Laatste nieuws

  • 1
  • Vinden en gevonden worden

    Afgelopen week mocht ik de huwelijksceremonie leiden van twee jonge mensen. Ze hadden me ontwapenende, ontroerende brieven geschreven over hun liefde voor elkaar. Brieven vol harstocht en hoop en zeker weten. Hartstocht. Een mooi woord. Tocht is trekken. Je hart wordt onweerstaanbaar getrokken naar de ander zoals het hart van de ander naar jou. Je zocht en bent gevonden. Met een feilloze precisie geraakt door pijlen van Eros, in de Griekse mythologie de drijvende kracht achter passie. Als klein jongetje tobde Eros met groeiproblemen waarop zijn moeder te rade ging bij de godin van de wijsheid. Zij wees erop dat Eros wegkwijnde van eenzaamheid en alleen zou groeien wanneer hij gezelschap kreeg van een broer of zusje. En zo werd Anteros, letterlijk ‘wederliefde’, geboren. De erotische liefde moet beantwoord wil zij gedijen. Ik ben op jou, jij bent op mij. Oog in oog. Mond op mond . De verdwazing van de verliefdheid. De sensatie van versmelting. Een sensatie die transformeert tot een andersoortige liefde. De erotische relatie met die ene unieke reisgenoot breekt ons uiteindelijk open voor andere reisgenoten en maakt zo de weg vrij van passie naar compassie. Ze hadden het doordacht, doorvoeld en doorleefd, deze twee. Op de receptie na afloop tikte een oudere man me op de schouder: “Mooi verhaal hoor, daar niet van, maar wat nou als je wel gezocht hebt maar niet gevonden bent?” Ja wat dan?  Dat was even schakelen. Toen vroeg ik waarom hij dacht dat hij niet gevonden was. “Een slechte start. Liefdeloze ouders. Ik wist niet hoe ik moest geven wat ik niet gekregen had.” Ik dacht aan Frans Kafka. Zijn leven lang worstelde hij met de liefde. Zijn gevoelens teisterden en verlamden hem. Hij was drie maal verloofd waarvan twee keer met dezelfde vrouw voor hij opnieuw een onmogelijke liefde beleefde met de veel jongere getrouwde Milena. In zijn beklemmende boek Brief aan vader schrijft hij: “Het is de algemene druk van de angst, de zwakheid, de minachting voor mijzelf.”  Maar zijn getroebleerde liefdes stonden Kafka niet in de weg om een onwankelbare  steun te zijn voor zijn vrienden. Ik vroeg de man of hij vrienden had. “Ja zei; heel veel en hele goede”. Ineens klaarde zijn gezicht op: “Het kan dus: geven wat je niet ontvangen hebt.” Hij gaf me een hand en verdween in de feestende menigte. Lees meer
  • 'Je staat met lege handen. Daar moet je tevreden mee zijn'

    Het laatste artikel van de christelijke geloofsbelijdenis is misschien wel het moeilijkste: geloven in 'het eeuwige leven'. Mensen denken over eeuwigheid als een vorm van onsterfelijkheid. Maar die vallen volgens theologe Maaike de Haardt niet samen. "Eeuwigheid is een kwaliteitswoord, geen aanduiding van plaats of tijd." Laatste aflevering in een reeks van twaalf gesprekken over het credo. ‘Sommige religiewetenschappers menen dat het populaire religieuze antwoord op de dood, te weten: de ontkenning van eindigheid in de vorm van een perspectief op eeuwigheid, onsterfelijkheid of leven na de dood, het meest kenmerkende van religie is. (…) Ook in de christelijke traditie speelt de overtuiging dat het leven met de dood niet ophoudt een grote rol. Sterker nog, het leven na de dood is het ware leven, zo leerde ik als kind. Daar, in het hiernamaals en voor eeuwig bij God, ligt de uiteindelijke bestemming van de mens.” In haar boek over alledaagse religie, Raam op het zuiden (2013), laat theologe Maaike de Haardt zien dat deze religieuze focus op de eeuwigheid wat haar betreft het besef van (goddelijke) aanwezigheid, van een sense of presence, in de weg staat. Het thema ‘eeuwigheid en sterfelijkheid’ houdt haar al bezig sinds ze werkte aan haar proefschrift, Dichter bij de dood uit 1993. Maaike de Haardt (61) is sinds 1999 hoogleraar Religie en gender op de Catharina Halkes-leerstoel aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. Haar wetenschappelijke belangstelling geldt vooral hedendaagse cultuur en religie. Hebben aloude teksten als die van het credo u vandaag de dag nog iets te zeggen? “De geloofsbelijdenis was een vast onderdeel van de mis en vooral het gezongen credo vind ik nog steeds prachtig. Ik kom uit Nijmegen en ben rooms-katholiek opgevoed. Je weet als kind niet wat die tekst betekent, maar de kracht van de vorm, het opstaan en knielen, de melodie maakten op mij een onuitwisbare indruk. Klankkleur, sfeer, cadans maak je je in je lichaam eigen en zijn vaak belangrijker dan de inhoud. Betekenis kan ook in je lichaam zitten. Ik liet aan het begin van een college over het credo eens de gezongen versie horen. Het raakte geen enkele snaar bij de studenten. Hun generatie is volstrekt anders opgegroeid dan die van mij, dan valt het kwartje niet.” En die woorden dan, die al eeuwenlang worden herhaald? Hebben die nog betekenis? “Het is toch mooi om oude woorden te blijven uitspreken? Dat doen we ook met de evangelieteksten. Het wordt pas problematisch als je jouw benadering beschouwt als de enige manier om ze uit te leggen of als je het credo beschouwt als de enige manier om de inhoud van het christendom uit te spreken. De tekst van het credo was al omstreden toen hij werd opgesteld en elke generatie is bezig deze geloofsbelijdenis opnieuw uit te leggen in de context van haar eigen tijd. Het is uitdagend om erover door te denken. De woorden hebben natuurlijk ook mensen kwaad aangedaan. Ze hebben ze soms louter in negatieve zin onthouden. Zoals een dementerende vriendin mij vroeg of die ziekte haar eigen schuld was, een straf voor haar zonden. Zo was zij gesocialiseerd. Dan kunnen zulke oude woorden mensen kapotmaken.” Waar kwam uw belangstelling voor sterven en onsterfelijkheid vandaan toen u zich in de jaren negentig daarin ging verdiepen? “Ik vond het steeds merkwaardiger dat er in de theologie zoveel over een leven na de dood werd gesproken en zo weinig over de dood zelf. We gaan allemaal dood, het is niet anders. Waarom vinden theologen en filosofen sterfelijkheid dan zo’n probleem? In het Oude Testament is onsterfelijkheid een thema dat pas heel laat opduikt. De toen populaire theoloog Jacques Pohier schreef over de merkwaardige opvatting van de dood als toegangsbewijs voor het hiernamaals en stelde dat die gedachte afleidt van de betekenis van het leven hier en nu. De feministische kritiek paste daar goed bij. De belofte van een leven na de dood heeft lang als doekje voor het bloeden of als zoethoudertje gefunctioneerd. Bestaand onrecht is ermee verdoezeld. Dat gerechtigheid pas in het eeuwige leven zal worden gerealiseerd, heeft veel maatschappelijk verzet al in de kiem gesmoord. Dat mensen moeten sterven, dat de dood bij het leven hoort, wordt in bijna al het denken over leven na de dood genegeerd of zelfs opgeheven. Sterven en dood worden opgevat als een fundamenteel tekort, als een falen dat eigenlijk niet zou mogen bestaan. Waarmee sterven en dood theologisch in het domein van schaamte, schuld en verlegenheid worden getrokken.” Lees meer
  • NIEUWE VOLZIN SPECIAL: 'WERKPLAATS DEMOCRATIE'

    Over een halfjaar, op 15 maart 2017, gaat Nederland weer naar de stembus. De verkiezingen werpen intussen hun schaduw al vooruit. Het kabinet doet zijn best om met Prinsjesdag een ‘feestbegroting’ te presenteren. Niettemin zullen spanningen tussen en binnen partijen toenemen. Premier Rutte zal binnenkort in het tv-programma Zomergasten zijn best doen om niet alleen luchtig maar ook serieus over te komen. Volzin levert een eigen bijdrage aan het politieke debat. Werkplaats Democratie luidt de titel van de special in komende Volzin, want: democratie is nooit af, zij is altijd ‘werk in uitvoering’. Jurgen Tiekstra spreekt in deze special met deskundigen over kansen, feilen en bedreigingen van ons politieke bestel. Het nieuwe gevaar dat dreigt heet ‘diplomademocratie’: hogeropgeleiden grijpen de macht, lageropgeleiden worden nauwelijks gerepresenteerd. Is loting een alternatief voor verkiezingen? Democratie kan op vele manieren worden vormgegeven, maar, zo is de teneur van deze special, zij vergt bovenal een moreel kompas. ProDemos ontvangt jaarlijks zo’n 80.000 scholieren voor een dagje Binnenhof. Wat gastheer Tsjietse Broeders hen wil meegeven, is “dat het niet alleen om jou draait op deze wereld”. “Moreel leiderschap wordt steeds minder beleefd in religieuze verbanden”, zegt de Vlaardingse burgemeester Bert Blase tegen Elleke Bal. “Het wordt verwacht van mensen die in het openbaar bestuur zitten. De functie van burgemeester heeft het van nature in zich, dat morele kompas.” Theoloog Erik Borgman (‘vrijwel politiek dakloos’) moet dit wel als muziek in de oren klinken. Politiek moet volgens hem breken met de illusie van de maakbaarheid en ‘contemplatief’ worden. De nieuwe Volzin verschijnt vrijdag 2 september 2016. Als u geen abonnee bent, kunt u hier het nummer los bestellen. Lees meer
  • De goeroe heeft jou nodig, mijd hem!

    ‘Door een onbestemd verlangen voortgedreven’ zoeken mensen een geestelijke weg en gids, stelt Jan Bor. Zelf vond hij die tien jaar lang in zen. Maar intussen weet hij wel beter: “Leraar en leer brengen je alleen maar verder van huis. Het hart waarnaar je op zoek bent, zit niet in een leer of een oefenpraktijk; het zit in jezelf.” Een pleidooi voor een leven zonder meesters. Medio jaren zeventig, toen de sixties nog volop doorwerkten, reisde ik naar Kyoto om me binnen de muren van het grote tempelcomplex Daitokuji te bekwamen in zen. Al zag ik mijn Japanse leraar er nauwelijks, ik had wel het genoegen om te mediteren in zijn mooie, eeuwenoude tempel. Je voelde hoe er vele generaties lang monniken en leken de kunst van de zazen, de zenmeditatie, hadden beoefend. De stilte die ik er hoorde, afgewisseld door het soetragezang van de monniken in het nabije klooster, heb ik erna nooit meer zo diep ondergaan. Zeker niet in Londen, waar ik vervolgens oefende en waar het altijd druk was. Tuierpaal De lerares die ik er had was zo’n twaalf jaar gevormd in traditionele Japanse zen. Haar zag en sprak ik wel met grote regelmaat, maar begreep ik waar zij mij heenleidde? Ik vrees van niet. Althans toen ik haar boekje The Zen Way voor het eerst las, ik geloof gedurende een vakantie op Malta, las ik over veel van wat er stond heen. Zo schrijft ze: “We kunnen besluiten ons dagelijkse leven te aanvaarden zoals het komt, als een oefening in discipline. (…) Gewoon ons dagelijkse leven leiden, maar met vaste tijden van opstaan en naar bed gaan. Het is belangrijk de routine te leven zoals ze is, zonder de dingen naar onze hand te zetten, zoals we ze beter vinden, of efficiënter of makkelijker uit te voeren. Alles te laten zoals het is en gewoon ons uiterste best te doen. Wanneer we op die manier beperkt zijn in onze bewegingsvrijheid, zijn emotionele reacties tegen dat keurslijf onvermijdelijk en normaal. Het is een onderdeel van de discipline om als een soort tuierpaal (paal waaraan je een dier vastzet om te grazen, JB), te dienen en ons aan te leren soepel te functioneren in omstandigheden met een beperkte bewegingsvrijheid, omstandigheden die wij als ongunstig beschouwen.” Veel buigen Al begreep ik dus niet goed waarmee ik bezig was – mezelf in een keurslijf persen en zo in gepaste nederigheid mijn wil te laten omvormen – ik ging de uitdaging aan, leefde een regelmatig leven en mediteerde ’s ochtends en ’s avonds gedurende een uur. Gelukkig werd ik intussen niet zo zen dat ik niet ook over hetgeen waarmee ik bezig was nadacht. Het gaat in de zen weliswaar over zaken waar het denken niet bij kan, maar dat betekende voor mij niet dat je je verstand op nul moet zetten. Langzamerhand realiseerde ik me dat de discipline die ik mezelf oplegde een discipline werd die mijn lerares mij oplegde. Zij begeleidde me immers in dit proces, in de vorm van gesprekjes tijdens de retraites en anders via een briefwisseling. Zo ging ik bij haar op de biecht, hield ze me bij de les maar las ze me ook de les. Dat baarde me zorgen. Ook werd ik als ik niet oppaste de spirituele gemeenschap die zich rond haar vormde, binnengezogen. In deze kringen wordt braaf gedrag gehonoreerd en wordt er veel gebogen, voor de meester als zij haar gezicht laat zien, voor anderen als een uiting van dankbaarheid, voor een koekje dat tijdens de thee wordt uitgedeeld. Het was bijna onmogelijk om je aan deze nagespeelde heiligheid oftewel schijnheiligheid te onttrekken. Ook dat baarde mij zorgen. Want, vroeg ik me af, waar ligt in deze training de grens tussen een zelfgekozen en een van buitenaf opgelegde discipline? Zodra je de meester-leerling-verhouding aangaat, blijkt deze grens algauw weg te vallen. Daarmee begeef je op een hellend vlak: je vertrouwt op je gids, volgt haar aanwijzingen, levert zo je autonomie in en maakt je van haar afhankelijk. Je volgt een training in onderworpenheid. Ik had het gevoel steeds verder van huis te raken. Lees meer
  • 'Ik geef geen concert, maar ik aanbid'

    De Zweedse zanger en aanbiddingsleider David Åhlén vertolkt monastieke folkmuziek waarmee hij 'Gods aanwezigheid' wil eren. Ook bij het buitenkerkelijke en seculiere publiek heeft hij daarmee succes. "Als aanbiddingsleider ben ik natuurlijk ook een entertainer." Drie en een half jaar geleden verhuisde de inmiddels negenendertigjarige singer-songwriter David Åhlén met zijn gezin (vrouw en vijf kinderen) van Stockholm naar Gotland, een eiland met zestigduizend inwoners voor de Zweedse kust, op een half uur vliegen van Stockholm. Niet alleen om zich beter te kunnen concentreren op hun creatieve arbeid (zijn vrouw Emily is ook singer-songwriter), maar ook om daar in het dorpje Stenkumla (51 zielen) een pension te openen met retraites op christelijke grondslag. Åhlén: “Mensen komen hier voor bezinning en rust. We bieden speciale aanbiddingsretraites, met bijbehorende dagindeling voor gebed en samenzang. Natuurlijk serveren we ook maaltijden, allemaal heel simpel. De meeste mensen realiseren zich hier na een dag of twee hoe ongezond en stressvol hun leven thuis is.” Pastorale rust Pastorale rust is het kenmerk van Åhléns muziek, die we het beste kunnen omschrijven als monastieke folk. De louter geestelijke teksten zijn weliswaar Engelstalig, maar in het verstilde werk klinkt onmiskenbaar de echo van het Scandinavische platteland door. Zijn oeuvre bestaat uit drie albums: We Sprout In Thy Soil uit 2009, Selah uit 2015 en, zojuist uitgekomen, Hidden Light. Indringende muziek, maar gespeend van enige stress. De minimalistische aanpak, waarbij smaakvol gebruik wordt gemaakt van onder andere akoestische gitaar, cello, harmonium, staande bas en hoorn, plaatst Åhléns prachtige falsetstem op de voorgrond en geeft zijn muziek een bezielde gloed mee. Hidden Light werd bij hem thuis in de pastorie opgenomen, deels ook in een naburige kapel. Selah in een klooster op Gotland. Wie goed luistert, hoort de wind, de zee en de spelende kinderen op de achtergrond. En stilte. Åhlén: “Voor mij is de stilte in muziek heel belangrijk”, legt hij uit. “Eigentijdse muziek zit vaak zo volgepropt en heeft zo’n vette sound, dat ik er geen adem bij kan halen. Ik heb stilte nodig.” Songtitels als Jesuselectricity, New Jerusalem, Psalm 27, Morning Prayer of Whisper His Name schrikken trouwens ook de seculiere popliefhebbers niet af. Ook in buitenkerkelijke kringen dwingt de alternatieve folkzanger respect af. Zijn werk verschijnt overigens op het Nederlandse VOLKOREN-label. Åhlén: “Als zoon van een baptistenpredikant groeide ik op in de kerk, omringd met geestelijke muziek. We hoorden alleen maar hymnes en aanbiddingsliederen. Als kind wist ik niet eens dat er seculiere muziek bestond. Toen ik een tiener was, werd me verteld dat van sommige muziek een slechte invloed uit kon gaan, maar ik mocht luisteren naar wat ik wilde. Ik ontdekte in die periode heel veel seculiere muziek. Mijn vader bekeek de cd’s die ik kocht kritisch, maar zei nooit: gooi ze weg. De sfeer bij ons thuis was open. We konden daar gewoon over praten.”  Åhlén bleef muziek altijd associëren met gebed. “De eerste liedjes die ik schreef, vanaf mijn dertiende, veertiende, gingen over meisjes, maar rond mijn zeventiende realiseerde ik me dat ik alleen maar over geestelijke onderwerpen wilde schrijven. Het voelt veilig om aanbiddingsliederen te schrijven. Alsof ik thuis kom.” Hij nam zijn nieuwe album Hidden Light op met jazzpianist en geloofsgenoot Andreaz Hedén. Hij beschrijft het opnameproces als een kerkdienst. “Dat is al zo toen we samen aan mijn eerste album We Sprout In Thy Soil werkten. Die namen wij op in een kapel. Telkens om en om: gebed, nummer opnemen, gebed, opnemen. Dat geeft een heel speciaal gevoel aan een plaat mee. Mede daarom is het voor mij belangrijk om Andreaz erbij te hebben als we de basisopnamen maken. Maar verder vind ik het niet zo belangrijk of de andere muzikanten al dan niet gelovig zijn. Ik koos gastvocalisten als Nicolai Dunger of Sofia Jernberg gewoon omdat ik hun stemmen zo fabelachtig mooi vind.” Twijfel je wel eens aan je geloof? Diepe zucht. “Als tiener heb ik even geworsteld met het geloof, maar sindsdien twijfel ik eigenlijk nooit aan het bestaan van God. Ik heb spirituele ervaringen gehad die mijn geloof heel erg verdiept hebben. Gods aanwezigheid is voor mij heel echt. Voor mij is een optreden een kerkdienst waarin ik God aanbid, daar doe ik niet geheimzinnig over. Eigenlijk geef ik geen concert. Ik aanbid. En ik hoop dat luisteraars daardoor iets voelen of ervaren.” Lees meer
  • Schrijfwedstrijd: Ik ben, omdat wij zijn

    Ik ben, omdat wij zijn’ luidt dit jaar het thema van de Volzin-schrijfwedstrijd. Doe mee en ding mee naar een prijs. Schrijf een spannend en persoonlijk gemotiveerd essay over de verhouding tussen ‘ik’ en ‘wij’, tussen kiezen voor jezelf of je aanpassen aan anderen, tussen eigenbelang of zelfopoffering. De jury kiest uit de inzendingen de drie beste essays. De winnende essays verschijnen in Volzin van 6 januari 2017. De winnaars ontvangen respectievelijk 500, 300 en 200 euro. De inzendtermijn sluit 1 september 2016. Thema ‘Maak van je leven je eigen unieke kunstwerk.’ Vrijheid is in onze samenleving en in ons persoonlijke leven een belangrijke verworvenheid. Zelf kunnen kiezen hoe en met wie je wilt leven, of je wel of geen kinderen wilt, wie je vrienden zijn, waar je wilt wonen: het past allemaal in een samenleving die zelfbeschikking, individuele ontplooiing en emancipatie als belangrijke waarden ziet. Ook op het vlak van religie en levensbeschouwing zien we dit terug. De nadruk ligt op het zoekende individu dat zélf zin gaat geven aan het eigen leven. Het ‘ik’ is het vertrekpunt, het ‘wij’ (de samenleving, de relatie, het collectief en de groep waar we bijhoren) is dan het gevolg – als het goed gaat tenminste. Maar klopt dit wel? De Afrikaanse kijk op het leven lijkt loodrecht op de dominante westerse kijk te staan. ‘Ik ben, omdat wij zijn’, zeggen de Afrikanen. In deze visie bestaat er geen ‘ik’ zonder ‘wij’. Mensen worden immers wie zij zijn dankzij en binnen relaties, familie, de generaties voor hen, de groep, de samenleving waartoe zij behoren. Vanuit onszelf weten we niet veel; we zijn daarin schatplichtig aan de cultuur en tradities. Religie is eerder een kwestie van zin ontvangen van anderen dan van zelf zin geven. Kortom, in deze visie vormen het gezamenlijke belang en zorg voor elkaar het uitgangspunt en stemt het individu zich daarop af. Sommigen in Nederland vinden dat ons land wel wat meer van de Afrikaanse kijk zou kunnen gebruiken: wat minder nadruk op het ‘ik’ en wat meer ruimte voor het ‘wij’. Hebben ze gelijk of toch eigenlijk niet? Worstelt uzelf in uw leven met de spanning tussen ‘ik’ en ‘wij’? Hoe valt uw keuze uit: meer of minder ‘ik’, meer of minder ‘wij’? De jury van de Volzin-schrijfwedstrijd 2016 leest graag uw antwoord op deze vragen. Voorwaarden - De Volzin-schrijfwedstrijd staat open voor iedereen. - De bijdragen van maximaal 1600 woorden moeten uiterlijk donderdag 1 september worden ingezonden. - Inzendingen dienen digitaal (in Word) en per e-mail te worden aangeleverd. Mail naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., voorzie uw bijdrage van personalia (naam, adres, leeftijd, geslacht, (voormalig) beroep) en de aanduiding ‘Volzin-schrijfwedstrijd 2016’; niet-digitale bijdragen worden niet in behandeling genomen. - Inzender verleent Volzin het recht van eerste publicatie van de ingezonden bijdragen in het magazine en/of op deze website.  Jury Een deskundige jury kiest uit de inzendingen de drie beste essays. Voorzitter is Frank Bosman, cultuurtheoloog (Tilburg University). De andere juryleden zijn: Elleke Bal, Jeroen Fierens, Jan van Hooydonk, Wies Houweling en Jacqueline Kool. De jury hanteert de volgende criteria: - Uw inzending heeft het karakter van een persoonlijk getoonzette uitwerking van het thema. - Uw inzending is origineel van inhoud en invalshoek. - Uw inzending is helder van stijl en toegankelijk geschreven.     Lees meer
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Doorzoek de website

volzin schrijfwedstrijd

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda