatie. “Achteraf heb ik het gevoel dat mij dat steeds op de been heeft gehouden. Ik heb de afgelopen veertig jaar verschrikkelijk hard gewerkt. Op mijn 27-ste werd ik pastor in een rooms-katholieke parochie met 6.000 leden, waar we vijf missen per weekend hadden. Ik dacht: als ik niet uitkijk, word ik hier knettergek. Bij mijn vader had ik gezien waartoe dat kan leiden; hij raakte tijdens zijn werkzame leven een paar keer overspannen.” De meditatiecursus die de kersverse pastor rond die tijd bij de Vlaamse norbertijnen in Averbode volgde, voorkwam dat het met hem dezelfde kant op ging. Het begon met het bidden van het Jezusgebed, een mantrameditatie uit de oosters-orthodoxe traditie. Later kwamen daar andere varianten bij, uit andere tradities. “Het blijft natuurlijk zo dat je als mens geplaagd wordt door tig gedachten. Als je gaat mediteren of verstillen, word je je extra bewust van die gedachten. Maar naarmate je je daarmee langer bezighoudt, leer je ook sneller om stil te worden. Je valt eerder in de stilte. Dan ben je niet alleen zelf bewust aan het ademhalen, maar dan ademt het in jou – op een andere manier kan ik het eigenlijk niet zeggen. Het is een stadium van iets verdere verstilling. Er zijn nog meer stadia, maar daar ben ik nog niet aan toe…” Hij blikt even in de bloeiende kloostertuin. “Als je tot stilte kunt komen, kun je de rest van de dag ook heel erg gefocust werken, met volledige aandacht, en daardoor productiever zijn. Dat geldt des te sterker als je, zoals de monniken, op meerdere momenten op de dag tot stilte kunt komen. Veel geestelijke leraren wijzen daarop. Wie zegt dat hij geen tijd heeft om te bidden of te mediteren, vergeet dat ieder half uur stilte zich daarna meteen uitbetaalt. Het is geen verloren tijd. In de tijd daarna kun je juist veel méér doen.” Lees meer
  • Schrijfwedstrijd: Ik ben, omdat wij zijn

    Ik ben, omdat wij zijn’ luidt dit jaar het thema van de Volzin-schrijfwedstrijd. Doe mee en ding mee naar een prijs. Schrijf een spannend en persoonlijk gemotiveerd essay over de verhouding tussen ‘ik’ en ‘wij’, tussen kiezen voor jezelf of je aanpassen aan anderen, tussen eigenbelang of zelfopoffering. De jury kiest uit de inzendingen de drie beste essays. De winnende essays verschijnen in Volzin van 6 januari 2017. De winnaars ontvangen respectievelijk 500, 300 en 200 euro. De inzendtermijn sluit 1 september 2016. Thema ‘Maak van je leven je eigen unieke kunstwerk.’ Vrijheid is in onze samenleving en in ons persoonlijke leven een belangrijke verworvenheid. Zelf kunnen kiezen hoe en met wie je wilt leven, of je wel of geen kinderen wilt, wie je vrienden zijn, waar je wilt wonen: het past allemaal in een samenleving die zelfbeschikking, individuele ontplooiing en emancipatie als belangrijke waarden ziet. Ook op het vlak van religie en levensbeschouwing zien we dit terug. De nadruk ligt op het zoekende individu dat zélf zin gaat geven aan het eigen leven. Het ‘ik’ is het vertrekpunt, het ‘wij’ (de samenleving, de relatie, het collectief en de groep waar we bijhoren) is dan het gevolg – als het goed gaat tenminste. Maar klopt dit wel? De Afrikaanse kijk op het leven lijkt loodrecht op de dominante westerse kijk te staan. ‘Ik ben, omdat wij zijn’, zeggen de Afrikanen. In deze visie bestaat er geen ‘ik’ zonder ‘wij’. Mensen worden immers wie zij zijn dankzij en binnen relaties, familie, de generaties voor hen, de groep, de samenleving waartoe zij behoren. Vanuit onszelf weten we niet veel; we zijn daarin schatplichtig aan de cultuur en tradities. Religie is eerder een kwestie van zin ontvangen van anderen dan van zelf zin geven. Kortom, in deze visie vormen het gezamenlijke belang en zorg voor elkaar het uitgangspunt en stemt het individu zich daarop af. Sommigen in Nederland vinden dat ons land wel wat meer van de Afrikaanse kijk zou kunnen gebruiken: wat minder nadruk op het ‘ik’ en wat meer ruimte voor het ‘wij’. Hebben ze gelijk of toch eigenlijk niet? Worstelt uzelf in uw leven met de spanning tussen ‘ik’ en ‘wij’? Hoe valt uw keuze uit: meer of minder ‘ik’, meer of minder ‘wij’? De jury van de Volzin-schrijfwedstrijd 2016 leest graag uw antwoord op deze vragen. Voorwaarden - De Volzin-schrijfwedstrijd staat open voor iedereen. - De bijdragen van maximaal 1600 woorden moeten uiterlijk donderdag 1 september worden ingezonden. - Inzendingen dienen digitaal (in Word) en per e-mail te worden aangeleverd. Mail naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., voorzie uw bijdrage van personalia (naam, adres, leeftijd, geslacht, (voormalig) beroep) en de aanduiding ‘Volzin-schrijfwedstrijd 2016’; niet-digitale bijdragen worden niet in behandeling genomen. - Inzender verleent Volzin het recht van eerste publicatie van de ingezonden bijdragen in het magazine en/of op deze website.  Jury Een deskundige jury kiest uit de inzendingen de drie beste essays. Voorzitter is Frank Bosman, cultuurtheoloog (Tilburg University). De andere juryleden zijn: Elleke Bal, Jeroen Fierens, Jan van Hooydonk, Wies Houweling en Jacqueline Kool. De jury hanteert de volgende criteria: - Uw inzending heeft het karakter van een persoonlijk getoonzette uitwerking van het thema. - Uw inzending is origineel van inhoud en invalshoek. - Uw inzending is helder van stijl en toegankelijk geschreven.     Lees meer
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Doorzoek de website

volzin schrijfwedstrijd

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda