Laatste nieuws

  • 1
  • Contemplatieve politiek gevraagd

    "Ik voel mij de laatste jaren vrijwel politiek dakloos", schrijft theoloog Erik Borgman. Politici beloven dat zij in staat zijn het leven beheersbaar en veilig te maken. "Maar het werkelijke probleem is dat ze zeggen te doen wat buiten hun macht ligt. Zo zijn zij niet alleen blind voor de realiteit, maar verspreiden zij deze blindheid." Borgman pleit voor een ander politiek uitgangspunt: het verlangen van mensen naar goed leven. ‘Je moet een van ons willen zijn’, was de kop boven een interview met Malik Azmani eind juli in Trouw. VVD-kamerlid Azmani, kind van een Friese moeder en een Marokkaanse vader, was door de opmaakredacteur tegen de achtergrond van een Nederlandse vlag geplaatst terwijl hij een visje at. Hij verlangde naar meer momenten dat Nederlanders het gevoel konden hebben bij elkaar te horen, zoals hopelijk de Olympische Spelen. Dit soort geluiden hoor je tegenwoordig vaker. Ze maken mij doodsbang. Ik weet ook wel dat het niet in eerste instantie tegen mij gezegd wordt, maar als ‘gewoon’ zijn de norm wordt, ben ik verloren. Ooit werd ik tot tranen toe geroerd door Freek de Jonge, die in een conference zei: “Ik hoor het mijn vader nog zeggen: ‘Doe toch eens gewohoon!’ ‘Doe nou eens iets bijzonders’, was misschien iets stimulerender geweest!” Er is tegen mij op cruciale momenten gezegd: Jij doet iets bijzonders, ga ermee door want het is misschien belangrijk. Ik hoefde niet bij ons gezin te willen horen, ik hoorde erbij. Dat maakte het mogelijk om iets te doen wat mijn vader, moeder of broers niet konden bedenken, maar wat ze als, ik het deed, als zinvol herkenden. Hetzelfde gold omgekeerd. Er alleen voor staan Het lukte niet altijd, maar het idee was dat door wat ieder aan eigenheid inbracht, wij gezamenlijk beter werden. Misschien denk ik daarom wel dat God vooral nieuwsgierig is welk aspect van zijn goedheid in jou, jou en mij aan het licht zal komen en dat stimuleert. “Tot vrijheid heeft Christus ons bevrijd”, schrijft de apostel Paulus in de brief aan de Galaten (5,1). Het is deze vrijheid die ons redt omdat zij nieuwe, ongehoorde dingen mogelijk maakt. Onze redding ligt niet in onderschikking aan welke vorm van vaste identiteit dan ook. Wij maken ons zorgen over het verkeerde. We denken tolerant te zijn, maar als iemand iets afwijkends doet, geloven we dat onze samenleving bezig is uit elkaar te vallen. De ervaring dat we als los zand zijn geworden, komt naar mijn overtuiging echter voort uit ons gevoel dat niemand haar of zijn nek meer uitsteekt. Wij zijn gaan geloven dat niemand meer voor ons opkomt, dat we er alleen voor staan. Dus zoeken de meesten van ons dekking: als ik nu maar hard genoeg laat blijken dat ik ‘een van ons’ wil zijn, dan zal ik in dat ‘ons’ ook wel beschutting vinden. Een enkeling schreeuwt dat hij geen veiligheid nodig heeft. Wat er aan de hand is weet iedereen en de regels zijn duidelijk, tenminste voor ‘ons’, en iedereen die zich niet aan onze regels onderwerpt, moet de consequenties maar ondervinden. Veel dekkingzoekers herkennen zich in zijn woede en zoeken nu dekking in zijn kracht. Zo wordt het ventileren van agressie tegenover anderen teken dat je ‘een van ons’ wilt zijn. Ondertussen voelen we in de door agressie getekende wereld nog angstiger en verweesder. De vraag is hoe het gemakkelijker kan worden nieuwe wegen te verkennen. Ruimte scheppen Het verlangen om ‘een van ons’ te zijn wil ik niet koesteren. Omdat ik dan altijd te kort zal schieten, maar vooral omdat dit impliceert dat ik daarmee zou verklaren niet ‘een van hen’ te zijn. Maar ik ben ‘een van hen’! Vorig jaar zei paus Franciscus het wat mij betreft glashelder, toen hij tijdens zijn bezoek aan de Verenigde Staten de gezamenlijke vergadering van het Amerikaanse Congres toesprak. Hij borduurde voort op de zogenoemde Gulden Regel, die wordt beschouwd als de grondslag van alle ethiek en die ook door Jezus werd verwoord: “Behandel de mensen in alles zoals je wilt dat ze jullie behandelen” (Matteüs 7,12). Deze regel, zei de paus, suggereert dat we anderen met dezelfde passie en compassie moeten behandelen als waarmee wijzelf behandeld willen worden. We moeten voor anderen naar dezelfde mogelijkheden als naar die wij voor onszelf nastreven. We behoren de groei van anderen bevorderen zoals ook wijzelf graag door anderen geholpen zouden willen worden. “Kortom: als we zekerheid willen, moeten we zekerheid geven; als we leven willen, moeten we leven geven; als we mogelijkheden willen, moeten we mogelijkheden beschikbaar stellen.” Want we leven niet van grenzen, maar van wat dankzij de ruimte die anderen scheppen voor ons mogelijk is. Die anderen moeten er daarom van ons de ruimte voor krijgen. Realistisch of wereldvreemd Dit gaat lijnrecht in tegen wat tegenwoordig voor wijsheid doorgaat. Politiek essayist Paul Scheffer schreef voor de Maand van de Filosofie een boekje met als titel De vrijheid van de grens. Wij zouden grenzen minder met onvrijheid moeten associëren, vindt hij. Buitenhouden van wat zich aan ons voordoet als willekeur en chaos, maakt onze vrijheid mogelijk en beschermt haar. Dat gemeenschap en wederzijdse betrokkenheid en verantwoordelijkheid gebaseerd zijn op uitsluiting, onverschilligheid en zo nodig vijandschap ten opzichte van wat ons bedreigt, is voor Scheffer een paradox die wij maar te accepteren hebben om niet af te stevenen op een oorlog van allen tegen allen. Lees meer
  • Hoogmoed en die val daarna

    De dichter Willem Kloos verkondigde dat hij “een God in het diepst van zijn gedachten was”. De arme man kreeg door deze uitspraak een hoop kritiek te verduren. Het is onmogelijk, riepen de criticasters, te denken dat je almacht hebt over je gedachten, je driften, de wereld om je heen. Alles is een constructie van biologische processen die signalen van de buitenwereld opvangen en deze omzetten in emoties waar het brein dan weer wat van moet zien te maken. Je vraagt je af of deze fronzende gelijkhebbers ooit twintig zijn geweest. Tamelijk vervuld van mijzelf denk ik nogal eens dat ik een God in het diepst van mijn gedachten ben. Dat ik, als ik maar goed analyseer en contempleer, mezelf overal binnen, tussen of uit kan kletsen. Een beetje welsprekendheid hier, een slimme opmerking daar en ik loods het angstvallig zwijgende voetvolk zo door de rode zee der retoriek. Deze positie is mij voorbehouden omdat ik studeer en jong ben. Iedereen die me tegenspreekt is laagopgeleid of heeft alzheimer. Deze zorgvuldig opgebouwde zelfvergroting, is aan stukken geslagen toen ik op een kalme herfstmiddag voorbij werd gescheurd door een bejaarde vrouw op een motor. Terwijl ik beduusd door deze zoevende combinatie van ouderdom en techniek, nadacht over zestigplussers en midlifecrises, raakte ik van de weg en vond mijzelf even later in de goot. Naast mij lag een beschadigd ego en wat stukjes arrogantie. Wat was hier gebeurd? Liggend in die goot bedacht ik dat de wereld toch wel vol zit met onverwachte wendingen. Situaties die ik, zelfs als opperwezen der gedachten, niet kan bedenken. De praktijk wijst uit dat er bejaarden zijn die niet braaf hun puddingbakje leegeten in een muffe zorginstelling. De realiteit is dat er motorverkopers zijn die zonder doorvragen aan oudere dames een racemonster verkopen. De werkelijkheid is zo dat jonge mensen van hun fiets vallen en oma’s over het asfalt razen. God weet wat deze vrouw allemaal nog meer kan. Misschien heeft ze wel jaren werkervaring in winstgevende sectoren, heeft ze kinderen gebaard die nu nuttige dingen doen voor de wereld en haar inwoners, werkt ze stiekem voor de CIA die haar inhuurt om jongelingen van hun hooghartige sokken te rijden. De regering heeft onlangs bepaald dat de ouderen meer koopkracht krijgen. Straks hebben ze allemaal een motor. Hoeveel ouderen gaan mij nog terechtwijzen? Ik vrees voor de toekomst en mijn goddelijke geestesproducten. Vanuit de goot bekeken, blijkt de wereld toch wat anders dan gedacht. David Roelofs is masterstudent Nederlandse Literatuur en Cultuur aan de Universiteit Utrecht en stagiair bij Volzin. Lees meer
  • 'Onze bezem verbindt leefwerelden'

    We hebben te lang in een cultuur gezeten van graaien en achterover hangen. Tegen mensen die teveel hebben zou ik willen zeggen: investeer en geef iets terug. En tegen mensen aan de onderkant van de samenleving: kom uit die stoel en ga aan de slag.” Het project ‘Social label’ slaat een brug tussen kunstenaars en ontwerpers aan de ene kant en mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt aan de andere kant. ‘Wij willen een positieve beweging zijn die mooie designproducten maakt voor een mensgerichte economie.” Ontwerpers Petra Janssen (50) en Simone Kramer (44) zijn de initiatiefnemers van Social label. In 2011 vonden ze elkaar bij het Huttenfestival in Tilburg, de tijd waarin de economische crisis zijn sporen had nagelaten. Het moest anders. Janssen: “We hebben toen een tiendaags bouwfestival georganiseerd met beeldend kunstenaars, ontwerpers en architecten. We bouwden een nieuwe samenleving, een dorp in de stad Tilburg. Het festival was geënt op het idee dat iedereen mee mag doen.” Op het festival leerden cliënten van een houtwerkplaats van Amarant, een zorgorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking, meubels maken van ontwerper Piet Hein Eek. “Omdat ze daar zo’n lol in hadden, hebben we Piet gevraagd voor hen een ontwerp op maat te maken. Dat werd het eerste Social label product.” Kramer: “Het was mooi om te zien wat het met mensen doet om onderdeel te zijn van een gemeenschap en dat kunst mensen kan verbinden.”In het Werkwarenhuis aan de Tramkade in ’s-Hertogenbosch, gevestigd in een oud fabriekspand, staan verschillende tafels en banken van Piet Hein Eek. Op een stellage zijn de andere producten van Social label uitgestald: vazen, schorten, bezems en een servies. Echte denkers én doeners, zo omschrijven Janssen en Kramer zichzelf. Er is de afgelopen vijf jaar dan ook veel gebeurd. “Het begint altijd met een vraag”, vertelt Kramer. “De begeleiders of manager van een werkplaats komen naar ons toe met een idee. Dan gaan wij kijken wat ze maken, welk materiaal ze gebruiken en welke vorm van vakmanschap aanwezig is. Het uitgangspunt is de vraag wat ze willen leren. Dan zijn ze van binnenuit gemotiveerd om te innoveren. Onze productlijnen staan eigenlijk voor een andere manier van kijken: hoe kunnen we mensen mee laten doen door gezamenlijk mooi werk te creëren?”Vervolgens zoeken ze een ontwerper die aansluit bij de mentaliteit en praktijk van de werkplaats. Ontwerper en makers komen met elkaar in contact en uiteindelijk rolt er een ontwerp uit. Kramer: “De mensen staan voorop, vervolgens komt het proces en dan pas het product. Dat moet een vliegwiel zijn voor een andere werkomgeving.” Het designproduct zorgt ook voor een podium: door aandacht in de media komen de mensen die het maken in de schijnwerpers te staan. Mouwen opstropen “We wilden onze fietswerkplaats naar een hoger niveau tillen. Toen we in aanraking kwamen met Social label waren we meteen enthousiast.” Melle Talsma (46) is projectmanager bij Cambio Buurtbeheer in Deventer, dat zich richt op bevordering van de leefbaarheid in de wijken en op activering van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het bedrijf biedt activeringstrajecten, dagbesteding en vrijwilligerswerk waarbij reguliere krachten als rolmodel fungeren. Dagelijks werken er driehonderd mensen bij Cambio. Naast werkzaamheden als catering, klussen en reiniging zijn deelnemers werkzaam in de Fietswerkplaats. Talsma: “De betere fietsen uit het depot worden opgeknapt voor de verkoop. De frames van fietsen die niet meer te redden zijn, worden gezandstraald, gepoedercoat en voorzien van nieuwe onderdelen. Mensen kunnen hier op basis van hun eigen wensen een fiets laten bouwen.”Janssen en Kramer van Social label wisten meteen wie ze aan Cambio wilden koppelen: Dick van Hoff, ontwerper van onder meer robuuste houtkachels. In Deventer keken ze halsreikend uit naar een nieuwe design fiets. Een aantal maanden na de kennismaking presenteerde Van Hoff zijn ontwerp: een bezem. Talsma: “In eerste instantie waren we niet zo enthousiast, maar door zijn verhaal bij het ontwerp waren we vrij snel om. Dick heeft op een heel eigen manier naar de historie en het DNA van Cambio gekeken.” Lees meer
  • Als het je boeit, bid je

    Via sociale media worden nieuwe manieren gevonden om na een aanslag massaal steun te betuigen. Sinds een tijdje bestaat de #prayfor-beweging. De oproep om te bidden voor slachtoffers slaat enorm aan. 'Praying' blijkt anders dan het traditionele gebed. Dat je bidt, is belangrijker dan wat je bidt.  ‘Erg hè?’ zegt een vrouw in de trein tegen haar vriendin. ‘Wat is erg?’ vraagt de ander afwezig. ‘Nou, die aanslagen’. De vrouw denkt even na en zegt: ‘Welke bedoel je? Die van Orlando? Of zijn er al weer nieuwe?’ Dit gesprek hoor ik de afgelopen tijd vaak voorbij komen. De een zegt tegen de ander dat er weer iets ergs in de wereld is gebeurd, waarop de ander met een lichte achteloosheid en tegenzin informeert naar nadere details. Het feit dat een man met vrachtwagen op een mensenmassa inrijdt, een ander het vuur opent in een gay club, een derde zichzelf opblaast in een stadscentrum wordt schokkend bevonden, maar is voor de buitenstaander meestal te verwerken. De specifieke gebeurtenis is onverwacht, maar van algehele verbazing is zelden nog sprake. Het incident is in lijn met voorgaande aanslagen. De bloedige blauwdruk is vaak dezelfde. De etiketten ‘aanslag’, ‘terreur’, ‘extremisme’ geven de gebeurtenis een plaats in het menselijk brein. De denkbeeldige map met informatie over de aanslagen moet steeds vaker worden opengeslagen om nieuw materiaal toe te voegen. Dit zorgt ervoor dat het abstracte concept ‘terreuraanslag’ een realiteit wordt. Emotie-etalage Het verwerkingsproces kent een rationele en emotionele component. Enerzijds wordt de kale informatie verwerkt, opgeslagen en in kaders geplaatst. Door de vele aanslagen van de afgelopen maanden en jaren kan men beschikken over een duidelijk beeld van het idee ‘aanslag’. We zijn gewend geraakt aan de media-aandacht, het oplopende dodental, politieke gevolgen en maandenlange onderzoeken. De nasleep van een aanslag volgt een vast patroon. Anderzijds moet er op het emotionele vlak mee worden omgegaan. Dat blijkt vaak een stuk moeilijker. Wat voel je eigenlijk als je hoort van slachtoffers en terroristisch geweld? Hoe moet je dat uiten? Bestaan daar wellicht kaders voor? Het antwoord is ja, voor het omgaan met wereld-ellende bestaan patronen die mensen, bewust of onbewust, blijven volgen. De rouwtocht, de bloemenzee, de vele kaarsjes, zulke uitingen van verdriet en pijn zijn bekend. Maar omdat de mens tegenwoordig ook het digitale ‘ik’ als onderdeel van de identiteit ziet, worden ook op sociale media emoties geuit. Zo kunnen al snel na berichten van terreur, op Facebook vlaggenfilters over je profielfoto plakken. De foto van jezelf blijft intact maar wordt bedekt met een licht doorschijnende afbeelding van een Franse, Libanese, of Belgische vlag. Inmiddels wordt de vlaggendatabase na nieuwe incidenten steeds verder uitgebreid. Op Twitter kan van de bekende hashtags gebruik worden gemaakt. Door #JesuisCharlie, #PrayforParis #Prayfor Orlando #Prayfor…, etc. te gebruiken, laat je zien dat de gewelddadige gebeurtenissen je aan het hart gaan. Hondenshirt Ook na de aanslagen blijft de wet van het kapitalisme van kracht. Is er vraag naar manieren om medeleven te betuigen, dan is er aanbod in manieren dit te doen. In de offline wereld konden, in het geval van de aanslagen in Parijs, al een paar uur na het incident allerlei rouwspullen worden aangeschaft. De merchandise rondom de #PrayforParis-beweging bleek enorm divers. Een pet, een T-shirt, een tas maar ook een kort rokje met kaarsenprint, een golfbal, een hondenshirt, een rompertje en zelfs een dartbord (allen bedrukt met bovengenoemde hashtag) behoorden tot het keuzemenu. Wellicht lijken sommige objecten wel wat onzinnig of overbodig. Moet mijn hond werkelijk een #Prayforparis-T-shirt dragen? Dat kun je jezelf afvragen. Hoe dan ook laat de marketing zien hoe zeer de behoefte openlijk steun te betuigen aan de slachtoffers en nabestaanden, aanwezig is. Lees meer
  • NIEUWE VOLZIN-SPECIAL: 'LUTHER 500'

    ‘Het is puur menselijk gedoe, als men beweert, dat de ziel uit het vagevuur omhoogschiet, zodra de klank van het geld in de kist rinkelt.’ Dit is een van de 95 stellingen tegen de aflatenhandel die de priester Martin Luther (1483-1546) op 31 oktober 1517 publiceerde – of aanplakte op de deur van de slotkapel in Wittenberg zoals de romantische voorstelling luidt. Reformatorische kerken – de lutherse voorop – grijpen de gebeurtenis van 31 oktober 1517 aan om een jaar lang stil te staan bij de Reformatie die door Luther werd begonnen. Het Luther- en Reformatiejaar gaat 31 oktober a.s. van start met een bijeenkomst in het Zweedse Lund. Luther mag dan de paus – die hem in de ban deed – hebben aangeduid als “priester van de duivel, vijand van God en tegenstander van Christus”, dit heeft zijn volgelingen niet belet paus Franciscus uit te nodigen in Lund aan de Lutherherdenking deel te nemen. Zoals dit ook de paus niet heeft belet om op de invitatie van de Zweedse lutheranen in te gaan. Volzin wijdt aan het begin van ‘refo500’ een special aan kerkhervormer Luther. Hij was “een mooi maar moeilijk mens”, zegt zijn biograaf Herman Selderhuis, “een rauwdouwer”. Ook anderen maken in deze special duidelijk dat Luther een kind van zijn tijd was en soms bedenkelijke opvattingen huldigde – onder andere over de Joden. Waarom dan toch deze special? ‘Lutherambassadeur’ Margot Kossmann geeft het antwoord: “We vieren dat we voor onszelf hebben leren denken. Daar staat reformatie voor. Je mag zelf bepalen wie je bent, wat je denkt, wat je mening is en waar je staat, Deins niet terug voor debat of discussie.” Die opdracht van de Reformatie staat nog altijd, ook voor niet-protestanten. De nieuwe Volzin verschijnt vrijdag 30 september 2016. Als u geen abonnee bent, kunt u hier het nummer los bestellen. Lees meer
  • Burger is beter af met burgemeester

    De emoties in het debat over de opvang van vluchtelingen liepen het afgelopen jaar hoog op. De rijksoverheid verzocht gemeenten dringend om opvanglocaties te openen; burgers kwamen steeds heftiger in opstand. Elleke Bal blikt met drie burgemeesters terug op een rumoerig jaar. “Ik ga niet steeds zeggen: er is weer een asielzoeker die iets gedaan heeft.” Wijsheid, grootmoedigheid, rechtvaardigheid, liefde, onverschrokkenheid, voorzichtigheid, schoonheid en geloof, het zijn de bestuurlijke deugden die in het Latijn staan gegraveerd in de Katwijkse ambtsketen. Jos Wienen (CDA) legt hem na vijftien jaar Katwijk bijna af, om later deze maand als burgemeester van Haarlem geïnstalleerd te worden. Een ding is zeker: hij en zijn collega-burgemeesters in Nederland moesten het afgelopen een groot beroep doen op de Katwijkse keten-deugden. De bestuurders stonden voor de meest complexe opgave van deze tijd: de opvang en huisvesting van vluchtelingen. Allemaal onzin Ook in Katwijk was het onrustig. Er werden ruim 1100 asielzoekers opgevangen en zo’n honderd statushouders. Terwijl die opvang voorspoedig verliep, bond Wienen de strijd aan met mensen die valse aantijgingen deden tegen asielzoekers. Toen Katwijk in 2007 een asielzoekerscentrum kreeg, hoorde je al af en toe, zo vertelt Wienen, spookverhalen over criminaliteit en verkrachtingen. Maar de negatieve berichtgeving op internet en sociale media “explodeerde pas echt” toen Katwijk er in 2014 nog een azc bijkreeg en het aantal opvangplaatsen verdubbelde. Dat kwam volgens Wienen vooral door de landelijke media-aandacht voor de komst van vluchtelingen. “Mensen begonnen zich te roeren, er ontstond ineens discussie. Op sociale media ging het rijp en groen door elkaar heen. De gemeente zou gratis elektrische fietsen aan vluchtelingen geven. Kinderen in speeltuinen zouden worden lastiggevallen. Allemaal onzin.”Hoe ga je daar als burgemeester mee om? Wienen besloot bij de politie lijsten op te vragen met de aantallen incidenten waarbij asielzoekers betrokken waren. In 2015 bleken 114 incidenten gekoppeld aan het lokale azc, op ruim 17.650 incidenten in heel Katwijk. Zedendelicten waren er niet. “Het azc blijkt niet te zorgen voor overmatig veel incidenten in Katwijk”, meldde een gemeentelijk persbericht. Maar media en inwoners vroegen om méér: details over de 114 incidenten, iedere week een lijstje met de nieuwste incidenten. “Lijstjes bekendmaken vind ik stigmatiserend”, zei Wienen stellig in de pers. Het kwam hem op veel kritiek te staan. “Er is nooit een excuus om dit soort zaken onder het tapijt te vegen”, reageerde VVD-Tweede Kamerlid Malik Azmani. “Irritatie om doofpot”, kopte De Telegraaf. Wienen hield voet bij stuk: “Ik ga niet steeds zeggen: er is weer een asielzoeker die iets gedaan heeft.” Gestegen vertrouwen Van veel burgemeesters werd dit jaar in Nederland het uiterste gevraagd. Dat weet Wienen als geen ander, als voorzitter van de commissie Asiel en Integratie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). In Geldermalsen bestormde een menigte het gemeentehuis waar werd vergaderd over de bouw van een azc, burgemeester Miranda de Vries moest de vergadering afbreken. De burgemeester van Amstelveen werd met de dood bedreigd door de komst van vluchtelingen. Maar juist in crisistijden bloeit het burgemeestersambt, dat bleek ook. Zoals schrijver Tommy Wieringa het verwoordde in een column in het Algemeen Dagblad: “Sommige burgemeesters weerstonden een volksopstand en andere de wezenloze orders uit Den Haag. Sommigen weerstonden beide. En passant herstelden de burgemeesters zo enigermate het geschonden vertrouwen in het openbaar bestuur.”Of het door de asielcrisis komt is nog maar de vraag, maar Wieringa heeft gelijk: het vertrouwen in burgemeesters stijgt. Onderzoeksbureau GfK Verein doet om de twee jaar een internationaal vergelijkende studie. Daaruit blijkt dat het vertrouwen in burgemeesters in Nederland de afgelopen twee jaar met 7 procent is gestegen. Maar liefst 73 procent van de Nederlandse bevolking zegt dat hij de burgemeester ‘compleet’ of ‘in het algemeen’ vertrouwt. Het verschil is verrassend groot met de beroepsgroep ‘politicus’ die onderaan de lijst bungelt, met 31 procent. Lees meer
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Doorzoek de website

volzin schrijfwedstrijd

'Geloven is een lovestory'


geloven anno nu

‘GELOVEN IS EEN LOVESTORY’

12 gesprekken over  geloven anno nu 
hier te downloaden

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda