Laatste nieuws

  • Gastvrijheid is de sleutel

    De tiende Volzin-lezing, 25 april jl. in de trappistenabdij Koningshoeven, heb ik ervaren als een bijzondere en verrijkende
  • Westerbork

    "Ik ben geboren in een concentratiekamp", zei een 59-jarige Molukse vrouw vorig jaar tegen me. Toen ik bevreemd
  • De Bijbel van een jurist

    Prem Radhakishun had het goed voorbereid afgelopen donderdag. Een schokkend openingsstatement om zijn tegenstander weg te zetten, genoeg verontwaardiging
  • 1
  • Gastvrijheid is de sleutel

    De tiende Volzin-lezing, 25 april jl. in de trappistenabdij Koningshoeven, heb ik ervaren als een bijzondere en verrijkende gebeurtenis. ‘Gastvrijheid: sleutel tot samen leven’ was het onderwerp van de lezing door abt broeder Bernardus Peeters. Een hoogst actueel thema in een tijdvak waarin duizenden arme mensen in gammele bootjes de oversteek wagen naar Europa – een oversteek die ze niet zelden met de dood moeten bekopen, terwijl intussen in het Torentje bewindslieden nachtenlang vergaderden over de opvang van mensen die van de overheid het stempel ‘illegalen’ hebben gekregen. “Ik ben mij bewust dat ik deze Volzin-lezing houd in een wereld waarin sommige Nederlandse politici, en niet alleen Geert Wilders, de grenzen van ons land volledig willen sluiten onder het mom dat we vluchtelingen op moeten vangen in hun eigen gebieden”, zei Bernardus. “We doen dan wel aan gastvrijheid maar wij houden de gast op veilige afstand zodat ons eigen leven er niet door geraakt wordt. Deze lezing vindt plaats in een land en een tijd waarin asielzoekers als criminelen opgesloten worden. In zo’n samenleving verdwijnt een wezenlijk element: het bewogen worden door het lot van een vreemde. En door ons mentaal af te sluiten voor het lot van een vreemde plaatsen wij onszelf op een eiland dat vroeg of laat gewoon onbewoonbaar zal worden.” Broeder Bernardus – lees de volledige tekst van zijn lezing op onze website www.volzin.nu – sprak verademende en richtinggevende woorden. Woorden die in het politieke debat en aan de borreltafel vaak node gemist worden. “Als wij de sleutel van de gastvrijheid wegwerpen, doen wij onszelf ernstig tekort.” “Gastvrijheid is vooral een innerlijke houding en heeft daarmee haar woonplaats in het hart van de mens. Het reikt dus oneindig veel verder en dieper dan het gewoon ter beschikking stellen van een huis of een kamer of van het openstellen van je landsgrenzen.” Met deze woorden maakte Bernardus duidelijk dat openheid voor de vreemdeling behoort tot het hart van de religieuze tradities, van de grote morele tradities van de mensheid. Natuurlijk, religieuze en morele tradities kennen ook hun misgroei en staan open voor misbruik door kwaadwillende mensen. De religieuze legitimatie van geweld is in onze dagen helaas wijdverbreid – dat is overigens niet alleen binnen de islam het geval, zo maakt Peter Nissen in de special in deze aflevering van Volzin duidelijk. Maar tegelijkertijd liggen in deze tradities belangrijke sleutels voor de oplossing van maatschappelijke problemen. Zij nodigen mensen uit om de blik te richten op de ander en diens welzijn. De ander die mens is zoals wijzelf. Dat uitgangspunt is voor een humane politiek en samenleving onontbeerlijk. Tien maal een Volzin-lezing, maar als ik me goed herinner, was de bijeenkomst in Koningshoeven de eerste bijeenkomst waarin binnenkerkelijke problemen totaal niet genoemd werden. Wat mij betreft was de tiende Volzin-lezing niettemin een voorbeeld van kerk op haar best: mensen die hun inspiratie delen, zich laven aan oude en nieuwe verhalen en zich bezinnen op hun opdracht in de grote en kleine wereld. Ook voor kerken geldt: ofwel zijn zij een open ruimte ofwel verworden ze tot een onbewoonbaar eiland. Gastvrijheid jegens ‘vreemdelingen’ - ook in eigen midden - is ook hier de sleutel. Read More
  • Westerbork

    "Ik ben geboren in een concentratiekamp", zei een 59-jarige Molukse vrouw vorig jaar tegen me. Toen ik bevreemd opkeek, vertelde ze over ‘concentratiekamp Schattenberg’, het voormalige doorgangskamp Westerbork in Drenthe. “Het kamp was nog compleet. Het was omheind en er stonden soldaten op wachttorens omheen. Het bordje met Eingang stond er nog steeds.” Westerbork, nu een gewoon Drents dorp, zal nog wel even last houden van de met deze naam verbonden zwarte geschiedenis. Doorgangskamp voor joodse Nederlanders in de jaren 1942-1944: 93 transporten naar de vernietigingskampen in Polen, 100.000 weggevoerde mensen, van 0 tot 102 jaar oud, voor het overgrote deel Joden. De meesten wisten niet wat hun te wachten stond. Zoals een toen nog onbekende dichter in april 1941 in het kamp opschreef: Waar wij ook gaan, daar zal het vreemd / en dor ons zijn als een woestijn. Geen weligheid van wei of beemd / zal ons vergeten doen, hoe vreemd, / hoe ver en hoe verdwaald wij zijn. Deze man was Jacques Presser, na de oorlog geschiedschrijver van de vernietiging van de Nederlandse joden.Honderdduizend werden er uit dit kamp getransporteerd, vijfduizend keerden terug. Kille cijfers die een harde werkelijkheid vertellen. Een andere overlevende sprak later over Westerbork cynisch van een joodse stad van 100.000 inwoners met een merkwaardig snel fluctuerende bevolking.Het verhaal van de Molukse vrouw laat zien dat Westerbork verschillende geschiedenissen heeft: opvangkamp voor Joodse vluchtelingen uit nazi-Duitsland, van 1942-1945 doorgangskamp, daarna interneringskamp voor NSB’ers en andere ‘foute’ Nederlanders, toen nog een jaar opvangkamp voor gerepatrieerde Indonesiërs en vanaf 1951 voor Molukse gezinnen, vaak van KNIL-militairen. Molukse mensen bleven er tot 1972 wonen. Toen werd het kamp eindelijk opgedoekt. Vijf groepen bewoners: sommige groepen woonden er zelfs samen… Het is er bedrieglijk idyllisch, op het voormalige kampterrein. Dertig jaar geleden werd het terrein, dat toen braak lag, ingericht als herinneringscentrum en dat is bijzonder ‘mooi’ gedaan. Het is inmiddels de meest indrukwekkende plek waar een recente verdwenen laag van de Nederlandse geschiedenis weer boven de grond komt. Iconisch zijn het Amsterdamse Achterhuis, het spuuglelijke monument op de Dam en de Waalsdorpervlakte, maar hier grijpt de leegte van het landschap je aan. De informatievoorziening is voortreffelijk, lopen over de treinrails die doodlopen is aangrijpend. Waar de ijzers omhoog steken voel je aan den lijve wat nazi’s als Himmler bedoelden toen ze aangaven dat de joden onder hun bewind Luftmensch zouden worden. Ik vertaal het maar niet.Het meest ontroerend vind ik het monument op de voormalige appelplaats: 102.000 stenen, gesierd met een davidsster, voor elke vermoorde jood één. Stenen: hét symbool van rouw en ook van hoop. Stenen leggen joden op een graf en als er voor je geliefden geen graf is – een drama te meer voor de joodse overlevenden van de Sjoa – dan leg je stenen neer om dat graf alsnog te markeren. Veel herdenkingsplaatsen hebben dan ook stenenvelden, zoals bij het vernietigingskamp Treblinka in Polen. Maar ook het Berlijnse monument van Libeskind verwijst daarnaar. Op het kampterrein van Westerbork loop je in leegte, in afwezigheid, in puur gemis. Goddank dat de rails hier nu wel ophouden. Willem van der Meiden belicht in de rubriek Ommegang nieuwe en oude 'heilige plaatsen' in Nederlands twaalf provincies. Read More
  • Onze schrijvers zijn weer braaf geworden

    In het literaire oeuvre van veel schrijvers is de oorlog nadrukkelijk aanwezig. Een wereld van goed en fout. Daarnaast leven auteurs als W.F. Hermans, Gerard Reve en Harry Mulisch zich in hun vroege, naoorlogse proza uit in openhartige en baanbrekende beschrijvingen over seks, geloof en homoseksualiteit en in ruimere zin over politiek en filosofie. Hun proza gold voor velen als de ware bevrijding, het elan van een nieuwe tijd. Haat, spot, ironie en anarchie. Het taboe voorbij. Alles kon. Maar de tijden zijn veranderd. Het leek de 17-jarige Wim (Willem Frederik) Hermans wel spannend om eens een oorlog mee te maken. Hij had gelezen over de Punische oorlogen en de Tachtigjarige oorlog. Nu zou het oorlog zijn in Amsterdam! Dat viel hem aanvankelijk tegen. Eén bom in de binnenstad, maar verder gebeurde er vanuit zijn belevingswereld niks. Tot zijn zus Corry en haar vriend op 14 mei 1940 dood in een auto aan de Amstelveenseweg werden gevonden. Zelfmoord. “De dag dat de zuster stierf werd de schrijver geboren,” schrijft Hermans-biograaf Willem Otterspeer in Oorlog, uit het eerste deel van zijn Hermansbiografie.Voor de tienjarige Bob den Uyl begon de oorlog eveneens als een welkom spektakel in een dodelijk saai burgerlijk bestaan. Oorlog is leuk luidt de titel van een kort verhaal van de latere schrijver, waarin hij terugblikt op het bombardement op Rotterdam. Vanuit de woonkamer op de derde verdieping in de Tak van Poortvlietstraat kijkt de kleine Bob naar de vliegtuigformaties, naar luchtgevechten met cirkelende en duikende Spitfires, Stuka’s, Hurricanes en Fokkers. “Kleine stiftjes vallen uit de rompen, duikelen naar beneden en verdwijnen in de rook.” De hemel is een filmdoek waarop een geweldig spannende film is te zien. Boven de stad rijst ‘een grote bloemkool van vuur’. Onheilspellend leegGerard Reve schrijft in De ondergang van de familie Boslowits dat ‘Simontje’ (Reve heette toen nog Simon van het Reve) ‘korte, maar hevige straatgevechten hier in de stad’ het mooiste zou vinden: “Zo van raam tegenover raam, met handgranaten en witte vlaggen, maar niet langer dan twee dagen, want dan verveelt het weer.” Reve was bij het uitbreken van de oorlog zestien jaar. In het verhaal dringt de oorlog steeds dieper het leven van Simontje binnen door de maatregelen die de Duitsers nemen tegen de Joden die uit hun huizen worden gehaald. Verhalen doen de ronde over buurtbewoners die zelfmoord hebben gepleegd. Het hele gezin Boslowits wordt weggehaald, op de invalide vader, ‘oom Hans’, na. Hij duikt onder bij vrienden, maar maakt een eind aan zijn leven door het innemen van slaaptabletten die hij heeft opgespaard. Hij bleek nog geld te hebben voor ruim een jaar verzorging. “Dat is de reden niet geweest,” zegt de verpleegster aan het eind van het verhaal.  Read More
  • Drie religies samen op weg

    Rachel Reedijk maakt de balans op van zeventig jaar dialoog tussen joden en christenen. Naast oude knelpunten zijn er nieuwe uitdagingen. Op naar de 'trialoog' van joden, christenen en moslims samen. Volgens de jaarlijkse lezingencyclus lezen we nu in de synagoge op sjabbat uit Leviticus, een bijbelboek vol offervoorschriften. In de Oudheid geloofde men dat rituelen iets ‘doen’. Het Hebreeuwse woord voor offer, korban, is afgeleid van het werkwoord voor ‘naderen’. Door te offeren nadert de gelovige tot God. Een zevach sjelamim (vredesoffer) werkt verzoenend. De moderne interreligieuze dialoog maakt gebruik van rituelen – samen eten bijvoorbeeld of aanwezig zijn bij elkaars eredienst – om mensen van verschillende achtergrond dichter bij elkaar te brengen. Zij roken samen de vredespijp in de hoop zo vooroordelen te ontmantelen. Pijnlijke onderwerpenBestrijding van antisemitismebestrijding was lange tijd dé bestaansreden van de joods-christelijke dialoog. Het fundament hiervoor werd al in de Tweede Wereldoorlog gelegd, in plaatsen als Londen en het Zwitserse Seelisburg. In 1981 ontstond in Nederland het Overlegorgaan van Joden en Christenen (OJEC). Christenen stelden zichzelf de opdracht om te onderzoeken of en hoe de kerk had bijgedragen aan anti-judaïsme. Bestond er een verband met de Shoah? De deelnemers aan dit gesprek schuwden pijnlijke onderwerpen niet. Dankzij deze dialoog werden christenen zich ervan bewust dat hun traditie voortbouwt op joodse inzichten. Men constateerde dat het Eerste (‘Oude’) en Tweede (‘Nieuwe) Testament elkaar aanvullen. Christenen verwierpen de substitutieleer – de gedachte dat het jodendom door de komst van Jezus overbodig is geworden (met als consequentie dat joden zich moeten bekeren) – en erkenden de joodse verbondenheid met het huidige Israël. Joodse bronnen werden ontsloten in het tijdschrift Tenachon.Het door de eeuwen heen gegroeide wantrouwen was aan joodse zijde niet meteen weg. Met de afgedwongen disputaties van het verleden in herinnering bestond er weerstand en weerzin tegen bezinning op het christendom. Toch waren er in de negentiende eeuw al joodse wegbereiders. De Duitse liberale rabbijn Abraham Geiger (1810-1874) bijvoorbeeld stelde vast dat Jezus een jood was. De eveneens liberale Engelse geleerde Claude Montefiore (1858-1938) vatte het Nieuwe Testament op als behorend tot de joodse literatuur. De joodse partner in de dialoog had de rol van leraar, soms tot vermoeiens toe – ‘ze vragen zoveel!’, was vaak de reactie aan joodse zijde. Read More
  • Nieuwe Volzin-special: Religie en (v)rede

    “Dit is wat mij voor ogen staat: een breed beraad over wat ons heilig is, met respect voor elkaars andersheid, met geduld en redelijkheid, in een taal die voor iedereen verstaanbaar is, een beraad waarbij niemand bij voorbaat van deelname wordt uitgesloten.” Dat schrijft hoogleraar spiritualiteitsstudies Peter Nissen in een essay over religie, geweld, en vrede dat komende week in Volzin verschijnt. Oorlogen worden vaak uit naam van God gevoerd, maar zelden blijkt religie dé oorzaak te zijn. Om te voorkomen dat religieuze overtuigingen als legitimatie voor geweld gebruikt wordt, is een redelijk gesprek nodig, betoogt Nissen. Het essay van Nissen maakt onderdeel uit van de Volzin-special ‘Religie en (v)rede’. Hierin ook een interview met zuster Yosé Höhne-Sparborth, vredeswerker in Irak. Zij spreekt uit eigen ervaring als ze constateert dat redelijke dialoog in oorlogsgebieden niet echt mogelijk is. Het debat over oorlog en vrede in het Westen is volgens haar “nogal geïdeologiseerd, zonder een beeld van de realiteit waarin mensen proberen te overleven”. Daarom gaat ze in Irak niet in discussie over het geweld, maar probeert ze op een praktische manier de mensen daar te helpen. Een overlevingsstrategie in Irak is vriendelijk met elkaar omgaan. “Als er zoveel geweld om je heen is, moet je ondeelbaar vriendelijk zijn, anders is het leven niet leefbaar.”Verder in deze Volzin: een verslag van de Volzin-lezing over gastvrijheid en journalist Frank Mulder over het kapitalisme als geloofssysteem en het christelijke alternatief daarvoor. De nieuwe Volzin verschijnt vrijdag 29 mei. Als u geen abonnee bent, kunt u hier het nummer los bestellen. Read More
  • Buigen

    Sinds ik bij de KRO-NCRV werk, zijn de grappen van papen richting protestanten en vice versa natuurlijk niet van de lucht. Heel leuk, maar mijn van oorsprong zuinige gereformeerde inborst wordt al jarenlang bijgevoederd door weldadig roomse vrienden. En door boeddhistisch onderricht. Aldus achtte ik mezelf al behoorlijk doorontwikkeld op het veelbelovende pad van de multireligiositeit en zet ik soms vraagtekens bij het achterhoedegevecht van katholieke en protestantse kwesties in ons radiopogramma Wierook en Pepermunt. Maar vandaag mag ik beroepshalve de basiliek van het Heilig Bloed in Brugge aandoen. Dit godshuis heeft z’n naam te danken aan de druppel bloed van Christus, die in 1256 veroverd zou zijn tijdens de tweede kruistocht in het heilige land. Een beetje melig betreed ik het heiligdom. De beeldenstorm woedt kennelijk al die eeuwen na dato nog in mij door.Maar men mag niet spotten, zo melden mij zowel bordjes, als de diepe mannenstem die uit de microfoon komt. Kennelijk zijn dergelijke vermaningen hier op het westelijk nuchtere halfrond nodig. Hoewel de rij van devoten die de druppel willen vereren, onafzienbaar lang is. Maar ik blijf toerist. Al wachtend vraag ik me voortdurend af wat ik hier doe.Tot me plots een boeddhistisch verhaal te binnen schiet. Over die jongeman die meerdere keren op zakenreis naar Bodhgaya ging, de plek waar de Boeddha verlichting vond. Telkens beloofde hij zijn oude moeder een reliek van de leraar. Toch vergat hij dat iedere keer, tot groot verdriet van de oude vrouw. Op een dag zag de zoon vlakbij het huis van z’n moeder een dode hond langs de weg liggen. Gauw trok hij een tand uit de bek van het dier. Tegen zijn moeder zei hij dat het een tand van de Boeddha was. Stralend van dankbaarheid legde de vrome vrouw de hondentand op haar altaar en bad er zo innig voor, dat er regenbogen rond de hondentand verschenen, en zij verlichting vond.Ondertussen is de file van devoten voor mij opgelost. Ik sta nu voor de zogenaamde druppel bloed van Christus. Hier wordt al acht eeuwen lang de levenservaring, verwondering, de tranen en verlangens geofferd van talloze mensen. Wat heeft de relikwie in die tussentijd anders kunnen doen dan te transformeren tot het bloed van die timmerjongen uit Nazareth? Devotie. Pas nu begrijp ik het. Ik buig mijn hoofd. Annemiek Schrijver is journalist en presentator bij KRO-NCRV. Read More
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Doorzoek de website

opinieprijs banner

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda