Laatste nieuws

  • 1
  • Pakistaanse kerk buitengewone gemeente PKN

    In april dit jaar werd de Urdu Church Holland, bestaande uit Pakistaanse christenen, een buitengewone gemeente van de Protestantse kerk in Nederland. “We nemen veel dingen over van de PKN, maar houden bijvoorbeeld wel ons eigen liedboek.” Vaderfiguur “Het pastoraat is een van mijn belangrijkste werkzaamheden”, vertelt Eric. “De mensen beschouwen de dominee als een vaderfiguur. Bij alle belangrijke gebeurtenissen in het leven, van geboorte tot overlijden, word ik uitgenodigd. Velen hebben in Nederland weinig familie, dus komen ze al snel naar mij toe met problemen en nieuwtjes. Pakistanen zullen altijd eerst proberen om dingen in de familie op te lossen. Als dat niet lukt, wordt de predikant erbij gevraagd. Hulp zoeken bij instanties, bijvoorbeeld bij Bureau Jeugdzorg, is een allerlaatste stap.” Eric moet dus van alle markten thuis zijn, maar dat lijkt hem niet te deren. In Pakistan is het leven voor christenen niet makkelijk. “In de steden hebben ze nog wel enige mate van vrijheid, maar daarbuiten krijgen ze geen vrijheid om hun geloof te belijden”, zegt Kevin Eric, jongerenwerker en zoon van de predikant. Naar schatting telt het land drie miljoen christenen. Pakistan staat op plaats acht op de ranglijst Christenvervolging 2015 van Open Doors, een stichting die zich inzet voor vervolgde christenen. In het land worden christenen al snel beschuldigd van belediging van de islam. De strenge blasfemiewet leidt tot talloze rechtszaken, met soms zelfs volksopstanden als gevolg. Voor Pakistaanse christenen is dit nu de belangrijkste reden om hun land te ontvluchten; de eerste generatie die naar Nederland kwam, was vooral op zoek naar werk, aldus voorganger Eric. De Urdu Church zet zich actief in voor deze vluchtelingen. Huiskamerkerk De Urdu Church Holland is een relatief jonge kerk. Toen Sarwar Eric met zijn gezin in Nederland kwam voor werk, waren er nog geen diensten in het Urdu, de officiële taal van Pakistan. Hij bezocht een Nederlandstalige kerk, maar vond het lastig dat hij er niets van kon verstaan. “Toen zijn we samen met drie families huiskamerdiensten gaan houden. Al snel merkten we dat we in een behoefte voorzagen en begonnen we te denken aan het oprichten van een eigen kerk.” Ze vonden ruimte in de Rotterdamse Breepleinkerk. Maar ze hadden een probleem: men had geen eigen voorganger. Inmiddels had men contact gelegd met het hoofdkantoor van de voormalige Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN) in Leusden, die ze kenden van het zendingswerk in Pakistan. Dominee Jan Slomp, die als zendeling jarenlang in het land had gewerkt, werd gevraagd om voor te gaan in avondmaalsdiensten. Ondertussen maakten de gereformeerden het mogelijk voor Eric om in Pakistan de predikantsopleiding te volgen. Nu is Eric al ruim twintig jaar de enige voorganger – en vooralsnog is er geen opvolger.  Deze contacten met de gereformeerden hebben er mede toe geleid dat de gemeente protestantse diensten houdt, ook al zijn er ook rooms-katholieken en evangelische christenen lid. Eric: “Als we ons allemaal aan onze eigen denominatie zouden vasthouden, zouden we wel hele kleine gemeentes worden. Daarom kerken we gezamenlijk.” Taalbarrière Intussen was de Urdu Church een wijkgemeente geworden van de gereformeerde Bergsingelkerk. Het streven was om gezamenlijke diensten te organiseren, maar de taalbarrière bleek te groot. Kevin Eric: “We onderhouden nog steeds goede contacten met de Bergsingelkerk, maar voorlopig zijn we nog geen tweetalige gemeente. De ouderen spreken soms net genoeg Nederlands om zelf boodschappen te kunnen doen. In de toekomst verandert dit waarschijnlijk, omdat de jeugd beide talen goed beheerst.” Sinds april 2015 is de Urdu Church Holland een buitengewone gemeente van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). De PKN moest hiervoor moest de kerkorde wijzigen, wat in een vlot proces van twee jaar gebeurd is. Jan Post Hospers onderhoudt vanuit de PKN de contacten met de Urdu Church. Hij vertelt dat de kerkorde te veel regels bevatte voor een kleine gemeente. “Nu is er een apart artikel in opgenomen, waarin staat dat migrantengemeenten met de PKN afspraken maken over waar ze wel en niet aan moeten voldoen. Zo kunnen ze hun eigen identiteit behouden, maar ook begeleiding en training van de PKN krijgen. Op deze manier hopen we dat meer migrantenkerken zich bij ons aansluiten, als ze dat willen. Read More
  • Pastor hoort niet in de slaapkamer

    Nuancering, oog voor het verhaal van het individu en voor de complexiteit van zaken vormen de handelsmerken van bisschop Gerard de Korte. En zin voor de traditie. Het legt hem geen windeieren. Eind juni werd hij benoemd tot Theoloog des Vaderlands. Een geliefd kerkvader De organisatie van de Nacht van de Theologie had zich in een online biografie al lovend geuit over Gerard de Korte. Een geliefd kerkvader, zo stond er, met een pastoraal hart en open instelling. Ik ontmoet hem op een warme zomerdag in het bisschopshuis in Groningen. De ontvangst is hoffelijk. De bisschop verschijnt in zwarte broek en overhemd met boord en geeft aan liever in de bibliotheek te zitten. "Dat is gezelliger." De rooms-katholieke kerk heeft voor menigeen afgedaan, haar publieke imago is niet al te best. De kerk zou bekrompen zijn, niet meer van deze tijd – om nog maar te zwijgen van schandalen rondom seksueel misbruik. De Korte lijkt wat enthousiasme en toewijding betreft niet geremd te worden door de negatieve beeldvorming. Met liefde voor de katholieke traditie, maar ook voor de oecumene en voor individuele verhalen en met een scherp oog voor maatschappelijke ontwikkelingen treedt hij op als geestelijk leider van de noordelijke provincies. Transgender De goede inborst van de bisschop ten spijt, het negatieve beeld van diens kerk blijft in de landelijke pers haar bevestiging vinden. Zo haalde kardinaal Wim Eijk onlangs nog de media met berichten over een parochiaan die zich na haar transformatie van man naar vrouw ernstig tekort gedaan voelde. De Drontense Rhianna Grolike, penningmeester van de Norbertusparochie in Flevoland, zou ontslag als parochiebestuurder boven het hoofd hangen. Simpelweg omdat ze transgender is. De Korte wil zich niet in deze discussie mengen. "Verschillen van inzicht moeten bisschoppen intern met elkaar bespreken", voegt hij toe. Toch schuwde hij eerder de discussie met aartsbisschop Eijk in de media niet. Zo publiceerde hij in januari de brief De jaren van de waarheid, waarin hij onder meer spreekt over het in stand houden van kleine katholieke geloofsgemeenschappen. De kerk moet zo dicht mogelijk bij de mensen blijven, vindt de bisschop. Als het noodzakelijk is, kunnen parochianen wat hem betreft ook in andere gebouwen dan een katholiek kerkgebouw samenkomen, bijvoorbeeld in een schoolgebouw of protestantse kerk. Kardinaal Eijk kiest voor een ander model en meent dat gelovigen zouden moeten samenkomen in grotere eenheden. "De kardinaal centraliseert gelovigen en ik vind dat niet verstandig", zei De Korte toen in Trouw. De Korte wil openheid, met oog voor de samenleving, bisschop zijn. Dat blijkt ook tijdens mijn gesprek met hem. Op het thema 'transgender zijn' komt hij uit zichzelf terug. Dat wil zeggen: het is voor hem geen onderwerp om overheen te praten. "Waar de oorsprong van het probleem zit, weet ik niet", zegt hij peinzend over het gevoel 'in een verkeerd lichaam te zijn geboren'. "Een christelijke geloofsgemeenschap moet mensen met deze gevoelens in ieder geval niet wegstoten, maar nabij zijn. Kwetsen moeten we voorkomen. De mensen om wie het gaat, leggen vaak een enorme weg af. Van bewustwording van de situatie, tot de transformatie ondergaan en met het nieuwe lichaam naar buiten treden. Je moet een sterk karakter hebben om daarna opnieuw een sociaal leven op te bouwen." Woonkamer Zijn omgang met dit onderwerp is kenmerkend voor de manier waarop De Korte hete hangijzers binnen de katholieke kerk bespreekt. Knopen doorhakken doet hij niet en met opvallend progressieve denkbeelden komt hij niet op de proppen. De noordelijke bisschop maakt voortdurend nuanceringen en heeft bewust oog voor de complexiteit van zaken. Dat maakt zijn standpunten niet zwart-wit. Dat geldt ook voor het thema homoseksualiteit. De Korte noemt een voorbeeld uit de praktijk. Enige jaren geleden begeleidde hij een orthodox katholieke man met een homoseksuele geaardheid. De man had zich voorgenomen om celibatair te leven, maar werd daar eenzaam en doodongelukkig van. "Hij vond toen een vriend en was gelukkig", zegt de bisschop. De relatie zou 'binnen de grenzen van de katholieke moraal' gestalte krijgen. Iedere intieme relatie heeft meerdere aspecten, vindt De Korte – kameraadschap, een klankbord voor elkaar zijn, bijvoorbeeld. "Als twee mensen van hetzelfde geslacht dat bij elkaar vinden, kan de kerk daar niet tegen zijn." Heikel punt binnen de kerkelijke discussie blijft natuurlijk het seksuele aspect van de relatie. Al tijdens mijn vraag daarover onderbreekt De Korte mij. "Dat wil ik helemaal niet weten", reageert hij. "Ik neem graag de woorden van een Duitse kerkleider over: De pastor moet in de woonkamer en uit de slaapkamer blijven." Toch blijft De Korte vasthouden aan ankerpunten van de katholieke traditie. Het huwelijk is iets voor man en vrouw. De doorvoering van het burgerlijk huwelijk voor mensen van hetzelfde geslacht is volgens hem 'wel heel snel gegaan'. Vanuit zijn perspectief als historicus onderbouwt hij dat. Denkers binnen het christendom, maar ook denkers uit andere grote godsdiensten en levensbeschouwingen, zoals de Chinese filosoof Confucius, verbinden het krijgen van kinderen aan het huwelijk. Dit gegeven noemt De Korte ter verdediging van de traditionele katholieke visie op het huwelijk. Ook onder een traditie als het celibaat lijkt De Korte niet te lijden. Integendeel. "Celibatair leven, dus zonder intieme relatie, is een geschenk van God. Het is een gave." Een uitspraak die hij, genuanceerd als hij is, aanvult met een kanttekening. "Maar het christelijk celibaat is alleen gelukkig te leven vanuit een sterke band met God én een sociaal netwerk van familie en vrienden." Iets om voor te waken, vindt de extraverte bisschop, die zelf aangeeft bij het gezin van zijn zus geborgenheid te vinden. Read More
  • In dienst van de mensheid

    Kunstenares Tinkebell denkt na over de moed om dingen te veranderen en over een gevoel van onmacht, aan de hand van een gedicht van Sylvia Hubers over introspectie. Ik was thuis en pleegde introspectie (Gedicht van Sylvia Hubers (1965). Uit: Vandaar dit huwelijksleven. Prometheus, 2009) Ik was thuis en pleegde introspectie. In dienst van de mensheid,dat sprak vanzelf. Ik bedacht mij een beroep: verpleegsterin verre werelddelen. Ik speldde mij het woord'nut' op de revers. Ik ging en ik kwam en ik zat nog steedsop mijn kamer. De nagels van mijn tenenwaren inmiddels geverfd en goed bekekenwas mijn hele eigen leven Nogal passief “Elk jaar met Kerst stuur ik aan mijn vrienden een pakket met teksten die ik belangrijk vind. Een paar jaar geleden zat daar ook dit gedicht bij. Ik vind het nogal tekenend, het beschrijft misschien wel een algemene staat van zijn. Zowel voor individuen als voor de politiek geldt: we weten allemaal wel wat er mis is in de wereld en we vinden daar van alles van, maar daar blijft het vaak bij. We wijzen naar anderen: zij moeten eerst iets veranderen. We beperken ons tot het aanmaken van een Facebookpagina en klikken ergens op een like. We zijn nogal passief, dat lijkt me de kern van alle problemen. Dat geldt ook wel voor mezelf. In de praktijk lijkt dat niet zo te zijn, vooral ook omdat anderen mij dat op het hart drukken. Maar het voelt wel zo. Ik doe wel wat, maar gevoelsmatig is het nooit genoeg. Dan kom ik bij een andere tekst, die ik altijd bij me draag: ‘God geve mij de gelatenheid om de dingen die ik niet veranderen kan, te nemen zoals ze zijn, de moed om de dingen te veranderen die ik veranderen kan en de wijsheid om het een van het ander te onderscheiden.’ Zo’n uitspraak leert me dat elk beetje iets is. Sneeuwbaleffect Het gedicht begint hoopvol met de hele mensheid en eindigt nogal ontluisterend met geverfde nagels. Je kunt er ook anders naar kijken en het als een cirkel lezen. Als je opschrijft dat je aan introspectie deed, vertel je eigenlijk met terugwerkende kracht waaruit die bestond. Je hebt bedacht dat er een probleem is, maar hebt daar niks mee gedaan. Je ziet dat het anders moet; dat lijkt me het begin van iets beters. De volgende stap is misschien dat je echt iets gaat veranderen. Dat is het hoopvolle. In je eentje ben je niet in staat de wereldproblemen op te lossen, wel als je allemaal iets doet. Ik geloof wel in het sneeuwbaleffect van al die kleine dingen bij elkaar. Ik zie ze ook gebeuren. Ik ben zelf aangesloten bij de Pop-up kerk, een club rasoptimisten die het anders willen doen. We zijn actief voor uitgeprocedeerde asielzoekers. We gaan een minidocumentaire maken over vluchtelingen in Calais en Lesbos. Maar we helpen elkaar ook met verhuizen; we zijn een soort onvoorwaardelijke familie die probeert het goede te doen. Moralisten, dat ook. Meestal wordt dat negatief gebruikt, maar ik ben blij dat er in ieder geval nog een paar rondlopen. Gevoel van onmacht In mijn werk bestudeer ik de normen die wij hanteren, op allerlei vlak. Als daarmee volgens mij iets vreemds aan de hand is, vergroot ik bepaalde elementen uit of plaats die in een andere context. Daardoor kunnen we er met z’n allen goed naar kijken. Als mensen daar boos over worden, is mijn eerste idee dus correct, dan is er iets mis met onze norm. Dan zit ik met mijn toetsing op het goede spoor. Dat vindt niet iedereen. Al een jaar of twaalf krijg ik veel haat- en dreigmails. Maar als iemand mij een mail stuurt met de boodschap dat hij me dood gaat maken, dan gaat het niet over mij, maar over een beeld dat die mailer van mij heeft. Het komt vaak voort uit een opeenstapeling van problemen waardoor mensen zich onmachtig voelen. Er is ook heel veel aan de hand. Als er dan iemand langskomt die je als schuldige kunt aanwijzen en verrot kunt schelden, heb je als mailschrijver het gevoel dat je iets goeds doet. Het geeft je een goed gevoel, waardoor je vervolgens misschien in staat bent tot iets positiefs. Ik vat het dus niet persoonlijk op; ik denk: oké, ga dan morgen maar weer iets aardigs doen voor de wereld.” Over Tinkebell Tinkebell (Katinka Simonse, Goes, 1979) is kunstenares. Ze kreeg bekendheid – en een hoop protest over zich heen – door het verwerken van dieren in haar werken. In maart van dit jaar reisde ze naar Afghanistan, uit bezorgdheid over het lot van de uitgezette Afghaan Feda Amiri en zijn dochter Tamana, die hem was gaan zoeken. Bezoek de site van Tinkebell. Read More
  • 75 jaar oecumenische gemeenschap van Taizé

    Aan de buitenkant van de Verzoeningskerk hangen foto's uit het leven van broeder Roger. Roger als klein jongetje met zijn broers en zussen. Roger lachend met paus Paulus VI als twee oude vrienden. De mooiste vind ik een foto uit de beginjaren van de gemeenschap: vijf broeders buiten aan tafel, als een familie, samen een eenvoudige maaltijd delend. Dit jaar is het 75 jaar geleden dat de protestantse theologiestudent Roger Schutz op de fiets de veiligheid van het neutrale Zwitserland 'ontvluchtte' in de overtuiging dat hij in het bezette Frankrijk meer voor zijn medemensen kon betekenen. In het bijna uitgestorven plattelandsdorpje Taizé trof hij een oude vrouw aan die hem vroeg of hij alsjeblieft wilde blijven. Dat deed hij. Tijdens de oorlog ving hij er met zijn zus vluchtelingen op. Na de oorlog kwam hij terug met een paar broeders om in gemeenschapsleven een teken van Gods liefde te kunnen zijn. Vijfenzeventig jaar later is het dorp verre van uitgestorven. De 'gelijkenis van gemeenschap' bestaat inmiddels uit een meer dan honderd - protestantse én katholieke - broeders die jaarlijks tienduizenden jongeren ontvangen. 2015 is niet alleen de 75e verjaardag van de gemeenschap, het is ook 10 jaar geleden dat broeder Roger, die afgelopen mei 100 zou zijn geworden, om het leven kwam. Een bijzonder jaar dus. Hoe staat de gemeenschap hier bij stil? En hoe zit het leven van een broeder in Taizé er anno 2015 uit? Een parabel van gemeenschap "Natuurlijk is er veel veranderd," zegt broeder Aloïs, de huidige prior van de gemeenschap, "maar het belangrijkste is er nog altijd. Broeder Roger zag het gemeenschapsleven als een gelijkenis zoals Jezus die geeft in de bijbel, een eenvoudig verhaal om iets veel groters te begrijpen: dat God liefde is, en niets dan liefde. Die parabel vormt nog steeds de kern van onze gemeenschap. Maar er is ook veel veranderd. In de beginjaren was er veel aandacht voor het verdeelde Europa, inmiddels zitten onze broeders over de hele wereld. Ook de vragen van de vele duizenden jongeren die ons sinds de jaren '70 ieder jaar weer bezoeken veranderen, er is meer behoefte gekomen aan basale vragen als 'Wie ben ik?' en 'Wat is de zin van het leven?', 'Hoe kan ik in God geloven?' Maar daarbij vergeten we nooit dat het evangelie ons ook leert verder dan onszelf te kijken, onze ogen naar buiten te openen. We spreken niet voor niets steeds over de 'nieuwe solidariteit', dat is nog even belangrijk als toen Taizé begon. En dat mag niet alleen een maar mooi idee zijn, we vragen ons altijd af: hoe kunnen wij het evangelie leven? Een heel praktisch voorbeeld is dat we pasgeleden met een aantal broeders naar Oost-Oekraïne zijn gegaan om daar de jongeren te ontmoeten, ze te laten weten dat de wereld hen niet vergeten is, om zo ons kleine beetje bij te dragen." N(i)et zo bijzonder Volgens de uit Nederland afkomstige broeder Jasper moeten we ons dit 'evangelie leven' tegelijkertijd niet te groots voorstellen. "Jongeren die hier voor een week op bezoek zijn, zien ons in onze witte gewaden in de kerk en denken dat we allemaal een soort heiligen zijn, maar als ik de wc schoon maak of een potje volleybal speel met mijn broeders, zie ik echt niet continu het beeld van Christus voor me. Juist het banale, het samen afwassen, is een belangrijk deel van het gemeenschapsleven. Als iemand broeder wil worden om alleen maar grote spirituele ervaringen te hebben, mist hij 80% van waar het leven hier om gaat. Tegelijkertijd moet je de grote dingen niet uit het oog verliezen, we zijn geen organisatie die leuke jongerenkampen organiseert, uiteindelijk zit ik hier wel in het vertrouwen dat God dat wil. Beide kanten zijn belangrijk en moet je ten volle proberen te leven. Als ik bezoekers iets kan meegeven, hoop ik dat dat is dat ons leven niet bijzonderder is dan dat van hun. Christen zijn doe je voor de volle honderd procent. Dat is in Nederland net zo bijzonder als in Taizé, misschien nog wel bijzonderder. De eerste jaren Als ik 's morgens vroeg met een paar honderd anderen naar de kerk loop voor het ochtendgebed, loop ik weer langs de foto van de eerste vijf broeders buiten hun eenvoudige huis. Het is moeilijk voor te stellen hoeveel er in een paar decennia veranderd is. Van een paar broeders in een verlaten Frans plattelandsdorpje naar meer dan honderd broeders en meer dan honderdduizend bezoekers per jaar. Als je 's zomers per ongeluk en onwetend door het dorp zou rijden, denk je eerder aan een festival dan aan een klooster. Iemand die al deze veranderingen van heel dichtbij heeft meegemaakt, is broeder François. Hij kwam in 1951 als dertiende broeder naar Taizé. De gebeden vonden toen nog plaats in het kleine romaanse dorpskerkje, de gemeenschap leefde van een eigen boerderij en er was veel aandacht voor muziek, kunst en theologie. "Ook werden heel voorzichtig de eerste oecumenische contacten gesmeed, destijds iets heel ongewoons. Dat veranderde in 1958 met paus Johannes XXIII. Frère Roger werd uitgenodigd voor diens installatie en toen die twee elkaar ontmoetten 'herkénden' zij elkaar, ze vonden in de ander waar ze naar op zoek waren. In 1969 kwamen de eerste twee katholieke broeders naar Taizé. Nu klinkt dat heel gewoon, maar je moet je voorstellen, dat leek toen onmogelijk! Mensen zeiden: 'dat kan niet!' Maar het kon toch." Read More
  • Europa verdient beter

    Het Europese continent ontleent zijn naam aan een Fenicische prinses. Zeus, overspelige oppergod van de Grieken, ontvoerde Europè naar Kreta. Daar 'beroofde hij haar van haar maagdelijkheid', lezen we in boeken over Griekse mythologie. In hedendaags Nederlands: daar verkrachtte hij haar. Europa, het begon met macht, geweld, onderdrukking en slachtoffers. Loopt het daar nu opnieuw op uit? Armoede, werkloosheid en wanhoop Griekenland mag dan de bakermat van de democratie zijn, het land is sinds enkele weken eerder een protectoraat van 'Europa' dan een zelfstandige natie. Alexis Tsipras, die bij zijn aantreden als premier een failliete en corrupte erfenis aantrof, voert onder dwang een beleid waarin hij als socialist niet gelooft en waarvoor een liberaal als Rutte zich in eigen land zou schamen. Armoede, werkloosheid en wanhoop onder de bevolking nemen grote vormen aan. Zal Griekenland er weer bovenop komen? Niet tenzij de geldschieters bereid zijn de Griekse schulden alsnog kwijt te schelden, aldus het Internationaal Monetaire Fonds. En het gevaar van een 'Grexit' is ook nog altijd niet bezworen. Een briljant idee De Europese eenwording heb ik altijd beschouwd als de belangrijkste politieke ontwikkeling tijdens mijn leven. Ik heb haar altijd als een hoopgevende ontwikkeling gezien. De grondleggers van de Europese samenwerking – de Fransen Schuman en Monnet en de Duitser Adenauer – koesterden na de Tweede Wereldoorlog een briljant idee. Wanneer de voormalige aartsvijanden Frankrijk en Duitsland economisch van elkaar afhankelijk zouden worden, zou een toekomstige grote oorlog op het Europees continent uitgesloten worden. Economische samenwerking was voor de Europese founding fathers – niet toevallig drie rooms-katholieken, gepokt en gemazeld in een wereldkerk – daarbij middel voor een groter doel: ontwikkeling van een waarlijk Europese beschaving.Economie ingebed in politiek en cultuur, Europa als waardengemeenschap, dat bleef lange tijd officieel het uitgangspunt voor de Europese samenwerking. De Franse sociaaldemocraat Jacques Delors, van 1985 tot 1992 voorzitter van de Europese Commissie, geldt als de grondlegger van de Economische en Monetaire Unie. Veelzeggend in dit verband is hoe zeer juist deze 'vader van euro' de noodzaak van 'een ziel' voor Europa beklemtoonde: een identiteit die verder reikt dan materieel gewin en nationaal eigenbelang. Economische benadering De geschiedenis heeft echter een andere wending genomen. Afgezien van enkele verlichte geesten als de liberaal Guy Verhofstadt en de groene Daniel Cohn-Bendit hangt nagenoeg geen enkel politicus nog het ideaal van een federaal of supranationaal Europa aan. De vraag wat 'wij' aan Europa hebben (lees: verdienen) ligt eenieder op de lippen. De omgekeerde vraag – wat wij voor Europa kunnen betekenen – wordt maar weinig gesteld. Dus heerst er in de Tweede Kamer en aan borreltafels weinig compassie met die arme Grieken. Het gebrek aan solidariteit met Griekenland vindt zijn pendant in de weigering van de Noord-Europese landen om een evenredig deel op te vangen van de migranten die nu aanspoelen op de kusten van Zuid-Europa. De puur economische benadering van Europa maakt ook dat men straks met een mond vol tanden zal staan wanneer de Britse premier Cameron met een 'Brexit' dreigt. Read More
  • Kleuren voor professionals

    Voor elk literatuurboek een kleurboek, zo lijkt het beleid van elke boekhandel. De kleurboeken voor volwassenen zijn razend populair en in de meest vreemde vormen verkrijgbaar. Enige echte kleurboeken voor volwassenen, creatief kleuren voor volwassenen, kleurboeken om op te sturen naar volwassenen, enorme kleurboeken voor volwassenen of zelfs een dikke dameskleurboek voor volwassenen. Alle volwassenen blijven maar kleuren, zo lijkt het. Want kleuren is het nieuwe mediteren, lekker zen worden door het krassen van potlood op papier. De rage is zelfs zo lucratief dat er heuse inkleurcursussen aangeboden worden. Voor alle volwassenen die moeite hebben met ingewikkelde lijntjes of moeilijke manoeuvres. Want een kleurboek voor volwassenen lelijk inkleuren is natuurlijk kinderwerk, echte schoonheden worden afgeleverd door volwassenen. Dat is allemaal tot daaraan toe, maar nu er zelfs wetenschappelijk onderzoek gedaan wordt naar de effecten van kleuren op depressies, angsten en chronische pijn vind ik het toch maar al te bont worden met dat volwassen gedoe. Zeg gewoon dat je als volwassene ook eens onbezorgde ontspanning nodig heb, en ga lekker kleuren. Als ik teveel stress door mijn lijf voel gieren zoek ik een mooi speeltuintje op en ga ik lekker schommelen, zonder die schommel direct een ‘schommel voor volwassenen’ te noemen. Laat het kleuren voor volwassenen maar over aan de echte professionals. Boeddhistische monniken bijvoorbeeld, die dagen achtereen bezig zijn met het inkleuren van een zandmandala. Daarvan krijgt de gemiddelde kleurende volwassene binnen een kwartier geheid chronische pijn.   Chris van Wieren was stagiair bij Volzin en studeert godsdienstfilosofie. Hij schrijft elke week over het geloof van Nederlanders.   Read More
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Doorzoek de website

opinieprijs banner

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda