Laatste nieuws

  • 1
  • Zeven adviezen voor een bloeiende reli-sector

    “Een eigenwijze reli-ondernemer” noemt Greco Idema zich. Als eigenaar van Bureau Intermonde beheert hij onder andere de websites Reliwerk.nl en Nieuwemoskee.nl. Hij is eindredacteur van Nieuwwij.nl, is actief als publicist en organisator, onder meer van interreligieuze jongerenontmoetingen in kloosters. Komend voorjaar verschijnt zijn boek ‘Reli-ondernemers’. Voor Volzin formuleert hij zeven adviezen voor een bloeiende reli-sector. Het gaat beroerd met de reli-sector in Nederland. Alleen al qua werkgelegenheid zijn de cijfers meer dan verontrustend. Jaarlijks verdwijnen er vele tientallen banen. Inmiddels is een enorm overschot ontstaan van honderden theologen en religiewetenschappers in Nederland. Hoog tijd dus voor verandering. Maar waar en hoe te beginnen? Mijn advies als reli-ondernemer: kijk eens goed naar hoe reli-ondernemers te werk gaan, vanuit welke ideeën ze werken. Veel vernieuwende projecten en ontwikkelingen van de laatste jaren zijn door hen gerealiseerd. Blijkbaar doen ze een aantal dingen erg goed. Hieronder zeven adviezen van een eigenwijze reli-ondernemer die van grote waarde kunnen zijn voor de gehele reli-sector. 1. Begin bij je passieAls er iets ontbreekt in met name kerken en kerkelijke organisaties, dan is het passie. Hartstocht dus. Echt ergens voor willen gaan. Te veel mensen vinden hun werk ‘wel leuk’ of blijven bij hun baas werken vanwege hun hypotheek. Op het niveau van het vrijwilligerswerk zie ik iets vergelijkbaars: veel ouderlingen, diakenen en leden van werkgroepen voelen zich verplicht om de ‘kerk overeind te houden’ maar ze zijn niet echt gemotiveerd. ‘Wie moet het anders doen?’ hoor ik vaak. Doe het gewoon niet, denk ik dan. Blijf lekker thuis. Ongemotiveerde mensen zijn dodelijk voor iedere organisatie. Als dat vervolgens tot consequentie heeft dat een kerk moet sluiten: het zij zo.Natuurlijk is passie iets dat soms ontwikkeld moet worden. Een passie kan ook veranderen en niet iedereen kan even gepassioneerd zijn. Regelmatig spreek ik studenten theologie en religiestudies over wat ze willen na hun studie. ‘Nou, ik vind eigenlijk zoveel dingen leuk’, hoor je dan meestal. ‘Fout!’ roep ik dan altijd plagerig. ‘Zonder passie red je het niet. Kijk nou eens naar al die reli-ondernemers. Die vinden echt niet heel veel dingen leuk. Die zijn allemaal wel met ontzettend veel passie actief. Zij hebben bewust ervoor gekozen van hun passie hun werk te maken.’ Vaak volgt dan een discussie met die student over wat passie nou eigenlijk is. Jammer dat opleidingen theologie en religiestudies hier amper aandacht aan besteden. 2. Heb een duidelijke visieEen gebrek aan visie, ik kom het zo vaak tegen. Dingen lijken te gebeuren omdat ‘het altijd zo is geweest’ of omdat ‘het immers niet anders kan want we denken niet allemaal hetzelfde’. Jaar in jaar uit wordt daarom hetzelfde georganiseerd voor steeds minder mensen. Vooral gaat het dan om ‘christelijke’ organisaties die niet weten wat ‘christelijk’ betekent in deze tijd. Steeds meer reli-ondernemers bieden – heel slim – deze organisaties cursussen en ‘brainstormsessies’ aan om die grote waaromvragen beantwoord te krijgen. En ik voorspel: veel meer reli-ondernemers zullen deze cursussen gaan aanbieden want de wanhoop bij veel organisaties neemt alleen maar toe.Heel af en toe word ik wat visie betreft verrast door geweldige initiatieven. Die pioniersplekken van de Protestantse Kerk bijvoorbeeld. Geweldig hoe dominee Hinne Wagenaar en anderen in Jorwert met hun alternatieve kloosterproject Nijkleaster bezig zijn. Read More
  • We leven in een wegkijkstaat

    Het nieuwe gemeentebestuur van Rotterdam “heeft de gedachte dat mensen rechten hebben, verruild voor: sommigen hebben rechten en anderen niet”, meent Pauluskerk-dominee Eick Couvée. Hij weigert zich bij deze ontwikkeling neer te leggen.Als een roestige diamant staat het markante, met koperplaten beslagen nieuwe gebouw van de Pauluskerk aan de Mauritsweg in Rotterdam. Ruim een jaar geleden werd het pand van het protestantse diaconale centrum door onder anderen burgemeester Aboutaleb geopend en stroomden de uitgeprocedeerde asielzoekers en dakloze Rotterdammers weer toe. In 2007 werd het vorige pand gesloopt: een eenvoudig vierkant, bakstenen gebouw dat op instorten stond en niet meer voldeed. De daklozen sliepen er op het balkon in de kerkzaal. Dick Couvée, sinds zes jaar predikant van de Pauluskerk, wil voordat het gesprek begint een rondgang maken. Het is een vrijdagmiddag en de kerk barst van het leven. Mensen uit alle windstreken, van Ethiopiërs tot Afghanen, van Hongaren tot Letten, zitten beneden in het restaurant of op de vide op de eerste verdieping te schaken, koffie te drinken, achter het internet of achterover gezakt op een stoel hun gebrek aan slaap in te halen.In een zaaltje zit een handvol mensen bij elkaar voor het Kerkcafé, om met de bijbel opengeslagen over de obstakels in hun leven te praten. Even verderop zijn de kamers van de hulpdiensten, waar de vaste spreekuren zijn: medische dienst, vluchtelingeninloopspreekuur, maatschappelijk werk en het diaconaal spreekuur elke dinsdag van Dick Couvée zelf.In de verstilde, helwitte kerkzaal is een vergadering aan de gang. Door een rozet van driehoekige ramen valt een sacraal licht binnen. Even verderop voert een trappengalerij naar de nachtopvang, waar mensen kunnen blijven tot ze nieuwe huisvesting gevonden hebben. Belangrijk is dat in dit nieuwe, moderne gebouw ook ruimte is voor wat Couvée en co hebben gedoopt: Pauluskerk Nieuwe Grond. “Dat is een sociaal-cultureel podium dóór onze bezoekers", vertelt de dominee, nadat hij zijn werkkamer van het slot heeft gehaald en is gaan zitten achter zijn bureau. “Onze bezoekers maken kunst, film, literatuur, straatkunst ook. Wat wij proberen te doen met dat nieuwe podium: zinvolle dagbesteding, wáárdigheid. Voor mensen die hier komen is de hele dag leeg, al heb je wel eens een gesprek met de IND. Daarnaast is hun zelfgevoel, hun zelfvertrouwen, over het algemeen uitgesproken laag. De samenleving helpt daaraan mee, want die laat impliciet of expliciet wel voelen dat jij er niet toe doet. Tegelijkertijd proberen we met dat podium de andere kant van Rotterdam, laat ik maar zeggen: de kansrijke kant, in dit gebouw te halen en die twee werelden met elkaar in contact te brengen.”De Pauluskerk werd landelijk bekend toen Couvées voorganger Hans Visser zich ontfermde over de heroïneverslaafden van de stad. Die tijd is nu echt voorbij. “Wij bewegen mee met Rotterdam. Vroeger waren de mensen in de marge vooral de verslaafden en dak- en thuislozen. Eigenlijk is dat hele probleem opgelost: ja, de helft is dood, en de andere helft zit in het methadonprogramma, woont begeleid of is afgekickt.” Is de groep hulpbehoevenden in de Pauluskerk zó sterk veranderd? Vroeger waren er toch ook mensen zonder verblijfspapieren?“Veel minder. Het Nederlandse vreemdelingenbeleid is veel en veel strenger geworden. Dus de kans dat je een verblijfsvergunning krijgt, is buitengewoon klein. Maar het terugkeerbeleid werkt niet. In een stad als Rotterdam gaat het om vijftien- tot twintigduizend mensen zonder verblijfspapieren. Zo’n tien procent van die groep, zo’n vijftienhonderd tot tweeduizend mensen, doet een beroep op de Pauluskerk. Er zijn nog steeds verslaafden, maar de jonge mensen van vandaag gebruiken drugs op een totaal andere manier. In de ogen van jonge mensen is heroïne voor losers. De drugs die ze wel gebruiken, kunnen beter worden ingepast in het dagelijks leven. Je kunt nog steeds functioneren in de bovenwereld.”  Read More
  • De kerk uit, de wereld in

    Reli-ondernemers, vrijgevestigde geestelijk verzorgers en pastores, ritueelbegeleiders, ze nemen de plaats in van predikant en priester en vullen het spirituele gat in de markt. Nynke Sietsma verkent de nieuwe reli-sector. De diensten die de reli-ondernemers aanbieden, zijn niet gratis. Natuurlijk niet. “Want mensen denken: iets dat gratis is, kan niet goed zijn.”Toen de Friese zangeres Nynke Laverman een zoontje kreeg, doopte ze hem met een handje slootwater. Ze is zo vervlochten met het Friese landschap dat het net zo goed als altaar kan dienen, vond ze. Laverman schepte in het bijzijn van haar vriend en wat familie wat water uit de sloot vlakbij haar huis en heette zo haar jongetje welkom in de wereld. Tot de jaren zestig van de vorige eeuw verzonnen de meeste mensen hun rituelen niet zelf, zoals Nynke Laverman dat wel deed. De dominee of priester deed dat. Dat was de rituelenman. En die hoefde op zijn beurt ook niets zelf te verzinnen, want die rituelen hoorden bij het vak. Het waren standaardprocedures. Dat is sterk veranderd. Het model van de kerk, wordt langzaamaan steeds meer een model van de markt. Het is niet meer vanzelfsprekend om een kind te laten dopen door een dominee  of om een priester een huwelijk te laten inzegenen. Dat kan ook door een ritueelbegeleider of een vrijgevestigde pastor. Of gewoon niet. Onkerkelijk ritueelDat er minder wordt gedoopt door de predikant of priester is te zien aan de jongste cijfers (2014) van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De kinderdoop binnen de rooms-katholieke kerk is in de periode tussen 2003 en 2012 met maar liefst 47 procent afgenomen. In 2003 werden er nog 37.065 kindjes gedoopt, in 2002 waren het er 19.680. De doopbedieningen binnen de Protestantse Kerk in Nederland laten een zelfde soort beeld zien. In 2003 werden er nog ruim 14.000 baby’tjes gedoopt, in 2011 waren dat er 9.750. Maar wat nou als iemand niet kerkelijk is, net een baby heeft gekregen en wél een ritueel wil uitvoeren om het kindje aan de wereld te laten zien, maar niet creatief genoeg is om zelf een ritueel te bedenken? Of wat als een ongelovige toch graag een levensbeschouwelijke uitvaart wil voor een geliefde. Dan biedt een reli-zelfstandige, ritueelbegeleider of vrijgevestigd pastor uitkomst. Die kent de verhalen uit de grote tradities, kan daar uit putten, heeft de woorden waar anderen geen woorden voor hebben, en verstaat de kunst om God behendig te omzeilen tijdens een ritueel, terwijl het wel over iets alomvattends gaat. Die diensten zijn uiteraard niet gratis. Het is een kwestie van vraag en aanbod. Meestal is er sprake van een uurtarief. De meeste reli-zelfstandigen begeleiden uitvaarten. Ivo de Jong is bijvoorbeeld zo’n reli-zelfstandige (zie hieronder). Hij is van huis uit dominee maar begon in 1992 al voor zichzelf. De Jong begeleidt uitvaarten, trouwerijen en geeft lezingen en workshops. Zijn uurtarief ligt rond de 70 euro. Ook de remonstrantse predikante Christiane Berkvens-Stevelinck (zie hieronder) is zelfstandige. Ze runt - het bureau Moederoverste. Berkvens-Stevelinck biedt pastorale en geestelijke begeleiding zonder kerkelijke binding. Haar uurtarief ligt rond de 100 euro. Voor een uitvaart of rouwdienst vraagt de predikante 1.000 euro. Niet gratisDat ritueelbegeleiders, zelfstandig geestelijk verzorgers of andere spirituele ondernemers geld vragen voor hun diensten, stuit nog wel eens op verzet. Alsof geestelijk voedsel sowieso gratis moet zijn. Maar dat mag gewoon iets kosten, vindt reli-professional Anne Stael. Ze richtte in 2009 ZIEN wat onzichtbaar is op en begeleidt organisaties op het gebied van zingeving, spiritualiteit en religie. Ze werkte onder meer voor de kloosterorden van de dominicanen en de trappisten en voor de alternatieve parochieclub Bezield Verband. Ze heeft inmiddels een groot netwerk van mensen met verschillende culturele en religieuze achtergronden.Wie geld vraagt, laat zien dat hij gelooft in zijn eigen boodschap, vindt ze. Ze schreef er vorig jaar een betoog over in Volzin. “Het is not done om in religieuze kringen over geld te praten: het aantal keren dat men voor ‘een vrijwillige bijdrage’ de meest prachtige lezingen en cursussen kan bijwonen is nauwelijks te schatten”, schreef ze. Read More
  • 'Brandende kinderen kijken ons aan'

    Het neerstorten van vlucht MH17 boven Oost-Oekraïne heeft Nederland in diepe rouw gestort. Sinds de Tweede Wereldoorlog verloren niet eerder in één fatale klap zoveel landgenoten het leven. Dat het onderzoek naar de ramp ooit tot definitieve conclusies zal leiden, moet helaas betwijfeld worden. Dat het vliegtuig neerstortte ten gevolge van een raketaanval door pro-Russische separatisten, lijkt echter wel vast te staan. Ten overstaan van de slachtoffers past ons, overlevenden, stilte en luisteren, schrijft Ruben van Zwieten in deze aflevering van Volzin (nr 8, blz. 23). Indachtig de titel van zijn rubriek – Met bijbelse ogen – voegt hij daaraan toe: “Laten wij tot slot één ding goed onthouden: niet 196 Nederlanders zijn ons ontvallen, maar 298 medemensen.” Terwijl Nederland treurde over het verlies van zoveel onschuldige mensenlevens, verloren in brandhaarden elders ter wereld duizenden mensen hun huis, goed en leven. Terreurbeweging ISIS riep in door haar veroverde gebieden in Syrië en Irak een islamitisch kalifaat uit. Dat gaat gepaard met ongekende wreedheid: onthoofding, verkrachting, moord, verdrijving van huis en haard en het opblazen van eeuwenoude heilige plaatsen van andersgelovigen. Slachtoffer zijn niet alleen religieuze minderheden zoals christenen en yezidi’s maar ook sjiitische moslims, de erfvijanden van de extremistisch-soennitische ISIS. In feite zijn dus niet alleen ‘minderheden’ slachtoffer maar is de hele bevolking dat, uitgezonderd de criminelen die zich achter kalief Ibrahim en de zijnen scharen. Een extremistische minderheid terroriseert de meerderheid.Terreurorganisatie ISIS rechtvaardigt haar misdaden met een beroep op de islam. Is daarmee de conclusie gerechtvaardigd dat ‘de islam’ hier weer eens haar inherent gewelddadige karakter – ‘het ware karakter van de islam’ – openbaart? Politici en ‘deskundigen’ met een islamofobische agenda, willen ons dat doen geloven. Zij veronachtzamen daarbij het feit dat het juist ook moslims zelf zijn die het eerste doelwit zijn van deze terreur. Zij gaan ook voorbij aan het feit dat de overgrote meerderheid van de moslims ISIS verafschuwt. Hoeveel vrome gedachten de aanvoerders van het kalifaat er ook op na mogen houden, hun belangrijkste misvatting is toch dat zij een rein-utopisch project najagen. In hun visie is letterlijk alles geoorloofd, ja zelfs geboden, om de vermeende islamitische heilstaat te vestigen. Evenals Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn zij aanhangers van een totalitaire politiek waarin tegenover tegenstanders morele overwegingen niet tellen. Het trieste feit is dat beschaafde en democratische krachten van buiten tegenover een terreurorganisatie als ISIS vrijwel machteloos staan. De oplossing kan alleen van binnenuit komen. In Syrië blijken Assad en Obama nu ineens in hetzelfde schuitje te zitten. Wat Irak betreft heeft het Westen terecht druk uitgeoefend om de incompetente premier Al-Maliki te vervangen door een politicus die wél bereid is om de rol van verzoener tussen de verschillende bevolkingsgroepen op zich te nemen. In Irak en Syrië staat het Westen vrijwel machteloos. Anders is dat in de oorlog die Israël momenteel voert tegen Hamas in Gaza. Israël doet het voorkomen dat het hier gaat om een vorm van zelfverdediging. Nog geen 100 Israëliërs zijn in de jongste Gaza-oorlog gesneuveld, voornamelijk militairen. Ten gevolge van de aanhoudende bombardementen zijn meer dan 2.000 Gazanen omgekomen, voor twee derde burgers, voor een kwart kinderen. Ook ziekenhuizen en scholen van de Verenigde Naties zijn het doelwit van de bombardementen door Israël. Maar al voor de oorlog was de situatie voor de Gazanen uitzichtloos: 1,8 miljoen inwoners leven op een gebied zo groot als Texel in een door Israël gecreëerde openluchtgevangenis. De ‘brandende kinderen’ van Gaza kijken ons aan, schreef eind juli de Palestijnse bevrijdingstheoloog Naim Ateek. “Niets kan, moreel noch wettelijk, het lukraak doden van een opgesloten burgerbevolking legitimeren.” Meer dan tweeduizend medemensen zijn ons in deze oorlog ontvallen. Een ten hemel schreiend feit. Wordt het niet de hoogste tijd om ook eens werkelijk naar déze slachtoffers te luisteren en daaraan politieke en economische maatregelen tegen premier Netanjahoe en de zijnen te verbinden? . Read More
  • Johnny Cash, zanger en zondaar

    Zanger Johnny Cash (1932-2003) was bezeten van Goed en Kwaad. Ruim tien jaar na zijn dood heeft het werk  van de ‘Man In Black’ nog altijd  niet aan overtuigingskracht ingeboet. Zijn onlangs postuum verschenen album ‘Out Among The Stars’ stamt uit een periode waarin hij helemaal de weg kwijt was. Wie van zijn muzikale meesterschap wil genieten, kan beter terecht bij de monumentale alburmreeks ‘American Recordings’.Johnny Cash, Man In Black, was een vroom christen, opgevoed in de traditie van de Southern Baptist Church. Hij vereerde het psalmenboek van zijn moeder en was zijn geloof zo toegewijd dat hij een cd uitbracht waarop hij Nieuwe Testament voorlas (in de New King James-versie) en een roman schreef over Paulus (Man In White).Cash was echter ook een overspelige amfetaminejunk en alcoholist. Hij had een diepe fascinatie voor moord en misdaad en hen die de verleiding van het Kwaad niet konden weerstaan. Met masochistische zelfkennis verklaarde hij zichzelf “de grootse zondaar van hen allemaal”. Het thema van de zware crimineel die genade denkt te vinden in de dood, waar de mens hem niet langer de maat kan nemen, past Johnny Cash als een zwartlederen handschoen. Al in 1955, op zijn tweede, zelf geschreven single, Folsom Prison Blues, kruipt Cash in het hoofd van een killer achter de tralies: “I shot a man in Reno, just to watch him die.”Gedurende zijn carrière treedt hij vaak op in gevangenissen, in Amerika, maar ook in Europa. Voor hem is dat een kwestie van christenplicht. Hij wil hen de gedetineerden laten zien dat er wel degelijk nog steeds iemand om hen geeft. De twee beroemde ‘gevangenisplaten’  (Johnny Cash In Folsom Prison en Johnny Cash in San Quentin) hebben zijn carrière overigens geen kwaad gedaan.Obscene rebellieOp de beroemdste foto die van hem bestaat zien we hem zijn middelvinger opsteken naar een niet nader bepaalde, intolerabele autoriteit. Zo ziet rebellie eruit. Die intens agressieve grimas, de mond vol overgave bezig om het F-woord uit de lippen te persen. De vinger boven de akoestische gitaar geheven in een gebaar van verontwaardigde obsceniteit. De foto waarop hij in 1969 tijdens de soundcheck voor zijn optreden in de gevangenis van San Quentin zijn middelvinger opsteekt naar een lastige fotograaf, is inmiddels uitgegroeid tot een icoon. In 1998 haalt producer Rick Rubin deze Fuck You-foto uit de kast als wapen in de advertentiecampagne rond Unchained, het tweede album uit de monumentale American Recordings-reeks, waarmee hij de dan in het slop geraakte carrière van Cash nieuw leven inblaast. Het Fuck You-teken is door Rubin bedoeld als statement jegens de gladde, commerciële, hypocriete countrymuziekindustrie van Nashville, de stad waarmee Johnny Cash altijd verbonden zal blijven, maar die hem op dat moment uitkotste. Nashville, waar plastic countrypop voor all american families de dienst uitmaakt, zielloos en opgepoetst. Nep als een tandpastareclame. In deze quasirimpelloze vijver gooit Rubin een steen. Johnny Cash, zo wil Rubin zeggen, toont geen opgepoetste buitenkant, maar de rauwe, helse kant van het bestaan. Rubin komt uit de wereld van de punk, hiphop en metal, genres waar het opsteken van de middelvinger gemeengoed is.Uitgerekend in de handen van deze New Yorkse nieuwlichter van joodse komaf heeft de nurkse, wantrouwende, eigengereide en verbitterde plattelandsziel Cash zijn muzikale lot gelegd. Rubin is zijn muzikale leidsman en gids geworden. Zonder Rubins visie en koersvastheid zou Cash waarschijnlijk niet zijn uitgegroeid tot de artiest van waarlijk bijbelse grandeur, voor wie we hem nu houden. Voordat Rubin in zijn leven komt is Cash artistiek volstrekt de weg kwijt. Het onlangs verschenen postume album Out Among The Stars, met afgekeurde opnames uit het begin van de jaren tachtig, toen hij ook qua alcohol- en drugsverslaving op een zoveelste dieptepunt aanbeland was, is hiervan een schrijnend bewijs. Nog schrijnender is dat hij in die stuurloze jaren een hit scoort met het nummer Chicken In Black, een quasilollig nummer waarin hij de draak steekt met zijn reputatie als Man In Black en hoogstpersoonlijk zijn eretitel door de drek haalt, een zeldzaam staaltje van muzikale zelfvernedering. Read More
  • 'Niet alle onoplosbare vragen doen er toe'

    In de serie Jonge Denkers spreekt Volzin met theologen, filosofen en andere religie-professionals onder de 35. Vandaag aflevering 1: Erwin van de Bunt (26), leraar levensbeschouwing aan het Maaslandcollege in Oss. “Mijn basale overtuiging is: het leven is doortrokken van iets groters. Ik heb het gevoel dat iets daarvan door mij heen sijpelt, waardoor ik in staat ben en ook de verantwoordelijkheid heb om anderen te helpen.” Verwondering en kritisch nadenken, ook over jezelf. Dat zijn zaken die Erwin van de Bunt (26), leraar levensbeschouwing aan het Maaslandcollege in Oss, graag aan zijn leerlingen zou willen meegeven. Hoe kijk je naar jezelf en naar anderen? Ga je mee met het cynische mensbeeld dat egoïsme de natuurlijke stand van zaken in het leven is? Of zie je ook alternatieven?Godsdienst heette zijn vak vroeger en op sommige scholen is dat nog steeds de insteek. Maar tegenwoordig heeft het vak ook elementen van levenskunst in zich. Van de Bunt: “Levensbeschouwing is breder. Ik denk dat we voor ongeveer een zesde van de tijd de traditionele wereldreligies behandelen, waaronder de christelijke. Het vak levensbeschouwing is meer wat de naam zegt: de beschouwing van het leven; hoe sta je in het leven, van welke normen en waarden ga je uit, wat is in de grond je visie op het leven en hoe is dat bij anderen? Hoe ga je om met anderen? Maar ook meer specifieke religieuze thema’s komen aan bod: leven na de dood; wat zou God kunnen zijn?” Zijn leerlingen geïnteresseerd in dat soort vragen?“Dat ligt verschillend, sommigen hebben een duidelijke antihouding tegen alles wat met godsdienst te maken heeft, anderen komen uit een traditioneel of evangelicaal gezin of zijn of moslim. En dan heb je hier in Brabant ook nog wel een behoorlijke groep kinderen die vanuit een katholieke gewoontecultuur de eerste communie gedaan hebben, zonder dat daar iets op volgde. Anderen zijn volledig blanco. Soms heel open, oprecht verwonderd, verbijsterd soms als ze iets horen over christendom, of islam. ‘Wat gek, dat kan toch helemaal niet.’ De lesstof op hun eigen leven betrekken vinden ze vaak nog moeilijk. Je moet wel een brug slaan.” En vragen ze dan ook wat jijzelf gelooft?“Jazeker, bij religieuze onderwerpen als de godsvraag bijvoorbeeld is het snel: ‘Hé, meneer wat vindt u daar zelf dan van?’ Ik ga dan niet direct een gelovige of ongelovige positie betrekken of religieuze overtuigingen verkondigen, maar blijf dicht bij wat ik echt vind. Ik zeg dan dat ik het ook niet zo goed weet of er nou wel of niet een God bestaat, maar dat ik wel het gevoel heb dat er ‘meer’ is. Het leven is voor mij een wonder, dat roept bij mij een besef wakker van iets groters. Dat zou je God kunnen noemen of een hogere macht.” Read More
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Doorzoek de website

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda

Geef een Volzin cadeau!

 

Advertentie