Laatste nieuws

  • 1
  • Gods eigen motormuizen

    Motorclubs genieten, om het zacht uit te drukken, een niet al te beste faam. Outlaw bikers worden ze wel genoemd, de stoere mannen op ruigronkende motorfietsen die  het nieuws halen met gewelddadigheden. Hoe ver dit beeld bezijden de waarheid kan zijn, blijkt al gauw zodra de leden van het Bikers For Christ Motorcycle Ministry (BFC) aan komen rijden. BFC noemt zich dan ook nadrukkelijk geen motorclub maar een motor ministry – een ‘dienstwerk’ of ‘bediening’ dus. Sinds de start, in 1990 in de Verenigde Staten, ontstonden in twintig landen afdelingen. De Nederlandse afdeling dateert van 2003. De meeste motorclubs kennen een duidelijke hiërarchie waarbinnen leden plek moeten kennen op straffe van sancties. Het lidmaatschap is nagenoeg altijd exclusief voorbehouden aan mannen. BFC kent alleen een zogeheten elder (‘ouderling’), die als spin in het web de groep draaiend houdt. In de ogen van God is iedereen elkaars gelijke, zo geloven deze bikers, en dus beschouwen ook zij elkaar als gelijke. De enige voorwaarden die aan het lidmaatschap worden gesteld, zijn dat men lid is van een christelijke kerk, gelooft in de Drie-eenheid en beschikt over een motorfiets met minimaal een vermogen van 500 cc. Een ander groot verschil met niet-christelijke clubs is dat vrouwen van harte welkom zijn. De gedeelde liefde voor de motorfiets brengt de Bikers for Christ ook in contact met andere motorclubs. Men streeft naar een goede verstandhouding met andere motorrijders. BFC ‘rijden voor de  Heer’: zij houden zich al rijdend exclusief bezig met evangeliseren. Mensen buiten de motorwereld kijken soms wel verschrikt op wanneer  ze ergens binnenkomen, zeggen de bikers, maar een tweede blik op hun outfit nodigt vaak uit tot een gesprek over motoren en over de liefde van en voor Jezus Christus. Gevraagd naar hun diepste intentie verwijzen de Bikers for Christ naar de gevleugelde woorden van de zendeling C.T. Studd (1860-1931) die zij tot hun motto hebben verheven: “Sommige mensen leven het liefst binnen gehoorsafstand van kerkklokken; wij runnen een reddingspost binnen het bereik van de hel.”   Lees meer
  • Gemankeerde mannelijkheid

    Jurgen Tiekstra belicht in de rubriek ‘Film’ hedendaagse filmregisseurs die in hun speelfilms een eigenzinnige kijk op de mens en de wereld naar voren brengen. Speelfilms als Un prophète en Dheepan, van de Franse filmmaker Jacques Audiard, gaan over ‘gemankeerde viriliteit’: over de onmacht van een man die zijn toevlucht moet zoeken in geweld. De Franse filmregisseur Jacques Audiard (64) is een wat nerveuze persoonlijkheid. Als hij tijdens een interview worstelt om de juiste woorden te vinden, ligt op zijn jukbeenderen een rood waas van licht ongemak. Hij speelt rusteloos met zijn bril die voor hem op tafel ligt. Hij knijpt eens snuivend in zijn neus. Hij verbergt zijn handen onder de tafel waaraan hij zit, om ze direct weer tevoorschijn te halen en breed gebarend zijn hakkelende uitspraken te ondersteunen. Op zichzelf is dat niks bijzonders. De uiterst begaafde regisseur, die pas na zijn veertigste is gaan filmen, doet zijn werk heel intuïtief. Ongetwijfeld ziet hij bij elk nieuwe speelfilm van zijn hand op tegen het noodzakelijke promotiecircus, als journalist na journalist aan hem voorbij zal trekken met moeilijk te beantwoorden vragen over de betekenis van een filmproductie die zo gevoelsmatig en onberedeneerd tot stand kwam. Audiard verdiende weliswaar, voordat hij ging regisseren, zijn geld met het schrijven van filmscenario’s. Ook studeerde hij literatuur en filosofie. Maar zijn speelfilms zijn het tegendeel van de archetypische Franse praatfilm. Bij hem zit de essentie allerminst in de dialogen, maar juist in het zintuiglijke spel van de acteurs en de vaak gewelddadige noodlottigheid waarin de personages zich bevinden. Nauwelijks woorden De lichamelijke onrust van Jacques Audiard is vooral opmerkelijk, omdat ook zijn filmpersonages er door geteisterd worden. In 2009 viel Audiard op met zijn indrukwekkende speelfilm Un prophète, waarin de Noord-Afrikaanse jongen Malik El Djebena zich moet redden in het spijkerharde universum van een Franse gevangenis. Zijn donkere krullen worden direct na binnenkomst afgeschoren. Schuw beweegt hij zich tijdens het luchten over de binnenplaats. De huid staat strak over zijn kaken gespannen. Hij houdt zijn hoofd laag, om blikken te vermijden. In 2012 kwam Jacques Audiard opnieuw met een imposante speelfilm: De rouille en d’os, met de Vlaamse acteur Matthias Schoenaerts in de hoofdrol. Diens personage Alain heeft net zo’n strakke kop, met een opgepompt lijf dat barst van onrust en adrenaline. Hij kan teder omgaan met zijn zoontje, maar onderhuids blijft het explosief. In de film wordt geen detail over zijn achtergrond gegeven: hij is wie hij is. In wezen is de film een studie van zijn gemankeerde mannelijkheid: dit aan de hand van zijn ruwe vaderzorg voor zijn zoontje en zijn liefde voor een veel bedachtzamere vrouw, die opvallend genoeg een orkatrainster was die invalide is geraakt tijdens een orkashow voor publiek. In Audiards laatste speelfilm, Dheepan uit 2015, zit alweer zo’n memorabel mannelijk personage, alweer zo’n zwijgzaam masculiene figuur in wiens verborgen binnenste het gist en broeit en borrelt. Het gaat hier om de naamgever van de filmtitel: Dheepan, een naar Frankrijk gevluchte Tamil uit Sri Lanka. Curieus genoeg is de acteur in kwestie, Antonythasan Jesuthasan, ook zelf een Tamil-vluchteling, die als kind al meevocht in de ellenlange Sri Lankaanse burgeroorlog. Ook deze Dheepan is een man van nauwelijks woorden. Niet alleen omdat hij bijna geen Frans spreekt, maar ook omdat hij op slot moet zijn gegaan door de verschrikkingen die hij in Sri Lanka voor ogen heeft gehad. Net als zowat alle personages in de films van Audiard is hij teruggeworpen op zijn lichaam, op zijn fysieke kracht. Zonder veel omhaal van woorden werkt hij hard en ijverig als conciërge in een vervallen appartementencomplex in een door bendegeweld geplaagde Parijse buitenwijk. Dit geweld van de dealers probeert hij te negeren, totdat het te dicht bij zijn gezin komt.   Lees meer
  • NIEUWE VOLZIN-SPECIAL: 'LANGZAAM LEVEN'

    We leven in een snelle tijd, waarin alles draait om efficiency en doelmatigheid. Veel mensen gaan eronder gebukt. Je vraagt: “Hoe gaat het met je?” Je krijgt als antwoord: “Druk, druk, druk.” Van de weeromstuit verlangen we geregeld naar een leven waarin het allemaal wat langzamer kan, wat aandachtiger, bewuster, stiller. Filosoof Ruud Welten ziet dat verlangen als een paniekreactie. We kunnen niet meer echt ervaren, zegt hij in de special in het komende nummer van Volzin die geheel gewijd is aan het fenomeen ‘langzaam leven’. Tegelijk vinden we volgens Welten dat we alles uit het bestaan moeten halen, nu, hapklaar, en snel een beetje. Dat geldt zelfs voor de dingen die we langzaam willen doen – of het nou slow reizen, slow banking of slow food betreft. Over die laatste beweging leest u een reportage vanaf het ‘culinaire schateiland’ Texel. Ook bezocht special-auteur Bert van der Kruk de abdij Sion in Diepenveen, waar zich volgens pastor Peter Dullaert eind vorig jaar een ‘ramp’ voltrok. De laatste acht trappisten verlieten het klooster, hun gebed verstomde en het gastenhuis ging dicht. Samen met anderen werkt Dullaert nu aan een ‘doorstart’, zodat een nieuwe oecumenische communiteit de stilte in ere kan houden en gestreste rustzoekers zich daaraan kunnen laven. Het laatste artikel in de special gaat over de teloorgang van de zondag, nog zo’n instituut dat voor de broodnodige rust en ontspanning zorgt en hevig onder druk staat. Terwijl de koopzondagen zelfs op de Veluwe oprukken en de Zondagswet ‘met een achteloze pennenstreek’ is afgeschaft, is er nog steeds verzet – niet louter uit religieuze kringen – tegen de heilloze gelijkschakeling van alle dagen. Filosoof Marli Huijer hoopt dat de zondag een ‘gemeenschappelijke accudag’ wordt.De nieuwe Volzin verschijnt vrijdag 1 juli 2016. Als u geen abonnee bent, kunt u hier het nummer los bestellen. Lees meer
  • Boeddha heeft ook lelijk gezicht

    In het Westen heerst vaak het beeld dat het boeddhisme een vreedzame, serene en welhaast ideale religie is. In Thailand, Cambodja en Myanmar echter, landen waar het boeddhisme al generatieslang domineert, kent het boeddhisme juist verschillende gezichten. Van haatdragend tot vredelievend. En van grote welvaart tot pure verlichting. “Er zijn compromissen gesloten. Het is een schande voor de Boeddha.” Door Ate Hoekstra Bij de Samaki Rainsypagode in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh slenteren in rode en oranje gewaden geklede monniken over het terrein. Een motortaxichauffeur luiert in de schaduw van het tempelgebouw. Joelende kinderen spelen bij de poort die het boeddhistische gebedshuis scheidt van de buitenwereld. In het hoofdgebouw, waarvan de poort is opgesierd met de beeltenis van een draak, zit Loun Sovath in kleermakerszit op een rood kleed. Een kwarteeuw geleden werd Sovath – 36, blote voeten, kaal hoofd, oranje pij – door zijn ouders naar de lokale pagode gestuurd om hem te beschermen tegen de burgeroorlog die destijds in Cambodja woedde. Sovath werd monnik, een functie die hij tegenwoordig gebruikt om zich te verzetten tegen het autoritaire optreden van zijn overheid. “Ik wil een einde maken aan geweld en een begin aan goede politiek”, vertelt Sovath in de tempel. “Ik denk dat de Boeddha het daar wel mee eens is.” Net als in Myanmar (het voormalige Birma) en buurland Thailand volgt 89 procent van de Cambodjaanse bevolking het boeddhisme. In het Westen heerst vaak een sereen en vreedzaam beeld van deze religie, maar in deze Aziatische landen kent het verschillende gezichten. Van radicale monniken die oproepen tot haat tot geestelijken die zich inzetten voor mensenrechten. En van boeddhisten die met gemak duizenden euro’s aan een tempel doneren tot aanhangers die een bescheiden weg naar verlichting volgen. Goede politiek Sovath is een monnik die op sociaal en politiek terrein actief is. Samen met andere monniken verzet hij zich onder meer tegen ontbossing en speelt hij een vooraanstaande rol in het protest tegen de Cambodjaanse regering die al dertig jaar het land met ijzeren vuist bestuurt. Ook in Myanmar, dat decennialang onder leiding stond van een militaire junta, zijn het de monniken die protesten tegen onrecht leiden. Zowel monniken in Cambodja als in Myanmar zeggen zich geroepen te voelen door het lijden van de mensen om hen heen. “We treden daarmee in de voetsporen van de Boeddha,” vertelt Sovath. “De Boeddha was een verdediger van de mensenrechten. Hij leidt de protesten voor verandering. Als hij mensen ziet lijden, staat hij op om hen te helpen. Wij volgen hem.” Waar het de monniken om gaat, is het streven naar een hart van vrede, vervolgt Sovath. Zelf een rein leven leiden en goed zijn voor mens en natuur is dan niet genoeg. De monniken hebben een voorbeeldfunctie en zien het als hun taak de samenleving naar een betere toekomst te leiden. “De mensen volgen ons”, zegt Sovath. “Wij moedigen hen aan om op te staan voor hun rechten. Zelf ben ik niet meer dan een symbool. Ik ben één monnik die een begin wil maken aan goede politiek.” In het Shwe Taungklooster, in Myanmars grootste stad Yangon, heeft U Awbasa (46) een zelfde boodschap. Hier werd de basis gelegd voor de Saffraanrevolutie, een wekenlang protest waarbij duizenden mensen tegen de toenmalige militaire junta demonstreerden. “In 2006 waren de prijzen zo hoog dat de overheid het land onmogelijk nog kon besturen”, herinnert de monnik zich. “We hadden geen andere keuze dan in actie te komen. We moesten opkomen voor het volk. We moesten hervormingen eisen. Toen de overheid daar niet op reageerde, zijn we het protest gestart.” Lees meer
  • 'God vergeeft je, vergeef dan ook jezelf'

    Enkele jaren geleden pleitte hij in dagblad Trouw voor een herwaardering van de biecht – in de protestantse kerk. “Dat is hét teken dat God mensen niet afrekent op fouten, maar hun telkens de kans geeft opnieuw te beginnen”. Het ging over de discussies in de Protestantse Kerk in Nederland over overdopen, over mensen die hun doop uit zondebesef willen ‘overdoen’ in dezelfde of een andere geloofsgemeenschap. Hij is er niet voor: “Het doopsel is eenmalig en de basis van de oecumene. Als je opnieuw wilt beginnen, kun je beter kiezen voor een vorm van biecht. Het protestantse Dienstboek voorziet daar namelijk in.” Victor Bulthuis (46) is rooms-katholiek priester. Na een opleiding in journalistiek en filosofie besluit hij op zijn dertigste theologie te gaan studeren. Zes jaar later wordt hij priester gewijd. Hij was pastoor op de Veluwe en in Noordoost-Twente. Sinds drie jaar werkt hij in de St. Benedictusparochie in de Overbetuwe. We praten over de vergeving van zonden in de ruime pastorie waar hij woont, naast de kerk in Herveld. Wat heeft Bulthuis met de geloofsbelijdenis, met die oeroude woorden? “Het credo klinkt in de katholieke kerk op zon- en feestdagen. Het is toch geweldig dat er zulke teksten zijn die ons als wereldkerk met elkaar verbinden? Wel is het een marmeren monument waarin je steeds weer moet bikken. Soms struikel je erover, omdat je iets hebt meegemaakt waarin die tekst meeklinkt. Maar ik houd wel van weerbarstige teksten, net als sommige bijbelpassages, waarop je je tanden kunt stukbijten. Ik vind het een uitdaging om ze met steeds weer verschillende mensen te bespreken in verkondiging en pastoraat. Ze moeten steeds opnieuw uitgelegd worden, dat geldt ook voor mezelf. Het zijn woorden waar ik me blijvend toe verhoud, om te overdenken in steeds veranderende situaties.” Maar dan deze woorden: de vergeving van zonden. Als er nou één woord is waar kerkverlaters met afschuw op terugkijken, is het dat woord: zonde. Kunt u er nog mee werken? “Het is inderdaad een beladen woord. Mensen koppelen het aan schuldgevoel en denken: zo kwalijk leef ik toch niet? Nee, maar als je eerlijk naar jezelf kijkt, merk je dat je niet met jezelf samenvalt, zo maakt Paulus duidelijk. Ik hield eens in een theologisch café een inleiding over de bekende tekst uit Romeinen 7 over de wet en de zonde. Dat herkent iedereen: dat je wat je niet wilt toch doet en wat je echt wilt niet doet. Die innerlijke breuk zou je het drama van de vrijheid kunnen noemen. De theoloog André Zegveld zegt dat als je het niet meer over zonde hebt, je de kern van het christendom mist. Het christendom gaat namelijk over het verlangen naar verlossing van die innerlijke breuk. We zijn geroepen om te worden wat God is, aldus Zegveld, dat wil zeggen uitstromende liefde. Maar in plaats daarvan leven we vaak teruggebogen naar onszelf, in plaats van ons te openen voor anderen. Dat moeten we eerlijk onder ogen zien, dan kan er vergeving plaatsvinden. Zonde kun je koppelen aan schuld voorzover mensen de kans laten lopen om een kanaaltje van Gods liefde te zijn. Met die innerlijke breuk ben je nooit klaar, hoewel God ons die uiteindelijk niet aanrekent. De biecht is een van de tekenen van die vergeving. Schuldbesef is een, schuldgevoel  is twee: dat kan namelijk ook misplaatst zijn. In deze tijd van geloof in maakbaarheid en eigen verantwoordelijkheid denken mensen dat ze hun leven in de greep hebben. Daardoor voelen ze zich vaak schuldig over dingen waaraan ze in feite geen schuld hebben. Ik word fel als het gaat over schuldgevoel dat ons van alle kanten wordt aangepraat, zo van: dit of dat is toch aan mezelf te wijten. Er is veel wat mensen simpelweg overkomt. Helaas reproduceren ze dat soms in hun eigen handelen. Neem nou mensen die in een sfeer van gewelddadigheid thuis zijn opgegroeid en dat gedrag herhalen naar hun eigen kinderen. Dan heb je misschien wel vergeving nodig, maar de bron van het kwaad ligt eigenlijk bij wat jou is overkomen.” Lees meer
  • Schrijfwedstrijd: Ik ben, omdat wij zijn

    Ik ben, omdat wij zijn’ luidt dit jaar het thema van de Volzin-schrijfwedstrijd. Doe mee en ding mee naar een prijs. Schrijf een spannend en persoonlijk gemotiveerd essay over de verhouding tussen ‘ik’ en ‘wij’, tussen kiezen voor jezelf of je aanpassen aan anderen, tussen eigenbelang of zelfopoffering. De jury kiest uit de inzendingen de drie beste essays. De winnende essays verschijnen in Volzin van 6 januari 2017. De winnaars ontvangen respectievelijk 500, 300 en 200 euro. De inzendtermijn sluit 1 september 2016. Thema ‘Maak van je leven je eigen unieke kunstwerk.’ Vrijheid is in onze samenleving en in ons persoonlijke leven een belangrijke verworvenheid. Zelf kunnen kiezen hoe en met wie je wilt leven, of je wel of geen kinderen wilt, wie je vrienden zijn, waar je wilt wonen: het past allemaal in een samenleving die zelfbeschikking, individuele ontplooiing en emancipatie als belangrijke waarden ziet. Ook op het vlak van religie en levensbeschouwing zien we dit terug. De nadruk ligt op het zoekende individu dat zélf zin gaat geven aan het eigen leven. Het ‘ik’ is het vertrekpunt, het ‘wij’ (de samenleving, de relatie, het collectief en de groep waar we bijhoren) is dan het gevolg – als het goed gaat tenminste. Maar klopt dit wel? De Afrikaanse kijk op het leven lijkt loodrecht op de dominante westerse kijk te staan. ‘Ik ben, omdat wij zijn’, zeggen de Afrikanen. In deze visie bestaat er geen ‘ik’ zonder ‘wij’. Mensen worden immers wie zij zijn dankzij en binnen relaties, familie, de generaties voor hen, de groep, de samenleving waartoe zij behoren. Vanuit onszelf weten we niet veel; we zijn daarin schatplichtig aan de cultuur en tradities. Religie is eerder een kwestie van zin ontvangen van anderen dan van zelf zin geven. Kortom, in deze visie vormen het gezamenlijke belang en zorg voor elkaar het uitgangspunt en stemt het individu zich daarop af. Sommigen in Nederland vinden dat ons land wel wat meer van de Afrikaanse kijk zou kunnen gebruiken: wat minder nadruk op het ‘ik’ en wat meer ruimte voor het ‘wij’. Hebben ze gelijk of toch eigenlijk niet? Worstelt uzelf in uw leven met de spanning tussen ‘ik’ en ‘wij’? Hoe valt uw keuze uit: meer of minder ‘ik’, meer of minder ‘wij’? De jury van de Volzin-schrijfwedstrijd 2016 leest graag uw antwoord op deze vragen. Voorwaarden - De Volzin-schrijfwedstrijd staat open voor iedereen. - De bijdragen van maximaal 1600 woorden moeten uiterlijk donderdag 1 september worden ingezonden. - Inzendingen dienen digitaal (in Word) en per e-mail te worden aangeleverd. Mail naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., voorzie uw bijdrage van personalia (naam, adres, leeftijd, geslacht, (voormalig) beroep) en de aanduiding ‘Volzin-schrijfwedstrijd 2016’; niet-digitale bijdragen worden niet in behandeling genomen. - Inzender verleent Volzin het recht van eerste publicatie van de ingezonden bijdragen in het magazine en/of op deze website.  Jury Een deskundige jury kiest uit de inzendingen de drie beste essays. Voorzitter is Frank Bosman, cultuurtheoloog (Tilburg University). De andere juryleden zijn: Elleke Bal, Jeroen Fierens, Jan van Hooydonk, Wies Houweling en Jacqueline Kool. De jury hanteert de volgende criteria: - Uw inzending heeft het karakter van een persoonlijk getoonzette uitwerking van het thema. - Uw inzending is origineel van inhoud en invalshoek. - Uw inzending is helder van stijl en toegankelijk geschreven.     Lees meer
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • VOLZIN 2016 NUMMER 05

    Volzin special: ‘Kloostergeheimen’ ‘Iedereen verdient een nieuwe kans’ “Wij zijn niet heilig”,
    28 April 2016 - Lees meer

Doorzoek de website

volzin schrijfwedstrijd

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda