Laatste nieuws

  • God is een meme

    Naast katvideos en sniezende panda’s is de ‘meme’ misschien wel het vreemdste fenomeen van het internet. Een veelgebruikte
  • Schrijfwedstrijd: Over de grens

    'Over de grens’ luidt het thema van de Volzin-schrijfwedstrijd 2015. Doe mee en ding mee naar de Volzin-opinieprijs
  • 'Monologen, daar doe ik niet aan'

    Als je alleen naar de theorie kijkt, blijf je steken in een spel met woorden. Maar de dialoog
  • 1
  • Schrijfwedstrijd: Over de grens

    'Over de grens’ luidt het thema van de Volzin-schrijfwedstrijd 2015. Doe mee en ding mee naar de Volzin-opinieprijs 2015. Schrijf een persoonlijk gemotiveerd essay over grenzen, grenservaringen en grensoverschrijdingen in de samenleving, in het religieuze en spirituele domein en/of in je persoonlijke leven. De jury leest graag je visie, je aanklacht of juist je lofzang. De winnende essays publiceren we in het eerste nummer van 2016. Grenzen zijn inzet van debat in politiek en samenleving. Vluchtelingen bonzen op onze poorten. Willen we onze grenzen voor hen openen en kunnen we dat dan ook? Europa, de globalisering,  de wereld één dorp zonder grenzen: wenselijk of angstaanjagend?  En vergeet ook de kwestie van normen en waarden niet. Wie bepaalt daar de grenzen: de overheid of de burger. Zijn onze (vermeende) vrijheden – van meningsuiting en godsdienst – eigenlijk wel grenzeloos?Ook in het religieuze domein spelen grenzen een grote rol. Religieuze ervaringen en rituelen zijn vaak verbonden met belangrijke grenservaringen in het leven (geboorte, relaties, dood). Maar nog belangrijker: religie zelf is altijd ook verbonden met een ervaring of overtuiging over Wie of Wat zich ophoudt achter de grens van ons eigen zichtbare bestaan en van onze zichtbare wereld. Menigeen ontleent juist daaraan zijn diepste inspiratie en motivatie.Ten slotte, ook in ons persoonlijke leven spelen grenzen een grote rol. Ga je graag de grens over of blijf je liever thuis? Zijn je grenzen een frustratie voor je of een uitdaging? Ga je ze verleggen of aanvaarden? Grenzen spelen ook een rol bij ‘burn-out,  een wijdverbreid verschijnsel: mensen gaan dan over hun fysieke en psychische grens. En dan is er nog de ervaring dat andere mensen soms zo maar of opzettelijk over jouw grens gaan. Pijnlijk, want ieder kent zo zijn grenzen en rekent daarvoor op respect van anderen.Tegen deze achtergrond luidt de opdracht voor de Volzin-opinieprijs 2015: schrijf een pakkend essay over grenzen, grenservaringen, grensvervaging of grensoverschrijding. Voorwaarden• De Volzin-schrijfwedstrijd staat open voor iedereen.• De bijdragen van maximaal 1600 woorden moeten uiterlijk dinsdag 1 september worden ingezonden.• Inzendingen dienen digitaal (in Word) en per e-mail te worden aangeleverd. Mail naar: \n Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. , voorzie je bijdrage van personalia (naam, adres, leeftijd, geslacht, (voormalig) beroep) en de aanduiding ‘Volzin-opinieprijs 2015’; niet-digitale bijdragen worden niet in behandeling genomen.• Inzender verleent Volzin het recht van eerste publicatie van de ingezonden bijdragen in het magazine en/of op de website www.volzin.nu.• Over de inhoud en de uitslag wordt niet gecorrespondeerd. We hanteren de volgende criteria. De bijdrage:• bestaat uit een persoonlijk getoonzette uitwerking van het thema;• is origineel van inhoud en invalshoek;• is helder van stijl en toegankelijk geschreven. Prijzen en publicatieEen deskundige jury kiest uit de inzendingen de drie beste essays. De uitslag wordt bekend gemaakt in het eerste nummer van de jaargang 2016 (8 jan. 2016). Daarin verschijnen ook de winnende essays. De winnaars ontvangen respectievelijk 500, 300 en 200 euro. Read More
  • 'Monologen, daar doe ik niet aan'

    Als je alleen naar de theorie kijkt, blijf je steken in een spel met woorden. Maar de dialoog met een andere religie wordt pas vruchtbaar las je hem doorleeft." Annewieke Vroom over overeenkomsten én verschillen tussen christendom en boeddhisme.“Monologen, daar doe ik niet aan!” Voor godsdienstfilosofe Annewieke Vroom is het fenomeen ‘dialoog’ een manier van leven. Niet zozeer omdat dialoog vandaag de dag een maatschappelijke plicht zou zijn, maar primair omdat alleen de dialoog een vruchtbare filosofie en religie oplevert. Vroom: “Doordat de dialoog een ontmoeting met een ander mens is, houdt het de filosoof bij de belichaamde waarheid, en dus bij het leven. Daarbij leidt een goede dialoog tot verheldering en kritiek en zelfkritiek. Waar filosofie en religie zich laten verleiden tot het voeren van monologen, verliezen zij deze kans.”Recent promoveerde Vroom aan de Vrije Universiteit op een proefschrift dat in het teken staat van de academische interreligieuze dialoog, God of Leegte? Zenboeddhist Masao Abe in dialoog met christelijke denkers. In deze studie onderzoekt zij het gesprek dat een van de belangrijkste Japanse denkers uit de vorige eeuw met westerse theologen voerde. Opvallend genoeg leerden beide partijen iets van de gedachtewisseling: een fraai voorbeeld van hoe tijdens een ontmoeting nieuwe wijsheid ontstaat. Bovendien kan Masao Abe’s gesprek met het Westen inspiratie bieden voor hedendaagse christenen en boeddhisten die buiten het eigen honk durven kijken. Annewieke Vroom ziet de interreligieuze dialoog echter als meer dan een intellectueel uitdagend studieobject: “Als je alleen naar de theorie kijkt, blijf je steken in een spel met woorden. Dat heeft z’n waarde, maar de dialoog met een andere religie wordt pas vruchtbaar als je hem doorleeft.” Is de dialoog tussen christendom en boeddhisme niet bij voorbaat problematisch? Het christendom gaat uit van een transcendente God en het boeddhisme toch juist niet?“Het tegenover elkaar plaatsen van deze twee religies is een cliché en bovendien incorrect. Christelijke tradities zien God niet als een man of vrouw op een wolk. En boeddhistische richtingen zijn niet antireligieus: zij ontkennen de dieptedimensie in het bestaan niet. Integendeel, het gaat er in zen juist om die te erkennen. Die dieptedimensie valt tegelijk wel en niet samen met de natuurlijke wereld. Zoals in de christelijke tradities God tegelijk verbonden is met deze wereld en ervan onderscheiden. Juist die relatie tussen transcendentie en immanentie staat centraal in de dialogen van zenfilosoof Masao Abe (1915-2006) die ik bestudeerde. Abe is met het Zuivere Land-boeddhisme opgegroeid, de grootste boeddhistische stroming in Japan. Deze traditie benadrukt dat de mens zich moet richten op de reddende kracht van de transcendente boeddha Amida. Abe raakte gefrustreerd tijdens die zoektocht naar iets buiten zichzelf. In het zenboeddhisme vond hij een andere weg die wel werkte: namelijk om het zoeken radicaal op te geven. En hij raakt in gesprek met christelijke procestheologen uit de Verenigde Staten die benadrukken dat God en mens met elkaar verweven zijn. Dat zijn ze vooral in het gezamenlijk scheppingsproces. Om het procesmatige karakter van de werkelijkheid te doordenken laten deze theologen zich inspireren door oosterse teksten.” Read More
  • Van de marge naar het centrum en weer terug

    Tegen veler verwachting in is na 1945 een joodse gemeenschap in Nederland blijven bestaan. Die is in de loop van de decennia echter wel ingrijpend veranderd. Naast interne joodse ontwikkelingen speelde daarbij een belangrijke rol de ruimte die de Nederlandse samenleving aan joden gaf. Een terugblik in drie fases: van de marge naar het centrum en weer terug.Direct na de Tweede Wereldoorlog was er alom twijfel onder Nederlandse joden. Moest men blijven of weggaan? Moest de joodse gemeenschap opnieuw opgebouwd worden naar vooroorlogs model, of juist diepgaand vernieuwd worden en zich aanpassen aan de nieuwe omstandigheden? Hoewel velen de wens uitspraken om te emigreren, was het uiteindelijk slechts een minderheid die die stap ook daadwerkelijk zette. Nederlandse joden bleven, tot hun eigen verrassing, in het land en bouwden met grote energie de gemeenschap weer op. Herzuild Nederland, 1945-1970De vorm die de joodse gemeenschap na 1945 kreeg, werd gedicteerd door de ruimte die de overheid gaf. Ondanks pogingen tot een ‘doorbraak’ werd het oude, vooroorlogse verzuilde bestel weer opgebouwd. Het beleid van de regering hield rekening met de verschillende religieuze en levensbeschouwelijke groepen en financierde ieders organisaties. De joodse gemeenschap kon daardoor weinig anders dan zich ook opnieuw als religieuze denominatie presenteren: het sinds 1814 bestaande Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK).Het herzuilde bestel betekende dat er een eigen, gelegitimeerde plaats was voor de joodse gemeenschap in Nederland – naast de verschillende soorten protestanten en katholieken. Joden kregen de ruimte en financiën om de eigen joodse infrastructuur weer op te bouwen. Maar vanwege de decimering van de gemeenschap door de Sjoa werd die ruimte door de overheid wel ingeperkt: als kleine gemeenschap werden joden niet langer uitgenodigd voor regulier overleg met de overheid, de ruimte voor ritueel slachten werd ingeperkt en na de aandacht in de eerste naoorlogse jaren leek het vervolgens of er nog nauwelijks joden in Nederland waren overgebleven. Joden waren een groep in de marge: ze mochten er zijn, maar bleven grotendeels buiten beeld.Door de herzuilde orde stond het bestaansrecht van de gemeenschap en het joods-religieuze leven niet op het spel. Die insteek zorgde er wel voor dat er een sterke nadruk lag op joodse identiteit als religie, waardoor alternatieve of seculiere vormen van jodendom nauwelijks ruimte kregen of zichtbaar werden. Joden waren de spreekwoordelijke minderheid, omdat de samenleving als geheel zichzelf zag als ‘algemeen christelijk’. Binnen de verzuilde context bestond er brede consensus over een nationale moraal die de liberale voorman Thorbecke halverwege de negentiende eeuw had gedefinieerd als ‘christendom boven de geloofsverdeeldheid’. Read More
  • Deel elkaars verhalen, proef elkaars tranen

    Wat is de toekomst van de interreligieuze dialoog? Ik nam deel aan een symposium, georganiseerd door een samenwerkingsverband van christenen en joden, waarin deze vraag werd behandeld. Het is een helse vraag, want definities, beelden en ervaringen tuimelen over elkaar heen als je hem probeert te beantwoorden. Toch is de vraag relevant, want religie is meer dan ooit onderwerp van gesprek. Ontkerkelijking? Individualisering? Zeker. Maar al gaat er niemand meer naar de kerk, synagoge of moskee, de mens is en blijft een inherent spiritueel wezen. We zullen geïntrigeerd blijven door de vraag wat onze relatie is met het onzichtbare, of de vraag wat onze plek is in de kosmos. De media hebben het ook nog eens voortdurend over religie, zij het dan vooral over rituele excessen. In de ochtend een debat over de paus, in de middag een panelgesprek over IS en in de avond diverse praatprogramma’s over, ik doe een greep, kindermisbruik, besnijdenis, en jihad in de straat. God is hot. Dag in, dag uit.Ik mocht tijdens het symposium een workshop leiden. Vooraf werd ik kort geïnterviewd door iemand van de Joodse Omroep. Of ik de lunch wel halal genoeg vond? Wat ik van Saoedi-Arabië vond, waar niet-moslims de toegang tot Mekka wordt geweigerd? Wat ik van Charlie Hebdo vond en het islamitische probleem met de vrijheid van meningsuiting? Waarom er zo weinig dialooggezinde moslims aanwezig waren in de zaal? Je kunt geïrriteerd raken en de vragensteller met evenzovele misstanden uit zijn eigen traditie om de oren slaan, maar is dat handig? Nee. Ook al zijn de vragen een beetje dom en suggestief, ze moeten altijd gesteld kunnen worden.De meeste deelnemers aan mijn workshop waren dialoogprofessionals. Goed getraind in het herkennen en benoemen van religieuze overeenkomsten, verschillen, en alle bijbehorende communicatievalkuilen. Een getrainde dialoog is geen dialoog. Dat Abraham stamvader is van de drie wereldgodsdiensten weten we nu wel, nietwaar? Ramadan, Kerstmis, Jom Kipoer, idem dito. Misschien moeten we daarom eens afstappen van de puur theologische dialoog en er meer een maatschappelijke dialoog van maken.Hoe bereiken we het gezin in de huiskamer? Jongeren? De man of vrouw die maar één werkelijkheid kent, namelijk de mediawerkelijkheid? En de sociale media? Op Twitter en Facebook gaan alle remmen los. Tijdens de recente bombardementen op Gaza werden de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen meer dan ooit op scherp gezet. De meest verschrikkelijke beelden gingen vergezeld met de meest verschrikkelijke verwensingen. De voortdurende wandaden van IS jegens minderheden leiden tot een evenzo fel debat, wederom vergezeld met verschrikkelijke beelden en verwensingen. De reikwijdte van media, oud en nieuw, is enorm. Daar valt eenvoudigweg niet tegenop te dialogiseren, zo lijkt het.Wat is dan de toekomst van de interreligieuze dialoog? Mijn antwoord is simpel: bestuurders, politici, dialoogprofessionals en mediafiguren moeten opnieuw leren om een gesprek te voeren. Ook u en ik, als individu, moeten opnieuw leren hoe we een normaal gesprek voeren. Een goed gesprek gaat zelden over bijbelse en koranische dogmatiek, maar gaat meestal over ons welzijn. Over onze angsten en dromen, onze talenten, onze kinderen. Iedereen kan hierover meespreken en zichzelf in de ander herkennen, ongeacht opleiding, functie, klederdracht, haargroei of heilig boek. Raak elkaar weer aan. Van hart tot hart. Deel elkaars verhalen, proef elkaars tranen en wees een troost voor anderen. Zet je humor en zachtmoedigheid in voor andermans welzijn. De politiek is niet ons referentiepunt, wij zijn haar referentiepunt. De media vertellen ons niets over de ander, zij verkopen ons een beeld van de ander. Religieuze mensen zijn geen wandelende korans of bijbels, maar wandelende vaders en moeders, dochters en zonen. Ooms, tantes, neven en nichten. Dromers en reizigers in het leven. Is het echt zo simpel? Jawel, het is zo simpel. Enis Odaci is voorzitter van Stichting Humanislam. Volg hem op Twitter: @Humanislam Read More
  • Gastvrijheid: sleutel tot samen leven

    Driehonderd toehoorders luisterden afgelopen zaterdag in de trappistenabdij Koningshoeven nabij Tilburg naar de tiende Volzinlezing, 'Gastvrijheid: sleutel tot samenleven'. Volgens broeder Bernardus Peeters, abt van Koningshoeven, is gastvrijheid "vooral een innerlijke houding en heeft daarmee haar woonplaats in het hart van de mens. Zij reikt dus oneindig veel verder en dieper dan het gewoon ter beschikking stellen van een huis of een kamer of van het openstellen van je landsgrenzen." Hieronder de volledige tekst van de lezing. Een impressie van de lezing, de reacties daarop van Farida Farhadpour en Hinne Wagenaar én van de bezoekers verschijnt in het nummer van Volzin van 29 mei a.s. Dames en heren,U hebt allemaal een pepermuntje op uw plaats zien liggen. Het is geen verwijzing naar een lange protestantse preek die ik u wellicht zou voorschotelen. Munt is het symbool van de gastvrijheid. De Joden strooiden munt op de vloer van de synagoge. Italianen namen dit gebruik eeuwen later over en deden dit in hun kerken. Het pepermuntje moet u dus in de sfeer van gastvrijheid brengen. Ik had ook voor ananas kunnen kiezen want ook die tropische vrucht staat symbool voor gastvrijheid.  De inheemse Indianen in het Caribische gebied zetten als teken van gastvrijheid een ananas bij hun deur. Rijke kolonisten die terug kwamen naar Europa deden hetzelfde en vaak zie je dan ook bij ingangen van statige huizen een stenen ananas staan. Men is welkom om naar de al dan niet sterke verhalen van de gastheer te komen luisteren. Een ananas heb ik u maar niet gegeven. Onze koster vond dat een beetje riskant worden in verband met troep en plakkerige vingers.In deze lezing wil ik met u de (open) ruimte betreden die door gastvrijheid geschapen wordt, waar je vrij kunt in- en uitgaan om je roeping als vrije mens te ontdekken. Gastvrijheid als sleutel voor het samenleven. Juist om goed met elkaar samen te kunnen leven heb je die vrije, uitnodigende ruimte nodig. Ik bouw mijn verhaal als volgt op: eerst wil ik kort ingaan op de levensnoodzakelijkheid van gastvrijheid. Vervolgens wil ik met u nadenken over gastvrijheid als een middel en dus niet als een doel op zich. De ruimte die gastvrijheid biedt aan vrije mensen om hun eigen weg ten leven te vinden is mijn volgende punt. Vandaar stap ik graag met u door naar de notie dat gastvrijheid die werkelijk een sleutel vormt tot samen leven draait om een dynamisch evenwicht tussen ontvankelijkheid en confrontatie. Dat brengt mij tot een korte beschrijving van onze manier van leven hier in de Abdij Onze Lieve Vrouw van Koninghoeven en vooral over hoe wij het beoefenen van gastvrijheid hierin een plaats geven. En dan rond ik af.Sleutel tot samenlevenSpreken over gastvrijheid als sleutel tot samenleven kan ik niet anders dan vanuit mijn leven als religieus. Maar daarbij begint ook mijn verhaal bij de opvoeding die ik van mijn ouders heb gekregen. Ons gezin was namelijk een plaats waar gastvrijheid heel praktisch en concreet een sleutel tot samenleven werd. Mijn ouders maakten altijd plaats voor kinderen die het moeilijk hadden. Sommigen van deze meisjes zijn echt deel gaan uitmaken van ons gezin. Al jong heb ik hierdoor geleerd dat echte gastvrijheid betekent dat het bieden van gastvrijheid mijn leven verandert, maar ook dat van het gezin en van de kinderen die wij bij ons thuis opvingen. Voor die levenservaring blijf ik mijn ouders dankbaar! En gelukkig zijn er nog steeds veel mensen die zich gastvrij opstellen naar medemensen in nood. Maar de grenzen van onze gastvrijheid lijken zich in de huidige samenleving scherper af te tekenen dan voorheen. Dit betekent niet per se dat wij minder gastvrij worden, maar mogelijk wel dat wij ons meer bewust worden van de grenzen.We worden in onze huidige wereld overspoeld door ‘slecht nieuws’. De gruwelen van natuurrampen, terroristische aanslagen, vliegtuigongelukken, oorlog en geweld… Het dendert allemaal onze leefruimte binnen via een stroom aan mediaberichten die 24 uur per dag beschikbaar is. Wij zijn verzadigd van ontstellend nieuws en beelden die ons over het leed van mensen vertellen en wij voelen tegelijk heel ons onvermogen er iets aan te doen. Wat te doen om ons door deze spiraal van angst en onmacht niet te laten opslorpen? Veel mensen kiezen er voor om zichzelf op te sluiten in een eigen zelfgeschapen wereldje van gelijkgestemden. Men vormt zich een community maar dan zonder groter netwerk.Ik ben mij bewust dat ik deze Volzin-lezing houdt in een wereld waarin sommige Nederlandse politici, en niet alleen Geert Wilders, de grenzen van ons land volledig willen sluiten onder het mom dat we vluchtelingen op moeten vangen in hun eigen gebieden. We doen dan wel aan gastvrijheid maar wij houden de gast op veilige afstand zodat ons eigen leven er niet door geraakt wordt. Deze lezing vindt plaats in een land en een tijd waarin asielzoekers als criminelen opgesloten worden. In zo’n samenleving verdwijnt een wezenlijk element: het bewogen worden door het lot van een vreemde. En door ons mentaal af te sluiten voor het lot van een vreemde plaatsen wij onszelf op een eiland dat vroeg of laat gewoon onbewoond zal worden. Dit maakt meteen iets heel erg duidelijk: gastvrijheid is meer dan het ontvangen van vreemdelingen. Het is meer dan een onthaal van bevriende mensen in de intimiteit van het eigen huis. Het is ook meer dan het hebben van een Bed & Breakfast. Gastvrijheid is vooral een innerlijke houding en heeft daarmee haar woonplaats in het hart van de mens. Het reikt dus oneindig veel verder en dieper dan het gewoon ter beschikking stellen van een huis of een kamer of van het openstellen van je landsgrenzen.Middel tegen onverschilligheidRond de Paasdagen circuleerde er op het internet een filmpje met een persiflage van het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci. Je zag Jezus die met veel passie zijn toespraak tot de apostelen hield tijdens het Laatste Avondmaal. De apostelen hadden echter geen enkele belangstelling voor de woorden van Jezus. Ze waren druk bezig met elkaar, maar vooral met hun computers en smartphones. De toespraak van Jezus werd telkens weer onderbroken door binnenkomende geluidjes van twitter-, facebook- en whatsappberichten. Een filmpje dat op je lachspieren werkt maar tegelijk onze onverschilligheid dodelijk zichtbaar maakt.Aan het begin van de veertigdaagse vastentijd van dit jaar zei Paus Franciscus: "Maar wanneer het ons goed gaat en wij ons niet generen, gebeurt het dat wij vergeten aan de anderen te denken (wat God de Vader nooit doet), geen interesse meer hebben voor hun problemen, hun leed en het onrecht dat hen treft… Dan vervalt ons hart in onverschilligheid: wanneer het mij betrekkelijk goed gaat en alles lukt, vergeet ik degenen met wie het niet goed gaat. Deze egoïstische, onverschillige houding heeft vandaag een wereldwijde dimensie gekregen, zodat wij kunnen spreken over een mondialisering van de onverschilligheid. Het gaat om een onbehagen waaraan wij als christen het hoofd moeten bieden." Deze woorden inspireren mij om met u na te denken over gastvrijheid als middel tegen onverschilligheid. Het oerverhaal van de joods-christelijke traditie over gastvrijheid is het bezoek van de drie engelen aan aartsvader Abraham. “En Abraham hief zijn ogen op en zag; en zie! drie mannen stonden bij hem en hij zag en rende hen tegemoet van de ingang van de tent en boog zich ter aarde.” (Genesis 18:2) Dit tegemoet rennen van de gastheer zal in heel de traditie van groot belang blijven. Volgens de rabbijnen is deze gastvrijheid ook de reden waarom aan ons de Tora gegeven is. De engelen waren helemaal niet blij dat Mozes de berg Sinaï besteeg om daar de Tora te ontvangen. Zij protesteerden zelfs bij God. Net zoals gastvrijheid bij mensen geen vanzelfsprekendheid is kennelijk ook niet bij de engelen. Maar God veranderde het gezicht van Mozes in dat van Abraham en zo leidde hij de engelen om de tuin (gastvrijheid vraagt om creativiteit!). “Is het niet deze man die jullie bezocht hebben op aarde en in wiens huis jullie gegeten hebben?” De gastheer wordt hier gast en omgekeerd. Belangrijkste is echter dat zowel gast als gastheer, Abraham of de engelen boven zichzelf uit stijgen. Zij zetten hun eigen belangen opzij om ruimte te maken voor de ander.Het verhaal over Abraham die gastvrij ontvangt en daardoor wederkerigheid uitlokt van het geschenk van God aan de mensen – de Tora, de wijzing ten leven – heeft een diepe spirituele betekenis. De joods-christelijke traditie waarin ik ben opgevoed laat mij een begrip van gastvrijheid zien dat vooral te maken heeft met je huis – in de breedst mogelijke betekenis – open zetten voor een ander. Je tafel delen met een ander. Een luisterend oor en een zorgzaam oog hebben voor de ander. Rabbi Jozef ben Jochanan (14 eeuw) had als gevleugelde uitdrukking 'Laat je huis wijd geopend zijn en de armen je huisgenoten zijn.' De boodschap is dat wie vreemden ontvangt als welkome gasten, in feite zelf de weg gaat die naar Het Leven voert. Die opent voor zichzelf de mogelijkheid van de spirituele contactervaring.In onze huidige samenleving zijn we dit uitoefenen van gastvrijheid grotendeels kwijtgeraakt. Er bestaat geen open ruimte meer want wij beschermen onze woningen met hoge muren en hekken, met honden en hangsloten. Beveiligers zijn alom tegenwoordig. De vreemdeling met zijn andere gewoontes, taal en cultuur jaagt ons angst aan en vormt een potentieel gevaar. De vreemdeling moet het tegendeel maar bewijzen mocht dat al lukken tegenover die muur van angst en vijandschap. Deze vijandschap gaat verder dan de daadwerkelijke vreemdelingen waarmee we geconfronteerd worden. Wantrouwen tegenover het vreemde heerst in onze cultuur zelfs bij mensen die heel dichtbij ons wonen.Bed, bad en brood zijn dan ook slechts randvoorwaarden. Levensnoodszakelijk in bepaalde omstandigheden, daar valt niets aan af te doen. Maar heilsnoodzakelijk voor een geslaagde ontmoeting is het wederzijds delen van elkaars bewogenheid. En dat hoeft niet met veel woorden te gebeuren, of in de vorm van een langgerekt contactmoment. Door de ander bewogen zijn en om de ander bewogen zijn, vraagt vooral een innerlijke houding van ontvankelijkheid. Dat kan heel hard werken zijn. Vooral bij anderen die ondraaglijk zijn. Vooral bij die anderen die niet onze vrienden zijn.Maar hierin ligt precies de mogelijkheid van de godsontmoeting. Niet de zekerheid dat wij die godsaanwezigheid als gewone mens altijd ervaren, maar wel de mogelijkheid. De mogelijkheid om God te zien in het gelaat van de ander. De mogelijkheid om de realiteit van Christus in ons volle bewustzijn te ervaren, misschien maar even... Het menselijk vermogen om In De Naam te komen, met heel ons wezen. Contact op zielsniveau. Dé ultieme contactervaring.Het is vanuit dé ultieme contactervaring dat mensen bewogen raken. Het is die ervaring die hen zicht op Het Leven geeft. Niet als een individueel bezit, maar als een schat die men wil delen... móet delen! Samen leven, samen in Het Leven staan, maakt dat mensen elkaar niet meer naar het leven kunnen staan. Wie werkelijk vol in Het Leven staat, kan alleen nog maar uit liefde leven.Ruimte voor samenlevenWanneer het volk Israël voor het eerst in het beloofde land voor de Heer staat met de eerstelingen van de oogst, laat het Boek Deuteronomium bij monde van Mozes het volk bidden: ‘Mijn vader was een zwervende Arameeër. (Deut. 26:5-9) De ervaring van het vreemdelingschap is van wezenlijk belang voor het geven en ontvangen van gastvrijheid. Wanneer je zelf weet hebt van wat het betekent om vreemdeling te zijn dan weet je ook wat het betekent om een vrije ruimte te hebben waarin je de angst, de onveiligheid, het telkens maar weer iemand anders moeten zijn, kunt loslaten. Abraham, het grote voorbeeld van gastvrijheid, weet wat het betekent om als vreemdeling rond te trekken en afhankelijk te zijn van de ruimte die anderen hem toebedelen. Als een angstig mens, bang om alles te verliezen en met een ander gezicht en daardoor met leugen en bedrog betreedt hij de ruimte van de koning van Egypte. (Genesis 12:10ev) Deze koning schiep geen vrije ruimte voor zijn gast maar eiste de vrouw van Abraham op. Abraham kon niet anders dan deze ruimte ontvluchten.Gastvrijheid opent voor de vreemdeling de afgesloten ruimte en schept een vrije ruimte die open en uitnodigend is. Volgens de rabbijnen had het huis van Job vier deuren: een op het oosten, een op het westen, een op het noorden en een op het zuiden. De gasten konden van alle kanten binnenkomen in deze vrije ruimte en weer vertrekken. Wanneer men elkaar dan tegenkwam vertelde men over die vrije ruimte waarin de vijand vriend kan worden.In de vrije ruimte van de gastvrijheid worden mensen niet veranderd in de zin dat de gastheer/vrouw mensen wil veranderen. Zij veranderen omwille van de vrije ruimte waarin zij zichzelf kunnen en mogen zijn. Niet alleen de gast verandert, ook de gastheer verandert, want de gast openbaart iets van de kostbare gave van het leven en omgekeerd. De kern van de gastvrijheid is niet het zoeken van enig eigen belang maar het ontmoeten ván en bewogen zijn dóór de ander. Benedictus van Nurcia, een Italiaanse monnik uit de 5e eeuw, heeft dat in zijn Regel voor monniken goed aangevoeld. Hij kwam uit een traditie waar de monniken zich verschanst hadden achter een gesloten kloosterpoort en de boze buitenwereld met alle middelen op een afstand probeerden te houden. Wanneer er op de poort geklopt werd dan kreeg de kloppende allerlei verwensingen naar zijn hoofd geslingerd. Benedictus laat echter bij de eerste klop op de poort de portier zeggen: "Deo Gratias! God zij dank!"  En de hele gemeenschap snelt samen met de abt de gast tegemoet om hem de voeten te wassen en eten te geven. De vasten wordt ervoor doorbroken maar ook de dagelijkse gang van zaken wordt er voor opzij gezet. Zelfs het stilzwijgen – zo belangrijk voor Benedictus – wordt omwille van de gast doorbroken. Het belang van de ander gaat voor op het eigenbelang. Ontvankelijkheid en confrontatieEen mooi voorbeeld van gastvrijheid als vrije ruimte waarin de gave van het leven wordt ontdekt is voor mij ons eigen gastenhuis. Al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw komen (niet alleen in ons gastenhuis, maar ook in alle andere monastieke gastenhuizen) veel mensen van protestantse huize. Voor hen is het vaak de eerste kennismaking met de katholieke kerk. Conservatieve groeperingen zien hier een belangrijk bekeringswerkterrein voor onze abdijen. In de praktijk is dit echter een prachtig voorbeeld van oecumenische spiritualiteit. Dankzij de vrije ruimte van de gastvrijheid kunnen anders-gelovigen met ons meeleven op hun eigen ritme en vanuit hun eigen beleven. Er is niemand die hen iets oplegt of afdwingt. Vele van deze gasten gaan anders weg en ook wij als ontvangende gemeenschap worden anders omdat we ervaren hebben dat er in ieder van ons dezelfde gave van leven aanwezig is. Betekent dit dan dat gastheer/vrouw en gast versmelten tot een symbiose of dat alles maar kan opdat ik als gast of gastheer/vrouw mijn individualiteit maar behoud? Neen! De gast moet ontvangen worden in een open en vriendelijke ruimte, waar hij of zij zijn dan wel haar gaven te voorschijn kan halen en onze vriend kan worden. Wanneer we zeggen: ‘Je kunt mijn gast zijn als je gelooft wat ik geloof, denkt zoals ik denk en je gedraagt zoals ik’, geven we onze liefde voorwaardelijk of tegen een bepaalde prijs. Het omgekeerde geldt natuurlijk ook de gast kan zich ook op zo’n verkeerde manier, zonder ontvankelijkheid, opstellen naar zijn gastheer. Zo’n gastvrijheid zal dan niet een sleutel tot samenleven zijn.Toch is er naast de ontvankelijkheid volgens Henri Nouwen ook nog de confrontatie van belang. Openstaan voor de gast wil allerminst zeggen dat we ons neutraal opstellen en wegcijferen. Echte gastvrijheid vraagt om confrontatie ‘omdat een ruimte enkel uitnodigend kan zijn wanneer zij duidelijk begrensd is’. Ik mag best mijn grenzen aangeven als die laten zien wie ik werkelijk ben. ‘Tussen iemand en niemand is geen werkelijk gesprek mogelijk’ . Ontvankelijkheid en confrontatie moeten elkaar in evenwicht houden wil gastvrijheid de open ruimte zijn waarin er echt samenleven mogelijk is. ‘Ontvankelijkheid zonder confrontatie leidt tot een bleke neutraliteit waar niemand mee gediend is. Confrontatie zonder ontvankelijkheid leidt tot een tirannieke agressie die iedereen bezeert. Dat evenwicht tussen ontvankelijkheid en confrontatie kan telkens anders liggen, afhankelijk van onze eigen plaats in dit leven. In iedere leefsituatie echter moeten we niet alleen open willen staan maar ook confronteren.’, zo stelt Nouwen. Alleen zo redt de gastvrijheid ons naar mijn mening van een globale onverschilligheid.Juist in onze gastvrijheid en door het uitoefenen van gastvrijheid moeten wij de confrontatie aan durven gaan. Dus tegelijk ruimte bieden aan de ander om in vrijheid te zijn wie hij of zij werkelijk is én verschillen onder ogen durven zien… Met verschillen leren leven. Niet alleen bij onszelf koesteren van wat eigen is, maar ook bij de ander. Leven en laten leven. In een dynamisch evenwicht. Dat dynamische evenwicht zoeken wij in ons klooster elke dag… Gastvrijheid in KoningshoevenOp dit punt in mijn presentatie wil ik u nog kort iets vertellen over deze plek, deze leef- en werkgemeenschap waar u nu bent, omdat ook wij vanuit die lege ruimte gastvrijheid willen bieden. Als een weg ten leven. In de hoop dat wij gunstige randvoorwaarden scheppen voor een vruchtbaar godscontact.Benedictus van Nurcia heeft ons monniken in zijn leefregel de opdracht meegegeven om alle mensen die als gast aankloppen als Christus te ontvangen. (RB 53,1) Koningshoeven wil dan ook die lege ruimte scheppen waarin een echte ontmoeting kan plaats vinden. Een transformerende ontmoeting waarin zowel gast als gastheer Christus kan ervaren die gezegd heeft: "Ik kwam als gast en gij hebt Mij opgenomen." (Mat. 25)Zonder te claimen dat wij ‘goed bezig zijn’ noem ik hier enkele vormen van onze gastvrijheid. Wij zien het als hulpmiddelen om ontvankelijkheid voor de onbekende ander in te oefenen. Ik heb u al gesproken over ons gastenhuis waar wij een aantal kamers hebben voor individuele gasten en gasten in groepsverband. Zij komen om samen met ons die innerlijke ruimte te betreden waarin men tot ontmoeting kan komen met zichzelf, de ander en met God. Als gemeenschap faciliteren wij deze ontmoeting en laten wij de gast op zijn of haar eigen manier delen in onze levenswijze.Naast het bieden van logeergelegenheid in ons gastenhuis beoefenen we ook heel concreet de gastvrijheid op een deel van ons terrein dat vooral toeristisch van aard is. Jaarlijks bezoeken zo’n 125.000 bezoekers onze bierbrouwerij. Voor deze mensen hebben wij een ruimte gecreëerd waar zij iets van ons leven kunnen proeven onder het motto: ‘Proef de Stilte’. Deze groep gasten brengt een andere dynamiek met zich mee, waarbij de ontmoeting met de monniken wellicht op een afstand staat maar toch duidelijk aanwezig is door de sfeer en de toevallige gesprekken. Een andere vorm van gastvrijheid is het Pepptalx programma dat wij samen met de zes middelbare scholen in Tilburg met een VWO afdeling hebben opgezet en dat nu het derde jaar loopt. Van iedere school komen steeds zes excellente leerlingen die samen met de broeders een programma opzetten rond een bepaald thema om zodoende de leerlingen en ook de broeders te helpen om in dialoog hun morele kompas te richten. Het thema van dit jaar is bijvoorbeeld: ‘Het cultiveren van je binnentuin’. Sprekers uit de wereld van filosofie, theologie, politiek, kunst en cultuur nemen ons mee in het nadenken over de waarde van het ontwikkelen van je eigen geweten. Weer een totaal andere vorm van gastvrijheid is de aanwezigheid van een sociale werkplaats binnen onze muren en de keuze om in de kloosterwinkel en het restaurant te werken met mensen met een verstandelijke beperking. Na de gedwongen sluiting van ons boerenbedrijf vanwege de financiële situatie zijn we deze sociale werkplaats begonnen met de Midden-Brabantse gemeenten om, momenteel aan 150 mensen, een werkplek te bieden. De aanwezigheid van deze groep mensen op ons terrein en het contact met hen hebben wezenlijk bijgedragen tot een andere werk- en leefsfeer met meer aandacht voor de zwakkere. In onze brouwerij heeft hun aanwezigheid de typische machocultuur in dit wereldje weten te doorbreken.Het zijn enkele voorbeelden zoals wij in Koningshoeven een vrije ruimte proberen te scheppen waar gastvrijheid kan ontstaan in een houding van ontvankelijkheid en confrontatie. En dit op zo’n manier dat ieder die hier komt en weer verder gaat, verandert wordt van een gast in een gastheer en van een gastheer in een gast. Deze omvorming is enkel mogelijk wanneer je in alle eenvoud en nederigheid jezelf durft weg te geven in die lege ruimte van de gastvrijheid. Je zult dan ontdekken dat die ruimte geen angstaanjagende leegte is maar gevuld met een deugddoende aanwezigheid: het bewustzijn van de wezenlijkheid van de ander (en ook van de Ander met een hoofdletter) en daarmee de sleutel tot samenleven.Tot slotIk vertelde u aan het begin van mijn presentatie over de mogelijkheid om gastvrijheid in te zetten als een middel tegen onverschilligheid. Met wat ik u vertelde over onze activiteiten op het gebied van gastvrijheid hier op Koningshoeven schetste ik u hoe wij dit middel zelf inzetten. En… het werkt! Het werkt uitstekend om onze eigen ingekeerdheid niet om te laten slaan in onverschilligheid. Sterker nog, het blijkt inderdaad een weg ten leven te zijn. Wij geloven dat gastvrijheid werkelijk een sleutel kan zijn tot samen leven. Een gastvrije samenleving is niet alleen levendiger, maar ook levensvatbaarder. Daarbij moeten wij onze ontvankelijkheid niet laten beperken door vriendschap, maar juist laten openen door de confrontatie met vreemden.Dat wij in Nederland de vrijheid hebben om onze religieuze leefwijze uit te oefenen beschouwen wij niet als een vanzelfsprekendheid. Binnen onze orde, zelfs direct gelieerd aan dit klooster, zijn er gemeenschappen in Afrika en Azië die blootstaan aan concrete en levensbedreigende gevaren. Dat zijn samenlevingen waarin de confrontaties scherper zijn dan hier. Het vermogen om gastvrij te zijn, wordt er dagelijks enorm beproefd. Daar is het evenwicht kwetsbaarder en de ruimte om in vrijheid te leven beperkter. Niet bepaald levensomstandigheden waarin het brengen van dankoffers voor de hand ligt…En toch verspreiden juist de broeders en zusters uit die geloofsgemeenschappen een zoete geur van dankbaarheid en vertrouwen. Misschien zijn zij daar wel ontvankelijker voor Het Leven dan wij hier. Misschien hebben zij ons op het gebied van gastvrijheid en spirituele ontwikkeling wel meer te bieden dan wij hen. Mondiale onverschilligheid snijdt ons eerder af van Het Leven dan dat het ons de mogelijkheid biedt om te groeien in menselijkheid. Als wij de sleutel van de gastvrijheid wegwerpen, doen wij onszelf ernstig tekort. Read More
  • Heilige en onheilige families

    In Kasteel Huis Bergh in ’s-Heerenberg is vanaf 26 april een expositie te zien ‘Heilige en onheilige families’. Onderliggend thema: de machtsstrijd tussen man en vrouw. De Heilige Familie liet zien hoe het kon. De onheilige families waarschuwden voor vrouwen met de broek aan. Historica Els Kloek: “De strijd der seksen zal nog lang doorgaan.” "Jozef is natuurlijk een pantoffelheld", zegt historica Els Kloek. “Zelfs de heilige familie werd soms afgebeeld met grapjes over rolomkering. Het bood speelruimte, net zoiets als carnaval.”Inderdaad is op de expositie in Huis Bergh op één vijftiende-eeuws paneel te zien hoe Maria op een troon zit te spinnen, het Christuskind in haar buik, terwijl Jozef haar helpt, nederig op de grond aan haar voeten. “Al die middeleeuwse voorstellingen hebben dezelfde boodschap”, zegt Kloek, “namelijk: dat de vrouw gehoorzaamheid verschuldigd is aan de man. Maar het thema van de heilige familie biedt wel net een andere opening. Zeker, Maria is vooral lieftallig, een trouwe echtgenote en een lieve moeder. Maar zij is wel de moeder van de zoon Gods, en dus belangrijker van Jozef.”Het moet de moraalbewakers van de middeleeuwen hoofdbrekens hebben gekost: hoe maak je geloofwaardig dat Jozef en Maria een ordelijk gezin waren, met Jozef aan het hoofd en Maria deemoedig en gehoorzaam aan zijn zijde? Ordelijk betekende: volgens de natuurlijke orde, met de man aan het hoofd en de vrouw als zijn gedienstige metgezel. Maar veel meer dan dat Maria zwanger was geraakt zonder dat Jozef eraan te pas kwam, vermeldt de Bijbel niet over dit gezin. Bij de evangelist Matteüs lezen we dat Jozef nog van plan geweest was om Maria te verlaten; een engel moest zijn twijfels wegnemen. En, schrijft gastconservator Henk van Os in het boek dat de tentoonstelling begeleidt, in veel middeleeuwse prenten is Jozef dan ook afgebeeld als een knorrige ouwe baas. Dat verklaarde veel: Jozef was natuurlijk gewoon te oud om nog een kind te verwekken. Er zijn zelfs prenten waarop hij mistroostig naar zijn eigen geslachtsdeel kijkt. Read More
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6

Doorzoek de website

opinieprijs banner

Social media

FacebookTwitterLinkedIn

Agenda