Laatste nieuws

  • 1
  • Elk mens die je kunt helpen is er een

    Bij de pakken neerzitten is voor Tineke Ceelen geen optie. Onvermoeibaar bezoekt de directeur van de Stichting Vluchteling de brandhaarden van deze wereld. ”Zonder bewapende bewaking. Dan hebben ze geen reden om op je te schieten.” Ik vind het van belang om de helpende hand toe te steken aan mensen die alles zijn kwijtgeraakt. Zij hebben er echt niks voor gedaan om in die ellendige omstandigheden terecht te komen, net zo min als wij er iets voor gedaan hebben om in deze weelde te leven. Het is een kwestie van veel pech en geluk. Dat geeft ons de plicht om iets te doen.”Sinds 2003 is Tineke Ceelen (51) directeur van Stichting Vluchteling. Nog steeds ziet ze dit werk als de baan van haar leven. “Ik vind het heel belangrijk wat ik doe, ik doe het graag en ik doe het met grote betrokkenheid.”Met geld van 90.000 donateurs, de Nationale Postcode Loterij en het ministerie van Binnenlandse Zaken verleent de organisatie in twintig landen hulp bij de acute nood van vluchtelingen en ontheemden. De stichting werkt vanuit een mooi pand in een statige Haagse laan. Daar lijken de brandhaarden en vluchtelingenstromen ver weg, maar met een paar uur vliegen zit je er middenin. Zelf is Ceelen net terug uit de Centraal-Afrikaanse Republiek. “Tijdens zo’n reis loop ik te mopperen omdat de hotelkamer zo slecht is. Maar als ik thuis onder de douche sta, ben ik bijna verwonderd dat er warm water uitkomt. Je beseft even hoe luxe we het hier hebben.” Waar komt dat sterke solidariteitsgevoel van u vandaan?“Ik ben opgevoed met de norm dat je anderen helpt. Mijn moeder deed in ons dorp boodschappen voor hulpbehoevende ouderen, mijn vader maakte geld over zodat de paters en zusters in Afrika de hulp konden geven die daar nodig was. Dat vonden ze heel gewoon en ik kreeg dat met de paplepel ingegoten. Zeker mijn vader had iets met de katholieke missie. Hij werd zo’n beetje donateur van alles wat er aan verzoeken binnenkwam. Dat heeft hij zijn leven lang gedaan. Een aantal maanden geleden is hij overleden. Ik heb er nu nog een dagtaak aan om al die donaties stop te zetten.Mijn vader heeft een kerkelijke uitvaart gehad, maar zelf ben ik niet meer belijdend katholiek. Wat ik wel zie is dat veel vluchtelingen in de situaties waarin zij verkeren veel steun putten uit hun geloof.” Wat is volgens u op dit moment het meest urgente vluchtelingenprobleem?“Daar zou ik geen antwoord op wíllen geven. Hoe kun je de ene crisis erger noemen dan de andere? In een aantal landen baart de situatie grote zorgen: Syrië, Jordanië, Noord-Irak, Libanon, Pakistan, Afghanistan, Congo, Zuid-Soedan, zo kan ik nog wel even doorgaan. Ook in de Centraal-Afrikaanse Republiek is sprake van een zeer ernstige crisis. Maar niemand heeft het erover, en het is heel moeilijk om daar aandacht voor te krijgen. Christenen die in Noord-Irak in het nauw gedreven worden, daar kunnen wij ons tot op zekere hoogte in herkennen. Wat de terreurbeweging IS allemaal uitspookt, maakt ons kwaad en dat motiveert om geld te geven. De Centraal-Afrikaanse Republiek staat veel verder van ons af. Dat is echt donker Afrika, met gruwelijke wreedheden die wij niet begrijpen.” Waarom wilt u altijd zelf poolshoogte nemen in deze landen?“Datgene wat je ter plekke ziet, is bepalend voor wat je doet in de hulpverlening en in de campagnevoering. Als er veel geld van ons wordt gevraagd, ga ik altijd zelf kijken. Ik vind dat ik het aan de donateurs verschuldigd ben om het geld dat zij ons toevertrouwen zo goed mogelijk te besteden. Een voorbeeld is de Zomeroorlog van 2006, waarin Israël in Zuid-Libanon bombardementen uitvoerde tegen Hezbollah. Mensen hadden nieuwe watertonnen nodig, omdat die waren doorboord. Maar toen ik daar kwam, bleek er een tapijt van niet-geëxplodeerde clusterbommen te liggen. Wat ga je in hemelsnaam doen met een watertank als er overal bommen liggen? Compleet nutteloos! Toen hebben wij nee gezegd tegen de watertonnen en zijn we bommenruimers gaan betalen. Dat was een logisch gevolg van zo’n reis. Daarnaast vind ik het heel belangrijk om de hulpverleners een hart onder de riem te steken en waardering te tonen voor wat ze doen. Het zijn vaak jonge mensen die dag en nacht onder zware en gevaarlijke omstandigheden moeten werken.” U wordt steeds weer geconfronteerd met de erbarmelijke verhalen van vluchtelingen. Hoe houdt u dat vol?“Na zoveel jaren in dit werk heeft een crisis natuurlijk weinig verrassingen meer voor mij. Ik weet wat me te wachten staat. Maar het is zeker niet zo dat ik eraan gewend ben. Iedere keer zijn er weer mensen die tot je doordringen. Tijdens mijn laatste reis ontmoette ik een vrouw met een baby op haar rug. Het huis was in brand gestoken, haar man werd voor haar ogen afgeslacht. Enkele dagen nadat ze op de vlucht sloeg, is ze bevallen. Ze was diep getraumatiseerd en huilde alleen maar. Dat soort verhalen raken mij. Het is heus niet zo dat ik afgestompt ben. Als de ellende van mensen je niks meer doet, moet je ermee stoppen.” Op welke manier zet u deze verhalen in bij de werving van fondsen en donateurs?“Je probeert het leven van mensen te schetsen in de context. Wat betekent het om in een crisis op de vlucht gejaagd te worden en alles kwijtgeraakt te zijn? Oorlog is heel ver van ons af komen te staan. We hebben geen idee wat het betekent om ’s nachts wakker te worden door hordes zwaarbewapende mannen die alle huizen in brand steken. Wat ik probeer is een manier te vinden om de verhalen zo te vertellen dat ze binnenkomen bij de mensen aan wie ik ze vertel. Aan kinderen vertel je een ander verhaal dan aan volwassenen. En aan de ene volwassene vertel je de gruwelijke waarheid, aan de andere juist niet. Je vertelt het verhaal op tv, de radio en in tijdschriften. Je probeert de boodschap op verschillende manieren naar buiten te brengen.” Hoe denkt u over de positie van vrouwen in deze conflictgebieden?“In veel landen is die weinig benijdenswaardig. Ze zijn tweederangs, moeten vaak het zwaarste werk doen en zijn het eerste slachtoffer van geweld. De verkrachtingsproblematiek in oorlogen en vluchtelingenkampen is ontzagwekkend. In de Centraal-Afrikaanse Republiek vertelde een moeder dat haar vijftienjarige dochter is verkracht door een soldaat van de Afrikaanse vredesmacht. Door iemand dus die geacht wordt haar te beschermen! Dat is een zeer kwalijke zaak. Mijn dochter is ook vijftien. Kom aan haar en ik weet je te vinden. Zo’n verhaal motiveert alleen maar meer om ervoor te zorgen dat er een einde komt aan dit soort wantoestanden en deze vrouwen goed worden opgevangen.” Wat doet Stichting Vluchteling voor hen?“Verkrachting is een goedkoop en zeer effectief oorlogswapen dat bewust wordt ingezet. Door grootschalig te verkrachten kun je hele gemeenschappen kapotmaken. In Syrië zijn vrouwen en meisjes op tanks gebonden, naakt door de stad gereden en op dorpspleinen publiekelijk verkracht. In Congo worden vrouwen ontvoerd, in de bossen vastgebonden aan een boom, als seksslavinnen maandenlang honderden keren door God mag weten hoeveel mannen verkracht en in brand gestoken. In veel traditionele samenlevingen is een vrouw die verkracht is niks meer waard. Je kunt haar niet meer uithuwelijken of handhaven als echtgenote. Veel vrouwen worden dan ook verstoten uit hun gezin. Wat wij doen is een plek creëren waar ze naartoe kunnen komen, waar ze zich op den duur veilig genoeg voelen om te praten over wat hen is overkomen en om hulp te vragen. Read More
  • Goddelijke vonk, wonderlijke levenskracht

    Waar de gelovige God ervaart, ervaart de atheïst de ongrijpbaarheid van het bestaan. De vraag is of dit verschil ertoe doet. In het middenveld van de nuance zoek je niet meer om te vinden. Maar wat doe je daar dan wel? Je wandelt door de natuur en voelt je opgenomen in de omgeving. Wanneer je over de rand van een diepe afgrond kijkt, treedt een oorverdovende stilte je tegemoet. In de verte de onmetelijke horizon. Het woord ‘nietigheid’ borrelt op, evenals verwondering over je bestaan. Ruimdenkende gelovigen noemen deze ervaring God. Gematigde atheïsten spreken over de ongrijpbaarheid van het leven. Beseffen zij niet dat het hier om God gaat? Of zien de gelovigen iets wat er niet is? De vraag is of het antwoord ertoe doet. Volgens een recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau gelooft 22 procent van de Nederlanders zonder meer in God. De teller van het percentage atheïsten staat op 21. De meerderheid rekent zich dus niet tot de orthodoxe gelovigen of overtuigde ongelovigen. Godsdienstsocioloog Joep de Hart telt zo’n 40 procent buitenkerkelijken die niet uitsluiten God of een hogere macht te hebben ervaren. Bijna de helft van hen zegt wel eens te bidden of een kaarsje te branden voor iets of iemand. Wat geloven zij nog wel? Niet zonder rituelen“Godsdienstsociologen hielpen religie om zeep.” Theoloog Stephan van Erp heeft zo zijn twijfels over de vragen die deze sociologen aan hun respondenten stellen. Op het symposium ‘Een open plek in de ziel’ van het katholieke Thijmgenootschap, vorige maand in Utrecht gehouden, betoogde hij dat voor geloof een spirituele gevoeligheid nodig is, een sensus fidei. Die zou zich lastig laten vangen in een vragenformuliertje. Ook het Thijmgenootschap ziet de grens tussen geloof en ongeloof vervagen en liet daarover sprekers van diverse gezindten aan het woord. Van Erp vertelde over zijn biddende en gelovige moeder. Wanneer een socioloog haar vraagt of Christus Gods zoon is, zal zij antwoorden dat ze het niet weet. Maar dit blijkt niet uit haar geloofspraktijk, aldus Van Erp. “Die is deels nagebootst, rationeel en irrationeel.”En deze geloofspraktijk, het gedrag van de gelovige, is waar het om draait volgens filosoof en atheïst Ger Groot. Religie is een serie handelingen die verricht moet worden, het zijn gebeurtenissen. Dit kunnen rituelen zijn, zegt Groot. Geloof komt daar, niet noodzakelijk, uit voort. Rituelen stammen uit een traditie. De gemeenschap geeft ze in de tijd door en dat garandeert duurzaamheid. Die is belangrijk, want Groot heeft geen vertrouwen in ‘soloreligie’. “De mens kan niet zonder hulp van buitenaf religieus zijn. Het bestaan van een kerk of een dienst, maakt dat je er naartoe gaat, deelneemt. Je hebt dus anderen nodig, verbinding, om religiositeit in stand te houden.”Met een zogeheten geestelijke wereld heeft religie volgens Groot weinig van doen. “Men doet nog wel eens misprijzend over het automatisme waarmee rituelen worden voltrokken. Maar het innerlijk, de geest en het bewustzijn, wordt sterk overschat. We lopen niet voortdurend rond met verheven gevoelens, ons van alles bewust. Daarmee doen we onze lichamelijkheid tekort. Ons geluk halen we uit banale zaken.”Door de handelingen benadrukt religie de grenzen van spiritualiteit, de geest en dus ook de ratio, denkt Groot. “Alleen de herhaling al is tamelijk idioot. Rationeel hoef je niet steeds te bewijzen dat twee maal twee vier is. We herhalen dat er maar één God is, terwijl niemand weet wat het inhoudt. Waarom die herhaling; God mag het weten.”Geloof? Tijdens het In paradisum tijdens een katholieke uitvaart geloof ik soms, maar tegelijkertijd weet ik dat het niet waar is.”De twijfel van Groot over ‘soloreligie’ ook wel ‘de goddelijke vonk in jezelf ontdekken’ is volgens godsdienstsocioloog Joep de Hart geen populair beeld onder gelovigen van behoudende kerkgemeenschappen. Ook op het symposium van het Thijmgenootschap vroeg men zich af of ongebonden spirituelen zich niet te veel bekommeren om hun ‘eigen vlammetje’. Het gevaar van zelfspiritualiteit zou schuilen in het wegdenken van negatieve ervaringen en het idee dat je leven maakbaar is. Toch onderschrijft 88 procent van de Nederlandse bevolking het streven van zelfspiritualiteit. Dat het ontplooien van je eigen vermogens en innerlijke ervaring zo populair is, komt volgens De Hart door het huidige belang van emotie en beleving. Grote vragen“Die goddelijke vonk noem ik liever een wonderlijke levenskracht.” Christa Anbeek is respectievelijk hoogleraar en hoofddocent aan de Vrije Universiteit en de Universiteit voor Humanistiek. Zij probeert christelijke thema’s als verzoening en naastenliefde te vertalen naar de achterliggende menselijke ervaringen. “Als iemand over God spreekt, dan gaat het om iets wat hij zelf niet beheerst of kan maken. Het geeft zijn leven kleur en smaak en is van onopgeefbare waarde. Het is een gezien en aangeraakt worden door iets wat je overstijgt. Je beseft dat dingen anders dan ze lijken en dat zelfgenoegzaamheid niet het hoogste goed is. Deze ervaring duikt op in wisselwerking met andere mensen, stilte, kunst of de natuur. De kern is verbondenheid. Daar zijn mensen ook op gebouwd.” Read More
  • Geestverwanten aan God voorbij

    Wie van zijn geloof wil vallen, moet theologie gaan studeren. Bijna was mij dat ook overkomen. Halverwege de jaren zeventig studeerde ik aan de Agogisch-Theologische Opleiding (ATO). Het ging er op die ‘superlinkse’ opleiding rauw aan toe. “Zoals er mensen zijn die zingen, niet omdat zij dit willen, maar omdat er een stem in hen oprijst, zo zijn er ook mensen die geloven, niet uit angst en niet uit hoop op beloning, maar omdat zij krachtens hun wezen niet anders kunnen”, schreef de joodse wijze Abel Herzberg. Gezegend met een laten we zeggen onberedeneerde en spontane religiositeit die naar ik vermoed veel te maken heeft met mijn Brabantse kinderjaren, leken deze woorden wel voor mij geschreven. Nou, dat lag bij de meeste ATO’ers heel anders. Zij traden de religie juist met grote argwaan tegemoet, niet als een spontane menselijke aandrift, maar als een vorm van projectie, zelfbedrog en kleinburgerlijkheid. Spiritualiteit was voor hen een vies woord. Religiekritiek was wat de klok sloeg. Op een droevige dag stelde ik met tranen in mijn ogen vast dat ik niet langer in God kon geloven. Totdat ik mij het beeld voor ogen haalde van de oude, stokdove pater in het dominicanenklooster waar ik intussen als student was gaan wonen. En van zo veel andere, vaak eenvoudige mensen uit mijn omgeving, levenden en doden. Hun geloof en goedheid waren voor mij uiteindelijk overtuigender dan alle marxistische en freudiaanse godsdienstkritiek bij elkaar. Zij hadden God niet verlaten en God had hen niet verlaten. Zou ik dan God wel verlaten of zou Hij mij verlaten? Niet dus! Elk mens heeft zo zijn of haar eigen ervaring met God of heeft die ervaring juist niet. Dit laatste kan natuurlijk ook. De special in deze aflevering van Volzin draagt de titel Geloven aan God voorbij. De special sluit aan op twee opmerkelijke ontwikkelingen in het huidige religieuze landschap. Enerzijds is er het gegeven dat binnen kerk en theologie ‘God’ door sommigen verregaand wordt gerelativeerd. God is ‘een werk van verbeelding’, zegt de theoloog Harry Kuitert. God ‘bestaat’ niet maar is de naam van een tussenmenselijk gebeuren, meent ‘atheïstisch dominee’ Klaas Hendrikse. Geloof is een vorm van spel, zegt antropoloog André Droogers. Anderzijds stellen juist seculiere denkers vast dat binnen de religie op geheel eigen wijze essentiële zaken aan de orde worden gesteld die elders niet zo aan de orde komen – aldus de Duitse filosoof Jürgen Habermas. In eigen land pleit filosoof Ger Groot al jaren voor een soort ‘cultuurkatholicisme’ zonder God. De humanistische denker Harry Kunneman ontwikkelde het idee van ‘horizontale transcendentie’. Godsdienstwetenschapper Koert van der Velde wil graag ‘flirten met God’ . En natuurlijk is er ook de invloedrijke Britse levenskunstfilosoof Alain de Botton die zelfs een ‘kerk voor atheïsten’ heeft opgericht, een initiatief dat intussen ook in Nederland navolging heeft gevonden. Of denk aan de talloze ‘alternatieve Allerzielenvieringen’ die komende week worden gehouden, waarin niet het eeuwige leven centraal staat, maar het leven van de nabestaanden. Twee groepen dus: christelijke denkers die God relativeren en seculiere denkers die het belang van religie, spiritualiteit rituelen inzien. Van oorsprong christelijke denkers die niet zelden ook met de kerk afrekenen en van oorsprong seculiere mensen die juist op zoek zijn naar nieuwe vormen van gemeenschap om het leven te vieren. Als gelovige heb ik er geen moeite mee deze tweede groep als geestverwanten te beschouwen. Geestverwanten in een gemeenschappelijke zoektocht naar zinvol leven. Ik neem hun zoektocht volkomen serieus en meen dat ik daarvan kan leren. Dat is me trouwens als katholiek ook opgedragen. Het Tweede Vaticaans Concilie verklaarde in 1965 immers dat mijn kerk niets afwijst “van wat er aan waars en heiligs is” in andere godsdiensten. “Met oprechte eerbied beschouwt zij (de kerk) die vormen van handelen en leven, die normen en leerstelsels, die wel in vele opzichten afwijken van hetgeen zijzelf gelooft en voorhoudt, maar toch niet zelden een straal weerkaatsen van de Waarheid, die alle mensen verlicht.” Gezwollen en voorzichtige taal, maar voor mij toch tot op de dag van vandaag richtinggevend, zeker ook als redacteur van dit maandblad voor religie en samenleving. Read More
  • Watjes, dieven, lijkenprikkers, leve onze gevederde vrienden

    VVD verklaart oorlog aan meeuwen.’ Zo kwam het in het nieuws eind augustus. Bestrijding van een plaag, blijf van onze bitterballen af. Komkommernieuws, maar wellicht ook een verdekte bedreiging aan de concurrent op de politieke rechterflank, die de meeuw als logo heeft? Want de PVV heeft, evenals lang geleden de NSB, waarmee ze niet wil worden vergeleken, een meeuw als symbool. De meeuw staat voor vrijheid, free as a bird, wie doet me wat? Het beeld klopt niet helemaal. Meeuwen zijn ook slaven: als er een nest is, leggen mannetjes dagelijks honderden kilometers af om het kroost van voedsel te voorzien en ze zijn – aldus de VVD – niets en niemand ontziende rovers. Gelukszoekers, bah! Maar symbool van de vrijheid, dat dus wel. Dan hebben we een andere gevleugelde, de duif. Bij de Olympische Spelen van 1900 in Parijs werden er medailles uitgereikt voor het schieten op levende duiven. Enkele honderden met bloed bespatte vogellijkjes later stonden de winnaars met hun prijzen te glunderen. Na vier jaar en veel protesten waren de levende duiven vervangen door kleiduiven. Duiven – in onze grote steden net zo’n plaag als meeuwen – zijn het symbool van de vrede. Waarom? De meeste onderzoekers verwijzen naar de Bijbel, naar het verhaal van Noach en zijn ark na de zondvloed. Hij stuurde toen het droog was geworden na veertig dagen nattigheid eerst een raaf – een onrein dier in de joodse traditie – eropuit om te kijken of er land in zicht was. Toen de raaf – sindsdien een vogel met een onheilspellende reputatie – onverrichterzake terugkwam, stuurde Noach een duif. Die kwam eerst ook zonder resultaat terug, maar de tweede keer had de vogel een olijftakje in zijn of haar snavel.Ze had dus land gevonden. En de derde keer bleef de duif weg. Een duif met een olijftakje, hét symbool van de vrede. En van onschuld. In Matteüs 10,16 draagt Jezus zijn leerlingen op om op hun gevaarlijke tochten ‘argeloos als de duiven’ te zijn. Weerloos, onschuldig, argeloos – de duif is een watje. Niets schattiger dan twee tortelduifjes. De duif daalt neer op Jezus als hij gedoopt wordt en wordt het symbool van de heilige Geest. Daarom siert een duif het logo van de Protestantse Kerk in Nederland. De suggestie van een kruisvorm in datzelfde logo doet een verwijzing vermoeden naar het onschuldig lijden van Jezus aan het kruis. Pacifisten zijn duiven, oorlogshitsers haviken. Talloos zijn de weergaven op pacifistische affiches van gesarde en geëxecuteerde duiven – de onschuldige vrede als slachtoffer van bruut geweld. Agitprop ontwerper John Heartfield maakte in de jaren dertig het prototype: een duif gespietst op een bajonet. Al heten de tegenstanders van duiven haviken, de echte contrastvogel is dus de raaf. De raaf, die het olijftakje in Noachs dagen niet kon vinden, geldt als lijkenpikker. In een beroemde prent van Gustave Doré slaat de ontroostbare Rizpa, dochter van Israëls koning Saul, de raven weg die de lijken van haar vermoorde zonen belagen (2 Samuel 21,10). En de beroemde raven van de LondenseTower gedijden op de geteisterde lijven van de daar opgesloten en terechtgestelde gevangenen.Raven doodsvogels, duiven vredessymbolen, meeuwen herauten van de vrijheid. Weg ermee, vindt de VVD. Nevermore (Edgar Allan Poe, The raven). Read More
  • Lena, the fashion library

    In Amsterdam komt straks een ‘kledingbibliotheek’: een chique winkel waar eerder door anderen gedragen kleding geleend kan worden. Initiatiefneemster Suzanne Smulders: “Er zijn zoveel mooie spullen die niet optimaal benut worden.” Als Suzanne Smulders (29) een auto nodig heeft, leent ze die via Snappcarr.nl. Als ze extra stoelen, een microfoon of een luchtbed kan gebruiken, kijkt ze eerst op Peerby.com of haar buren kunnen helpen. Als ze haar eigen appartement wil verhuren of zelf een slaapplek in het buitenland zoekt, dan gebruikt ze Airbnb.nl. Dat is de ‘leeneconomie’ in optima forma. “Het begrip ‘bezitten’ verplaatst zich naar ‘gebruiken’”, doceert Smulders routineus, een oud-student International Branding aan de Hogeschool van Amsterdam. Maar als fashion fanatic ziet zij dat de kledingindustrie zich van die wijsheid niets aantrekt. Daarom is zij met drie anderen LENA, the fashion library begonnen. Een heuse ‘kledingbibliotheek’ dus, compleet met abonnementen, waar je steeds weer nieuwe kledingstukken kunt lenen. “Onze motivatie is dat we heel graag mensen stimuleren wat bewuster te zijn in hun consumptiegedrag, zodat we beter omgaan met de spullen die er zijn. Want er zijn al zoveel mooie spullen, die niet optimaal benut worden.” MassaproductieHet is allemaal begonnen met Doortje Vintage, een vintagewinkel in Eindhoven met bijbehorende webshop, waar Smulders werkt. Als straks een winkelpand in Amsterdam is gevonden, moet dat de basis van de collectie gaan vormen: oudere, maar tijdloze kleding. “Vanaf de jaren tachtig kwam steeds meer de massaproductie, waardoor de kwaliteit van kleding achteruit is gegaan. In de jaren vijftig en zestig werd kleding gemaakt om langer mee te gaan. Maar grote modeketens maken nu spullen voor één seizoen, zodat mensen terugkomen om nieuwe kleding te kopen. Een deel van onze collectie is twintig jaar en ouder. Dat is onze grens. Maar we zien er ook een grote meerwaarde in dat onze klanten straks zelf spullen inbrengen, zodat ook zij waarde aan de collectie toevoegen.”“Dit is een heel nieuwe manier om met kleding om te gaan”, vertelt Smulders. “Ik merk dat hergebruik van kleding voor de generatie van mijn ouders niet gewoon is. Voor mijn opa en oma ligt dat alweer anders. Zij kregen vroeger altijd de kleding van hun broertjes en zusjes, neefjes en nichtjes. Sowieso hier in Amsterdam is het taboe op tweedehandskleding wel weg. Maar dat zeggen is makkelijker dan ernaar handelen. Het is heel belangrijk dat we de hygiëne straks goed op orde hebben, zodat mensen geen vervelende ervaringen opdoen.” Read More
  • NIEUWE VOLZIN-SPECIAL: 'GELOVEN AAN GOD VOORBIJ'

    “Grote levensvragen hoeven je niet per se bezig te houden om gelukkig te worden. Maar ze kunnen je overvallen, bij veranderingen of crises in je leven”, vertelt Stefan Groothuis in het nieuwe nummer van Volzin, dat volgende week vrijdag verschijnt. De topschaatser kreeg in 2011 te maken met een zware depressie. Meditatie, yoga en mindfulness behoren sindsdien tot zijn spirituele repertoire. God ook? Hem heeft Groothuis niet gevonden, maar zegt hij: “Ik hou de deur wel op een kier”.De grens tussen geloof en ongeloof vervaagt in onze samenleving in toenemende mate. Naast theïsten (‘God bestaat’) en atheïsten (‘God bestaat niet’) is er een groeiende groep van anatheïsten: mensen die niet kunnen of willen zeggen dat God niet bestaat, maar evenmin kunnen of willen zeggen dat God wél bestaat. Ze zijn geen gelovigen in de traditionele zin van het woord, ze geloven veeleer ‘aan God voorbij’. Volzin wijdt in oktober zijn special aan het middenveld tussen geloof en ongeloof en de mensen die dit middenveld bevolken:  schaatser Groothuis , denkers als Ger Groot en Christa Anbeek, bezoekers van ‘diensten zonder God’ in De Nieuwe Liefde en van de Sunday Assembly, docenten en studenten van de Universiteit voor Humanistiek. Verrassend: ook de protestantse theoloog prof. Wouter Slob blijkt pleitbezorger te zijn van het ‘anatheïsme’. “Geloof moet je niet bewijzen, geloven in God moet je doen”, stelt hij. De nieuwe Volzin verschijnt vrijdag 24 oktober.  Als u geen abonnee bent, kunt u hier het Volzin-nummer los bestellen.   Read More
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Doorzoek de website

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda

Geef een Volzin cadeau!

 

Advertentie